Dinsdag 02/06/2020

Muziek

‘Ik wilde een laatste pijpbeurt als een tweearmige persoon’: de autobiografie van Mark Lanegan

Screaming Trees-zanger Mark Lanegan. Beeld Alex Vanhee

De heroïne druipt van elke pagina uit Sing Backwards and Weep, de autobiografie van zanger Mark Lanegan. Zijn leven wordt verteerd door verslaving, frustratie en schuldgevoel. Onder andere de zelfmoord van Kurt Cobain blijft hem achtervolgen. Net als zijn ruzie met Oasis-zanger Liam Gallagher.

“Het is pijnlijk duidelijk dat je een alcoholist en een drugsverslaafde bent. Elk van deze aanklachten is gerelateerd aan alcohol of drugs.” Het is 1982, en een 18-jarige Mark Lanegan staat terecht voor een waslijst aan misdrijven, van vandalisme over diefstal van fietsen en auto-onderdelen tot inbraak. Dat, en 26 aanhoudingen voor minderjarige dronkenschap. De aanklager wil Lanegan veroordelen tot achttien maanden cel, maar de rechter is bereid hem nog een kans te geven. Op voorwaarde dat hij een jaar lang een ontwenningsprogramma volgt.

“Ik besefte dat de rechter me een geweldige kans had gegeven”, schrijft Lanegan zijn memoires, Sing Backwards and Weep. “Maar mijn voornaamste zorg was hoe ik kon blijven drinken.” Als jonge tiener raakt Lanegan, “geboren met de navelstreng om mijn nek”, verslaafd aan alcohol. Hij slaagt er als twintiger in om vijf jaar clean te blijven, maar vervangt zijn alcoholverslaving met heroïne. Hij beschrijft hoe hij William S. Burroughs’ boek Junkie te pakken kreeg. “Ik wist op dat moment dat ik ooit een heroïneverslaafde zou zijn.”

Het zijn lang niet de enige drugs die Lanegan heeft gebruikt – hij begon met wiet en raakte later ook verslaafd aan crack – en van de eerste letter tot het laatste punt in zijn autobiografie staat verslaving centraal. Sing Backwards and Weep begint bij zijn jeugd in het Washingtonse boerengat Ellensburg, als tweede kind van een moeder die hem nooit liefhad en een vader die dat wel deed maar zijn zoon “niet kon controleren”. Het boek eindigt in 1997, toen hij het zo goed als bekeken hield bij zijn band Screaming Trees, en bij zijn drugsverslaving.

Lee Conner: “Een hillbilly diva”

Net als het gros van zijn songs, op klassiek geworden solo-albums als Bubblegum en Blues Funeral, heeft Lanegan zijn memoires met een gitzwarte pen geschreven. Aan verbloemingen doet Lanegan niet, en de ambitie om zich sympathiek te maken heeft hij al lang opgegeven. Hij schrijft met misprijzen over Lee en Van Conner, de twee broers met wie hij de proto-grungeband Screaming Trees oprichtte. Vooral Lee, gitarist, songschrijver en controlefreak, moet het ontgelden: “Een fucking prima donna, een hillbilly diva die zichzelf een genie vond”, maar dat voor Lanegan niet was. Een mening die regelmatig tot vechtpartijen leidde.

Ook de muziek van Screaming Trees vindt Lanegan, zeker voor de eerste drie albums, maar niets: hij beschouwde de band vooral als een middel om weg te geraken uit Ellensburg. Lanegan kwam terecht in Seattle, waar hij opging in een kliek met junkies: als zijn band niet op tour was, dealde hij zelf allerhande drugs om zijn eigen verslaving te kunnen onderhouden, passages die vaak in pijnlijke details beschreven worden. “Muziek, waarvan ik zo had gehouden, waarvoor ik had geleefd, waaraan ik toeschreef dat het mij een leven had gegeven, was lang geleden een middel geworden om een doel te bereiken: seks, geld, drugs.”

Kurt Cobain: Lanegans “kleine broertje”

Lanegans continue misprijzen tegenover zijn bandleden is omgekeerd evenredig met zijn blijvende bewondering voor Nirvana-zanger Kurt Cobain. Naast een verslaving aan heroïne deelden ze ook een een diepe vriendschap en een liefde voor blueslegende Leadbelly: zowel Lanegan als Cobain coverden diens ‘Where Did You Sleep Last Night?’ en speelden met het idee om een samen een plaat uit te brengen ter ere van Leadbelly.

Lanegan wordt door zijn “kleine broertje”, zoals hij Cobain omschreef, opgebeld op 5 april 1994. Hij neemt niet op. Als niemand nadien nog iets van Cobain hoort, gaat Lanegan samen met een privé-detective naar hem op zoek in de drugshuizen van Seattle, zonder succes. Ook bij Cobain thuis is hij niet te vinden.

Twee dagen later krijgt Lanegan opnieuw telefoon. “Kurts lichaam was gevonden in de kleine ruimte boven zijn garage”, schrijft hij. “Een medisch onderzoeker oordeelde dat zijn dood had plaatsgevonden op dezelfde dag dat we bij hem thuis naar hem op zoek waren. Ik hing de telefoon op en barstte uit in tranen van spijt, zelfhaat en bergen hartzeer. Ik wist dat ik nooit over zijn dood heen zou komen.”

Later, als zijn toenmalige vriendin hem op een dag vraagt waarom hij “zo droevig” is, beseft Lanegan: “Ik droeg de schuld en de schaamte als een strop om mijn nek.”

