Zaterdag 04/07/2020

Reportage

In Colombia heb je een hele kust voor jezelf

Het strand van Guachalito. Beeld Ynske Boersma

Colombia is in opkomst als vakantieland, maar haar Pacifische kust is nog steeds een goed bewaard geheim.

“Doen jullie de riemen om?”, vraagt de piloot in het voorbijgaan. Waarna hij zonder verdere omhaal de propellermotor aanzwengelt en het vliegtuigje de startbaan van Medellín opdraait. “Goede vlucht!”, roept hij nog naar de zeven passagiers, en dan zijn we al in de lucht, zwevend boven de Andes, tot de groene bergen plaatsmaken voor een nog groenere zee van oerwoud en aan het einde daarvan, de Stille Oceaan. We landen te midden van houten huizen op palen, bananenbomen en de klinkende beat van reggaeton.

Colombia wordt langzaam populairder als toeristische bestemming, mede dankzij de Netflix-serie Narcos en directe vluchten naar Cartagena. Het is vooral drukker geworden op de witte stranden van de Caraïben, in de koffiebars van Medellín en tussen de waspalmen van de Cocora Vallei - de gangbare route van de toerist in Colombia. Maar wie met een vliegtuigje koers zet naar de Pacifische kust, waar de afgelegen vissersdorpjes alleen met een boot te bereiken zijn, heeft de ruige stranden, omzoomd door jungle, geheel voor zichzelf.

Bewoners van Coquí op een bankje aan de enige straat van het dorp. Beeld Ynske Boersma

Nuquí ligt in het departement Chocó, ten zuiden van de grens met Panama. Een immense jungle bewoond door Afro-Colombiaanse gemeenschappen wier voorouders daar eeuwen geleden een heen­komen zochten, op de vlucht voor hun slavenhouders in Cartagena. Ze delen de jungle met de inheemse Embera-gemeen­schappen, waar beide bevolkings­groepen leven van wat de zee, de rivieren en het oerwoud voortbrengen.

Het dorp Nuquí is de toegangspoort naar de verderop gelegen kustdorpjes, waar sinds een jaar of twintig een kleinschalig toerisme op gang is gekomen. En zo stap ik in de motorboot van de boomlange Pozo, die na het inslaan van twee kratten Poker-bier, een kratje cola en een impulsaankoop van twee yucaknollen – verkocht door een indiaan in een kano – dan eindelijk koers zet naar de zee. “Alles gaat hier wat langzamer”, grijnst hij verontschuldigend terwijl we het dorp uitvaren, langs slordig gebouwde huizen op palen met trossen bananen hangend aan het dak, modderige varkens in hokken op diezelfde palen en kinderen slepend met visnetten in het lage water. Eenmaal in open zee zet hij de vaart erin en stuiteren we over de golven richting het gehucht Guachalito, zo’n veertig minuten varen naar het zuiden.

Maria raspt kokos voor de verse kokosmelk die alle gerechten van de Pacific lekker maakt.Beeld Ynske Boersma

Het plaatsje, niet meer dan een tiental huizen aan het strand, ligt aan een van de mooiste stukken kuststrook van dit deel van de Pacific. Denk aan brede zandstranden afgewisseld met woeste rotspartijen, omzoomd door rijen kokospalmen en een jungle zo uitbundig dat de bomen zelfs bovenop die rotsen woekeren. Het mooist zijn die stranden bij zonsondergang, wanneer de terug­trekkende zee het strand in een olieachtige spiegel verandert, en de jungle nog groener afsteekt tegen de blauwe lucht.

Niet zo gek dat hier eind jaren negentig de eerste toeristenverblijven opdoken, met eenvoudige homestays bij dorpsbewoners en bescheiden lodges langs het strand. Desondanks is het toerisme kleinschalig gebleven, met de lodges op net genoeg afstand van elkaar om het idee te hebben dat je de enige bent.

