Vrijdag 10/07/2020

Mark Lanegan

‘Ik zwem nog liever naar Japan dan nog eens een boek te schrijven over die tijd in Seattle’

Beeld Travis Keller

Al twintig jaar een verboden onderwerp in een interview met Mark Lanegan (55): de grungejaren in Seattle, waarin hij als frontman van Screaming Trees en beste vriend van Kurt Cobain en Layne Staley (Alice in Chains) een spilfiguur was. Lanegan doorbreekt nu de stilte met de memoires Sing Backwards and Weep en de bijbehorende plaat Straight Songs of Sorrow. ‘Primitief, brutaal en apocalyptisch,’ zegt Nick Cave over die autobiografie, ‘wat wil een mens nog meer?’ Ik trok het kortste strootje en moest Lanegan aan de praat krijgen over een periode die hij liever zo snel mogelijk weer vergeet.

Mark Lanegan kijkt me niet in de ogen. Hij lijkt beledigd door het simpele gegeven dat ik vragen wil stellen over zijn boek en vindt een grom meermaals voldoende als antwoord. Niet dat hij onvriendelijk is, maar de man zag in de loop der jaren vrienden wegkwijnen door roem en drugs, en ook voor hem was het een tijdje kantje boord. Eind jaren 90 brak Lanegan met Screaming Trees. Hij verliet Seattle, zwoer heroïne af en werd één van de hardst werkende muzikanten in de business. Lanegan leverde sindsdien topkwaliteit af met Queens of the Stone Age, Isobel Campbell en Greg Dulli, en is intussen aan zijn twaalfde soloplaat toe.

Heb je met je memoires de demonen van je af kunnen schrijven?

Mark Lanegan: “Nee, terwijl mijn schrijversvrienden dat wel beloofd hadden. In Sing Backwards and Weep beschrijf ik tien jaar in Seattle, van 1987 tot 1997. Die periode was een nachtmerrie, het donkerste decennium uit mijn leven. Ik had die herinneringen diep in mezelf weggestopt: ze oprakelen was allesbehalve plezant. Ik tuimelde van de ene shitty experience in de andere. Maar ik wilde niet werken met een ghostwriter: als mijn verhaal verteld moest worden, dan moest dat van mij komen en van niemand anders. Het betekende dat ik al die beschamende zaken nog aantrekkelijk moest verwoorden ook (zucht). Ik zwem nog liever naar Japan dan dit boek nog eens te schrijven. Als kind droomde ik ervan om op een dag een boek te schrijven, maar ik had gehoopt dat ik een ander verhaal te vertellen zou hebben.”

Hoe heb je het schrijven volgehouden?

Lanegan: “Ik werkte zo snel als ik kon. Ik werd wakker, ging naar mijn computer en schreef. Ik vergat te eten en te drinken. Uiteindelijk hebben mijn vrienden mij verplicht om om de vier uur een wandeling te maken. Mijn boek lag al na drie maanden bij mijn uitgever, zes weken vóór de deadline: een record, zei hij.”

Is er dan niets positiefs uit voortgekomen?

Lanegan: “Muziek. Toen mijn boek af was, liep ik over van de inspiratie. Ik zing doorgaans niet over het echte leven, mijn teksten zijn vooral surreëel. Maar al die herinneringen die bovenkwamen, hebben mij aangezet om openhartiger te schrijven. De songs op Straight Songs of Sorrow zijn de eerlijkste die ik ooit heb neergepend.”

Spelen allemaal op jouw plaat: John Paul Jones van Led Zeppelin, Nick Caves rechterhand Warren Ellis, Ed Harcourt en de zoon van Peter Hook, de voormalige bassist van Joy Division en New Order.

Lanegan: “En toch is het, ondanks al die beroemde namen, de persoonlijkste plaat die ik ooit heb opgenomen. Ik schreef de nummers in mijn eentje en nam ze grotendeels zelf op. Dit is de eerste plaat waarop ik het meeste van de productie en arrangementen zelf heb gedaan. Ik leerde met Pro Tools te werken. Mijn vrouw had dat programma na een halfuurtje onder de knie en heeft zes maanden nodig gehad om het mij aan te leren (grinnikt).”

In het verleden werkte je toch met cassettes om je demo’s op te nemen?