Courtney Love: “Zij bood me een uitweg aan”

Wie Sing Backwards and Weep leest, beseft hoe wonderlijk het is dat Lanegan nog steeds leeft. Niet alleen van Cobain moest hij afscheid nemen: ook andere vrienden als Alice in Chains-zanger Layne Staley (overdosis) en The Gun Club-frontman Jeffrey Lee Pierce (hersenbloeding) ontvallen hem. (Het boek is overigens opgedragen aan chef Anthony Bourdain, die zijn vriend Mark Lanegan aanspoorde om zijn memoires op papier te zetten. Bourdain beroofde zich van het leven toen de zanger aan zijn vierde hoofdstuk schreef.)

Dat Mark Lanegan zich nog onder de levenden bevindt, is, volgens de zanger zelf, op z’n minst deels te danken aan Cobains weduwe, Courtney Love. “Zij bood me een uitweg aan”, schrijft hij, en ze biedt die ook aan de lezer. Pagina na pagina stapelt Lanegan vreselijke verhalen op. Zijn heroïneverslaving is, elke paragraaf opnieuw, de injectie van een portie ellende: van de herinnering aan hoe hij een shot wilde zetten in de dikke ader van zijn penis tot de opmerking van collega-verslaafde Nick Cave, die Lanegans doorbloede arm beschrijft als “een wegenkaart van Duitsland.”

Een tragisch dieptepunt wordt bereikt wanneer Lanegan, halverwege een tournee van Screaming Trees, een bloedinfectie oploopt. Een amputatie van zijn arm lijkt onvermijdelijk. “Ik raakte geobsedeerd door het idee om gepijpt te worden door één van de straathoeren die buiten stonden voor ik mijn arm zou verliezen”, schrijft hij, en de drumtechnieker van de band probeert elke avond een van de prostituees voorbij de beveiliging van het ziekenhuis te smokkelen voor “een laatste pijpbeurt als een tweearmige persoon”. Dat het nooit is gelukt, is minder verrassend dan het feit dat Lanegan nog steeds twee armen heeft.

Love bezorgt Lanegan een folder van het Musicians’ Assistance Program. Uiteindelijk zal Lanegan bijna een jaar in verschillende ziekenhuizen en afkick-instellingen verblijven, “grotendeels betaald door de blijvende vriendelijkheid en generositeit van Courtney.”

Liam Gallagher: “De grootste kop en de kleinste kloten”

Toch lijkt Lanegan ook vandaag nog vol opgekropte woede en frustratie te zitten. Deze week haalde hij op Twitter zwaar uit naar voormalig Oasis-zanger Liam Gallagher, die Lanegan ervan had beschuldigd “een gespannen junkie zonder gevoel voor humor te zijn”. Lanegan reageerde met “Ik had je toen en nu nog steeds stevig pijn kunnen doen. Leave it alone, dickhead, unless you’re actually ready to finally step up”.

‘Toen’ is 1996. Oasis toert door de VS met Screaming Trees als voorprogramma. Terwijl Lanegan backstage soep zit te eten, stormt Liam Gallagher binnen met de vraag of hij de zanger van ‘Howling Branches’ is. “Fuck off, you stupid fucking idiot”, is Lanegans “korte, blasé reactie”. Twee leden uit Gallaghers entourage vermijden dat de twee zangers slaags raken, maar Lanegan blijft vastbesloten de Britse frontman in elkaar te slaan. “Ik was een veteraan van geweld, op het podium, backstage, op het platteland, in de grote stad, in een bar, een poolcafé, een steeg”, vat Lanegan zijn loopbaan van woede samen.

Tijdens een concert, als Gallagher naast het podium de band zit uit te dagen, krijgt hij een mep in het gezicht van Screaming Trees-bassist Van Conner. Voor het einde van de tour heeft Gallagher, na een ruzie met zijn broer Noel, de band tijdelijk verlaten. Tot een gevecht met Lanegan is het nooit gekomen. “Liam Gallager was een duidelijke poser, die de pestkop op de speelplaats wilde zijn. En zoals alle pestkoppen, was hij ook een complete pussy”, volgens Lanegan. “In mijn 31 jaar op aarde was ik nog nooit iemand tegengekomen met een grotere kop of kleinere kloten.”

Johnny Cash: “Geweldige stem, jongen”

Aan de tournees met Screaming Trees houdt Lanegan vooral slechte herinneringen over, maar naar zijn solomateriaal blikt hij met meer trots terug. Hij treedt voor het eerst op als solo-artiest in het soloprogramma van Johnny Cash, naar wie hij en zijn vader altijd hadden opgekeken. Het is één van de meest ontroerende passages in Sing Backwards and Weep.

Na het concert ontmoet Lanegan the man in black in hoogsteigen persoon: “‘Hello, I’m Johnny Cash’, zei hij en schudde me de hand. “Geweldige stem, jongen.” Maar nog mooier is het korte gesprek dat hij nadien met zijn vader voert, als Lanegan hem vraagt of hij Cash wil ontmoeten. “Hier gewoon zijn en hem zien spelen en jouw muziek horen is genoeg voor me, jongen. Heel erg bedankt om hier mee naartoe te brengen. Ik ben trots op je, Mark.”

Sing Backwards and Weep is uitgegeven bij Hachette. Lanegans nieuwe album, Straight Songs of Sorrow, is verschenen bij Heavenly.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234