Donderdag 17/10/2019
Nico Dijkshoorn: ‘Ik ben bijna een messias aan het worden.’

Interview Vragen van Proust

'Ik zou wel een stokstaartje willen zijn. Stokstaartjes zijn coole motherfuckers’

Nico Dijkshoorn: ‘Ik ben bijna een messias aan het worden.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: auteur-muzikant Nico Dijkshoorn (58). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik merk wel dat als ik bij De wereld draait door tussen jonge rappers ga staan alsof ik gewoon hun brother ben, dat ze zoiets hebben van: wat moet die opa naast ons? Wat zit die kale man met witte baard over ons ding te praten? Dat is wel confronterend, want als muzikant voel ik me nog steeds begin de twintig. Ik koop al rap en hiphop sinds 1978. Ik snap gewoon niet waarom je te oud zou kunnen zijn om muziek te maken, alsof je na je vijftigste je gitaar moet inleveren en dan maar thuis moet gaan zitten. Ik heb destijds letterlijk de eerste hiphopplaat gehoord, weet je. Dus ik laat me niet tegenhouden door leeftijd, daar heb ik maling aan. Ik heb dan ook constant woeste discussies met die jongens: kunnen ze niet eens vanuit een ander perspectief rappen? Je kunt toch niet 45 jaar lang blijven rappen dat je van de straat komt en nu een badkamer met gouden kranen hebt? Dat is toch een heel magere thematiek? Je kunt toch niet blijven herhalen dat je een dikkere lul hebt dan de anderen? Daar merk je dus het generatieconflict.

“Als schrijver, dat onderscheid wil ik wel maken, leun ik aan bij de periode waar mijn favoriete schrijvers vandaan komen, de jaren zeventig en tachtig. En als ik boodschappen moet doen, voel ik mij 59. 
(lacht)

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik goed kan observeren. Daarom zit ik ook al tien jaar bij De wereld draait door. Ik kan heel snel iets schrijven. Ik kan ongelooflijk ratelen, maar ik zie wel alles. Soms sus ik door mijn houding mensen in slaap. Ze denken dat ik alleen maar met mezelf bezig ben. Als ik samen met mijn dochter wat afwezig door de stad loop en ze leest ’s anderendaags mijn column in de krant, dan denkt ze: die ouwe van me heeft het toch maar weer gezien. (lacht)

3. Wat is uw passie?

“Muziek maken en schrijven. En dan vragen mensen altijd: wat als je moet kiezen? (lacht) Dan zou ik toch wel zeggen: schrijven is heerlijk, maar het is wel iets wat je in je eentje doet. Alleen maar schrijven zou toch wel vrij eenzaam zijn. Muziek maken doe ik met twee vrienden, Fred en Herman. Wij oefenen al dertig jaar iedere zondag. Die vier tikjes vooraf, tik tik tik tik, en dan met z’n drieën tegelijk in een liedje knallen, daar kan weinig tegenop. (lacht) En als er dan publiek bij komt, wordt het helemaal te gek.

“Muziek heeft altijd een heel belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Ik had een heel ingewikkelde relatie met mijn ouders. Als ik wil oproepen hoe fijn het af en toe ook was, denk ik aan bepaalde nummers. Ik weet precies op welk nummer mijn vader en moeder woest door het huis dansten. Met bepaalde liedjes kon ik mijn ouders als het ware aan- en uitzetten. Ik kon ze sturen.”

Lees ook:

De vragen van Proust, met Annelien Coorevits: “Ik heb veel moeite met liefde krijgen.

4. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Nou ja, daar heb ik nu twee dikke boeken over geschreven. (lacht) Dus blijkbaar heel belangrijk. Ik heb altijd gedacht, tot een jaar of vijftien geleden, dat ik een ongelooflijk leuke vader had. Weet je, mijn vader was een grappige man, een enorme sporter, een honkballer, een heel populaire figuur. Maar in retrospectief ook ongelooflijk dominant binnen het gezin. Hij had geen interesse in wat ik deed. Op een gegeven moment was ik zelfs de paria omdat ik niet meer mee ging sporten. Ik werd de zoon die las en gitaar speelde. Daar snapte hij niets van. Mijn moeder, die volgens mij veel meer talent had dan mijn vader – als patroontekenaar had ze voor veel beroemde ontwerpers gewerkt –, werd geacht volledig ten dienste van hem te staan. Mijn vader nam ontzettend veel ruimte in.

“Tot hij alzheimer kreeg en naar een gesloten afdeling werd gebracht. Toen ik hem de eerste keer ging bezoeken en hem zag zitten met zijn overhemd half gescheurd – hij had net een aantal schilderijen van de muur getrokken –, kwam er een ongelooflijke woede in mij op waar ik niets van snapte. Om dat gevoel te doorgronden heb ik een boek over hem geschreven (‘Nooit ziek geweest’, red.), dat heel veel mensen nadien als een genadeloze afrekening met mijn vader hebben ervaren. Ik had, zeg maar, het feestje van Klaas verpest nog net voor hij doodging, zo voelde het. Daarom heb ik nu een tweede boek geschreven (‘Ooit gelukkig’, red.).

“Destijds zag ik hem als een narcist, maar ik had me nooit afgevraagd waarom hij zo geworden was. Misschien had hij ook zo’n vader? Wat precies zo is. Ik zei net dat ik ongelooflijk goed kan observeren, maar als ik naar mezelf moet kijken heb ik blijkbaar een blinde vlek. Dit laatste boek is dus een vrij harde, genadeloze afrekening met mezelf. Ik wilde aanvankelijk een boek over mijn moeder schrijven maar dat is het helemaal niet geworden. Want tijdens het schrijven kwam ik erachter dat ik eigenlijk nooit met haar heb gepraat. Behalve een tiental anekdotes weet ik niets over haar. En ik merk dat nu bij meer mensen: wat weten zij over hun moeder als jong meisje? Weinig, hoor. Mijn ouders hadden geen enkele interesse in mij, maar dat hoefde niet wederkerig te zijn. Ik had best wekelijks naar mijn moeder toe kunnen gaan, ze zou het heerlijk gevonden hebben. Ik ben bijna een messias aan het worden. (lacht)

“Het is heel makkelijk: je gaat twee uur zitten en je vraagt even heel specifiek: op welke lagere school zat je, welke schoenen droeg je, wie was je eerste vriendje? Heel simpele dingen, zeg maar. Dat zou haar heel erg opgetild hebben, ook omdat mijn vader haar totaal niet zag. Het pijnlijke is dat ik dit pas keihard besefte sinds ik zelf een reeks TIA’s (tijdelijke beroertes, red.) heb gehad. Sinds ik zelf oog in oog stond met de dood, zeg maar.”

5. Vindt u het leven een cadeau?

“Nou nee. Ik zou het heel gek vinden mocht ik het leven als een geschenk ervaren, dan maak je jezelf als mens veel te belangrijk. Alle schrijvers die me echt verpletterd hebben, staan zo in het leven. We zijn gewoon stof dat even opwaait. Je bent er even en verdwijnt weer, dat vind ik een heel bemoedigende gedachte. Ik probeer ervan te maken wat ervan te maken valt. Ik heb niet zoiets van: wat een geschenk dit leven. (lacht) Ik vind het toch wel een worsteling, ja.”

Beeld Stefaan Temmerman

6. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik kan gek worden van geluk door kleine luldingetjes. Wanneer ik een grote doos kleurpotloden kan uitpakken die ik besteld heb, bijvoorbeeld. Jezus, 250 kleuren, weetjewel.”

