Maandag 20/05/2019

Interview Hendrik Willemyns

‘In ‘De Wereld Draait Door’ moet je je hit tot één lamlendige minuut herleiden. Dan ben je een hoer’

Beeld Thomas Sweertvaegher

Hendrik Willemyns (48) van Arsenal bracht net een dichtbundel uit en releaset straks zijn bijhorende tweede film Birdsong. Daarin zet hij de muziekwereld neer als een donkere plek vol hoeren, haaien en wolven. ‘Hoe ouder ik word, hoe meer chaos ik nodig heb om het interessant te houden.’

“Gelukkig is De Morgen niet het parochieblad”, grinnikt Hendrik Willemyns na een uurtje. Met een aan manie grenzende gedrevenheid onderhoudt hij ons over zijn nieuwste project. Onder de noemer Room Of Imaginary Creatures bracht hij net een dichtbundel uit met bijdrages van bevriende muzikanten en dichters, en op 31 mei gaat zijn film Birdsong in première. De thema’s dood, zelfmoord, prostitutie en seks komen genereus aan bod. “Wat is seks, wat is muziek, wat is prostitutie? Overal waar creativiteit is, hangt seks in de lucht.”

Met Dance! Dance! Dance! maakte Hendrik Willemyns in 2014 al een dromerige film over een Japanse dj, die op een absurde, maar bestaande wet botst die mensen verbiedt te dansen. Birdsong ligt in eenzelfde magisch-realistische lijn, maar is harder, rauwer en verenigt muziek en prostitutie.

Birdsong gaat over prostitutie, maar eigenlijk nog meer over in een kooitje vastzitten en willen wegvliegen.

“Klopt. Een jonge vrouw zit vast in de structuur van haar leven. Ze doet de nachtshift als schoonmaakster in Tokio. Wanneer ze thuiskomt, vertrekken haar man en kind dus respectievelijk naar het werk en de school. Ze droomt er evenwel van om muzikant te worden. Muziek ís dromen en escapisme, natuurlijk. In een park ontmoet ze een louche manager, het soort dubieuze managers dat ik doorheen de jaren ook ben tegengekomen. En het ergste is: ze menen het meestal niet eens zo slecht. Ze zijn gewoon geen knip voor de neus waard. (lacht) In een wereld van dromers komen zulke roofdieren natuurlijk met veel weg.

“Soit: die smiecht van een manager brengt haar in contact met een artiest die zelf aan lagerwal is geraakt. Hij coacht haar om mee te doen aan een talentenshow à la The Voice, maar vraagt zo’n buitensporig hoog bedrag voor zijn diensten, dat ze in het prostitutiecircuit belandt. Dat bestaat al een eeuwigheid in Japan: de geisha’s en oiran – gezelschapsdames en prostituees - werden vroeger opgeleid om muziek te spelen en gedichten te schrijven.”

Vind je het hoofdpersonage in Birdsong naïef?

“Ik neem geen standpunt in, maar heb wel een oordeel over talentenjachten als The Voice. Doodzonde vind ik die, maar helaas bestaan er vandaag amper nog alternatieven om het te maken. Toen wij in 1999 met Arsenal begonnen, stonden we nog nét aan de goede kant van de geschiedenis. Vandaag lijkt iets als The Voice het enige toneel waar mensen hun talent in kunnen tonen, en dat is dramatisch.”

Tv-shows zijn meestal niet de weg naar succes, bedoel je.

“It’s a long way to the top if you wanna rock and roll. Zulke programma zijn de easy way, een shortcut, maar ook een doodlopend straatje. VTM doesn’t give a fuck, en dat kan je hen niet eens kwalijk nemen: als zender is dat hun taak ook helemaal niet. Het is een commercieel vehikel. De jury­leden, dát zijn in mijn ogen de vampieren van dienst. Bart Peeters en Alex Callier: die zuigen de dromen van die kandidaten leeg, want het verhaal draait eigenlijk om hén. Bij de aankondiging van een nieuw seizoen krijg je enkel de jury te zien. De kandidaten worden tot een figurantenrol veroordeeld.”

Een van hen staat vandaag bij jou op het podium, als zangeres voor Birdsong.

