Vrijdag 17/09/2021

ReportageReizen

In de Himalaya vind je de wieg van ons veranderende klimaat: ‘Hier zie je met het blote oog eeuwenoude ijsformaties afkalven’

Maarten Rabaey en zijn aanstaande verloofde aan het begin van de Annapurna Base Camp Trek, die 10 tot 14 dagen duurt. De voet van de besneeuwde toppen in de achtergrond is  de bestemming. Beeld Maarten Rabaey
Maarten Rabaey en zijn aanstaande verloofde aan het begin van de Annapurna Base Camp Trek, die 10 tot 14 dagen duurt. De voet van de besneeuwde toppen in de achtergrond is de bestemming.Beeld Maarten Rabaey

In het hart van de Himalaya omarmt een betoverende bergketen een Nepalees heiligdom voor de natuurelementen. De Morgen-journalist Maarten Rabaey bereikte na een lange trektocht de Annapurna I, en zag een ontzaglijke berg uit wiens gletsjer deze wereld geboren werd. Maar die nu in stervensnood is. ‘Met het ijs zie je ons klimaat afkalven.’

‘Klimmen, en ik vermoed het leven zelf, is een permanente ontdekkingstocht waarbij je nieuwe grenzen opzoekt. Elke stap is opwindend, maar eens je hem hebt gezet is er geen weg terug: je moet voortmaken om je nieuwe horizon te vinden.’

Ik stip het citaat aan in het beduimelde boekje dat ik in de Fishtail Book Shop kocht en mijn gedachten dwalen af naar de einder, wiens besneeuwde pieken van meer dan 8.000 meter hoog zich weerspiegelen in het Phewa-meer bij Pokhara, een snel groeiende bergstad in het hart van Nepal. Twee weken later zullen we deze woorden van de legendarische bergbeklimmer Chris Bonington zelf ondervinden, als we er na een zevendaagse voettocht ons hoogste punt bereiken, het ‘ABC’-basiskamp aan de voet van Annapurna I.

Het is november 2010. Nepal heeft de bloedige burgeroorlog (1996-2006) nu echt achter zich gelaten. Buitenlandse trekkers krijgen opnieuw de toelating om voettochten te doen in de Annapurna Conservation Area, in de schaduw van majestueuze Himalayapieken. Voor mijn reisgezellin is dit ook een blij weerzien met vrienden. In 2000 gaf ze een jaar Engelse les voor een Britse ngo, in Lahachok. Dat bergdorpje in de nabijgelegen voetheuvels ontsnapte toen grotendeels aan het conflict – al kwamen rebellen of soldaten er soms rijst in beslag nemen.

Himalaya-mastodonten

Het dorpje is onze eerste bestemming in de bergen. Het enige transport van de dag is een overvolle ‘taxi’. Geen plaats meer? De chauffeur gebiedt ons op het dak van de jeep te gaan zitten, waar we ons met beide handen aan de bagagedrager moeten vasthouden. Een kwartier later glijden we door een modderige brij met aan de linkerkant een loodrechte rotswand en aan de rechterkant een diepe afgrond. Honderden meters lager kolkt de rivier Seti, bij toeristen populair voor de extreme rafting en voor de lokale bevolking soms een levensbron van vers smeltwater, soms een boodschapper van de dood die alles op zijn weg meesleurt.

De Machapuchare of Fishtail bij zonsondergang, een heilige berg voor de Nepalezen die niet 
beklommen mag worden. Maar je loopt wel in zijn schaduw. Beeld Maarten Rabaey
De Machapuchare of Fishtail bij zonsondergang, een heilige berg voor de Nepalezen die niet beklommen mag worden. Maar je loopt wel in zijn schaduw.Beeld Maarten Rabaey

Lahachok ligt diep verscholen in de foothills, de voetheuvels die de aanloop vormen naar Himalaya-mastodonten die wij al bergen zouden noemen. Hier zijn geen toerisme-inkomsten zoals in Pokhara. De armoede is groot voor wie onderaan het kastensysteem leeft. Onze gastfamilie blijkt tot de hogere brahmanen-klasse te behoren. De vader is apotheker en toont trots zijn zaak, een houten hut met een tiental schappen vol basis-geneesmiddelen zoals aspirine. Zijn zoon studeert nu farmaceutica en een van de drie dochters wist een Green Card voor de VS te krijgen. Met het geld dat ze opstuurt bouwen ze een stenen huis in het nabijgelegen Pokhara. Zo zijn ze de enige familie in het dorp die het klassieke rollenpatroon, waarbij meisjes weinig kansen krijgen op de sociale ladder, doorbreekt. Praktijken zoals verplicht isolement voor menstruerende vrouwen behoren nu stilaan tot het verleden maar het bestaat nog, net zoals uithuwelijking. Kinderen moeten dikwijls ook halftijds werken in de terrasbouw op de heuvels, waar de boeren nog met een os ploegen. Zo zie je dezelfde leerlingen ’s ochtends over heikele bergpaden rennen in hun schooluniform en in de namiddag zakken met rijst op de rug sjouwen.