Pelikanen bij het strand van Guachalito.Beeld Ynske Boersma

Zoals El Cantil Ecolodge, waar Pozo me een van de zeven houten hutten toewijst. De huisjes hebben geen elektriciteit, wel een goed bed met een muggennet en een terras met een hangmat, met uitzicht op een strand waarop een regen van zandkleurige rotsen lijkt te zijn gevallen. Je hoort er niets anders dan het geluid van de oceaan en de soms oorverdovende herrie van de cicaden, toekans en brulapen.

En bij gebrek aan telefoonbereik en wifi krijg je de digitale detox er gratis bij.

Kam van de aap

Een plaatselijke gids, bijgenaamd Negro, neemt me mee voor een wandeling. We lopen omhoog het oerwoud in, maagdelijk woud zoals ze dat hier noemen, waar Negro af en toe stilhoudt voor een jungleweetje. Zoals wanneer hij een stekelig bolletje van de grond pakt: “De kam van de aap, noemen we deze, omdat de brulapen er hun haren mee kammen. Voel maar, het lijkt stekelig maar is juist zacht.” En dan haalt hij het bolletje bijna liefdevol door mijn geklitte zeeharen, zonder die te ontwarren overigens.

De cabañas van El Cantil Ecolodge. Beeld Ynske Boersma

Terug op het strand wijst hij naar de keuteltjes van zand waarmee het strand bij laag water bezaaid ligt, terwijl hier en daar krabbetjes met zijwaartse tred hun holletjes inschieten. “Krabben zijn carnivoren. Maar wanneer ze niets vinden, dan zuigen ze de mineralen uit het zand, en laten die bolletjes achter”, zegt Negro. Iets wat ik altijd al heb willen weten, zonder ironie.

Gids Jean van Ecolodge El Cantil, in de jungle bij Guachalito.Beeld Ynske Boersma

Ook gids Jean blijkt een wandelende jungle-encyclopedie, wanneer we de volgende dag voor een serieuze wandeling het oerwoud in trekken. Gewapend met een machete en verrekijker loopt hij voor me uit, zijn kroeshaar in een knotje en zijn lichaam één bonk spieren. Zo’n beetje elke boom of plant blijkt wel ergens voor gebruikt te worden door de in­woners, die gewend zijn alles wat ze nodig hebben uit de natuur te halen. Zo is de ene boom perfect voor het maken van kano’s, wordt met de bast van een palm een remedie tegen koorts getrokken (‘mata fiebre’, heet die palm dan ook, ‘doodt koorts’), en van weer een andere bouwen ze graag huizen. Dan houdt hij stil bij een doornige struik. “En hiervan maken we viagra”, zegt Jean bloedserieus. “Je hoeft alleen maar de plant in stukjes te snijden en met viche te mengen. Elke ochtend een shot, zodat de man weer op krachten komt”, zegt hij, daarbij een vuist makend van zijn hand.

Een lokale familie roostert vis gewikkeld in bananenbladeren boven een houtvuur.Beeld Ynske Boersma

Of die heilzame werking van de plant komt of van de viche, laat hij in het midden. Viche, een alcoholisch brouwsel van een wilde suikerrietsoort, is voor de Afro-Colombiaanse bewoners van de Pacific als aguardiente voor de rest van de Colombianen: een remedie tegen zowat alles. “Wij gebruiken viche van de geboorte tot de dood”, vertelt vichestoker Diego Gonzalez in zijn brouwerij in Guachalito, tussen kookpotten van klei en een vooroorlogs apparaat van ijzer waarmee hij het suikerriet uitperst.

“Een shot bij de bevalling helpt bij het persen, en wanneer iemand doodgaat, dan drinken we viche om de hele nacht door te kunnen zingen bij de wake.” Maar bovenal geldt viche als een wonder voor de vruchtbaarheid. “Het geeft kracht om kinderen te fabriceren, om vrouwen vruchtbaarder en mannen potenter te maken”, bezweert Gonzalez.

Beeld Ynske Boersma

Los van dat alles is viche vooral lekker, proef ik in het dorp Coquí, op een kwartiertje varen van Guachalito. “Het leven is wat je er zelf van maakt”, stelt de 50-jarige Deisy, terwijl ze het sap uit een maracuja haalt en mengt met een gulle scheut drank. We proosten in haar keuken met vloer van aangestampte aarde, waar pluizige witte kippen scharrelen en kleinkinderen nieuwsgierig toekijken.