“Ik neem Paulien (Mathues, gva) niet kwalijk dat ze in die val trapte. Ten tijde van die eerste seizoenen wist niemand hoe het voor de winnaars zou aflopen.”

Voel je medelijden met de protagoniste in je film?

“Ik heb wel met haar te doen, maar tegelijk neem ik ook mijn hoed voor haar af, want ze jaagt haar droom na. In het Westen vinden we haar keuze om zich te prostitueren wellicht allemaal verfoeilijk. Maar prostitueren we ons niet allemaal dagelijks? Zij die er het meest van overtuigd zijn dat niet te doen, doen het ongetwijfeld net wél. Prostitutie is voor mij: in ruil voor geld iets intiems delen. Dat doet een psycholoog, therapeut, dichter of muzikant óók. Een masseuse of prostituee doet dat met haar vlees, anderen met kunst of hun geest.”

Heb je zelf ooit in de rosse buurt geflaneerd?

“In de huid kruipen van iemand die intimiteit tegen betaling offreert, vond ik bijzonder interessant. Maar de oneerlijke wereld van het red light district zélf interesseert me geen hol. Ik ben wel eens met vrienden in zo’n bar beland waar een griet op je schoot komt zitten, daar komt geen oprecht woord uit. Dat begrijp ik wel, hoor: die meisjes trekken een levensgrote muur van beminnelijkheid op om zichzelf te beschermen. De echte intimiteit houden ze voor hun eigen leven.

“Prostitutie vind ik niet vies. In Birdsong speelt er trouwens een Japanner mee die na zijn muzikantenbestaan zelf in die sector is gestapt. Hij is zelfs pooier geweest. Die jongen sliep met mannen en vrouwen, of dook met iemands vrouw in bed terwijl de man stond toe te kijken. Daar sprak hij zonder enige gêne over.”

Gaan Japanners niet heel gecrispeerd om met seksualiteit? Een groot deel van de mannen blijft maagd tot na zijn veertigste. En tegelijk leeft de industrie van seksrobots en gebruikte-slipjes-uit-een-automaat op.

“Dat zijn randverschijnselen, gesneden koek voor Louis Theroux. (lacht) Maar kort door de bocht: Japanners kunnen hét gewoon niet zo goed. Dat zie je al aan hoe ze dansen. You dance like you fuck. (lacht) Ook in de poëtische zin dansen ze slecht: het zijn geen knuffelaars, en ze leven zo overgestructureerd dat ze moeilijk aansluiting vinden met het andere geslacht. Als een Afrikaanse vrouw naar je kijkt, zie je het rood van vuur. Bij een Japanse vrouw is dat vaak koud blauw. Maar ze zijn er wel degelijk mee bezig, hoor. Zo zou je in Japan meisjes kunnen contacteren via een site die Dead Balls heet, vernoemd naar een honkbalterm. Die meisjes zijn minder aantrekkelijk, maar ook goedkoper. Daar werd met gemak over gepraat.”

Hendrik Willemyns. Beeld Thomas Sweertvaegher

Wanneer wordt een muzikant een hoer?

“Met Arsenal speelden we wel eens bedrijfsfeesten – een groot taboe onder muzikanten, hoewel iederéén het doet. Wij waren ooit in de running voor zo’n big company, tot ze ineens beslisten om er meteen een reclamefilmpje aan te breien. Dat ging voor mij te ver. Ik wilde wel hun prostituee zijn, maar geen pornofilm met hen draaien. Op die uitspraak is de deal ook afgesprongen. (grinnikt) Dat snap ik: muziek is gratis geworden en er is te veel aanbod. Ze kunnen zo een andere act vinden die zijn hand niet omdraait voor hoererij. Met Arsenal hebben we op vlak van commercie gelukkig nooit echte compromissen moeten sluiten. Ik was bijna dertig toen Arsenal succes begon te krijgen. Op die leeftijd ben je beter gewapend. Hadden ze me op mijn zeventiende, toen ik net met muziek begon, verteld dat ik met de baas naar bed zou moeten om een platencontract te versieren… ik had het vast wel gedaan. Dat klinkt een beetje hoerig, maar ik had er álles voor over om muziek te maken.”

De film Lost in Translation gaat over een acteur die zich ‘prostitueert’ door in Japan een reclamefilmpje op te nemen. Nu is dat normaal. Moet een artiest zich daar nog voor schamen? 

