Zondag 27/09/2020

InterviewConcertorganisatoren

‘Ik wil terug het zweet van Zwangere Guy zijn rug kunnen likken!’

Mike Naert (Het Depot), Irene Rossi (Couleur Café) en Kurt Overbergh (AB). Beeld Anton Coene

Sire, er zijn geen concerten meer! Nu we stilaan van de ketting mogen en eindelijk weer van het containerpark via de kapper naar het café kunnen, blijft het in de sector waar het normaal een kabaal van jewelste is angstaanjagend stil. ‘Als ze mij nu zouden zeggen: op 1 juli mogen er weer festivals plaatsvinden en op 1 september gaan de zalen terug open, dan zou ik daar heel gelukkig mee zijn. En ja, dan heb ik het over 2021.’

We hebben afgesproken met de mensen die we de afgelopen maanden het moeilijkst konden bereiken: Irene Rossi van Couleur Café, Kurt Overbergh van de AB, en Mike Naert van Het Depot in Leuven. Hun sector mag dan stilliggen, zij holden van de ene virtuele crisisvergadering naar de andere. Het waren maanden van afwachten, aftoetsen, sturen en bijsturen, en zien wat kan, maar vooral wat niet kan. Een Olympische oefening in koffiedik kijken. Rossi is naast haar werkzaamheden voor Couleur Café ook één van de initiatiefnemers achter het driedaagse muziekfestival Deep in the Woods, begin september, Naert was dan weer één van de eersten om de schouders te zetten onder een gezamenlijke crisiswerkgroep voor de sector.

Als locatie voor ons gesprek hebben we gekozen voor het ruime decor van de AB Club. Social distancing in combinatie met een vleugje nostalgie naar een nog maar pas verleden tijd.

Dame en heren, hoe gaat het ermee?

Kurt Overbergh: “Beter, maar ik heb het een tijdje erg moeilijk gehad, dat moet ik toegeven. Ik ben van nature een optimist, en wist niet dat iets me zo hard bij het nekvel kon grijpen.”

Irene Rossi: “Ik heb me ook slecht gevoeld.”

Overbergh: “Daar wordt niet veel over gepraat, hè? Meestal is het van ‘ça va’ en weer voort, maar ik hoor steeds meer mensen toegeven dat ze diep hebben gezeten. Veel sectoren zijn weer opgestart, maar wij hebben nog altijd geen perspectieven. Je bent verplicht om theorieën te ontwikkelen en alternatieve scenario’s te bedenken, terwijl er geen alternatieven zijn. Het zijn maanden geweest van schakelen en bijschakelen, zonder vooruitzicht. De flexibiliteit van het denken is niet oneindig.”

Mike Naert: “Eind maart, begin april heb ik mij in het sectoriële verhaal gesmeten. Ik heb mensen vanuit alle uithoeken van de sector samengeroepen om te overleggen, de mogelijkheden te bespreken, de koppen bij elkaar te steken en terug te koppelen naar de overheid. Het was erg confronterend om gaandeweg maar toch pijnlijk snel vast te stellen dat de situatie redelijk rampzalig is. In het begin hebben we allemaal nog concerten verplaatst naar eind mei, begin juni. Het ging nu nog elke dag feest zijn.”

Kurt Overbergh: 'We hebben het uitgerekend: in de grote zaal van de AB mogen we 138 mensen zetten. Dat is niks.'Beeld Anton Coene

Gebeurde dat in het volle geloof dat ze zouden plaatsvinden?

Naert: “Toen nog wel, ja.”

Overbergh: “‘Concerten met maximaal duizend bezoekers’: dat was aanvankelijk de restrictie, hè. En we dachten hier allemaal: dat moet lukken, desnoods laten we de groepen twee sets spelen voor duizend man. Maar we zijn snel gaan beseffen dat we, als we zouden voortdoen, deel gingen uitmaken van het probleem.”

Naert (knikt): “Ik heb in die week naar de burgemeester gebeld: ‘Zeg alstublieft zelf dat we moeten stoppen.’ In het weekend ervoor hadden we in Het Depot nog drie uitverkochte concerten gehad: Het Zesde Metaal, Tones and I, en De Mens. En in Café Sport naast de deur was het Beerschot-OHL: schijtevol. Als daar één van die Italiaanse skiërs was geweest, hadden we serieus prijs gehad.”