Lanegan: “Ik verzamelde vroeger al mijn muzikale ideeën op cassette. Als ik aan een plaat wilde beginnen, nam ik die door om inspiratie op te doen. Maar de laatste keer dat ik een zak cassettes bovenhaalde, in 2012, waren ze allemaal kapot. Honderden ideeën weg. Ik kon vanaf nul beginnen. De songs op Blues Funeral plukte ik gewoon uit de lucht: die plaat is een persoonlijke favoriet geworden. Als er nu een melodie in mijn hoofd schiet, neem ik die op met mijn smartphone.”

Heb je nog andere trucs om songs te schrijven?

Lanegan: “Jeffrey Lee Pierce (frontman van de Amerikaanse rockband The Gun Club, red.) gaf me ooit het advies om, bij een writer’s block, een riff of akkoordenschema te lenen van een song die je graag hoort. Als je daarop voortbouwt, hebben de mensen dat zelden door, want op het eind is dat motiefje slechts een detail in de song.”

Schrijf je elke dag muziek?

Lanegan: “Als ik wakker ben, maak ik muziek. Dat is wat ik doe. Ik moet zelden zoeken naar inspiratie, ze is er. Ik heb ook altijd meerdere projecten lopen. Het is een zegen dat ik dit al zo lang mag doen. Ik schrijf in de bus, in de auto en in de douche.”

Dreigde de liefde voor muziek ooit te verdwijnen?

Lanegan: “Ik vond de laatste jaren bij Screaming Trees niet tof. Muziek was een middel geworden om rond te komen. De rest van de groep wilde de succesformule herhalen en niet innoveren, ik wel.”

‘Mijn band zit vol Belgen. We repeteren niet in Los Angeles, maar in Antwerpen. Ik heb er zelfs een tijdje gewoond.’Beeld Alex Vanhee

In 2000 doekten jullie Screaming Trees op en in datzelfde jaar schitterde je op de vuige rockplaat Rated R van Queens of the Stone Age.

Lanegan: “Josh Homme werd in 1996 de tweede gitarist van Screaming Trees, maar het was duidelijk dat hij meer talent had in zijn ene vinger dan wij allemaal samen. Hij wilde méér en ik volgde. Ik schreef en zong een paar songs voor Rated R en voor Songs for the Deaf, waaronder ‘No One Knows’. Tijdens de tournees met Queens of the Stone Age moest ik maar voor een halfuurtje het podium op. Het was eindelijk weer plezant om in een band te zitten.”

In 1989 zaten jij en Kurt Cobain samen in een studio om covers van Lead Belly op te nemen, waaronder zijn versie van ‘Where Did You Sleep Last Night?’ In 1993 was die song het hoogtepunt van MTV Unplugged met Nirvana.

Lanegan: “Kurt en ik waren goede vrienden lang vóór hij een superster werd. Eigenlijk was hij eerst een fan van mij: hij stapte op me af na een show van Screaming Trees. Maar ik merkte al snel het grote verschil tussen zijn talent en het mijne. Kurt en ik hebben Lead Belly samen ontdekt. We luisterden naar zijn muziek en één van ons zei: hoe tof zou het niet zijn om die songs te coveren? Samen met Krist Novoselic (bassist van Nirvana, red.), namen we enkele covers op en dat was dat. Onze versie van ‘Where Did You Sleep Last Night?’ belandde op mijn eerste soloplaat uit 1990.”

Hebben jullie ooit samen songs geschreven?

Lanegan: “Nee. (Na een lange stilte en met tegenzin) We kwamen nergens samen, want geen van ons twee wilde het voorplan opeisen.”

Waarom raakte een traditionele bluesartiest als Lead Belly je destijds zo?

Lanegan: “De blues heeft mij de ogen geopend. Ik ben opgegroeid in Ellensburg, een dorpje in Washington met veel boeren en koeien. Mannen dragen er cowboylaarzen en countrymuziek is het enige waar ze naar luisteren. Op een dag gaf mijn vader me een doos vol platen, ik was 8. Ik ontdekte zo John Lee Hooker, Lightnin’ Hopkins en Autobahn van Kraftwerk. Tot op vandaag maak ik mijn versie van blues-via-Kraftwerk.”

Hoe ben je, in een boerengat als Ellensburg, ooit in een band beland?

Lanegan: “Ik moest nablijven op school en enkele lessenaars verderop zat een knul met een U2-pin op zijn rugzak. Hij had een marsmannetje kunnen zijn: ik dacht dat ik de enige in het dorp was die U2 kende. Ik ben op hem toegestapt: hij bleek Van Connor te heten en samen met zijn broer Lee (Gary Lee Connor, red.) in een band te zitten. Hij vroeg of ik de drummer wilde worden, maar ik was zo’n waardeloze drummer dat ik de zanger werd. Het is me, zoals alles in mijn leven, gewoon overkomen.”