(Willemyns gniffelt en wijst: iets verderop zit een bekende Vlaamse acteur die een reclamefilmpje maakte, waarmee video’s op YouTube ingeleid worden, gva) “Ik wil niet heiliger dan de paus klinken, maar over elke beslissing op je pad moet je verdomd goed nadenken. In De Wereld Draait Door moeten artiesten hun hit van het moment tot één lamlendige minuut herleiden: fuck you, gasten! Dan ben je een hoer. Daarom heb ik ook De laatste show geweigerd: op die manier wilde ik Arsenal niet presenteren. Maar toen kon je je dat als artiest nog permitteren. Nu moet je blij zijn met álle aandacht die je krijgt, tenzij je Roméo Elvis of Angèle heet. Die twee passen op de cover van elke weekendbijlage: perfect gestyled en ze voldoen precies aan ieders verwachtingen. Roméo Elvis? (imiteert vlekkeloos) ‘Aaaah, je suis bourré!’ En dan heb je zijn zus Angèle: zo’n schattig meisje. Wie houdt daar niét van? Dat is jeugdigheid, speelsheid, chaos.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Je hebt het de laatste jaren opvallend vaak over chaos.

“Vroeger was de dialectiek van Hegel mijn stokpaardje: these en antithese. Maar de laatste drie jaar is de balans tussen chaos en structuur voor mij steeds belangrijker geworden. Japan heeft dat losgeweekt. Dat land is eigenlijk mijn laboratorium: ik wandel er heel veel alleen rond, en door Japanners te bekijken, snap ik mezelf en mijn connectie met anderen hier beter. Ik word er slimmer van.

“Ik ben er instinctief van overtuigd dat alles tot chaos en structuur te herleiden is. In de kunst, en bij uitbreiding het leven. Te veel chaos is onwerkbaar, te veel structuur is sáái. (lacht) Hoe ouder ik word, hoe meer chaos ik nodig heb om het interessant te houden.”

Dat zoeken mannen met een midlifecrisis meestal in een jonge minnares of een motor. Jij in een film?

“Misschien wel. De oude, uitgerangeerde muzikant die een jong poepke in zijn bed wil krijgen in Birdsong: dat ben ik. Of beter gezegd: dat had ik kunnen zijn. Die midlifecrisis heeft mij een paar jaar geleden overvallen. Jonge meisjes leken ineens een onuitputtelijke bron van chaos, van iets onverwachts en spannends. Dat had ik nooit zien aankomen. Dat heeft met DNA te maken, denk ik. Díé vrouw zou mijn kind kunnen dragen, denk je onderbewust, terwijl de vrouwen van mijn leeftijd dat vaak niet meer kunnen. Nu heb ik die chaos weer onder controle, maar daar heb ik toch even mee geworsteld.”

Heb je fouten gemaakt?

“Ik heb het allemaal empirisch onderzocht, laten we het daarop houden. (grinnikt) Ik héb fouten gemaakt, maar die waren niet zozeer seksueel. Ik voelde me aangetrokken tot mensen met wie ik over poëzie, literatuur en muziek kon praten. Wat mogelijk ook meespeelde: mijn vader – een viriele turnleraar – heeft zijn gezin verlaten toen hij 45 was, voor een twintig jaar jongere vrouw. Je ouders zijn je spiegel, hè.”

Was dat twee jaar geleden, toen je zelf 45 werd, ook voor jou een verlokking?

“Bij mij was 45 worden eerder mijn tweede puberteit. En neem het van me aan: ik had een héle zware puberteit. Ik ben zelfs buitengevlogen op school, terwijl mijn beide ouders lesgaven. In mijn familie was ik het zwarte schaap. Maar mijn gedrag was een uitlaatklep voor de situatie thuis: mijn vader was ervandoor met een jongere vrouw, en liet mijn moeder in een depressie achter. Cliché eigenlijk. Het begin van elke Amerikaanse tienerfilm. Of horrorfilm. (lacht) Wat me heeft gered, was het besef dat ik in een transformatie zat. Anders was het mogelijk slecht afgelopen.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Iets meer dan een jaar geleden - na het afwerken van deze film - maakte je een zware val met de fiets. Heeft die ervaring je veranderd?

