Zondag 17/11/2019

De tuin van Kobe

Ilse Beyers: ‘Als je een kind verliest, verlies je ook een toekomstdroom’

Ilse Beyers blaakt van zelfvertrouwen, ook in de tuin van In de Wulf. 'Mijn jeugd heb ik gemist, maar ik wist altijd: ooit wordt het mijn beurt.' Beeld Bas Bogaerts

Tegenstanders noemen haar kil en hardvochtig. Zelf omschrijft Ilse Beyers (44), hoofdredactrice van Dag Allemaal, zich als fanatiek maar ook erg emotioneel. ‘Na mijn vierde miskraam ging het licht gewoon uit.’

Kleine tip: neem Ilse Beyers nooit mee op restaurant. De hoofdredactrice van Dag Allemaal heeft werkelijk niets met eten. Of ze nu een boterham met kaas of een driegangenmenu voorgeschoteld krijgt: het is haar allemaal om het even. "Eten is voor mij iets louter functioneels, om de nodige voedingsstoffen binnen te krijgen”, zegt ze, net als we aan tafel gaan in de tuin van In de Wulf.

Op zich overeten zul je haar nooit betrappen. Ook al omdat ze een hekel heeft “aan mensen die zich laten gaan”. Ze ziet er strak uit in haar donkerblauwe broekpak en hoge sleehakken. 44 is ze nu, maar ze heeft het lichaam van een dertiger. Deels te danken aan goede genen, deels aan een rigoureus trainingsschema. “De maanden voor ik op vakantie vertrek sta ik 's ochtends én ’s avonds op de crosstrainer. Dan wil ik pieken, tot je die afgetekende buiklijnen ziet. Ik doe alles fanatiek, dus ook keihard sporten.

“Natuurlijk”, antwoordt ze op de vraag of ze het moeilijk heeft met ouder worden. “Als ik ’s morgens voor de spiegel sta, zie ik niet langer het lichaam van een godin. Of ik aan mijn lijf zou laten werken? Why not? Ik had van die lelijke, hangende oogleden. Die heb ik bij de plastisch chirurg laten wegwerken. De rest kan ik voorlopig nog rechttrekken met trainen, maar ik sluit niets uit.”

Ilse Beyers maakt het meteen duidelijk. Geen onderwerp is taboe vanavond. Ze geeft zelden interviews. Niet uit schroom, maar om pragmatische redenen. “Waarom zou ik? Het levert Dag Allemaal geen meerverkoop op.”

Maar als ze zich dan toch een keer laat overhalen, dan doet ze het liever “ineens goed” en neemt ze geen blad voor de mond. Dat zal tijdens het gesprek ook blijken, als ze het heeft over haar moeilijke jeugd, haar onvervulde kinderwens en haar relatie.  

Maar eerst gaat het over haar andere liefde: Dag Allemaal, het veelbesproken BV-blad dat ze al twaalf jaar aanvoert (een unicum in medialand) en waar ze dagelijks gemakkelijk tien tot twaalf uur mee bezig is. Soms kan ze het zelfs niet laten om zelf de interviews voor haar rekening te nemen.

“Het laatste was met Eva Pauwels (de ex van Jacques Vermeire, KVDP/LI), toen ze in een cascade van absurditeiten zat en voor de Antwerpse Stadsschouwburg had geplast. Het was tijd voor een echt goed, dieper interview: wie is die vrouw nu eigenlijk?”

Als het echt goed moet zijn, doet u het liever zelf?

“Ik interview heel graag. Alleen heb ik er weinig tijd voor. Als hoofdredactrice volg ik alles, zeker de grote verhalen, van heel nabij op. Van idee en voorbereiding tot de correcties en de nazorg. Een goede interviewer slaagt erin om mensen iets te laten zeggen dat ze eigenlijk niet kwijt willen, laat staan door anderhalf miljoen mensen gelezen willen zien. Als blad dring je binnen in de diepte van iemands leven, waarvoor je normaal een intense relatie moet hebben. Je weet al op voorhand welke dingen gevoelig zullen liggen.”  

'Ik ben extreem in alles wat ik doe.' Beeld Bas Bogaerts

Schrapt u die gevoeligheden dan, als de geïnterviewde daarom vraagt?

“Dat is een judgment call. Soms wel, soms niet.”

