Woensdag 19/06/2019

Interview

Illustrator Brecht Evens over zijn rampjaar: "Drugs zijn zelfverzekerdheid in een zakje"

'Zelfportret' in 'Het amusement'. Beeld RV Brecht Evens

Anderhalf jaar lang ging striptekenaar en illustrator Brecht Evens (32) gebukt onder depressies en een psychose. Het amusement werd dan ook zijn meest persoonlijke boek. "In mijn beroep is het bijna een voordeel dat er een schroefje loszit."

Het amusement ligt nog maar net op tafel, of Brecht Evens drukt er gretig zijn neus in. “Het ruikt nét iets anders dan de Franse editie”, zegt hij tevreden. En weer verdwijnt zijn neus even tussen de pagina’s. “Heerlijk, toch.”

Het is voor het eerst dat hij de Nederlandse editie van Het amusement in handen heeft. “DHL heeft gefaald”, blikt hij terug op de voorbije dagen, wachtend in zijn Parijse appartement op dat ene pakketje uit Vlaanderen. Zijn handen glijden tevreden over het papier. “De Nederlandstalige editie is wat groter dan de Franse. Dat past wel bij dit verhaal en de tekeningen”, zegt hij. Een grijns volgt. De brede, spontane lach die hem zo typeert. “Geërfd van mijn opa.”

Flashbacks flitsen aanvankelijk heen en weer over de tafel.

Over ons allereerste, mislukte interview toen hij – amper 22 jaar – nog op kot zat in Gent en even vaak naar het toilet moest als hij over zijn antwoorden struikelde. Pas na een tijdje merkte ik ze op: de grote blikken bier verscholen achter zijn fauteuil. “Ach ja, ik was jong en nerveus, en dacht me wat moed in te drinken.”

Brecht Evens: 'Van mijn opname in Japan weet ik werkelijk niets meer.' Beeld RV Jean Nicolaï

Over zijn stijl, die bij elke uitgave veranderde wegens “esthetisch snel geambeteerd”, maar die nu al drie boeken – De liefhebbers (2011), Panter (2014) en Het amusement – vast lijkt te liggen. “Alles volledig veranderen voor één boek is op zich geen ambitie meer. Het doen om het te doen is op zich niet interessant, niet nuttig ook.”

Over hoe ik hem jaren geleden omschreef als de jonge oppergod van de Vlaamse strip. Beetje onnozel, vindt hij. Nog altijd. “Kom op, Geert. Alsjeblieft. Als ik Olivier Schrauwen en Ben Katchor lees, denk ik meteen: dat kan ik niet, hoor.”

Evens zit vol leven. Hij kijkt uit naar de komende perstournee vol signeersessies en een groots feest in de Gentse Vooruit (afgelopen donderdag 27/9, red.) om zijn nieuwste worp te vieren. “Ik voel me weer erg goed”, zegt hij.

Zijn blik dwaalt af naar zijn imposante boek met de al even indrukwekkende cover vol feestlichtjes, nachtelijke zwempartijen en uitbundig verklede partygangers.

Voor wie het boek snel doorbladert, lijkt het te gaan om één groot feest vol drukke, barokke decors van Parijse danstempels waar het jonge volkje zich bijna blindelings laat verleiden door drank, seks en drugs. Schijn bedriegt. Evens voert tussen al dat feestgewoel-in-één-nacht drie hoofdpersonages op met elk hun eigen verhaal.

De gevoelige, breekbare Victoria; de ex-gedetineerde Jona die zijn leven wil beteren tot hij een ex-celmaat ontmoet; en Rodolphe, een jongen die met een depressie sukkelt maar zich niettemin volop in het Parijse gefuif stort. De eerste twee personages zijn geënt op kennissen, Rodolphe is gebaseerd op Evens zelfs. Althans, op de versie uit 2013-2104. “Mijn annus horribilis.”

Waarom ga je publiek met je verhaal? Je had er ook voor kunnen kiezen om dat autobiografische element voor je te houden. Het boek zou er niet onder geleden hebben.