“Die val was een combinatie van stress en onhandig gedoe met kerstcadeaus. (lacht) Het ene moment haastte ik me naar de school van mijn zoon, het volgende moment werd ik wakker in het ziekenhuis. Oogkas gebroken, ribben gebroken, tanden uit… Kennelijk was ik met mijn knie tegen de cadeaus gestoten, waardoor ik tegen het asfalt ben geslagen.

“Door een mild hersentrauma kon ik ineens mijn impulsen niet meer beheersen. Ik wist niet meer wie ik was, had geen controle meer over wat ik zei en deed. Op een avond een fles wijn drinken was nooit een probleem, maar plots wist ik de volgende ochtend niet meer wat ik had uitgevreten: pure black-out. Dan bleek ik bijvoorbeeld heel grof te zijn geweest tegen mensen die me onwaarschijnlijk dierbaar zijn. Ik maakte mezelf bang: wat als ik mijn vrouw in zo’n toestand ineens zou slaan? Gelukkig heb ik intussen een zekere rust herwonnen. Véél praten met mijn dokter hielp.

“Sinds die bewuste val lijkt het alsof in mijn hoofd alles meer door mekaar loopt. Soms is dat beangstigend en op andere momenten zorgt dat net voor een creatieve opstoot. Voor het eerst in mijn leven heb ik bijvoorbeeld zelf een gedicht geschreven (voor zijn poëziebundel bij Birdsong, red.). Dat leek me alleen maar eerlijk, aangezien ik ook anderen vroeg om zich bloot te geven. Ik moest dus net zo goed in mijnen bloten durven gaan. Dat gedicht is mijn eerste kwakje. ”

Er zit een opmerkelijke stilistische lijn in die dichtbundel. Hoe slaagde je erin alle muzikanten en dichters die eraan meewerkten strak in het gareel te houden?

“Ik heb effectief pointers gegeven: beschrijf mij een gedicht vanuit het standpunt van een prostituee. En beschrijf mij een metafoor van een klant of een situatie. Bij voorkeur moesten de gedichten ook beginnen met ‘My visitor…’. Een aantal dichters dacht: fuck you, Hendrik. Ik doe wat ik wil. Ook goed, hoor.”

Opvallend veel gedichten zijn heel teder of net mechanisch. Ranzigheid of expliciete seks wordt zelden uitgespeeld.

“Het puur pornografische interesseerde me ook niet zo. Ik veroordeel de klant niet. Vier of vijf keer begon een gedicht met ‘My visitor is a wolf’, vooral bij mannelijke dichters. Die piste interesseerde me minder.”

Arsenal-gastzanger Johnny Whitney vind ik de topper in je bundel, met zijn gitzwarte metaforen.

“Volgens hem is dit het meest creatieve wat hij ooit heeft gedaan. Nooit eerder was hij op zo’n donkere plek geweest. Je voelt dat ook… Zijn gedicht lééft. Johnny Whitney (van The Blood Brothers, red.) was trouwens de motor voor heel wat van mijn projecten. We schreven lange tijd brieven naar elkaar, waarin we in de vorm van kortverhalen over muziek en muzikanten fantaseerden.

(denkt na) “Weet je, toen ik Johnny contacteerde om in Arsenal te zingen, was hij afwasser om te kunnen overleven. He hit rock bottom. Jarenlang met verschillende bandjes getourd, en op het eind van de rit hield hij niets over: geen diploma, alleen een muziekgroep die kapot was gegaan. Dat is een gevaarlijke droom, wanneer die zo plots kapot spat. Maar met het bedrag dat Arsenal hem betaalde om een nummer in te zingen, kon hij zich tot programmeur omscholen. En nu werkt hij voor Netflix, dat hem helaas helemaal inpalmt. Jammer van zo’n groot talent, eigenlijk.”

Uiteengespatte dromen, daar kun je met Arsenal over meespreken.

“Mijn god, ja. (imiteert snikgeluid) Nee serieus: elke band, élke band, heeft vroeg of laat zijn koers gevaren. En dan stopt het, dan is het op. Zelfs bij Radiohead zal dat ooit het geval zijn: hoe lang kan Thom Yorke nog ‘I’m a creep, I’m a weirdo’ geloofwaardig brengen? Na Furu (uit 2014, red.) leek Arsenal in mijn gedachten op sterven na dood. Dat gevoel werd in het artwork weerspiegeld: twee verdrinkende mensen.”

