Dinsdag 22/10/2019

Kunst

In dit stadion kijken de toeschouwers niet naar voetbal, maar naar een bos van 299 bomen

Het bos om naar te kijken van Klaus Littmann in het stadion in Kärnten. Beeld Gerhard Maurer

Jaren kostte het de Zwitserse kunstenaar Klaus Littmann om zijn stadionbos in het Oostenrijkse Klagenfurt te realiseren. Maar nu gaan foto’s van zijn kunstwerk de wereld over en reageren de bezoekers op de tribunes ontroerd. Littmann wil de toeschouwer ontregelen, maar meesurfen op de golf van klimaatalarmisme.

Het bos staat te mijmeren in de avondschemering. Steeds donkerder groen worden de boomkruinen, tot ze zwart zijn, net als de silhouetten van de stammen en de varens op de grond. Een aanblik om vredig bij weg te knikkebollen.

Tot de stadionlampen aanspringen.

De boomkruinen baden opeens in een knalwit licht, alsof iemand de maan vol heeft aangezet. Twee geschrokken vleermuizen zoeken een veilig heenkomen, ergens achter het scorebord van het Wörthersee-stadion in Klagenfurt, Oostenrijk.

In deze voetbal-ufo van beton, glas en staal aan de voet van de Alpen bieden tot eind oktober 33.000 kuipstoeltjes uitzicht op een bos, geplant door de Zwitserse kunstenaar Klaus Littmann (68). Een bos om naar te kijken, niet om in te wandelen, omzoomd door gemillimeterd voetbalgras.

For Forest, the unending attraction of nature heet de installatie. Het is, zo staat te lezen op de informatietableaus in het stadion, een ‘Midden-Europees bos’, bestaand uit 299 bomen, onder andere eiken, essen, zilversparren en haagbeuken. Voor wie zijn huis-tuin-en-keuken-biologie wat heeft laten versloffen: dat zijn doodnormale bomen, die je ook in onze achtertuinen aantreft. Ook dat stadion is tamelijk doorsnee; je kunt ook gewoon biertjes en frieten kopen.

De combinatie van stadion en bos is op een vervreemdende manier mooi én alarmerend. Want in een tijd van smeltend poolijs, Amazonebranden en klimaatactiviste Greta Thunberg hoef je geen depressieve visionair te zijn om je af te vragen of dit ons voorland is. Stevenen we af op een tijdperk waarin natuur slechts nog vanaf de tribune te bezichtigen is, na het kopen van een toegangskaartje?

Het stadionbos ging, in de week na de opening, wereldwijd viraal. Cameraploegen van BBC en CNN reisden af naar de Oostenrijkse provincie, zelfs op het Instagram-account van Leonardo DiCaprio dook For Forest op, voorzien van de hashtag #climatechange.

FOR FOREST - The Unending Attraction of Nature Beeld UNIMO

Vergeleken met dat mediatumult is het in het stadion zelf opvallend rustig, als Littmann op een doordeweekse ochtend afdaalt tussen de rode stoeltjes. “Zullen we in het zonnetje gaan zitten?” De kunstenaar ziet eruit als een tevreden zondagswandelaar van een zekere standing, donkerblauw katoenen jack, wit overhemd, nette sneakers.

Als hij zijn bos in kijkt, speelt om zijn mond een glimlachje. “Ik probeer me af en toe bewust te realiseren dat dit écht is.”

Toen de bomen werden geleverd, door speciale kwekerijen in België en Polen waar ze dit soort middelgrote exemplaren van dertig jaar oud hebben staan, en het stadion in werden getakeld, was hij nerveus. Wat als het idee dat in zijn hoofd zat in de praktijk niet zou werken? “Maar bij de eerste boom”, wijst Littmann richting een berk in de buurt van het zestienmetergebied, “zag ik dat het goed was.”

Perfecte timing

Dat het een ‘opzienbarend beeld’ zou opleveren, had hij wel gedacht. “Maar de manier waarop dit de wereld rondgaat, is waanzin.” Littmann maakt zijn hele leven al ‘interventies in de publieke ruimte’, in de traditie van de ‘sociale plastieken’ van de grote Joseph Beuys, bij wie Littmann aan de kunstacademie van Düsseldorf afstudeerde.