Brecht Evens: “Ik stel zelf niet voor aan journalisten om het over mijn ‘episode’ te hebben, maar in mijn positie hoef ik niet bang te zijn om erover te vertellen. Ik hoef bijvoorbeeld niet te solliciteren voor een job. In mijn beroep wordt het trouwens bijna als een voordeel beschouwd dat er een schroefje loszit. Anderen zitten niet in die positie. Voor hen is het veel moeilijker om erover te vertellen.

“Normaal gezien probeer ik weg te blijven van persoonlijke verhalen, omdat het afleidt van het werk. Maar in dit geval is het relevant. Er is natuurlijk wel een verschil tussen een interview geven over een bipolaire episode en het schrijven van twintig restauranttips. Misschien doe ik het ook omdat het nu veel beter gaat. En omdat veel mensen er in alle vrijheid over spreken en schrijven op blogs, waarvan ik er veel ben gaan opzoeken. Mensen houden er hun status bij en spreken vrijelijk over hun manie.

“Wat het ook makkelijker maakt, is dat ik er in mijn geval vrij zeker van ben dat het eenmalig is. Ik heb de link gelegd met partydrugs. MDMA. Er hangt dus niet voortdurend een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. In vergelijking met anderen die er hun leven lang mee sukkelen, was het voor mij eerder een soort ‘bipolair toerisme’. Dat is een privilege. Als ik er nu nog mee zou sukkelen, zou ik er overigens niet zo over kunnen praten.”

Zo eenvoudig lijkt me zo’n diagnose niet. Wanneer besefte je: er is iets mis met me?

“Toen ik nieuwe schoenen had gekocht. Begin 2013. Ik heb de beschrijving van die dag later teruggevonden in een schetsboek. De schoenen knerpten, en dat ergerde me op een manier die ik niet gewoon was. Zo had ik mezelf nooit eerder meegemaakt. Er was iets aan het gebeuren.”

Wanneer vielen de puzzelstukjes samen?

“Ik had op dat moment persoonlijke problemen. Slapeloze nachten, gevuld met twijfel en schuldgevoel, volgden elkaar op. Slaapdeprivatie is een marteling. Dan duurt het niet lang voor je aan de grond zit en je je plots om zeven uur ’s morgens ineengezakt in een dokterskabinet bevindt, bereid om eender wat te slikken. Ik kreeg antidepressiva.”

'‘Met ‘Het amusement’ wilde ik een soort symfonische viering van het stadsleven maken.’ Beeld RV Brecht Evens

Als ik het goed begrijp, begon het pas echt fout te gaan toen je naar Japan moest?

“Het is ingewikkeld. Laat ik je een snelle tijdlijn geven: Begin 2013 begonnen de paniekaanvallen en de depressie. In maart van dat jaar moest ik voor Louis Vuitton naar Tokio – ze wilden dat ik een artbook over die stad maakte – maar ik raakte het vliegtuig niet op. De nacht ervoor had de twijfel toegeslagen. Ik kon niet stoppen met druiven eten, want zolang ik druiven at, was ik iets aan het doen (een scène die hij ook in ‘Het amusement’ verbeeldt, GDW.)

“Enkele maanden later verbleef ik op het appartement van mijn uitgever in Parijs. Na enkele dagen ging het beter met me. Ik besloot de antidepressiva weg te smijten.”

Ai.

“Slecht idee. Inderdaad. In drie maanden tijd ging ik van goed naar veel te goed. Eind oktober volgde een nieuwe poging van Vuitton om me in Tokio te krijgen. Zodra ik in Japan was gearriveerd, ging ik in een complete psychose. Daarvoor ben ik opgepakt door de politie, die me in een Japans zothuis (klein lachje) stak. Van die twee weken opname weet ik werkelijk niéts meer. Ik denk dat ze me een paardenmiddel hebben gegeven. Totale black-out.

“Terug in België ging ik naar een psychiatrische afdeling in Limburg. Op dat moment was ik ver genoeg heen om opgesloten te worden. Maar niemand kon me ervan overtuigen dat er iets mis was.