VERLIEFD OP BELGIË

Je had een line-up opgesteld voor een tweedaags festival in de Brusselse AB op 9 en 10 mei, maar dat is uiteraard niet doorgegaan. Had je ooit eerder een festival gecureerd?

Lanegan: “Niemand heeft me dat ooit eerder gevraagd.”

Waarom, denk je?

Lanegan: “Vraag dat maar aan de mensen die het mij nooit gevraagd hebben.”

Ik keek ernaar uit. Je was van plan om mijn favoriete plaat sinds jaren integraal te brengen. Waarom koos je Bubblegum uit 2004?

Lanegan: “Kurt (Overbergh, artistiek directeur van de AB, red.) vroeg me wat ik wilde doen en ik stelde voor om die plaat in zijn geheel te spelen.”

Waarom?

Lanegan: “Fans hebben me dat al ontelbare keren gevraagd. Ik heb veel van die songs in geen vijftien jaar gespeeld, áls ik ze ooit al heb gespeeld. Het is alleszins mijn bestverkochte soloplaat.”

Bubblegum was ook de eerste plaat waarvoor je met onze Belgische trots Aldo Struyf samenwerkte.

Lanegan: “We waren rond 2002 samen op tournee. Hij speelde bij Millionaire en ik bij Queens of the Stone Age, en het klikte meteen. Hij is mijn muzikale rechterhand, mijn bandleider, de persoon die de rest van de groep de songs aanleert en de show in goede banen leidt. Door Aldo werd ik verliefd op België. He’s the dude.”

Heb je ooit overwogen om hier te komen wonen?

Lanegan: “Ja. Ik heb zelfs een tijdje in Antwerpen gewoond, begin jaren 2000. Maar je moet hier een behoorlijk lange periode verblijven vooraleer je een huis mag kopen.”

Waarom hou je zo van België?

Lanegan: “Wegens het totaalpakket. Mijn band zit ook vol Belgen. We repeteren niet in L.A., maar in Antwerpen.”

Volgens Kurt Overbergh deed je al dertien keer de AB aan. In 2008 trad je er op met The Gutter Twins, je band met Greg Dulli. Hij moest midden in de set afgevoerd worden. Wat ging er toen door je hoofd?

Lanegan: “Ik hoopte dat hij in orde was.”

Je hebt de set die avond in je eentje afgewerkt.

Lanegan: “Greg had mij dat gevraagd. Ik doe altijd voort. Mijn vrouw, die ook in mijn band speelt, werd vorig jaar ziek in Zweden. Ik heb haar de dag nadien in een ziekenhuis moeten achterlaten, want ik moest een show spelen in een ander land.”

Je bracht nog geen zes maanden geleden de plaat Somebody’s Knocking uit. Als ik die met twee woorden moet omschrijven: lang en catchy.

Lanegan: “Zou ik ook doen. Ik wilde eindelijk eens een dubbelaar maken en die vullen met zoveel mogelijk aanstekelijke songs. Ik ben blij dat je dat hebt opgemerkt.”

 Je leverde vorig jaar ook werk af met de elektronische artiest Not Waving. Niet als Mark Lanegan, maar als Dark Mark.

Lanegan: “In mijn platencontract staat dat ik alleen mijn naam mag gebruiken als ik solo of met mijn band een plaat uitbreng. Dus koos ik voor Dark Mark. Mensen noemen mij al jaren zo.”

In 1985 nam je met Screaming Trees je allereerste plaat op. Heb je in de afgelopen 35 jaar ooit de perfectie bereikt?

Lanegan: “Nee. Astral Weeks van Van Morrison of Starsailor van Tim Buckley: dat zijn perfecte platen. Weet je, als je al 35 jaar muziek maakt, blijft niet al je werk overeind. Er is slechts een handvol platen waar ik nog steeds trots op ben. Maar ik heb geluk gehad. Met elk project pik ik nieuwe fans op. De ene keer treed ik op voor veertigers die mij al volgen sinds Screaming Trees, de andere keer sta ik voor een jong publiek dat mijn nieuwste nummers wil horen.”

Sing Backwards and Weep - A Memoir wordt uitgegeven door Orion Publishing. ‘Straight Songs of Sorrow’ is uit bij Heavenly Records.

Beeld rv
Beeld rv

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234