Zondag 26/09/2021

InterviewQuentin Tarantino

‘In een boek kun je gewoon meer vertellen dan in een film’

Regisseur Quentin Tarantino (rechts) en Leonardo DiCaprio op de set van ‘Once Upon a Time in... Hollywood’ (2019). 
 Beeld Alamy Stock Photo
Regisseur Quentin Tarantino (rechts) en Leonardo DiCaprio op de set van ‘Once Upon a Time in... Hollywood’ (2019).Beeld Alamy Stock Photo

Quentin Tarantino schreef een boek naar zijn eigen film Once Upon a Time in... Hollywood. Een gesprek met de regisseur, die nog één speelfilm wil maken. En komen er nog filmverboekingen? ‘True Romance en Reservoir Dogs, dat zouden de meest voor de hand liggende films zijn.’

Aan de gevel van het Carlton Hotel hangt een grote foto van Quentin Tarantino, tussen de portretten van andere vermaarde gasten. Vanwege een grondige verbouwing is de kolos aan de Promenade de la Croisette tijdens deze editie van het filmfestival van Cannes nu eens geen pleisterplaats van de sterren. “O ja,” zegt de regisseur, aan de telefoon, “ik herinner me dat ik mijn handtekening heb gezet voor het gebruik van die foto. In de geest ben ik er dus toch bij, in Cannes.”

Hij belt vanuit Los Angeles, voor een gesprek over zijn romandebuut Once Upon a Time in Hollywood, het boek naar de film die tijdens het vorige Franse festival in 2019 in wereldpremière ging. De avonturen van de wankelende steracteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio), diens stuntman en kameraad Cliff Booth (Brad Pitt), buurvrouw Sharon Tate (Margot Robbie) en Charles Mansons hippiesekte zijn nu op papier gesteld.

Het is geen gewone, getrouwe filmverboeking: Tarantino husselde met de volgorde, voegde achtergrondinformatie en complete scènes toe, om andere juist weer weg te laten. Vooral Cliff Booth leren we beter kennen, de in Hollywood verzeild geraakte legerveteraan met een record aan (Japanse) kills, die ook de weg weet in het illegale vechthondencircuit. Het amusante, vlot geschreven boek, dat soms wat royaal achtergrondinformatie serveert, is vertaald in het Nederlands. Tamelijk soepel, al blijft het omzetten van tarantino-eske dialogen naar het Nederlands (of welke taal ook) geen sinecure: ‘‘Reken maar van yes’, zegt Rick.”

De auteur woont tegenwoordig (deels) in Israël, samen met zijn vrouw Daniella en hun vorig jaar geboren zoon Leo. De 58-jarige cineast heeft zijn publiek nog één speelfilm beloofd, daarna houdt hij ermee op. Tarantino wil voorkomen dat hij op oudere leeftijd verslapt, zoals verschillende door hem bewonderde collega-filmmakers is overkomen. Hij is daar serieus in: de kwaliteit van zijn oeuvre mag niet worden aangetast.

U droeg dit boek op aan uw vrouw en kind. Die gaven u ‘een gelukkig huis om vanuit te schrijven’. Maakt een gelukkige thuis het schrijven makkelijker?

“Het kan het zeker aangenamer maken. Al valt te betogen dat ongelukkige huishoudens ook goede schrijvers opleveren. Maar als ik het op mijn situatie betrek: het is een droom om zorg en werk zo te kunnen combineren. Een beloning voor een welbesteed leven.”

Hoe kwam u op het idee voor een ‘filmverboeking’?

“Ik groeide op met die filmverboekingen, de novelisations die vermoedelijk op hun populairst waren in de jaren zeventig. Het waren de eerste boeken voor volwassenen die ik las. Ik ging naar de supermarkt of de drogist, waar ze zo’n draairek vol paperbacks hadden. Dan koos ik er eentje uit, van mijn eigen geld. Een paar jaar geleden heb ik er in een nostalgische bui een stuk of wat herlezen. Ik genoot ervan, en ik dacht: hé, waarom doe ik zoiets niet met mijn eigen films?”

Uw verboeking is anders dan gebruikelijk. Zo schuift u de gewelddadige wending uit het slot van de film gewoon opzij.

“Ik dacht: het zit in de film, dus dat heb je al gezien. En ik had voor de film al twee einden bedacht: het ene is zacht, het andere helemaal niet. Die gewelddadige climax was uitstekend voor de film, maar hier wilde ik iets anders.”

In het boek blijkt filmster Rick bipolair, mede daarom drinkt hij zoveel. Ook wordt de vraag beantwoord of stuntman Cliff zijn vrouw nu wel of niet met die harpoen heeft omgebracht. U wilde dat niet langer in het midden laten?