Rossi: “In fase één hadden we allemaal nog veel hoop. Het besef: ‘Dit zou weleens heel lang kunnen gaan duren’, is er maar langzaam gekomen.”

Overbergh: “Het is dat langzame demonteren dat mij heeft opgevreten. ‘Ja maar, in mei en juni gaan we toch terug kunnen programmeren?’ Niet, dus.”

Rossi: “De overheid heeft pas op 15 april beslist om geen festivals te laten plaatsvinden tot na de zomer. Daar hebben we zelf op moeten aandringen. Eerst wilde ze pas veel later beslissen, en dan nog in fases: eerst over de festivals in het begin van de zomer, om dan om de paar weken te bekijken welke eventueel wel konden doorgaan. Maar dat is gekkenwerk. Je kunt een festival niet twee weken op voorhand annuleren, dan ga je failliet. Het is nu al verlieslatend voor iedereen.”

Naert: “Het is goed dat we dat toen hebben geforceerd. Toen de beslissing gevallen was, konden we eindelijk beginnen te rouwen.”

Rossi: “Enerzijds bracht het een zekere rust, maar je ziet wel het werk van een heel jaar in het water vallen.”

Overbergh: “Hebben jullie toevallig de mededeling van Tomorrowland gezien? Eén filmpje van persverantwoordelijke Debby Wilmsen: tot in de puntjes voorbereid, maar je zag de verscheurdheid in haar ogen. Met sommige groepen en artiesten ben je twee of drie jaar bezig voor de puzzel goed valt, hè.”

Rossi: “In plaats van met een groot feest van drie dagen, ben je ineens bezig met alleen maar afbreken.”

DE ZIEKE ZANGER

Het symbolische keerpunt leek mij toen Pearl Jam op 10 april afzegde voor Rock Werchter.

Naert: “Ja, toen besefte je: het gaat niks worden deze zomer.”

Rossi: “Ik had het toen Glastonbury werd geannuleerd, een maand eerder al. De internationale kleppers die daar staan, touren specifiek rond Glastonbury.”

Overbergh: “Het ergste hier vond ik Noordkaap: fucking twintig jaar op moeten wachten! Aanvankelijk allemaal verplaatst naar het voorjaar, nu naar het najaar, en dat zal het einde wel niet zijn. Maar je kunt niet blijven verplaatsen. Er komen ook geen aanvragen meer binnen. Normaal zijn er dat 20.000 per jaar, oftewel 350 per week. Nu: één, twee of drie per week.”

Naert: “Er zit niks meer in de mailbox. Concerten organiseren gaat niet, dus zijn we aan het bekijken wat we wel kunnen doen. Groepen laten repeteren bijvoorbeeld, wat nu onmogelijk is. Het probleem in de pop en de rock zijn de zangers. Rondom hen ontstaat een besmettingszone tot vijf meter. Je moet dus echt veel plek hebben. Volgende week gaan we de grote zaal van Het Depot openstellen voor repetities van onze residents. Daarna gaan we bekijken of we in de zomer her en der in Leuven wat kleine events in de openlucht kunnen doen, voor honderd, honderdvijftig bezoekers.”

Mike Naert: 'Een klassiek orkest kan zelfs niet repeteren. Een hoorn blaast opzij, een fagot naar onder, een trombone recht vooruit...'Beeld Anton Coene

Overbergh: “Bij klassieke orkesten is blijkbaar de fluit het gevaarlijkst.”

Naert: “Daar ligt meestal het probleem, hè (lacht).”

Overbergh: “De boodschap is dus: ontsmet uw fluit (lacht).”

Naert: “In alle ernst: dat is een megaprobleem. Ik zit in een overleggroep waarin ook mensen van het Antwerp Symphony Orchestra zitten. Die mensen zijn regelrecht depressief. In de pop en de rock zou je nog met plexiglas kunnen werken, maar in een klassiek orkest gaat dat niet. Een hoorn en een fluit blazen naar opzij, een fagot naar beneden, een trombone recht vooruit... Dat is hopeloos. En dan hebben we het alleen nog maar over repeteren, hè.”

Overbergh: “Al die socialdistancingconcerten: dat is toch om van te huilen?”