Jij bent ook in het zwarte gat gevallen, vertelde je me onlangs.

“De film Dance! Dance! Dance! was zo’n zwaar risico, financieel en emotioneel, dat er bij het succes van de première honderd kilo van me afgleed. Toen merkte ik dat ik te diep was gegaan. Na het oorverdovende applaus, zei iets ‘krak’. En vervolgens ben ik in mijn hoofd volledig ontspoord. Dat was rond 2014. Het begin van mijn midlifecrisis, zeg maar. Het was een madness die ontketende. Gelukkig zijn we daaruit geraakt: Arsenal is nooit zo goed geweest als vandaag. En ik ben nu al volop bezig met het volgende project. Daar zal John Roan (de andere helft van Arsenal, red.) een belangrijke rol in spelen. Sinds die laatste meltdown laat ik me niet meer vangen: het zwarte gat lonkt alleen wanneer ik geen projecten meer in de steiger heb staan. Bezig blijven is de boodschap, tot mijn laatste zucht.”

Houdt de dood je bezig?

“Sinds mijn val meer dan ooit. Vroeger dacht ik wel eens aan zelfmoord, maar dat was als het ware vrijblijvend. En maar goed ook: wat als ik zo’n noodlottige keuze had gemaakt, en ik dit allemaal niet meer kon meemaken? Ik vind ook dat ik er móét zijn, al was het maar voor mijn kinderen. Zoiets kun je aan een kind niet uitleggen. (droog) En zéker niet als je dood bent. De dood schrikt me wel minder af dan ik had gedacht. Een Japanse kunstenares die in mijn film te zien is, beweerde dat ze elke dag aan zelfmoord denkt. Ik snap dat wel, het flirten met de dood en dat niet eens erg vinden.”

Je werd er de laatste tijd meer mee geconfronteerd dan eens mens lief is.

(zucht) “Drie gastzangers van Arsenal zijn op korte tijd gestorven, Grant Hart van Hüsker Dü, Shawn Smith en Mario Vitalino Dos Santos. Het is een teken dat je oud wordt, wanneer de dood naast je gaat lopen.

“Shawn had diabetes. Ik hoorde dat veel Amerikanen het moeilijk hebben om de broodnodige insuline te betalen, omdat de prijs het laatste jaar drastisch omhoog is gegaan. Zonder sociaal vangnet ben je in Amerika dan een vogel voor de kat. Dat zou zijn dood kunnen betekend hebben.

“Deal with it: dat is onze opdracht in het leven. Dans rond de dood. Alles beweegt, en alles sterft. Let it go. Ik weiger te veel achterom te kijken: zo spannend als vandaag is het nog nooit geweest.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Iets onschuldigers om af te sluiten: ik liet me vertellen dat je het liefst in bad leest. Dat lijkt me zo... bedaard voor jouw doen.

(lacht) “In Japan nam ik tot drie keer per dag een bad. Mijn lichaam krijgt een flash wanneer ik in dat warme water stap. Zo intens dat het mijn geest… opent. Een perfect ogenblik om boeken te lezen. Vandaag zijn dat niet zozeer romans, maar boeken over wiskunde, scheikunde of poëzie. Ik ga niet in bad om mijn geest rust te geven, want dat hoofd blijft toch altijd maar malen. Dan kan ik er beter iets mee dóén. In Tokio ging ik ’s nachts ook het liefst alleen wandelen, omdat ik dan het best kon nadenken. 

“Mijn lichaam blijkt vandaag wel minder sterk dan mijn geest: ik probeer daarom niet te veel te drinken. Af en toe moet het, om wat chaos toe te laten. Maar balans is alles. De laatste keer dat ik een maand alleen in Japan zat en iets te zwaar aan het boemelen was, zat ik in een bar en wilde ik schrijven. Het enige wat ik die avond in mijn notitieboekje heb genoteerd, was: John is the walrus. (lacht) Toen wist ik: het is weer even goed geweest, Hendrik.”

De tour van het filmconcert Birdsong start op 31/5 in de Bourla in Antwerpen. De poëziebundel Room of Imaginary Creatures ligt nu in de winkel. arsenal-music.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.