“In een boek kun je gewoon meer vertellen dan in een film, zonder de voortgang van het verhaal op te houden. En ik vond dat ik in de film wel al ongeveer alles uit dat ambigue had gehaald. Mijn idee was om Cliffs leven in verschillende korte hoofdstukjes te vangen, een soort op zichzelf staande pulppaperbacks.”

Cliff Booth is de echte held?

“Zo zag ik hem van meet af aan, toen ik hem bedacht. Voor mij zat daar de lol in. Dat Charles Mansons bende in plaats van in te breken bij Sharon Tate een deur verder naar binnen gaat, bij de gevaarlijkste gast die ze ooit hebben ontmoet.”

‘Once Upon a Time in... Hollywood’, met rechts Brad Pitt.  Beeld filmstill
‘Once Upon a Time in... Hollywood’, met rechts Brad Pitt.Beeld filmstill

U beschouwde uzelf nooit als schrijver, las ik in een interview uit de tijd van Pulp Fiction. Wanneer veranderde dat?

“Tóén veranderde dat, denk ik, na Pulp Fiction. Daarvoor was ik bezig een filmmaker te worden. Ik schreef puur om dat voor elkaar te krijgen. Toen ik nog in een videotheek werkte, voor een minimumloon, heb ik wel kort geëxperimenteerd met het schrijven van een roman. Ik kwam tot twee hoofdstukken. Als ik dit af krijg, lukt het me waarschijnlijk wel het boek gepubliceerd te krijgen, dacht ik. Maar iets hield me tegen. Dan ben je die romancier, die ook nog films maakt. Terwijl, als je filmmaker wilt worden, moet je daar álles op inzetten.”

In het boek komt ook uw stiefvader, de muzikant Curt Zastoupil, voorbij. In een bar vraagt hij Rick om een handtekening voor zijn zoontje Quentin. Gaat u ooit uw memoires schrijven, een heuse autobiografie?

“Nee. Maar ik werk nu wel aan een boek over films uit de jaren zeventig, het New Hollywood-tijdperk. En in die essays staan ook wel wat persoonlijke bespiegelingen. Dichter bij échte memoires zal ik nooit komen.”

Zal het vaderschap u veranderen als auteur? Zou de allerlaatste Tarantino-film ook een kinderfilm kunnen worden?

“Nee, ik betwijfel of de laatste Tarantino-film een kinderfilm zal zijn. Elke grote ervaring in je leven zal wel invloed op je hebben, maar er is geen sprake van een diepgaande cesuur in mijn schrijven. Zo van: o mijn God! Hij was altijd zó, maar nu is hij zó?!”

Nam u schrijfles? Of las u zo’n handboek over scenarioschrijven?

“Absoluut niet. Die boeken waren er ook niet toen ik begon, die raakten later pas in de mode. Ik had ze nooit ingekeken. Ik leerde mijzelf scripts schrijven door andere scripts te lezen. Maar dat waren er ook maar een stuk of drie, zo gemakkelijk kon je ze nog niet vinden in die tijd. Wat ik er vooral van opstak was de vorm.”

En uw oor voor dialoog?

“Dat zat altijd al in me. Maar daar kwam ik pas achter toen ik aan acteerklasjes ging deelnemen. Je moest filmscènes bestuderen en naspelen. Als ik een film had gezien, schreef ik als ik thuiskwam de geschikte scènes uit. Ik heb een vrij goed geheugen, dus ik schreef het uit mijn herinnering op. En alles wat ik me niet kon herinneren, vulde ik dan zelf maar in. Zo begon het.

“En gaandeweg ging ik meer invullen. Dat kon gemakkelijk: het was toch maar een scène voor in de klas. Toen ik na de les eens een biertje dronk met een vriend uit het klasje, zei die: je bent zo goed als Paddy Chayefsky. Ik zei: what the fuck bedoel je daarmee? Nou, hij had dus wél het originele script gelezen van Marty (de door scenarist Chayefsky geschreven film die in 1955 bekroond werd met vier Oscars, BB). Het was hem opgevallen dat ik een hele monoloog over een fontein had toegevoegd. En dat die monoloog heel goed paste bij de andere scènes uit de film. Dat vond ik vleiend om te horen. En ik dacht: misschien moet ik dat schrijven serieuzer gaan nemen.”

In de jaren negentig betrok u een appartement in Amsterdam, voor drie maanden. Wat maakte het schrijven daar zo aangenaam?

