Zondag 22/09/2019

Strips Suster en Wiebke

In deze ‘Suske en Wiske’-parodie zit Lambik op Grindr en Wiske op de Rode Ridder

Pagina uit ‘Het dertigersdipje’ van ‘Suster en Wiebke’. Beeld RV

Suster en Wiebke, heten ze. Hij is samen met een concurrerend strippersonage, zij kan haar overleden vriend niet loslaten: Johan de Rode Ridder. En Lambik? Die doet het, als hij al niet op Grindr zit, met vluchtelingen. Volgende week verschijnt met Het dertigersdipje de – volgens auteur Tom Bouden – ‘braafste’, maar ook beste parodie op Suske en Wiske.

Lambik die flirt met jonge viriele Oegandezen, Wiske die maar wat graag het bed deelt met Johan De Rode Ridder, Rikki die naam maakt als crimineel of Jerom die anabole steroïden spuit.

Het dertigersdipje is het tweede album in de Suske en Wiske-parodiereeks De ware wereld van Suster en Wiebke. Tom Bouden, die al jaren tekent en schrijft aan de strips van F.C. De Kampioenen, bracht er in 1994 in eigen beheer een eerste deel van uit. 25 jaar later polste Borgerhoff & Lamberigts hem naar een vervolg.

“Daarin heb ik de hoofdpersonages laten verouderen”, begint Bouden (47). “Ik ben zelf ouder geworden. Als mens, maar ook als stripmaker. Inhoudelijk zijn die personages dus mee veranderd. Ik kreeg ook een andere smaak en gevoeligheid. In Het dertigersdipje vind je daarom wat meer melancholie terug. Het mag misschien vreemd klinken, maar terwijl deel één een parodie was, zijn de personages in dit vervolg wat meer vlees, meer bloed geworden, alsof het in al die jaren eigen karakters zijn geworden.”

Hoe de liefde te verkloten

Rode draad in het verhaal: de liefde. Hoe ze vast te houden, hoe ze los te laten en vooral: hoe ze te verkloten. Er zit hopen eigen materiaal in, grinnikt Bouden. “Normaliter wilde ik ergens in de colofon de vermelding dat het allemaal op ware feiten is gebaseerd. Hetzij eigen ervaringen of anekdotes, hetzij die van vrienden en kennissen, hetzij losjes gebaseerd op krantenartikels die ik jaren geleden al voor dit verhaal begon te verzamelen. Dat Lambik relaties aangaat met asielzoekers, bijvoorbeeld. Dat overkwam drie van mijn vrienden, dus het was vanzelfsprekend dat dat in het scenario moest. Wat ik rond me zie en hoor, gebruik ik erg graag in mijn verhalen. Suske die verdoofd wordt door aan de borsten van een passante te ruiken, en vervolgens beroofd wordt, dat is blijkbaar ooit iemand overkomen. Net als Suske die zijn ex laat komen om te vrijen, niet beseffend dat zijn lief op dat moment in de woonkamer een verrassingsfeestje organiseert met familie en vrienden.”

Pagina uit ‘Het dertigersdipje’ van ‘Suster en Wiebke’. Beeld RV

Fervente Suske en Wiske-lezers hebben er in één ruk een uitdaging bijgekregen om alle pagina’s te doorploegen. Op zowat elke pagina staat minstens één referentie naar een Suske en Wiske-album. Zo passeert Sidonia nietsvermoedend een café met de naam De zwarte zwaan of waspoederreclame aan een bushokje (Het witte wief) of een bronzen beeld dat wel lijkt losgekomen te zijn van de cover van Het brommende brons. Ook in de dialogen is het speuren naar de knipogen, zoals Lambik die schouderophalend herinningen ophaalt aan zijn prachtige Pjotr die moet terugkeren naar zijn thuisland Chocowakije. Bouden: “Ik heb ze geteld: in totaal kom je aan 65 verwijzingen, gemiddeld 2 per pagina. Ontzettend leuk om te doen.”

Prostituee

Geen enkele Vlaamse stripreeks is vaker geparodieerd dan Suske en Wiske. De glunderende gluurder en De keizerkraker, beide uit 1982, waren misschien wel de opvallendste. De eerste was een pornostrip waarin alle gezinsleden het met elkaar deden, de tweede zette kraakpanden in Amsterdam centraal. Sidonia ging er aan het werk als prostituee. In Vooruit, de voorloper van deze krant, bracht Kamagurka met Bob Plagiaat misschien wel de meest absurde parodie ooit. Onder meer Lambik wierp er, naast De Smurfen en Nero, zijn licht op strips die de dag ervoor in De Standaard waren verschenen, gekopieerde stripplaatjes incluis.

Ook razend populair: parodies van Suske en Wiske-covers. Net na de eeuwwisseling misbruikte Vlaams Blok/Vlaams Belang de covers van De poenschepper en De wilde weldoener, terwijl ook Mao Magazine tot drie keer toe uitpakte met covers waarop onder meer Wiske een abortus onderging of Lambik en Jerom zich in lingerie en leer drapeerden. Zowel de uitgeverij als de erven waren not amused.

“Tegenover al dat geweld is mijn parodie de braafste ooit, hoor”, grijnst Bouden. “Alles is volledig wettelijk, want ik weet intussen wat wel en niet mag. Wat niet mag? Een parodie waarin je het fysiek van de personages gedetailleerd overneemt of een album dat de lezer in verwarring zou brengen alsof ze een écht Suske en Wiske-album zouden kopen. Dat is niet het geval, al is de typografie van de titel misschien wel hetzelfde. Ach, het is eerder een hommage aan Vandersteen dan een parodie. Ik weet het, dat zeggen ze allemaal, maar het is wel waar.”

Pagina uit ‘Het dertigersdipje’ van ‘Suster en Wiebke’. Beeld RV

Persoonlijk is hij op de eerste Suster en Wiebke uit 1994 nooit aangesproken. “Wat eigenlijk best raar is”, grijnst hij. “Ik heb Marc Verhaeghen en Paul Geerts (de vorige Suske en Wiske-tekenaars GDW) er ooit naar gevraagd, maar ze zeiden het niet te kennen.”

Over een vervolg denkt hij nog niet na. “Over enkele jaren ben ik zelf vijftigplusser, misschien dat ik dan ervaar waar een midlifecrisis voor staat. Ja, dán krijgen Suster en Wiebke er gegarandeerd ook eentje.”

Suster en Wiekbe is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234