Dinsdag 12/11/2019

Class of 2000

In de zomer van 2000 leerde Sigur Rós de wereld wat verstilling is: "Sluit de ogen en je ziet IJsland"

Ágætis byrjun Sigur Ros Beeld RV

In de late lente van 1999 verscheen in IJsland Ágætis byrjun, de tweede langspeler van een groep waarvan amper iemand gehoord had. Twee zomers later wist de wereld wat verstilling is. Ook België ging voor de bijl. Sigur Rós betoverde Pukkelpop en overweldigde de AB. 

“Maandagavond is op popgebied de 21ste eeuw begonnen.” Ja, bovengetekende schuwde op 8 november 2000 in deze krant de grote woorden niet. Met reden: twee dagen eerder had het IJslandse kwartet Sigur Rós een overweldigend concert gegeven in de tot sprookjesachtige theaterzaal omgeturnde AB. Het was de definitieve consecratie van een groep waarvan een half jaar eerder buiten IJsland amper iemand gehoord had.

Hoewel 2000 het jaar was waarin Radiohead zich heruitvond met Kid A, Lambchop de country met Nixon een nieuw gelaat gaf en Godspeed You Black Emperor! de ufo Lift Your Skinny Fists Like Antennas to Heaven lanceerde, was het uiteindelijk het jaar van Sigur Rós. Dankzij een plaat die niet eens van 2000 dateert. Want Ágætis byrjun, de tweede langspeler, werd al in de late lente van 1999 door het IJslandse label Smekkleysa uitgebracht. Pas ruim een jaar later volgde via Fat Cat de internationale release.

Daarna ging het oerend hard voor zanger-gitarist Jón Þór Birgisson (aka Jónsi), bassist Georg Hólm, drummer Orri Páll Dýrason en Kjartan Sveinsson, de toetsenist die de band in 2013 verlaten heeft. Allerwegen diepten de recensenten de superlatieven op om Ágætis byrjun te beschrijven.

Intimistische grandeur

Dirk Steenhaut, toenmalig muziekjournalist van De Morgen, herinnert zich nog helder de kennismaking met Ágætis byrjun. “Het is een ongrijpbare, etherische plaat. Dat heeft met Jónsi te maken. Diens androgyne stem klinkt als een kruising tussen een koorknaap en een castraat. Voorts bespeelt hij zijn gitaar met een cellostrijkstok, wat ik niet meer heb gezien sinds Led Zeppelin. De muziek klinkt als een mix van Arvo Pärt en My Bloody Valentine: intimistisch zij het toch met een zekere grandeur.”

Ook Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, ging meteen overstag. “Op basis van één single heb ik beslist om de groep te boeken. In de grote zaal. Ik ben nochtans een voorzichtige programmator. Je gaat mij niet horen beweren dat ik wíst dat ze groot zouden worden – zulke voorspellingen zijn onzin.” Toen dacht hij nog dat het de Belgische première zou worden, maar de werkelijkheid haalde hem in. Sigur Rós debuteerde op vrijdag 26 augustus op Belgische bodem tijdens Pukkelpop. Tijdens de stille passages, deels overstemd door de elektrorock van Rinôçérôse op een belendend podium, slaagde het kwartet er toch in de Club-tent vol te zuigen. Steenhaut, die in de frontstage stond: “Het was een bijna mystieke ervaring.” Drie weken later, in september, opende Sigur Rós twee avonden na elkaar voor Radiohead in Werchter. “Dat was zelfs nog meer bezwerend.”

Overbergh: “Ik vind dat ze een rolmodel zijn voor veel groepen.” De invloed gaat volgens hem een stuk verder dan de popmuziek. “Je hoort het ook in de neoklassieke muziek, vooral dan qua klankkleur. Denk aan Nils Frahm en Ólafur Arnalds.” Madonna en David Bowie outten zich meteen als fan, en de golfslag van Ágætis byrjun zou nog lang doorwerken.