Wanneer wel, wanneer niet?

“Voor alle duidelijkheid: er bestaat niet zoiets als naleesrecht. Dat is een service die je als medium biedt. In principe geldt: wat gezegd is, is gezegd. Maar er valt altijd over te praten. Pas als iemand begint te dreigen, haak ik af. Dan stopt de onderhandeling voor mij.”

“Het is vooral een kwestie van respect. Ik hoor al jaren dat wij in ons blad respect moeten hebben voor de BV’s. En omgekeerd dan? Respect voor het werk van de journalist is ook essentieel. Mensen die al jaren in de showbizz zitten, weten ook wat een interview inhoudt.”

Vorig jaar dienden de ouders van de ‘vriendin’ van moordenaar Hans Van Themsche een klacht in tegen Dag Allemaal na een interview met haar in jullie blad. Het meisje had psychische problemen.

“Dat is iets anders. Je kunt helaas niet in mensen hun hoofd kijken, je weet niet of je een mentaal ziek iemand voor je hebt. Dit meisje had haar verhaal al gedaan in Het Laatste Nieuws, we zagen haar op Het Journaal. Als haar ouders mij gebeld hadden en de situatie hadden toegelicht, hadden wij dat niet gedaan. Wij zijn ook mensen.”

Moet je iemand als Eva Pauwels ook niet tegen zichzelf beschermen? Ze heeft kinderen die ook Dag Allemaal onder ogen krijgen.

“Het is niet onze rol om structureel mensen te beschermen, maar Eva heeft inderdaad een grote kwetsbaarheid. Met kwetsbare mensen moet je voorzichtig zijn. Daarom heb ik een jaar geleden naar de manager van Jacques Vermeire gebeld om te zeggen dat we niets meer over haar gingen brengen. Dat was nadat ik in een ander blad las dat ze haar behoefte naast een strandstoel had gedaan.”

Maar toen had Dag Allemaal wel al tientallen stukken over haar gebracht, van al haar relaties tot haar drankgebruik. Zijn jullie niet te lang doorgegaan met Eva Pauwels?

(denkt even na) “Ja, ik vind van wel. Kijk, ik ben geen robot die in de toekomst kan kijken. Die grenzen stellen is gewoon een heel moeilijk proces.”

Hoe stelt u die grenzen?

“Ik luister naar iedereen met een mening over Dag Allemaal, van de poetsvrouw tot de directeur-uitgever, maar ik hak de knopen door. Daar word ik voor betaald. Als het dan de foute beslissing is, heb ik ze tenminste zelf genomen. Heel af en toe ga ik tegen mijn gevoel in en luister ik naar anderen. Daar heb ik achteraf altijd spijt van.”

Beeld Bas Bogaerts

Ze neemt een kleine hap van de slahart-taco-met-ricotta die op haar bord ligt, en vertelt dat ze niet te beroerd is om mensen achteraf op te bellen als zoiets gebeurt. Zo kreeg acteur Werner De Smedt enkele jaren geleden een telefoontje van Ilse Beyers, na een stuk in Dag Allemaal over zijn alcoholprobleem.

“Pas op, hij had een drankprobleem en al zijn collega's wisten dat. Wat niet oké was aan dat stuk, was dat we Werner zelf te laat hadden opgebeld voor een reactie. Iets waar alle media zich al eens aan bezondigen. Ik heb me daarvoor geëxcuseerd, maar Werner zelf was totaal niet kwaad. Hij heeft zijn probleem na dat stuk aangepakt. Dat is overigens geen geïsoleerd geval.”

Hoe komt het dan dat veel BV’s, van Marcel Van Thilt en Helmut Lotti tot Wendy Van Wanten en Gène Bervoets, niet te spreken zijn over Dag Allemaal?

“Een heel groot merk als Dag Allemaal heeft naast heel veel fans nu eenmaal ook tegenstanders. We hebben een uitgesproken identiteit, dat roept altijd reactie op. Liever dat dan onverschilligheid. Helmut Lotti is trouwens een uniek geval. Die heeft na zijn carrièreswitch niet alleen de populaire media buiten gegooid, maar ook zijn fans. De fans hebben dat niet gepikt en wij stonden daar uiteraard ook niet voor te applaudisseren.”  

Gène Bervoets diende klacht in na een stuk over zijn onhandelbaar gedrag op de set en kreeg gelijk van de rechter. Hebt u nu een strafblad?

