Donderdag 16/07/2020

Boekrecensie

Ilja Leonard Pfeiffer: minder geslaagd als toneelschrijver dan als romancier ★★★☆☆

Ilja Leonard Pfeiffer in zijn woonplaats, het Italiaanse Genua.Beeld Tim Dirven

De toneelteksten van Ilja Leonard Pfeijffer, verzameld in De veelstemmige man, ­laten zich beter lezen dan spelen. Hij biedt de acteurs fraaie, barokke zinnen, maar er is weinig ruimte om de taal tot leven te brengen.

Wat is toneel? Ik zou zeggen: levende taal. Taal met adem en een hartslag. Anders dan proza gaat toneel minder om de esthetiek van het geschreven woord, om de krullen en arabesken waarin de romancier Ilja Leonard Pfeijffer zo bedreven is. Al kan zijn deftige oudemannen­koketterie soms tegenstaan, het is altijd weer smullen van zijn zinnen. Maar toneel is klinkende taal; taal die wordt uitgesproken door acteurs. Zij blazen de tekst zuurstof in, voegen emotie toe. Ze geven betekenis aan witregels. Stilte kun je niet lezen, maar wel horen.

Sommige heel goede toneelschrijvers (Judith Herzberg, Lot Vekemans) schrijven uiterst summier. Kleine woorden, korte zinnen, veel wit. Zij schrijven met de bijdrage van de acteurs indachtig. Zwart-op-wit staat er de facto weinig, maar de inhoud verschuilt zich onder en tussen de regels. Deze schrijvers weten dat de spelers hun tekst zullen afmaken, dat die aanvullen wat zij openlaten. Zulke teksten lijken op papier een soort halffabrikaat, maar ze werken uitstekend op toneel.

Ironie of ijdelheid?

Zo’n schrijver is Ilja Leonard Pfeijffer niet. Pfeijffer levert uit principe eerder een soort driedubbel­fabrikaat. Overvol taal is ook zijn toneelwerk, waarvan de verzamelbundel De veelstemmige man (met alle teksten van 2007 tot 2020) niet voor niets een kloeke 1.072 pagina’s telt. Zestien teksten zijn erin opgenomen, van zijn toneeldebuut De eeuw van mijn dochter tot de recentste, De aanzegster. Er zitten libretti bij van muziektheaterstukken en opera’s, een hoorspel en een tekst voor een video-installatie. 

Is het ironie of ijdelheid dat er ook twee (onvertaalde) Italiaanse teksten zijn opgenomen? Bij Pfeijffer weet je het nooit helemaal zeker. Vast staat dat hij de acteurs – de Nederlandse en de Italiaanse – veel taal aanreikt. Veel woorden om uit te spreken, minder materiaal om te spelen – Pfeijffer is meer tell dan show. Dat is ook zo in zijn romans, maar daar is het niet erg, omdat hij het vertellen overlaat aan een charmante protagonist vol zelfspot, een tragikomisch alter ego. Bij toneel ontbreekt die verteller en moeten drama en conflict ontstaan uit dialoog.

Taalvernuft

Dat lukt niet altijd. Pfeijffer gebruikt de dialoog vaak liever om zijn eigen taalvernuft te etaleren dan om plot of personages voort te stuwen. In de vroege stukken kan dat gulzige taalspel de magere inhoud niet verhullen. In De eeuw van mijn dochter wil hij te graag imponeren, met kundig berijmde alexandrijnen en volop verwijzingen naar de klassieken. Opvolger Malpensa (2008) is een weinig geraffineerde satire op het grootkapitaal, met slechts twee tamelijk vervelende personages, type testosterongedreven durfkapitalist. In zijn toneelwerk is Pfeijffer te vaak een columnist die zijn meningen vermomt als personages en tooit met barokke taal. Meer troubadour dan toneelschrijver.

Soms valt die retorische ambitie meesterlijk samen met de thematiek, zoals bij De advocaat (2017), over de ondergang van glamourraadsman Bram Moszkowicz. Hier staat het taalvernuft geheel ten dienste van de personages: de familie Moszkowicz en trawanten, die van onnavolgbare redeneertrucs hun goedbetaalde vak hebben gemaakt. Nu zijn Pfeijffers opgepoetste sierzinnen niet louter decoratief, maar juist veelzeggend. Bij een hedendaags koningsdrama als dit passen shakespeareaanse taalaspiraties.

Beeld rv

We zouden het acteurs moeten vragen, maar ik vermoed dat Pfeijffers toneelwerk zich beter laat lezen dan spelen. Je hebt er in elk geval een bepaald soort acteur voor nodig, het retorisch bekwame type. Misschien, zou je welwillend kunnen stellen, levert Pfeijffer toch ook een soort halffabrikaat. Theater is een gesamtkunstwerk en de bijdrage van de schrijver is daarvan slechts één onderdeel; spel en regie hebben veel impact. Met welkome zelfspot schrijft hij in de epiloog van het aanstekelijke Noem het maar liefde dan ook: ‘Met de juiste acteurs kan er volgens mij toch wel een beetje diepgang worden gesuggereerd.’

#MeToo

Ja, Pfeijffer laat zijn meningen en politieke analyses in fraaie, barokke taal verkondigen door soms wat schematische personages. Het ontbreekt vaak aan adem en hartslag. Pfeijffer voelt zich thuis bij satire, maar neigt daarin vaak te zeer naar de karikatuur. Zoals ook in zijn recentste stuk, De aanzegster, over #MeToo, waarin iedereen liegt, niemand deugt en de waarheid volstrekt irrelevant is.

Meer dan in zijn romans treft Pfeijffer mij in zijn toneelwerk als hard en cynisch – misschien omdat die prettig ironiserende commentaarstem uit de romans ontbreekt. Maar met de juiste acteurs, met een beetje empathie, nuance en tegenkleur, kan dat op toneel prima worden rechtgezet.  

Ilja Leonard Pfeijffer, De veelstemmige man – Verzameld toneelwerk 2007-2020, De Arbeiderspers, 1.072 p., 55 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234