Rossi (knikt): “Ik heb naar het Bel Jazz Fest gekeken in Flagey, voor een lege zaal. Na een kwartier heb ik afgehaakt. Na elk stuk hoorde je drie technici klappen: hartverscheurend. Dan merk je weer hoe belangrijk de interactie met het publiek is tijdens een concert.”

Overbergh: “Maar we moeten dus wel íéts gaan doen. Ik wil op deze periode kunnen terugkijken en zeggen: ‘Toch straf wat we in dat jaar nog allemaal gedaan hebben.’ Met de AB gaan we nu investeren in alternatieven die ons op het lijf geschreven zijn. Lisbeth Gruwez triggerde me doordat ze danst op muziek van Bob Dylan: dat past perfect bij ons publiek. Laten we dus de preproductie van haar nieuwe voorstelling hier doen en er een toonmoment van maken. Kom met vijftig mensen al eens kijken. Je verdient op die manier geen geld, maar je bent wel positief bezig, en je investeert in de sector.”

Rossi: “Leuk idee. De AB gaat terug naar de beginjaren: toen was het hier ook theater en dans.”

Overbergh: “Muzikant wordt vaak gezien als een niet-essentieel beroep, omdat je het zogezegd voor je plezier doet, maar er werken in Europa meer mensen in de cultuursector dan in de auto-industrie.”

Naert: “Muzikant is dus wél een essentieel beroep, hè. Ik snap wel dat er – zeker in het begin van de lockdown – veel essentiëlere beroepen zijn, maar waarom lééf je als mens?”

Als ik het zo vanop een afstandje bekijk: om te shoppen?

Naert (lacht): “Of om naar het containerpark te gaan. Nee, de meeste mensen leven om in het weekend op café of naar optredens te kunnen, of naar een festival in de zomer. Kijk naar de raid op tickets voor Tomorrowland of Graspop! Mijn zoon ging dit jaar voor het eerst drie dagen naar Couleur Café gaan: die keek daar al een halfjaar naar uit. We leven om fijne dingen te kunnen doen en meemaken.”

Rossi (knikt): “Het zout is van de patatten. Je leeft, maar er is geen schwung meer, geen rock-’n-roll.”

Overbergh: “Deze week postte er iemand op Facebook dat er bij mij om de hoek in Borgerhout een groepje stond te spelen. Ik heb alles laten vallen en ben ernaartoe gelópen. Stond daar Piet Verbiest, de ex-contrabassist van Jef Neve, een drummer en een accordeonist: ze waren een jazzke aan het spelen, en het was heerlijk. Er stroomde ook meteen volk toe. Gregory Frateur stond er, Michael Pas... Die wonen allemaal bij mij om de hoek. Ik voelde terug leven door mijn aderen stromen.”

Mike Naert (Het Depot), Irene Rossi (Couleur Café) en Kurt Overbergh (AB). Beeld Anton Coene

Het was één van de eerste dingen die de mens niet kon laten: muziek maken door ramen en deuren.

Overbergh: “Ik heb op mijn zolder een oude trom gevonden, en vanaf de tweede week ben ik om acht uur, als er op straat geapplaudisseerd wordt, mee beginnen te kloppen. Sindsdien komt er dubbel zoveel volk op straat. Dan is er een accordeonist bij gekomen, dan een gitarist, een fagotspeler, en vorige week nog een violiste en een drummer. Ik heb nog geprobeerd te zeggen: ‘Mannekes, ik ben een programmator, geen muzikant’, maar ze wilden er niet van weten. Nu speel ik dus in een groepje (lacht).”

Naert: “Bij Winokio stond jij toch al op het podium?”

Overbergh: “Als onnozelaar. Maar hier sta ik te spelen, en te denken: wat sta ik hier te doen, ik kan dit niet? Maar de mensen komen erop af, en de kindjes komen vragen of ze eens op mijn trom mogen slaan. Ik sta daar soms echt met tranen in de ogen te kloppen.”

Rossi: “De kick van een goed concert, ik mis dat zó hard.”

Naert: “U eens kinderlijk laten gaan door wat er op het podium gebeurt: jongens toch! Als ze mij nu zouden zeggen: op 1 juli mogen er weer festivals plaatsvinden en op 1 september gaan de zalen terug open, ik zou daar heel gelukkig mee zijn.”