“Tijdens die drie maanden opname – ik kreeg de diagnose ‘manisch’ – raakte ik in een tweede depressie. Wat later ging ik terug naar Parijs. De psychiater daar kon geen antidepressiva voorschrijven omdat je daar na een manische periode mee moet oppassen. Pas toen de kust weer veilig leek, kreeg ik een minimale dosis en klaarde de hemel op.”

Waren jouw depressie en psychose een rechtstreeks gevolg van de partydrugs MDMA? Of was er meer aan de hand?

“Ik denk dat die drugs mijn voorraadzolder, mijn reserve aan mentale veerkracht, hebben leeggehaald. Toen er iets stevig fout ging, had ik niets om op terug te vallen. Op den duur ging ik niet meer uit zonder MDMA.”

Psychose gaat gepaard met paranoia, dacht ik. Hoe kun je zo wérken?

“Dit boek is ontstaan toen ik langzaam beter werd. In 2014 raakten mijn schetsboekjes stilaan weer gevuld. Het eerste wat ik noteerde waren mijn dromen, omdat mijn dagen op dat moment enkel bestonden uit 12 uur lang films kijken en 12 uur slapen (ongemakkelijke grijns). Mijn eerste tekenen van interesse voor de wereld waren volledig passief. Daarna kwam ik voorzichtig buiten, luisterde ik naar mensen, lachte ik soms.

“Plots zag ik de eerste kiemen van narratief potentieel in de dingen. Ik begon kleine ideetjes of maniertjes van personages te noteren. Ik besloot ook mijn psychose en depressie erbij te betrekken. Het voelde aan alsof ik per ongeluk research had gedaan in die materie. Zo ontstonden een hoop puzzelstukjes waarvan ik wist: hier gaat een soort panoramisch, maximalistisch boek uit voortspruiten.

“Ik wilde iets anders dan Panter, dat een zeer streng omschreven boek was, gesitueerd in één gesloten ruimte. Een soort symfonische viering van het stadsleven, dat was de bedoeling. Als een vlieg vloog ik rond in de stad, duizenden personages passerend die we maar twee of drie keer zouden zien.

“Dat ging dan later eerst naar vijftien personages, en dan naar drie.”

‘Mijn herinneringen aan die drie manische maanden waren heel glamoureus’, zei je eerder. Dat moet je even uitleggen.

“Ik ontdekte later pas dat het woord ‘manisch’ al was opgedoken in mijn schetsboeken. Ergens schreef ik dat ik me wat manisch voelde, gevolgd door een zin als ‘als ik niet beter wist, zou ik denken dat er iets mis was.’ Maar tegelijk kon er niets mis zijn, want het voelde allemaal zo lekker.

“Sindsdien herken ik manische mensen op straat. Van die types die plots een vreemd voorwerp voor je neus leggen en je aansporen het geheim ervan te ontrafelen. Of iemand die in een metro een spontane paaldans doet. Het ziet er erg onglamoureus uit, maar ik weet hoe het werkt: in hun hoofd volgen een reeks geniale gedachten waarbij je niets te vrezen moet hebben van oordelende blikken. Waarom zou je ook? Je bent geniaal.”

Opeens kijkt hij in het ijle, staat op, zegt dat hij een sigaret gaat roken, komt daarna terug en vertelt verder.

uit 'Het amusement'. Beeld RV Brecht Evens

“Ik wil twee voorbeelden geven van mijn gedragingen. Ik herinner me hoe ik ’s nachts in Parijs op een boze, zatte en schreeuwende dakloze afstapte terwijl ik in alle andere omstandigheden met een grote boog om hem heen zou lopen. Ik zette hem een koptelefoon op en liet hem ‘For the Good Times’ van Al Green horen. Hij kalmeerde meteen.

“Op een andere dag zat ik dan weer in een achterkamertje – met een bontmuts en een zonnebril op – een soort supermegalomane symfonie te componeren over mijn familie, mijn geboorte en Ambiorix, inclusief door Paul van Ostaijen geïnspireerde brabbelkoorzangen.