Stiltes tussen de noten

Vraag maar aan Kevin Imbrechts, de man achter Illuminine, op het snijpunt van postrock en neoklassiek. In april was hij in IJsland om er zijn derde, in november te verschijnen, cd te mixen. Het is de derde maal op rij dat hij neerstrijkt in Sundlaugin, de in een omgebouwd zwembad gesitueerde studio van Sigur Rós in Mosfellsbær, in de schaduw van Reykjavik. De invloed van Ágætis byrjun op hem kan amper overschat worden.

“In 2008 speelde Sigur Rós, een band die ik toen niet kende, bij valavond op Rock Werchter. Ze openden hun set met 'Svefn-g-englar' en ik was meteen verkocht. Het was een van mijn meest intense muzikale ervaringen; een nieuwe wereld ging open. Ik krijg er nog kippenvel van. Ik ben uiteraard op zoek gegaan naar hun muziek. Ágætis byrjun is met voorsprong mijn favoriet, voor mij een van de belangrijkste platen ooit.”

“Ik was het gewend om naar echte songs te luisteren. Sigur Rós daarentegen brengt heel sfeervolle muziek, werkt heel hard op de klankkleur, de liedjes wijken af van bekende structuren en Jónsi zingt onverstaanbare lyrics – een ongehoorde combinatie. Ze hebben me getoond dat muziek ook ingetogen mag zijn.” Overbergh: “Ze hebben ons de kracht van de verstilling leren kennen.” Steenhaut: “De stiltes tussen de noten zijn bij Sigur Rós even belangrijk als de noten zelf. Hoewel de groep soms heel overweldigend en symfonisch klinkt, beheerst ze de kunst van het weglaten tot in de puntjes.”

Imbrechts: “Ik speelde toen met mijn oude band noisy rock, maar op mijn slaapkamer knutselde ik aan muziek waaruit later Illuminine gegroeid is en dat leek qua sfeer sterk op Sigur Rós. Ze hebben me de moed gegeven om door te zetten.”

Hooplands

Ten tijde van Ágætis byrjun, maar ook geregeld daarna, stond in bijna elke recensie dat de muziek van Sigur Rós het IJslandse landschap reflecteert. Imbrechts: “Dat is subjectief, maar ja: de openheid en het mysterie van de muziek vind ik terug in het landschap.” Steenhaut, die al een dozijn keer op het eiland geweest is: “De verleiding is groot om dat te beamen. Ik heb Jónsi de vraag ooit gesteld. Hij antwoordde: “Uiteraard, als we in Manhattan waren opgegroeid zouden we totaal andere muziek maken.” Nu ja, er zijn evenveel IJslandse groepen die heel anders klinken en bijvoorbeeld reggae of metal spelen. Het is geen vanzelfsprekendheid.” Overbergh, nog zo’n reguliere IJsland-ganger: “Het is een ongelooflijk cliché, maar er zit soms veel waarheid in clichés. Leg Ágætis byrjun op, sluit je ogen en je ziet IJsland.”

Over de teksten van Ágætis byrjun (IJslands voor “een goed begin”) heerste aanvankelijk enige verwarring. Toen circuleerde het idee dat Jónsi in een zelfgemaakte taal zong, het Volenska of Hooplands. Maar op bijna alle platen, dus ook Ágætis byrjun, hanteert hij meestal het IJslands. Sporadisch, en bij uitzondering ook op het hele derde album ( ), hanteert hij het Hooplands. Steenhaut: “Het is niet eens een taal, maar een opeenvolging van klanken, een manier om aan een taal te ontsnappen. (lachend) Niet dat wij in 2000 het onderscheid konden maken.”

Georg Hólm verklaarde in De Morgen ooit dat niet-IJslanders hen vaak vertelden dat ze de songs begrepen. “Iedereen komt weliswaar bij wat anders uit, waardoor je kunt stellen dat de luisteraars in het creatieve proces participeren. Zo wordt onze muziek een deel van hen en is een plaat per definitie een onafgewerkt product. Pas als iemand ernaar luistert is ze af.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234