Muhammad Ali

Onverwachte ontmoetingen als deze zijn normaal in het Afro-Colombiaanse dorp Coquí. Bij elk wandelingetje door het dorp leer ik weer nieuwe bewoners kennen. Zoals de 70-jarige Eliaza, die ondanks zijn leeftijd nog altijd twaalf kokosnoten per uur velt met een machete, en eruitziet als Muhammad Ali. “Ze vragen vaak of ik bokser ben”, zegt hij, terwijl hij een kokosnoot voor me openhakt om het water eruit te drinken.

Of de 6-jarige Eva, die wanneer ik naar het strand ga voor een duik, “Wacht, ik ga mee” roept, en dan mijn hand vastpakkend de golven trotseert.

Eliaza Mosquera is 70 jaar, maar velt nog steeds 12 kokosnoten per uur.Beeld Ynske Boersma

En dat maakt een verblijf hier ook zo leuk. Anders dan de lodge bij Guachalito, verblijf je hier midden in het dorp, thuis bij bewoners die boven op hun huizen nog een verdieping met eenvoudige gastenkamers hebben gebouwd. Ramen of zelfs deuren bestaan niet in het gehucht van een twintigtal huizen, waardoor het leven zich volledig in de openbaarheid afspeelt. Buren, kippen en honden komen onaangekondigd binnen, en wanneer de avond valt, zetten bewoners stoelen neer bij hun buren met tv’s om door het venster mee te kijken.

Je wordt er wakker met het gekraai van de hanen en een “Bueeenos días, hoe bent u vandaag wakker geworden?” van passerende bewoners, mannen met kaplaarzen en machetes op weg naar de kokosplantages en kinderen in blauw-wit geblokte schooluniformen, terwijl mijn gastvrouw Maria beneden in de keuken arepas (broodjes van gekookt maïsmeeldeeg) maakt bij kaarslicht, want elektriciteit is er pas vanaf 8 uur, wanneer achter in het dorp een dieselgenerator aangaat.

Het strand bij Ecolodge El Cantil.Beeld Ynske Boersma

Wanneer de avond valt, speel ik bingo tropical met tien bewoners onder een boom, die verwoed steentjes plaatsen op tot wel tien kaarten, terwijl een bebrilde vijftiger met veel gevoel voor drama de nummers aankondigt die hij uit een zak met beschreven bierdopjes tevoorschijn haalt. Verderop klinkt reggaeton uit een manshoge spea­ker, waar 3-jarigen dansen als in een clip van Luis Fonsi.

De dag eindigt om 22 uur, wanneer de dieselgenerator ophoudt te ronken en de tv’s, speakers en ook de bewoners stilvallen. Wat overblijft, is het geluid van de jungle, de oceaan en de hanen. Want helemaal stil is het in Coquí nooit.

PRAKTISCH

Vliegen: Wegen naar de Pacifische kust zijn er niet. Er vertrekken vliegtuigjes vanuit Medellín, Quibdó of Pereira, of een boot (25 uur varen!) vanuit havenstad Buena­ventura. Grupo San German (grupo­sangerman.com) vliegt dagelijks vanaf Medellín, vanaf 140 euro retour.

Varen: De openbare speedboot vertrekt elke middag uit Nuquí, en gaat ’s ochtends terug vanuit Coquí. Bootmannen Ovidio en Smith uit Coquí rekenen ongeveer 110 euro per dag inclusief plaatselijke gids (via Whats­app: +573175220039).

Slapen & eten: El Cantil Ecolodge (elcantil.com) is verkozen tot de beste ecolodge van Colombia. Vanaf 200 euro verblijf je hier twee nachten, inclusief maaltijden en de boottocht vanuit Nuquí. Er zijn gidsen voor wandelingen door de jungle en naar dorpjes. In Coquí kun je dan weer bij inwoners thuis verblijven. Zowel Maria (via Airbnb: ‘Al Chocolate, Coquí, Nuquí’) als Cruz (via Whatsapp: +573186915561) runnen gastenverblijven. Kamer en maal­tijden vanaf 30 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234