“Ja, maar dat belemmert me niet in mijn job. (maakt zich boos) Ik ga hier niet verkondigen dat we nog nooit een fout hebben gemaakt. Natuurlijk wel; elk medium maakt fouten. Maar ik ben het beu dat iedereen altijd dezelfde vijf verhalen als negatieve voorbeelden aanhaalt. Gewoon omdat je er geen andere kunt opnoemen.”

Veel BV’s durven zich naar eigen zeggen niet met naam en toenaam uitspreken tegen Dag Allemaal. Uit angst om hard aangepakt te worden in het blad.

(zucht) “Jaja, dat zeggen ze ook tegen mij over De Standaard en De Morgen en Het Laatste Nieuws. Als je stevig in je schoenen staat, stap je naar de Raad voor de Journalistiek. Punt. Dat verhaal hoor ik nu al jaren. Urban legend. Net als het feit dat we mensen zouden chanteren of dat we door mensen hun vuilnis zouden gaan op zoek naar sappige verhalen. Komaan mannekes, dat is hier wel Vlaanderen, hè.”

Na al die jaren lijkt de kritiek u nog altijd even hard te raken.

“Waar ik kwaad van word, is dat alles op één hoop wordt gegooid. Zo hebben De Morgen en De Standaard het altijd over ‘de boekskes’. Alsof je ons, een massamedium dat ruim 300.000 exemplaren verkoopt, kunt vergelijken met bladen die minder dan een derde verkopen. Dat is een andere league, een andere wereld.”

“Maar ik heb er mij bij neergelegd. Als we niet beroerden, zouden we onbelangrijk zijn. De dag dat De Morgen voor ons applaudisseert, zijn we slecht bezig.”

Ze schenkt zichzelf een glas witte wijn in, en zegt dan, ietwat uitdagend: “Thuis noem ik jullie altijd het etterige broertje binnen De Persgroep (de mediagroep waar onder meer ‘Dag Allemaal’, ‘De Morgen’, VTM en ‘Het Laatste Nieuws’ toe behoren, KVDP/LI).”   

“Altijd negatief over ons, terwijl wij tenminste geld binnenbrengen. Mijn man begreep er eerst niets van toen ik zei dat ik met jullie een interview ging doen. Ik doe het voor het bedrijf.”

Leest uw man Dag Allemaal?

“Voor hij mij kende nooit. (smalend) Enkel De Standaard en De Morgen, je kent het slag. Nu is hij mijn grootste verdediger. Als ik thuiskom, moet ik ook echt al die werkverhalen van mij af vertellen. Het helpt dan dat Bruno niet in de mediawereld zit. Alleen heeft hij die typisch mannelijke eigenschap dat hij tips wil geven. Vreselijk. Als ik hulp wil, zal ik er wel om vragen. Ik zoek gewoon ontlading.”

“Iedere dag bij Dag Allemaal maakte me tien jaar ouder. Niet van de stress, nee, van de betrokkenheid. We werken voortdurend in conflictgebied.”

Waarom houdt u het dan al zolang vol?

“Dag Allemaal is voor mij niet gewoon een productje of een jobke; het is mijn droom. Mails krijgen van lezers die weer hoop hebben na het verhaal van een BV die rechtkrabbelt na een scheiding: dat is de grootste kick die er bestaat. Daarnaast hou ik er gewoon van om marktleider te zijn en voor een volle zaal te spelen.”

'Ik ben journalist. Het gaat mij niet om die BV's, wel om de emotionele verhalen.' Beeld Bas Bogaerts

Wordt u dan nerveus als u de oplagecijfers fel ziet teruglopen? In 2009 verkochten jullie nog 430.000 exemplaren, vandaag een dikke 300.000.

“En dan dalen we nog minder dan de rest van de markt. Onzeker word ik daar niet van, omdat ik weet waaraan het ligt. Het maakt me wel ongelukkig. Het is lastig opboksen tegen een gratis markt als het internet, waar elk goed verhaal tien seconden nadat het in de winkel is terechtgekomen, gestolen wordt. Natuurlijk zijn we daar intern mee bezig. Hoe? Ik ga dat hier niet op tafel gooien.”