1 juli en 1 september 2021?

Naert: “Ja, omdat je dan zekerheid hebt, en weet: dan kan het terug.”

Ik vind dat best een somber vooruitzicht.

Naert: “Ik vrees er nochtans voor.”

Irene Rossi: 'We zijn bezig met een coronadraaiboek voor ons festival Deep in the Woods in september.'Beeld Anton Coene

Rossi (verbaasd): “Meen je dat, Mike?”

Overbergh: “Ik ga ervan uit dat er in 2020 geen normale programmatie mogelijk zal zijn. En we houden er rekening mee dat het tot de zomer van volgend jaar niks kan zijn.”

Naert (knikt): “Ik heb voor dit jaar ook alles op nul gezet.”

Overbergh: “Alleen binnen dat kader kun je aan alternatieve scenario’s denken. Ook al zijn er voor wat wij doen geen alternatieven.”

Naert: “Maar we moeten dus wel iets gaan doen, al zullen we dat originele gevoel van verbondenheid en mensen die zot worden en elkaar vastpakken nog een tijdje moeten missen. Zwangere Guy die niet in het publiek mag duiken: dat is niet hetzelfde, hè?”

Overbergh: “Ik ben op Eurosonic tijdens een concert met mijn hand over Zwangere zijn rug gegaan, en heb voor zijn ogen het zweet van mijn hand gelikt (lacht).”

In Berlijn mogen er terug concerten plaatsvinden voor duizend mensen.

Naert: “Omdat ik in de overleggroep zit en de exitgesprekken mee voorbereid, krijg ik zo’n bericht honderd keer binnen. Maar als ik dan ga checken hoe het echt zit, is het altijd ontgoochelend. Het gaat over duizend mensen op een gigantisch terrein. (Schudt het hoofd) Niemand heeft een wondermiddel. Mensen van de evenementensector hebben nu een tool ontwikkeld die heel goed is, de Event Risk Matrix. Alle parameters zitten erin, en de virologen hebben hem mee samengesteld. Ik heb iets op de Oude Markt gesimuleerd, en daar raakte ik ook aan duizend man. Maar duizend toeschouwers op de Oude Markt: dat ziet er leeg en triestig uit. That’s not what it’s about.”

TOT 80 DECIBEL

Waarom worden er nog steeds concerten aangekondigd voor het najaar?

Naert: “Wij kondigen niks meer aan.”

Overbergh: “Wij alleen Tindersticks, omdat zanger Stuart Staples er wel nog heel erg in gelooft. Dan ga ik hem dat niet afpakken.”

Rossi: “Concerten van de Club verplaatsen naar de grote zaal, zou je dat doen?”

Overbergh: “Ik weet het niet. We hebben het uitgerekend: in de grote zaal mogen we 138 mensen zetten. Dat is niks. En intussen weten we dat publiek op de balkons niet mag, dus het zal minder zijn.”

Voor zo’n concert van Tindersticks, worden daar nu tickets voor gekocht?

Overbergh: “Dat was al uitverkocht, het was al eens verplaatst. Straks ga ik voor het eerst een groep voor de vierde keer verplaatsen. Echt motiverend is dat niet.”

Naert: “Er worden momenteel geen tickets gekocht. Bij ons toch niet. Nul.”

Rossi: “Wij zijn tickets voor Couleur Café blijven verkopen, zelfs nadat we de editie van dit jaar hadden geannuleerd. Peanuts in vergelijking met vorig jaar, en vooral combitickets, maar blijkbaar zitten we wel met heel wat bezoekers die gewoon fan zijn van het festival.”

Overbergh: “Mensen kopen voor een stukje een droom.”

Naert: “Puur financieel is het belangrijk om die cash binnen te houden.”

Overbergh: “Het zijn een paar vette jaren geweest, waardoor we gelukkig wat reserves hebben kunnen opbouwen.”

Naert (knikt): “Wij waren een ongelooflijk jaar aan het rijden: kalender propvol, topnamen, tickets die de deur uit vlogen...”

Als ik het goed begrepen heb, zijn er voor de tickethouders drie mogelijkheden: schenken, inruilen voor een voucher, of geld terugvragen.