“Het was een nieuwe wereld voor me! Ik was nog nooit buiten de Verenigde Staten geweest, want ik had nog nooit geld gehad. Met Reservoir Dogs had ik net mijn eerste film gemaakt, maar in mijn hart was ik nog steeds die jongen uit de videotheek. Reservoir Dogs was al wel op het Sundance-festival vertoond, maar moest nog op tournee gaan langs het festivalcircuit. Dus ik ging naar Amsterdam, om te schrijven aan Pulp Fiction. Ik schreef ’s nachts, of ik dook een bruine kroeg in om daar drie uur te zitten schrijven. En tussendoor struinde ik wat langs de grachten. Toen Reservoir Dogs in Cannes zou worden vertoond, nam ik de trein van Amsterdam naar Zuid-Frankrijk. En samen met wat vrienden reed ik weer terug naar Amsterdam, om voort te werken aan het script dat vermoedelijk mijn magnum opus zal blijken. Het was allemaal zo opwindend en romantisch: mijn leven brak open.”

In een podcast kondigde u onlangs ook nog een boek aan over de weinige films uit de jaren tachtig die u wél bevielen. U noemde Paul Verhoevens Flesh+Blood, met Rutger Hauer.

“O ja, niet alleen ik: alle medewerkers van Video Archives vonden hem goed. Het was zo’n shitty tijd toen, een shitty tijd voor films, die jaren tachtig. En Paul Verhoeven was als een teug frisse lucht, of eigenlijk een teug smerige lucht, ha. De juiste smerige lucht! Ik had zijn eerdere Nederlandse films gezien: Turks Fruit, Spetters en De vierde man. En het was opwindend om te zien hoe Verhoevens sensibiliteit uitpakte in een repressieve tijd in Hollywood. Iedereen uit de videotheek keek meermaals naar Flesh+Blood. En we noemden hem altijd bij de echte titel. Geen Flesh and Blood, maar Flesh plus Blood.”

Rutger Hauers naam valt in uw film Jackie Brown, als Samuel Jackson de Nederlandse acteur verwart met diens collega Helmut Berger. Stond hij ooit op uw wenslijst voor een rol?

“Niet per se. Ik héb gewerkt met Rutger Hauer, helemaal aan begin van mijn carrière. Ik werd ingehuurd om het script te herschrijven van een film waarin hij zou spelen, die ook gemaakt is. Past Midnight, met Rutger Hauer en Natasha Richardson, een soort Jagged Edge-jatwerk, uit 1991. Hij had ja gezegd tegen het script, maar de producenten vonden dat script niet goed en huurden mij in om de dialoog op te schonen, wat uitliep op een herschrijving vanaf pagina 1. De producenten waren heel blij met mijn versie, die ze aan Rutger Hauer gaven. Maar die vond mijn script vreselijk. (Bulderlacht) Hij vond het echt vréselijk. Na afloop van een vergadering over de film, waarin hij en ik zo ongeveer de hele tijd hadden geredetwist, zeiden de producenten: kijk Quentin, we vinden jouw script beter, maar Rutger zei ja tegen dat andere script, dus we gaan alle dialoog van Rutger weer terugzetten. Voor Natasha Richardson gebruiken we wél jouw dialoog. Oké, zei ik. Prima. Ik kreeg geen schrijfcredits, dat wilde de scenarist van de originele versie niet. Uiteindelijk hebben ze me als associate producer op de aftiteling gezet.”

Rutger Hauer in ‘Past Midnight’, 1991. Beeld imageselect
Rutger Hauer in ‘Past Midnight’, 1991.Beeld imageselect

Gaat u nog meer van uw films of scenario’s verboeken?

“O, dat weet ik niet. Bij True Romance kan ik me het wel voorstellen (Tarantino’s door Tony Scott verfilmde scenario, BB). Of Reservoir Dogs. Dat zouden de meest voor de hand liggende films zijn.”

Guillermo del Toro noemde Jackie Brown ooit een van uw ‘meest humanistische’ films. Het is uw enige film naar het boek van een ander, Elmore Leornards roman Rum Punch. Was het een bewuste keuze om het bij die ene keer te houden?

“Dat humanistische aspect zit zeker in Jackie Brown, een enorme dosis compassie voor de personages. Ik genoot daar echt van, want ik heb altijd van Elmore Leonards boeken gehouden. Maar het was belangrijker voor mij om mijn eigen verhalen te schrijven. Het idee dat alles bij mij begint. Daar denk ik dan aan terug, als ik de hele wereld rondreis met zo’n film, om hem te verkopen: hoe ik die eerste bladzijde schreef.”

Hier in Cannes gaat de nieuwe film van Paul Verhoeven in première, hij is al bijna 83. Bestaan er uitzonderingen op uw regel dat je tijdig moet stoppen met regisseren?

“Iedereen moet dat zelf bepalen. En ja, er zijn zeker uitzonderingen. Ik hoop voor Paul Verhoeven dat hij er een is en ik wens hem veel geluk in Cannes.”

null Beeld

‘Once Upon a Time in Hollywood’, uit het Engels vertaald door Sandra van de Ven, Luitingh-Sijthoff, 305 pagina’s, 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234