Maar nooit was de respons op zijn werk zo overweldigend jubelend als nu. “De timing is unheimisch goed”, zegt hij. “Vaak denk ik bij mijn projecten achteraf dat ik eigenlijk tien jaar te vroeg was met een idee. En nu, bij iets met zo’n lange aanloop, klopt het precies. Dat is onwerkelijk.”

Littmann is dus geen handige jongen die op het juiste moment is meegesurft op de golf van klimaatalarmisme. Hij is al dertig jaar met dit idee bezig, sinds een bevriende kunstenaar hem een dystopische tekening van de schilder en architect Max Peintner liet zien. 

Op die tekening, die Die unendliche Anziehungskraft der Natur heet, is in zwart-wit de skyline van een metropool te zien, vol rookpluimen, wolkenkrabbers en hijskranen – een typische toekomstvisie uit het verleden. Op de voorgrond staat een stadion met goed gevulde tribunes en op het veld, in kleur, een bos.

“Dat beeld liet me niet los. Ik had het gevoel dat ik deze tekening in het echt wilde zien.” Dus reisde Littmann af naar Tirol om Max Peintner voor dat idee warm te maken. “Maar hij hoorde me zwijgend aan, gaf me een sarcastisch schouderklopje en zei: ‘Als jij dat denkt, jongeman...’”

Een paar weken geleden leidde Littmann de inmiddels 82-jarige over de tribunes. “Eerst zweeg hij ongemakkelijk. Maar toen we in de hoek stonden, zei hij opeens: ‘Daar groeit het!””

Door Klaus Littmann bewerkte pentekening van Max Peintner uit 1971.

Het wezenlijke verschil tussen tekening en installatie is dat de kijker in het laatste geval deel van het kunstwerk is, wat tot gevolg heeft dat een bezoeker niet anders kan dan zich ertoe verhouden. “Het is er, zoals bijna al mijn werk, op gericht om de kijkgewoonten van mensen te doorbreken.”

Dat het dertig jaar duurde voor Littmann zijn plan in de praktijk bracht, komt vooral doordat hij geen geschikt stadion vond. Het probleem met grote stadions is dat er meestal ook grote clubs spelen, die grote verliezen lijden als ze hun stadion een paar maanden beschikbaar stellen aan iemand die er bomen in wil planten – wat ook bij de fans niet per se in goede aarde zou zijn gevallen.

Kleingeestig gedoe

Zes jaar geleden hoorde Littmann toevallig over het Wörthersee-stadion in Kärnten, gebouwd voor het EK in 2008, maar zonder vaste club. Het stadion is van de stad. Daarop vloog hij drie jaar lang om de zoveel maanden van Basel naar Klagenfurt om de stedelijke politiek te overtuigen van zijn project. Uiteindelijk met succes, op voorwaarde dat hij alles zelf zou financieren. Dat lukte, met behulp van zijn uitstekend netwerk in Zwitserland, waar hij, behalve kunstenaar ook kunstmakelaar is.

Alleen de rechts-populistische FPÖ vond het plan onzin, en bovendien heiligschennis voor een stadion dat een prestigeproject was van Jörg Haider, de rechtse politicus die in Oostenrijk even omstreden als aanbeden was en die in 2008 niet ver van Klagenfurt omkwam bij een auto-ongeluk.

En alsof de duivel ermee speelt, voetbalt de regioclub Wolfsberger AC dit jaar tot ieders verrassing in de Europa League. Normaal gesproken hadden ze hun thuiswedstrijden in Klagenfurt gespeeld, maar nu moeten ze uitwijken naar Graz. 

Reden genoeg voor de plaatselijke FPÖ om hun aanhang op te roepen met ‘degelijke kettingzagen’ richting het stadion te trekken om het bos te vellen. Dat gebeurde niet, maar Littmann wordt op straat in Klagenfurt regelmatig uitgescholden en is zelfs een keer tegen de grond gewerkt. “Gewoon kleingeestig, provinciaal gedoe”, wuift hij het incident gedecideerd weg.