“Het maakt me vooral scherper. Ik ben een heel trots iemand. Als het moeilijk wordt, vecht ik dubbel zo hard. Als we zakken, wil ik dat vooral doen met het beste blad dat in de rekken ligt. Op dat vlak ben ik al twaalf jaar zenuwachtig. Elke week sta ik op met dezelfde angst: misschien heeft iemand anders toch een beter verhaal. Soms gebeurt dat, maar in zijn geheel blijft ons blad toch altijd de betere beleving.” 

U staat bekend als een betrokken, maar veeleisende baas.

“Of ik nu nooit eens gewoon tevreden kan zijn, vragen medewerkers soms. Als het goed is, geef ik zeker een compliment. Maar helemaal content ben ik nooit. Daarom probeer ik me enkel met talentvolle mensen te omringen; jaknikkers wil ik niet in mijn buurt.”

Bent u even hard voor uzelf als voor anderen?

“Onlangs zei iemand binnen De Persgroep me dat ik heel bekwaam was. Ik heb me nog nooit zo beledigd gevoeld. Je bent ofwel goed, ofwel slecht. Middelmaat is het ergste wat er bestaat. Ik wil niets doen wat een ander even goed kan. Dat zou ik zonde van mijn leven vinden, van al die uren die ik in mijn werk steek. Mensen die niet zo in elkaar zitten, vind ik raar.”

Beeld Bas Bogaerts

“Ik ben een granaat met een kort lontje. Een compliment van de verkeerde persoon, iemand waar ik niet naar opkijk, is voor mij al een belediging.”

Voor wie er nog aan mocht twijfelen: Ilse Beyers is niet verlegen om een straffe uitspraak. Met als gevolg dat ze vaak de stempel ‘arrogant’ krijgt. Of die van harde, koele tante. Ze zegt dat het haar niet meer raakt.

“Wat is er nu arrogant aan weten wat je wilt en wat je waard bent? En hard? Ik ben extreem in alles wat ik doe, maar ook kei-emotioneel. Imago is louter perceptie. Dat heeft niets met jezelf te maken. Het voordeel is dat je alleen maar kunt meevallen als mensen je leren kennen.”

“Het zorgt ook voor een natuurlijke schifting in je leven. Alleen de mensen die door dat harde beeld kunnen kijken, zijn de moeite waard. Tegenover die mensen ben ik in ruil superloyaal. Mijn vrienden zijn nog altijd de vrienden die ik twintig jaar geleden had.”

Naarmate de avond vordert, verandert ook de toon van het gesprek. Minder afwachtend en defensief, steeds persoonlijker. Ze schept nog wat salade en inktvisringen uit de kom die chef Kobe op tafel heeft gezet. Vlees raakt ze al jaren niet meer aan. Niet meer sinds ze op haar veertiende een reportage over wantoestanden in slachthuizen zag. “Ik herinner me nog altijd die smaak van een sappige hamburger; ik ben enkel vegetariër uit dierenliefde.”

Haar huisdieren - een golden retriever, twee katten en een paard - zijn haar zwakke plek. Toen ze op reis aan de andere kant van de wereld hoorde dat haar hond ernstig ziek was, nam ze meteen de eerste vlucht terug naar huis. “Wie zou dat niet doen?”

Als kind had ze al pony’s, vertelt ze. “Maar toen kwamen de schulden en was ik ze van de een op de andere dag kwijt. Mijn jeugd bestond uit een rijk gedeelte en een arm gedeelte. Heel confronterend.”

Beeld Bas Bogaerts

Waardoor belandde uw gezin plots in de schulden?

“Lang verhaal. Mijn vader had een zwaar alcohol- en drugsprobleem. Op mijn veertiende heeft mijn moeder beslist dat ze het niet meer aankon en heeft ze hem buiten gezet. Daarna begon het arme gedeelte van mijn jeugd. Of toch: verdoken armoede. Met voedselpakketten van het OCMW en deurwaarders die dreigden dat we alleen nog een geit, een schaap en een tafel mochten houden.”

“Mijn vader bleek ook heel veel geld uit te geven, dus wij mochten opdraaien voor zijn schulden. Toch was bij hem weggaan de beste zet die mijn moeder ooit heeft gedaan. Zij heeft ons gered. Het was een bevrijding.”

Hoe was de situatie voor de scheiding?