Slapen in de vrieskou

Het is de reden waarom we voor onze komende trektocht naar het basiskamp van Annapurna I geen beroep doen op ‘dragers’, waarvan veel groepsreizigers hier gebruikmaken, maar onze eigen rugzak torsen. Op advies nemen we wel een gids onder de arm. Hij kent de bergpaden goed, maar kan ook het grillige bergweer lezen. Want het is nu al begin december, net na het ideale wandelseizoen in oktober en november. De temperaturen zijn overdag nog mild maar op grote hoogte vriest het ’s nachts al de stenen uit de grond. Naast alpijnse jassen hebben we ons ook uitgerust met laagjes thermisch ondergoed, slaapzakken voor het hooggebergte maar vooral stevige, warme bergschoenen en wandelstokken voor moeilijk terrein. Afhankelijk van het weer zullen tien tot veertien dagen trail-route voor ons liggen om Annapurna I te bereiken. We hebben geen tijd te verliezen.

Gelukkig krijgen we snel de benodigde vergunning om de Annapurna Conservation Area binnen te trekken. De verplichte, betalende registratie helpt de overheid om het gebied te onderhouden maar is voor alle trekkers ook een veiligheid. De rangers houden uit veiligheidsoverwegingen bij wanneer je vertrekt, welke route je zal volgen en wanneer je terug zal zijn. We krijgen ook het dwingende advies om niet van de paden af te wijken. Aardverschuivingen, of lawines in winterperiodes, zijn op onbeschermde flanken schering en inslag.

Annapurna, het einde van onze reis. De gletsjer wordt elk jaar kleiner door de klimaatverandering. Beeld Maarten Rabaey
Annapurna, het einde van onze reis. De gletsjer wordt elk jaar kleiner door de klimaatverandering.Beeld Maarten Rabaey

Al tijdens de eerste dag van de trail tussen Nayapul en Ulleri beseffen we dat onze Ardense herfstwandelingen thuis onvoldoende training waren. Onze kuiten en hamstrings verzuren al na een paar kilometer terwijl onze gids schaterlacht: “Dit is nog maar Nepali flat, wacht maar tot later!” We komen ook een onverwacht obstakel tegen: steile, ruwe trappen, gemaakt uit natuursteen, waarmee de smalle route tegen erosie in het regenseizoen wordt beschermd.

Door de schitterende vergezichten over de vallei en de warme ontmoetingen met lokale voorbijgangers, waarbij onze gids tolkt, vergeten we al snel de pijn­tjes. De adrenaline tijdens de evenwichtsoefening over een lange en nauwe hangbrug doet de rest. Ons lichaam past zich verrassend snel aan het bergleven aan. Toch staat er een limiet op het aantal hoogtemeters per dag. Door de scherpe stijgingspercentages komen we snel in ijle lucht terecht. Om het lichaam aan de hoogte te laten wennen, slapen we daarom altijd een aantal honderden meters onder het hoogste punt van de dag. Toch voelen we de impact al snel. Aan het einde van de tweede dag overnachten we reeds in Ghorepani nabij Poon Hill, een ‘heuvel’ die met zijn 3.210 meter de concurrentie met een stevige Zwitserse alp aankan. Voor dag en dauw worden naar de top van Poon Hill in het hoogseizoen wandelingen georganiseerd, omdat je er bij zonsopgang een fenomenaal zicht op de Annapurna-keten hebt. Voor een groep Japanse toeristen met weinig tijd blijkt deze bestemming al het eindpunt van hun trek.

Wij trekken door naar Tadapani, waar we de derde nacht doorbrengen in een tea house, de Nepalese versie van een alpijnse refuge. We lessen er onze dorst met gemberthee. De vierde nacht slapen we in Chomrong, het laatste bergdorp voor het echte hooggebergte begint. Chomrong wordt nog bewoond door de Gurung, de oorspronkelijke bevolking die al eeuwen tussen deze bergreuzen leeft. Ideale plek voor een rustdag.

Loodzware rugzak

Maar voor je dat beslist, ga je best eerst langs bij de rangers, waar je de laatste weersvoorspellingen kunt raadplegen voor de trek naar het Base Camp. Wij krijgen het advies om de ochtend nadien meteen door te trekken omdat het weer binnen een paar dagen ­winters dreigt te worden.