Andere kritiek op het bos komt van ecologische scherpslijpers die erop wijzen dat het niet zo duurzaam is om 299 bomen met vrachtauto’s te vervoeren. Hen wijst Littmann er altijd op dat de bomen na de tentoonstelling rond de stad zullen worden geplant.

“Maar wat ik in dit kader vooral belangrijk vind, is dat mensen zich herinneren dat For Forest kunst is – géén activisme.” Dat hij het bos niet aangelegd heeft als statement tegen de klimaatverandering, in elk geval niet alleen daarom.

Het bos van Littmann, verlicht door de schijnwerpers van het stadion. Beeld UNIMO

Zo loopt er voor Littmann ook een directe lijn tussen zijn stadionbos en het werk 7.000 eiken van Joseph Beuys, een van die ‘sociale plastieken’. Voor de Documenta van Kassel, jaargang 1982, liet hij zevenduizend basaltblokken op een plein in de Duitse stad storten. Elke keer dat iemand vijfhonderd mark betaalde voor het planten van een nieuwe boom in de stad, mocht een basaltblok worden weggehaald.

Net als Beuys wil Littmann laten zien dat kunst niet losstaat van het dagelijkse leven. Daarom vraagt hij ook geen entree, al had het best goed in het concept gepast als mensen voor het zien van het bos in het stadion ook een symbolisch bedrag hadden moeten neertellen.

Het publiek dat het Wörthersee-stadion binnendruppelt, voorbij aan de bewakers in gele hesjes die de motorzagen van de FPÖ buiten de deur moeten houden, is een mengeling van kunstkenners, volgens Littmann “op de terugweg van de Biënnale van Venetië”, en nieuwsgierige inwoners van Klagenfurt. In die laatste categorie valt een groepje trainingspakpubers dat een jolig stadionlied aanheft en ongemakkelijk stilvalt als ze een salvo dodelijke blikken toegeworpen krijgen van andere bezoekers.

Om de zoveel tijd klampt iemand de kunstenaar aan om te vertellen hoe het bos hem ontroert. “Uw werk verzoent me met dit vreselijke stadion”, zegt een oudere vrouw met betraand gezicht. “Zo prachtig!”

Monoculturen

Vooral vanaf de bovenste tribunes lijkt het bos ontroerend kwetsbaar. Het genereert een alles-van-waarde-is-weerloos-gevoel. “Ik ben ervan overtuigd dat kunst het enige middel is om maatschappelijk nog iets in beweging te brengen”, zegt Littmann.

Dus toch activisme? Glimlachend: “Nu ja, ik ben door dit project wel meer een Öko geworden dan ik had gedacht, ik heb zo veel over bomen geleerd.” Öko is een spotnaam voor milieubewuste natuurliefhebbers uit het geitenwollensokkencircuit. 

Opeens ziet hij dat de bossen die op de berghellingen rond het stadion staan allemaal monoculturen zijn, opeens beseft hij elke keer als hij ergens een bos ‘in het wild’ ziet, hoe noodzakelijk natuur is voor de mensheid. “Ik denk dat mijn volgend project over de noodzaak van water gaat.”

Dan rest toch de vraag of Littmann For Forest nu wel of niet als een voorafspiegeling van de toekomst ziet. “Ik sluit het absoluut niet uit. Ik vind het nu realistischer dan dertig jaar geleden.”

Klaus Littmann Beeld Emmanuel Fradin

Klaus Littmann: For Forest - The Unending Attraction of Nature, t/m 27/10, Wörthersee-stadion Klagenfurt.

Klaus Littmann

Klaus Littmann werd in 1951 in het Zwitserse Lörrach geboren, studeerde aan de kunstacademie in Düsseldorf, onder andere bij Joseph Beuys. Daarna vestigde hij zich in Basel als zelfstandig kunstenaar, kunstmakelaar en organisator van tentoonstellingen. Vooral in die laatste hoedanigheid was hij succesvol en werkte hij samen met onder anderen Christo, Keith Haring en Jean Tinguely. Tussendoor kwam hij elke paar jaar met eigen projecten, die hij ‘interventies in de publieke ruimte’ noemt. In 2002 werd Littmann bekroond met de Kunstprijs van Basel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234