“Een drama. Altijd ambras, altijd geheimen. ‘Zit je vader in het gekkenhuis?’, vroegen vriendinnetjes als mijn vader weer eens was opgenomen voor zijn verslaving. Dan moest ik weer iets verzinnen. Ik was altijd de outcast. Zeker in een dorp als Vosselaar, in de zijstraat van de Kerkstraat. Vandaag ben ik dat voor een deel nog steeds, de outcast. Alleen: nu hoef ik er niet meer bij te horen, toen wel.”

Vlucht je als kind dan in een fantasiewereld?

“Nee, ik ben oud en versleten geboren. Als kind had ik al veel verantwoordelijkheid. Terwijl andere vaders ’s ochtends boterhammen voor hun kinderen smeerden, moest ik zorgen dat mijn vader zijn pillen nam - een medicijn dat hem ziek zou maken als hij dronk. Alleen werkte dat niet bij mijn papa. Ik was toen acht. Mijn eerste herinnering is mijn vader die dronken is. Onbezorgd ben ik nooit geweest.”

Bent u daar vandaag nog altijd kwaad om?

“Ik ben lang kwaad op hem geweest, nu heb ik hem vergeven. Hij is ook al lang dood, al een jaar of twintig. Zelfdoding wellicht, al werd dat toen niet met zoveel woorden gezegd. We hebben lang geen contact gehad, maar op het einde hebben we dat enigszins hersteld. Niet dat we dan openlijk over zijn probleem konden praten. We hadden dan een intrieste ontmoeting op een terrasje aan de kust, waarbij elke gevoelige materie angstvallig werd vermeden. Soms is een relatie zo fragiel dat je het met één verkeerd woord weer kunt breken.”

Beeld Bas Bogaerts

Denkt u nog vaak aan uw vader?

“Letterlijk elke dag. Ik probeer met mededogen en begrip terug te kijken. In se was mijn vader een superlieve man. Een eenzame, ongelukkige, zwakke ziel, in een slecht huwelijk, die zijn heil zocht in drank, het nachtleven en vrouwen. Niemand voelde zijn verdriet zo goed aan als ik. Uw papa blijft uw papa. Ook als kind neem je het altijd op voor de minst functionerende ouder, hoe hard je ook beseft dat hij in de fout gaat.”

Heeft die moeilijke jeugd u op een bepaalde manier gevormd?

“Ik vrees dat ik heel materialistisch ben geworden. Als tiener lag ik al wakker van onze geldzorgen. Met mijn eerste lonen betaalde ik schulden af. Ik heb toen gezworen dat mij dat nooit meer zou overkomen, dat ik nooit afhankelijk zou worden van een partner. Dat ik het zo ging regelen dat ik geld genoeg verdiende. Voor de mensen die ik graag zie, geef ik graag uit, voor de rest ben ik supergierig.”

Heeft het u ook harder gemaakt?

“Nee, je krijgt wel stekels, maar volgens mij ben ik er net zachter door geworden. Toch voor die bepaalde problemen.”

Belde u daarom Werner De Smedt op, na dat stuk over zijn alcoholprobleem?

(stellig) “Nee, dat had er niets mee te maken. Dat ging er gewoon over dat we hem te laat hadden opgebeld. Dat was journalistiek niet correct.”

“Kijk, ik ben er uiteindelijk door gekomen. Ik heb altijd een heel groot geloof in mezelf gehad. Ik wist altijd: ooit wordt het mijn beurt.”

Minister Liesbeth Homans (N-VA), die zelf uit een kansarm milieu komt, hamert erop dat mensen hun kansen ook zelf moeten grijpen. Heeft ze gelijk?

“Dat vind ik moeilijk. Voor een groot deel is het leven maakbaar. Ik ben bij Joepie beland nadat ik een sollicitatiebrief als schoolopdracht naar de hoofdredactie had gestuurd. Er zag iemand iets in mij en ik heb die kans gegrepen. Een jaar later was ik er hoofdredacteur. Maar er is zeker ook een factor geluk. Ik heb het zelf genoeg gezien: iedereen is altijd één beslissing van een drama verwijderd.”

Bent u soms bang om in dezelfde val als uw vader te trappen?

“Er zijn zeker dingen die ik herken. Ik ben ook vatbaar voor verslaving. Als ik morgen coke zou snuiven, ben ik gegarandeerd verslaafd. Ik zou het dus gewoon al niet durven.”