Met onze Nepalese vrienden voor hun apotheek. Beeld Maarten Rabaey
Met onze Nepalese vrienden voor hun apotheek.Beeld Maarten Rabaey

Voor we afreizen, slaan we koolhydraten in met onze dagelijkse portie Dal Bhat. De nationale schotel van de Nepalezen, met rijst en linzencurry, is onze enige warme maaltijd per dag, maar de leuze van onze gids, “Dal Bhat power, 24 hour”, klopt als een bus. Als we naar onze volgende tea house vertrekken, weegt onze rugzak zwaarder dan ooit. We dragen veel drinkwater mee want de komende dagen worden een expeditie met nog slechts één drinkwaterpunt voor ABC. We gaan nog één nachtelijke tussenstop maken voor we naar Machapuchare Base Camp klimmen. Machapuchare is de Nepalese naam voor de beruchte ‘Fishtail’, zoals de eerste westerse reizigers hem noemden omdat zijn dominante piek de vorm van een vissenstaart heeft. De berg is heilig voor de Nepalezen en mag niet beklommen worden.

Het pad ernaartoe voelt buitenaards aan. Je stapt langs diepe spelonken met het rustgevende geruis van smeltwater. We zijn nu al boven de 3.400 meter. Door de hoogte brandt de zon diep in je huid maar rusten in de schaduw kun je tussen overhangende rotswanden die zich door eeuwen erosie vormden. In de winter is dit pad door de vele lawines levensgevaarlijk. Bij elke wolk die met de bergkam flirt hoop ik dat de eerste sneeuw nog even wacht.

null Beeld Maarten Rabaey
Beeld Maarten Rabaey

Het is al valavond als we het basiskamp van de Machapuchare bereiken. Omdat we laat zijn in het seizoen, zijn er slechts enkele gasten. Een oudere Brit op de terugweg naar beneden waarschuwt ons meteen voor hoogteziekte als hij hoort hoeveel we de laatste dagen klommen. “In een van de kamers ligt een Japanse vrouw aan de beademing”, zegt hij. “Ze is er slecht aan toe. Ik hoop voor haar dat er morgen een helikopter kan komen.” Hij is duidelijk ervaren. Pas later realiseren we ons dat hij sterk op bergbeklimmer Bonington lijkt, in wiens boek ik lees hoe twee van zijn klimmers Annapurna I in 1970 bedwongen maar ook hoe een andere klimmer jammerlijk op een van de ijswanden te pletter stortte.

Ja, ik wil

De gedachte houdt me wakker. Als we eindelijk het hoofd neerleggen wordt er al op de deur geklopt. Het is onze gids. We moeten ons op de laatste klim voorbereiden. Als de eerste strepen van een helwitte zon achter de Machapuchare verschijnen, begeven we ons in ‘The Sanctuary’, zoals de Nepalezen het bekken noemen dat volledig omringd wordt door pieken als de Hiunchuli (6.441 meter), Tharpu Chuli (5.663 meter) en Annapurna I (8.091 meter), de tiende hoogste berg ter wereld.

Onze tocht is in vogelvlucht maar een tweetal kilometer lang maar door de adembenemende en oogverblindende omgeving, letterlijk en figuurlijk, lijkt het alsof we in pirouettes naar boven stappen. En dan stopt plots het pad. We zijn in Annapurna Base Camp, op 4.130 meter. De indrukwekkende zuidflank van de berg omhelst ons in al zijn nietigheid, en wij ook elkaar.

Naast ons gaapt een diepe gletsjer die op dit punt al geen eeuwig ijs meer heeft. ‘The Sanctuary’ zou je vandaag ook als een wieg van ons veranderende klimaat kunnen omschrijven. Hier zie je met het blote oog eeuwenoude ijsformaties afkalven. Als het pakijs op de rotsformaties hogerop verdwenen zal zijn, en volgens de voorspellingen ook de neerslag vermindert, dreigt de waterbevoorrading voor miljoenen mensen in het dal in het gedrang te komen.

Base Camp. Beeld Maarten Rabaey
Base Camp.Beeld Maarten Rabaey

Gelovige Nepalezen hopen dit te voorkomen met honderden gekleurde bidvlaggetjes voor de natuurelementen (blauw voor de hemel, wit voor de wind, rood voor vuur, groen voor water en geel voor aarde). We zien ook herinneringen voor klimmers die hier nooit terugkeerden, zoals de beroemde Anatoli Boukreev die eind 1997 verdween in een lawine. Op zijn gedenkplaatje staat: ‘Bergen zijn geen stadions waar ik mijn ambitie probeer te vervullen, ze zijn de kathedralen waar ik mijn religie bedrijf.’

Ik voel in mijn binnenzak. Het doosje zit er nog. Het is een ring. Ik vraag mijn reisgezellin of ze zich met me wil verloven. Ze zegt ja.

Uren kunnen we hier nog blijven maar de vele hoogtemeters eisen hun tol. Mijn aanstaande ­duizelt. Onze gids wijst naar de wolken. “De winter komt.”

Ik denk opnieuw aan Bonington. “We hebben onze grenzen gevonden. We moeten op zoek naar een nieuwe horizon.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234