7. Wat is uw zwakte?

“Dat ik, als ik niet oppas, andere mensen niet veel ruimte geef, dat ik net als mijn vader ben. Toen jullie binnenkwamen zullen jullie wel gemerkt hebben dat ik meteen tegen jullie aan begon te lullen, verhalen over Herman Brusselmans en dit en dat. Ik dacht: nou, daar ga je weer, Nico. (lacht) Dan zie ik jullie heel netjes zitten luisteren en denk ik: zo wil ik ook zijn. (lacht) Mijn zwakte is dat ik nooit eens een keertje m’n bek kan houden.”

8. Waar hebt u spijt van?

“Mijn laatste boek gaat precies over de spijt die ik heb van hoe ik mijn vorige boek heb aangepakt. Tegelijk vind ik het heel menselijk. Ik geloof helemaal niet in het beeld van de schrijver als God die de waarheid poneert. Ik vind het veel interessanter om er alles uit te gooien en achteraf zelf te kijken: wat heb ik nou in godsnaam geschreven?

“Dat ik nooit een gesprek ben aangegaan met mijn vader, dat spijt mij niet. Die heeft het zo belazerd gedaan. Ik had het niet kunnen opbrengen om te zeggen: ga zitten, vertel eens over je eigen vader. Maar mijn moeder, in wezen wel een goed mens, had ik er wel heel erg gelukkig mee kunnen maken en dat vind ik wel jammer, ja.”

9. Wat is uw grootste angst?

(lacht) Dat is heel banaal, hoor. Mijn grootste angst is om in een rij terecht te komen, bijvoorbeeld in een pretpark. Dan ga ik dood.”

10. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“De laatste tijd huil ik heel veel. Ik heb vanbinnen gehuild toen ik tijdens De wereld draait door een stukje voorlas uit mijn boek waarin mijn moeder mijn vader nog een laatste keer toespreekt op zijn sterfbed. Dat was een heel eng stuk, omdat ik in de huid van mijn moeder moest kruipen en haar stem moest vertolken.

“Toen de moeder van mijn vader overleden was, zag ik hem ineens op een holletje naar het toilet lopen. Omdat hij zolang wegbleef, ging ik aan de deur luisteren. Ik hoorde een heel hoog raar gepiep. Ik hoorde hoe hij huilde maar niemand mocht het zien. In dat opzicht is De avonden van Gerard Reve mijn redding geweest. Door dat boek te lezen, leerde ik dat het wel goed is om gewoon te laten zien dat je verdrietig bent.”

11. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Nou, dat is ook weer heel banaal. Met kerst waren we in Kassel, een stad in Duitsland. Ik had mijn auto ergens geparkeerd en toen we lekker in een café zaten, begon zich in mijn hoofd het idee te vormen dat we niet op tijd bij die auto zouden raken, een boete gingen krijgen en zelfs niet meer uit Kassel weg zouden komen. Een doemscenario dat waanzinnige proporties aannam. Toen ging ik echt door het lint. Vloeken, schelden, twaalf meter voor de anderen uit lopen. Ongelooflijk kinderachtig gedoe. Tot mijn kinderen zeiden: doe nou een keertje in godsnaam normaal!”

12. Welk kunstwerk heeft u gevormd?

“Ik ben niet opgevoed door mijn ouders, maar door schrijvers. Ik vrat gewoon boeken, maar drie schrijvers hebben werkelijk mijn leven veranderd. Eén: Gerard Reve. Toen ik De avonden las dacht ik niet: dit wil ik ook, want ik ben pas heel laat gaan schrijven, maar wel: dit is iemand die precies hetzelfde voelt en ervaart als ik en daar oergrappig en ook zeer aangrijpend over kan schrijven. Twee: via Reve ben ik Céline gaan lezen, een volstrekte nihilist die schrijft vanuit de idee dat we gewoon nietige insecten zijn die ons naar de dood moeten rommelen, wat ik destijds een heel mooie, troostende gedachte vond. (lacht) En drie: de Nederlandse dichter Cees Buddingh’. Het eerste wat ik van hem las, was ‘gehoord gedicht in winkel’ of zoiets: ‘ik geef u tien tellen om mijn zaak te verlaten:/ een/ twee/ drie/ vier/ vijf/ zes/ zeven/ acht/ negen/ tien.’ En toen dacht ik: dit is zo goed, dit roept zoveel op! Waarom staat die man in die winkel? Wat heeft hij mispeuterd? En de allerspannendste vraag: wat gebeurt er als hij niet weggaat, want hij blijft blijkbaar staan tot tien. (lacht) Buddingh’ heeft me geleerd dat je gewoon goed moet kijken en dat alles om je heen een verhaal kan zijn.”