Alcohol drinkt u wel.

“Ja, als het qua timing kan. Natuurlijk ben ik ook graag eens een avondje zat, maar ik zit in een vaste structuur, en mijn ambities zijn sterker dan mijn neigingen tot zwakte. Ik ga er mijn leven niet mee verknallen.”

Terwijl er gewacht wordt op dessert, vertelt Ilse Beyers na enige aarzeling over een ander gevolg van haar moeilijke jeugd. Het verlangen naar een eigen, warmer nest - een verlangen dat onbeantwoord bleef. Ze kreeg vier miskramen.

“Na die laatste miskraam ben ik in een depressie beland. Het licht ging plots uit. Ik bleef werken en functioneren, maar voelde me leeg en compleet gevoelloos. Alsof ik door de woestijn wandelde. Voor je goed en wel beseft wat er is gebeurd, volgt er al een curettage. En dan heb je nog al die mensen die er niets van snappen maar toch hun mening verkondigen. Dat het nog geen echt kind was, dat er nog wel een kans zal komen.”

Hoe bent u uiteindelijk uit die depressie gekomen?

"Volgens mijn dokter was het geen depressie, maar een logisch rouwproces. Je verliest niet alleen een kind, maar ook een toekomstdroom. Hij heeft me antidepressiva voorgeschreven en na zes maanden was ik erbovenop.”

“Met de man waar ik die miskramen mee heb gehad, ben ik veertien jaar samen geweest. Niet lang na die vierde miskraam zijn we uit elkaar gegaan. Wie weet hoe het leven anders was gelopen?”

U hebt er intussen vrede mee?

“Ja. Ik ben 44. Uiteindelijk moet je aanvaarden hoe het leven loopt. Toen ik de eerste keer zwanger was, was ik al kleertjes gaan kopen, waaronder één heel schattig, rood truitje. Na de miskraam heeft mijn toenmalige vriend al die kleertjes weggedaan om mij te beschermen, behalve dat rode truitje, want dat had ik ergens verstopt. Het ligt nog steeds in mijn kast. Elke ochtend zie ik het liggen als ik me aankleed.”

Waarom houdt u dat bij?

“Dat moet.”

Is dat niet elke ochtend een pijnlijke confrontatie?

“Niet per se. Ik wil het niet vergeten. Niet dat ik dat zou doen zonder dat truitje, maar toch.... Het maakt gewoon deel uit van mij. Mijn man heeft kinderen. Het is niet hetzelfde, maar ik zie ze wel heel graag.”

Het wordt kouder. Tijd voor een trui en koffie. Er wordt nog even gepraat over relaties, de balans tussen werk en privé (“Het is beter dan vroeger. Nu vind ik het zelfs lastig als ze me voor onbelangrijke dingen storen tijdens mijn vakantie.”). Maar ook over De Persgroep, de recente overname van Story (“Spannende tijden. Mijn hart ligt niet bij dat blad, maar als ze mij straks vragen om dat beter te maken zal ik dat doen.”), en de toekomst.

Ilse Beyers staat al twaalf jaar aan het hoofd van Dag Allemaal: 'Mijn blad is niet zomaar een productje of een jobke. Het is een droom.' Beeld Bas Bogaerts

Waar ziet ze zichzelf over tien jaar?

(Ze haalt de schouders op. Geen idee.)

Aan het hoofd van een ander blad?

“Wat is dat nu voor een vraag? Alsof je mij vraagt om een andere relatie te beginnen terwijl ik nog verliefd ben. Welk ander blad?”

Meer gericht op de maatschappij, minder op de BV's?

“Ik ben journalist. Het gaat mij niet om die BV’s, wel om de emotionele verhalen.”

U zei ooit dat u een plek in de media-annalen wilde bemachtigen. Hoe wilt u herinnerd worden?

“Daar ben ik nog niet klaar mee. Nu weet ik gewoon dat ik iets wil betekenen, een verschil wil maken. Ik doe geen job om de hoop te vergroten. Als er iemand mij straks boven het hoofd groeit, dan moet die mijn job vooral doen.”

Zou u daarmee kunnen leven?

“Ik heb daar geen probleem mee. Zoals ik al zei: als ik iets doe, wil ik de beste zijn.”

Beeld Bas Bogaerts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234