Dinsdag 07/04/2020

PostuumUderzo

In memoriam Uderzo: de bedenker van Asterix en Obelix, verkocht 380 miljoen stripalbums

Albert Uderzo met zijn creaties Asterix en Obelix.Beeld Photo News

‘Asterix’-tekenaar Alberto Uderzo overleed gisteren in zijn slaap aan een hartaanval. Hij was al weken moe, reageerde zijn schoonzoon. In de afgelopen zestig jaar gingen er zo’n 380 miljoen albums over de toonbank. Op enkele uitschuivers na reed de 92-jarige Fransman met ‘Asterix’ een bijna foutloos parcours.

Dat de kaap van 90 ronden al moeilijk genoeg was, zo reageerde Uderzo twee jaar geleden op de vraag van een journalist of ‘Asterix’ na zijn dood verder zou worden gezet. De Fransman verwees naar zijn moeder, die op haar 100ste overleed, en zijn vader, die 97 werd. “Lang leven zit in de familie”, beaamde hij. Maar over de voortzetting van ‘Asterix’ bleef hij in datzelfde vraaggesprek vaag. “Ik wil ‘Asterix’ niet in andere handen overlaten na mijn dood. Ik wil het risico niet lopen alles te verprutsen of om om het even wat te doen voor geld.”

‘Asterix’ was toen al sinds 1991 in handen van twee andere Fransen, scenarist Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad. Maar Uderzo kon zijn papieren kindjes maar moeilijk loslaten, zo bleek. Contractueel gezien mocht hij zich immers nog moeien met de nieuwe albums, en hij liet niet na dat te doen. Toen hij vond dat Ferri te veel grappen in een verhaal had gestoken, maande hij hem aan tot herschrijven.

Uderzo bleef al die tijd herhalen dat hij ‘Asterix’ mee in het graf zou nemen. Maar vorig jaar rakelden Franse media het contract op met Albert René, de uitgeverij die hij in 1977 eigenhandig uit de grond had gestampt om zijn bestseller te verkopen. Daaruit bleek dat Uderzo al in 2008 60 procent had verkocht aan Hachette, de distributeur van Asterix. De 22,7 miljoen euro die daarvoor op tafel werd gelegd, hield ook in dat enkel Hachette besliste over nieuwe ‘Asterix’-albums. Niemand die daar overigens aan twijfelt: met een verkoop van zo’n 380 miljoen albums in zestig jaar is Asterix een van de sterkhouders in de Europese stripscene.

Onaantrekkelijk

Ketels met toverdrank, everzwijnen die het met hun korte pootjes angstig op een lopen zetten, vliegende vissen, Romeinen die in de pan worden gehakt door de Gallische versie van de dikke en de dunne… Met de typetjes en grappen en grollen die Uderzo en scenarist René Goscinny verzonnen, net als hun maatschappelijke verwijzingen en cameo’s van internationaal bekende koppen, hadden ze Europa snel in hun greep. Al was het een klein wonder dat ‘Asterix’ überhaupt het daglicht zag.

Toen Goscinny en Uderzo, die elkaar al sinds 1951 kenden en strips creëerden als ‘Hoempa Pa’, ‘Luc Junior’ en ‘Johan Pikbroek’, hun Gallische helden introduceerden, deden ze dat in eerste instantie om hun eigen opgerichte, snel legendarisch geworden stripblad Pilote een hoofdreeks te gunnen. Volgens de overlevering gebeurde dat in 1959 in het appartement van Uderzo in Bobigny, een banlieue van Parijs. Gehuld in sigarettenrook en gevuld met pastis, zou het concept volgens Uderzo in een kwartier beklonken zijn. Latere berichten spraken dat tegen. Uderzo wilde een antiheld, Goscinny niet. Pas toen Uderzo zijn antiheld koppelde aan een ietwat dommige, maar zachtaardige compagnon zwichtte Goscinny en werd hun idee verder uitgewerkt: een humoristische avonturenreeks over een ingesloten groepje Galliërs dat het tegen de Romeinen opnam.

De marketinglui van Pilote waren not amused. De reden? Asterix en Obelix beantwoordden niet aan de moderne strippersonages van die tijd: jong en aantrekkelijk. “Als Pilote er niet was geweest en we het niet zelf voor het zeggen hadden gehad, was ‘Asterix’ er nooit gekomen”, wist Uderzo. “Geen uitgever zou in hem hebben geloofd.”

Niet dat de oplage meteen naar de champagne deed grijpen. Het eerste album werd gedrukt op tienduizend exemplaren en verkocht er zesduizend. Maar bij elk nieuw album verdubbelde de oplage, en na enkele jaren maakte ‘Asterix’ zijn definitieve sprong richting bestsellerlijsten.

Stijlbreuk

Uderzo trok zich de kritiek aan dat het niveau van de reeks na Goscinny’s dood in 1977 was gedaald. En dat terwijl hij tekenaar én scenarist was. Hij probeerde met zijn tijd mee te gaan door vaker vrouwen te introduceren, zoals in het ‘feministische’ album De roos en het zwaard (1991), en kreeg daar lof voor. Pijnlijk was echter Het geheime wapen (2005) waarbij buitenaardsen de reeks betraden. De kritieken op die stijlbreuk waren zo verschroeiend dat hij lange tijd interviews weigerde.

Vandaag is ‘Asterix’ goed voor een pretpark, enkele speelfilms, animatiefilms en -series. In welke mate Hachette de reeks nu ongelimiteerd verder kan exploiteren, is onduidelijk. Hachette bezit 60 procent van het kapitaal van Albert René, dat behalve de stripverkoop ook de (animatie)films, Parc Astérix en de merchandising inhoudt. De overige 40 procent gingen naar Alberto Uderzo en Goscinny’s dochter Anne. Zij behielden hun auteursrechten en een moreel recht over de personages. 

Nu Uderzo overleden is, komt echter ook diens dochter Sylvie opnieuw in beeld, alsook de vraag of zij haar vaders rechten krijgt. Zij sprak van ‘verraad’ toen Uderzo aan Hachette verkocht. “Alsof het Gallische dorp zijn poorten opende voor de Romeinen.” Haar daaropvolgende ontslag als algemeen directeur van Albert René leidde tot een rechtszaak tussen vader en dochter. In 2013 sleepte Uderzo, toen 86, haar en zijn schoonzoon voor het gerecht voor ‘psychologisch geweld’. Sylvie bestreed al die tijd de voortzetting van ‘Asterix’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234