“Vrienden die zich zorgen om me maakten, snauwde ik af. Ze stoorden me. Ik herinner me in die periode veel gulheid tegenover onbekenden en veel woede tegenover de beste en meest bezorgde mensen om mij heen. De verklaring: het ding wilde zichzelf in stand houden. Wanneer ik hoorde dat ik er slecht aan toe was, betekende dat voor mij enkel dat anderen nog niet begrepen wat ik al wel wist.”

In dit boek vertel je met de nodige humor over mentale problemen. Het kon ook een drama geworden zijn. Maar daar koos je niet voor.

“Misschien daarom dat het maken van dit boek zoveel tijd in beslag nam. Er was werk aan om die drie personages narratief aantrekkelijk te maken. Ik wilde geen freakshow. Mensen met mentale problemen zijn uitdagende personages om over te schrijven, want de concrete narratieve oorzaak van hun ongelukkig zijn, ontbreekt vaak.”

In het boek spreekt een vriendin Rodolphe toe: ‘Je bent nu wat zachter en toegankelijker. Je bent je arrogantie kwijt, je bent een beetje koddig. Alles ging bij jou over verleiden van vrouwen, mannen, honden, alles.’ Enkele tellen later zegt Rodolphe: ‘Als ik morgen sterf, dan heb ik tenminste geleefd.’ Nog elders zegt dat hij dat hij zich genezen waant.

“Het doet me plezier dat je net die scènes beschrijft. Die eerste scène was oorspronkelijk een gag waarin een depressieveling van een vriendin een peptalk krijgt die per ongeluk deprimerend is.

“De scène waarin Rodolphe zich genezen waant, is de meest persoonlijke en de laatste die ik voor hem schreef. Die scène is nu kort en integer, maar oorspronkelijk zag ze er helemaal anders uit: een hoop showpagina’s vol grafisch spektakel waarin de stad nog meer werd opgedeeld in kamertjes, met twintig avontuurtjes per pagina.”

Die arrogante waarvan sprake, sloeg dat effectief op jou?

(zonder aarzeling) Ja. Ik heb feestelijke jaren gekend met veel succes. Ik sprong toen niet altijd omzichtig om met mensen. Ik was behoorlijk jong, hè!”

Je leek me anders ook iemand die opmerkzaam was. De dingen rondom zich opnam.

“Goh. Niet helemaal. Ik beschik weliswaar over een medium waarin ik kan tonen dat ik veel dingen opmerk, maar ik merk niet meer op dan de gemiddelde mens. Het is enkel mijn metier dat het aan elkaar kan rijgen.

“In gesprekken vind ik mezelf niet alert. Ik ben snel afgeleid en mis veel. Eigenlijk sluit ik me in het leven veeleer af. Mijn leven is ook geregeld. Ik woon in een grote stad die ik niet zoveel bezoek. Ik zit thuis, waar ik teken, lees of tv kijk. Buiten ontmoet ik dezelfde mensen op dezelfde terrasjes.

“Misschien zou ik ondernemender, onderzoekender zijn als ik niet meer zou rondkomen of inspiratie zou kunnen putten uit de dingen die toevallig op mij afkomen. Ik denk dat die rare periode in 2013-2014 een beetje een ‘jackpot’ was: dat het avontuur mij kwam opzoeken omdat ik het niet ging zoeken. Drugs nemen is net avontuurlijk: elke week opnieuw zelfverzekerdheid in een zakje.”

Gaat het nu goed met je? Kun je nu uitgaan zonder MDMA?

“Ja, geen probleem. Gelukkig heb ik niet zo’n verslaving waarbij je lichaam er steeds opnieuw naar vraagt en verlangt. Het was eerder een associatieve verslaving. Zonder dat kon ik niet feesten. Maar nu zit ik heel goed waar ik zit; ik ben blij met de stad waar ik woon. Ik heb geen vrienden verloren, ben opnieuw creatief en voel me nog altijd even gezegend.”

Brecht Evens, 'Het amusement', uitgeverij Oogachtend, 336 p., 35 euro. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden