Dinsdag 22/10/2019

Recensie Boeken

In de nieuwe roman van Stefan Brijs blijf je op je honger zitten ★★✰✰✰

‘In zijn drang om ‘Zonder liefde’ op tempo te houden, vergeet Brijs de karakters uit te tekenen.’ Beeld Diego Franssens

Stefan Brijs’ nieuwe roman Zonder liefde is een gemiste kans. De platonische rondedans van hoofdpersonages Paul en Ava mist stilistische fonkeling en diepgang.

‘Zonder liefde, warme liefde. Waait de wind, de stomme wind’, zo zong Jacques Brel in ‘Marieke’. Nee, lang zoeken is het niet naar de herkomst van de titel van het nieuwe boek van Stefan Brijs (°1969). Moeilijker is het om de vinger te leggen op de precieze intenties van de tegenwoordig in Andalusië residerende auteur. Zonder liefde blijkt een nogal stroeve roman, waarin Brijs zelfs nalaat zijn taal de hoognodige glans te verstrekken. Wat is er aan de hand met de successchrijver?

De baseline van Zonder liefde wekt enige nieuwsgierigheid op, al is het onderwerp natuurlijk al vaak literair geëxploreerd. Brijs buigt zich over de ‘platonische’ of ‘niet-geconsumeerde liefde’. Kortom, kan een volwaardige liefdesrelatie bestaan zonder seks? Of blijft het bij sporadische maneuvers in de ‘friend zone’? Na romans met veel grotere spanwijdte – zijn bestseller De engelenmaker (2005), WO I-roman Post voor mevrouw Bromley (2011) en het op Curaçao gesitueerde Maan en zon (2015) – kiest Brijs voor een intimistischer verhaal. Dat heeft hij in de vingers: hij bewees het ooit met de gave novelle Twee levens (2001).

Toch blijf je in Zonder liefde op je honger zitten. Ligt het aan het nogal kleurloze en gramstorige hoofdpersonage Paul? Of omdat Brijs er opzichtig voor terugdeinst zijn thema écht bij de horens te vatten? En wat te denken van de soms oubollige, uitleggerige verteltrant?

Rancune

Ik-verteller Paul, leraar Nederlands en Engels, is een sociaal onhandige bijna-dertiger. Zijn scheiding met Christine, die er met een sportleraar vandoor is, verteert hij uiterst moeizaam. Rancune achtervolgt hem. Gelukkig biedt zijn hond Fjodor troost, net als de literatuur en de klassieke muziek.

Wanneer hij op een filmavond de flamboyante, aantrekkelijke Ava ontmoet, een bedrijfsarts die ook met een gebroken hart rondsjouwt, lijken de vonken te gaan overspringen. Dat gebeurt niet: er ontwikkelt zich een hechte, taboeloze vriendschap, slechts behoedzaam omgeven door lichamelijke verwachtingen. Af en toe blijft Ava overnachten, zij het in de ‘belendende kamer’. Paul wordt er tegelijk ‘blij en onrustig’ van, maar ‘pas nadat ik me had afgetrokken en met ingehouden adem was klaargekomen in een zakdoek slaagde ik erin de slaap te vatten’.

Eindeloos praten kan het duo, er is een onuitgesproken geestverwantschap – ze staan allebei op een keerpunt in hun leven – maar in de liefde zoeken ze duidelijk iets anders: Ava is passioneler, Paul een stuk beredeneerder en gezapiger. Als Ava het relaas doet van haar geëxalteerde affaires met een makelaar én een machinist, popt er toch onbestemde jaloezie op.

Ook Paul heeft een paar knullige onenightstands, ‘koud vlees op koud vlees’. Met kunsthistorica Bénédicte lijkt het zelfs even serieus. Maar ach: ‘In onze verliefdheid streven we naar de grootste gemene deler, maar eindigen doen we bij het kleinste gemene veelvoud.’ Toch gloort er pathetiek en drama aan het eind van de roman.

Ronddobberen

Brijs, ooit zelf leraar, weet aanvankelijk suggestiviteit op te wekken waardoor je nieuwsgierig verder leest. Maar in zijn drang om de roman op tempo te houden, vergeet hij de karakters uit te tekenen. Brijs laat zomaar kansen liggen om dit verhaal écht te doen sprankelen en bezondigt zich aan nogal oppervlakkige psychologisering. Soms laat hij zijn personages maar wat ronddobberen. Te zelden veer je op bij een welgemikt beeld. En dat voor een schrijver die ooit gebombardeerd werd tot een uitnemend stilist.

Vooral in de dialogen laat Brijs steken vallen. De gesprekken zijn een tikje statisch of zeg gerust: bloedeloos. En er is nog iets. Brijs situeert zijn roman kennelijk in een provinciegat ergens in de jaren negentig, naar de films te oordelen die ter sprake komen – van Breaking the Waves tot Trainspotting. Maar hij doet weinig met dat tijdvak of decor. Soms bezondigt hij zich zelfs aan anomalieën. Van Tinder is natuurlijk nog lang geen sprake, Paul zoekt zelfs zijn toevlucht tot contactadvertenties in de krant, er worden vervolgens brieven uitgewisseld en als hij met een date afspreekt, neemt hij Klaaglied om Agnes van Marnix Gijsen in de hand als herkenningspunt. Maar enkele weken later is er toch plots sprake van een mobiele telefoon. Hoe zit dat nu? En ging het er werkelijk zo houterig aan toe in de nineties?

Deze roman ontbeert een broodnodige fractie lichtheid, een verfrissende frivoliteit. Met dat aspect weet Brijs zich nauwelijks raad. Dit boek baadt in een loden ernst en de dertigers sakkeren en sukkelen maar door, zonder een uitweg te vinden. Het al te rudimentaire Zonder liefde valt zo een tikje saai uit en laat amper een venijnig krasje op de ziel na. Moet Brijs dan toch zijn Spaanse schuiloord uit en maar weer eens in het echte, volle leven – anno 2019 – gaan staan?

Stefan Brijs, ‘Zonder liefde’, Atlas/Contact, 222 p., 22,99 euro. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234