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

(gedecideerd) Neen. Ik heb wel ervaringen gehad waar je een oergevoel bij hebt, maar dat heeft niets met religie te maken. Bij de geboorte van mijn eerste kind bijvoorbeeld. Of toen ik na een TIA door de brandweer de trap af werd getild en naar Tanja keek en volledig begreep: o ja, dit is precies waarom we bij elkaar zijn. Op deze twee momenten had ik het gevoel dat ik helemaal in het moment zat en alles eromheen verdween.”

14. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

(lacht) Met stijgende verbazing eigenlijk. Van voren zie ik er nu uit als een iets dunnere man van 58, van achteren als een soort 15de-eeuwse bierbrouwer in een klooster. Telkens als ik dat rondje op mijn hoofd zie, schrik ik me wezenloos.”

15. Wat vindt u erotisch?

(begint te lachen) Twee weken geleden was Trijntje Oosterhuis te gast bij De wereld draait door. Een fantastische zangeres, best een leuke vrouw om te zien, maar ze vindt zichzelf te dik. Nu, toen ze binnenkwam zag ik dat ze ontzettend was afgevallen. Ze had expres een heel strakke jurk aangetrokken en liep echt een beetje te paraderen. Wat ik helemaal niet erotiserend vond, het was allemaal iets te overdreven. Ze had netkousen aan en heel hoge pumps, ze zag eruit als een erotisch cliché. Maar na het optreden gingen we naar de artiestenruimte backstage en toen schopte ze die schoenen uit en liep ze op haar kousenvoeten. Dat vond ik op de een of andere manier (lacht) ongelooflijk schattig en sexy, omdat ze haar rol totaal vergeten was.”

Beeld Stefaan Temmerman

16. Wat is uw goorste fantasie?

“Euh, jeetje. Nou, het is zeker niets seksueels. Ik heb alles om dolgelukkig te zijn. Als ik ergens over fantaseer, is het misschien dat ik er volgend jaar niet meer ben. Want ik hoop dat ik nog twintig jaar mag leven en nog een coherent verhaal kan vertellen en gewoon kan schrijven en doen wat ik nu doe.”

17. Welk dier zou u willen zijn?

(gedecideerd) “Een stokstaartje! Je zet hem in een minuscuul hok neer en hij gaat nog staan kijken of er geen leeuw aan komt. (lacht) Die heeft dus geen enkel besef van de ruimte waarin hij zich bevindt. Een stokstaartje is gewoon een coole motherfucker. Je kunt hem neerzetten waar je wilt, hij blijft gewoon doen alsof hij ergens midden in Afrika op de steppe staat. (lacht) Een stokstaartje kun je gewoon niet raken. Wat ik ook heel lief vind aan een stokstaartje, is zijn zorgzaamheid. Er staat er altijd eentje op wacht.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Als een flits van totale verbondenheid, als de absolute kern.”

19. Bent u een goede vriend?

“Neen. Dat vind ik niet. Ik denk dat ik twee goede vrienden heb, maar ik kan maanden niets van me laten horen. En zelfs als ze hier op visite zijn, denk ik na twee uur al dat ze maar beter weer oplazeren omdat ik wel weer iets anders wil gaan doen. Ik vind mezelf dus helemaal geen goeie vriend, neen. Sorry. (bulderlach)

20. Hoe zou u willen sterven?

“Liefst toch wel ineens, floep weg. Niet heel dramatisch voorovervallend in een bak met vis bij de visboer, dat liever niet. Gewoon in mijn bed, slapend. Dat ze later kunnen zeggen: hij heeft er niets van gemerkt. Dat is toch beter voor de nabestaanden.

“Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Jezus! Wat een christelijke vraag! (lacht, denkt na) Sinds mijn TIA’s ben ik veel gezonder gaan eten. Het laatste half jaar ben ik veertien kilo afgevallen. Maar ja, jezus, als het dan toch mijn laatste is: alles wat slecht voor me is! Veel bitterballen en iets met een korstje. (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“In Spanje in een kilometerslange rij staan om een lotje te kopen voor de eindejaarsloterij.”

22. Hebt u ooit racistische gevoelens gehad?

“Neen, nooit. Absoluut niet. Daar snap ik ook helemaal niets van. Toen Gerard Reve een interview gaf aan Boudewijn Büch in Het Parool (de beruchte Reve-tapes uit 1983, red.), waarin hij onder meer beweerde dat negers een kleinere schedelinhoud hadden, was dat voor mij best wel een heftig moment. De man die, zeg maar, mijn leven had gekickstart met De avonden, bleek, net als Céline trouwens, een aperte racist en fascist te zijn. Hun nihilisme heeft hen de totaal verkeerde kant opgestuurd, ze hebben de verkeerde afslag genomen, vind ik. Ik heb het gevoel dat ik de goeie afslag heb genomen. We delen hetzelfde levensgevoel – we moeten vooruit en maken er het beste van, maar kijk eens mensen wat een troep we ervan maken –, alleen uit ik dat niet door, zeg maar, een Nederlandse vlag naast mijn kop te zetten op Twitter. Hoe kun je nu trots zijn op het land waarin je geboren bent? Dat is volgens mij de wortel van alle kwaad. Daar kan ik me helemaal niets bij voorstellen. Je bent gewoon toevallig ergens uit je moeder gevallen. Op je afkomst kun je toch geen aanspraak maken?”

23. Wat betekent geld voor u?

“Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn broers en ik hadden altijd heel goed in de gaten wanneer het salaris weer was overgemaakt. Wanneer de boodschappentas weer wat dikker was, stonden wij er echt juichend omheen. Als ik daaraan terugdenk, zie ik bijna een soort socialistisch-Russische prent voor me. Daarna heb ik jarenlang in een bibliotheek gewerkt, waar je praktisch niets verdient, dus ik ben wel gewend om ieder dubbeltje om te keren. Maar nu verdien ik veel geld met lezingen op congressen. Bedragen waar je normaal een hele maand voor moet werken. Maar als ik zie hoe obsessief sommige anderen bezig zijn met gewoon in die korte tijd dat ze beroemd zijn zoveel mogelijk geld binnen te slepen, dan word ik daar toch een beetje naar van.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Nou, dat was na de eerste reeks TIA’s die ik gehad heb. Ik had een enorme behoefte om door te gaan met het gewone leven en op reis te gaan, als een soort bezwering. Anders zat ik hier maar thuis op de bank eeuwig bang te wezen. Daarom zijn we gewoon vertrokken, eerst naar Metz, waar ik een paniekaanval kreeg en nadien een TIA, met een hangende mond en slappe arm. Omdat ik liever doodging dan in een Frans ziekenhuis te gaan liggen, zijn we in één ruk terug naar huis gereden. Wat de verlossing had moeten worden, ontaardde in een totale mislukking, waardoor ik onder ogen moest zien dat er écht iets mis was.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“M’n gedacht? Ah sorry, m’n mening, ja. (lacht) Dat doe ik al iedere dag in mijn columns en op Twitter. Ik zou een keertje moeten zwijgen en eens níét vertellen wat Nico ervan vindt!”

Nico Dijkshoorn, Ooit gelukkig, Pluim, 220 p., 21,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234