Naert: “Voor de geannuleerde concerten worden de tickets uiteraard terugbetaald, als de mensen dat willen. Voor de verplaatste concerten vragen we aan de mensen om hun ticket bij te houden tot de nieuwe datum. Kunnen ze dan niet, dan krijgen ze een voucher. Hebben ze die binnen de twee jaar niet verzilverd, dan mogen ze hun geld terugvragen. Dat is nodig om de financiële ademruimte te bewaren. Als Couleur Café, waar er wellicht toch al wat investeringen waren gebeurd voor 2020, nu ineens alle tickets moet gaan terugbetalen, dan zitten ze met een serieus cashprobleem.”

Rossi: “Dat systeem met de vouchers is zeer belangrijk.”

Door de recente versoepelingen denk ik dat de concertgangers een heel andere hoop koesterden dan wat jullie ons nu voorschotelen.

Naert: “De horeca is open, maar met heel veel regels. Zittend, niet aan de toog, alleen bestellen aan tafel, anderhalve meter afstand houden. En de muziek niet luider dan 80 decibel.”

Waarom mag de muziek niet luider?

Naert: “Dan ga je luider praten en verspreid je meer ziektekiemen. Het zijn maatregelen die ook belangrijk gaan zijn voor ons. Ik ben al aan het denken wat we deze zomer nog kunnen doen. Dertig staantafels in de zaal, anderhalve meter tussen, vier of vijf mensen per tafel, eentje mag pinten gaan halen: nog niet top, maar dat zou al in de richting gaan. Alleen die 80 decibel wordt een probleem, maar het zou kunnen worden opgelost door tijdens het concert een mondmasker te dragen. Het zal geen gezicht zijn, maar het is beter dan niks.”

Overbergh: “Herinner je je nog de foto op de affiche van het openingsfeest voor ons veertigjarige bestaan dit jaar? De Dewaele-broertjes met mondmaskers. Van fictie naar realiteit in enkele maanden.”

Naert: “Onze grote hoop is dat er snel een vaccin komt. Ik wil dat echt wel terug hebben: met veel mensen in een ruimte zitten en kunnen feesten. Alle ideeën voor nieuwe formats ben ik beu. Er zit niks bij wat nog maar in de buurt komt van wat we doen.”

Overbergh: “Met het oog op de alternatieve scenario’s ga ik nu elke week met iemand wandelen die net buiten de comfortzone van de AB valt. Om inspiratie op te doen. Morgen begin ik eraan met Danielle Dierckx, directeur van de Roma. Niet het beste voorbeeld, omdat zij binnen de sector valt, maar ik heb gewoon nog nooit echt met haar gesproken, terwijl ik bij haar om de hoek woon. Volgende week ga ik op pad met Lisbeth Gruwez van dansgezelschap Voetvolk, en dan met Björn Schmelzer van Graindelavoix, een gezelschap dat fantastische polyfonische middeleeuwse muziek maakt.”

Naert: “Weet je wat me de afgelopen weken het meest deugd heeft gedaan? Een telefoontje naar Roos Denayer. Ze is naar boven gekomen in de wedstrijd Sound Track: een supertalentje, en één van onze residents. Gewoon een halfuurtje, drie kwartier mee gebabbeld. Van: ‘Hoe is ‘t met u?’ en ‘Waarmee ben je bezig?’, maar zo plezant. Omdat het me weer deed beseffen: voor die mensen doen we het allemaal.”

Overbergh: “Wij zijn de verbindende schakel tussen de artiest en het publiek. Die twee bij elkaar brengen, is onze missie. Wij zijn emotiebemiddelaars.”

Naert: “Prachtig woord!”

Kurt Overbergh: 'Er komen in de AB geen concertaanvragen meer binnen. Normaal zijn er dat 350 per week. Nu één, twee of drie.'Beeld Anton Coene

Hebben jullie nog iets hoopvols te melden?

Overbergh: “Er is een song die ik graag als lijflied van de sector naar voren zou willen schuiven: ‘Dream Baby Dream’ van Suicide in de versie van Bruce Springsteen. ‘We gotta keep the fire burning, dream baby dream’. Prachtige cover! En als je dan de clip ziet, met beelden van het publiek, de emoties op de gezichten van mensen over de generaties heen: dát is wat wij doen. Ik heb het twee keer op een Zoom-meeting gespeeld met collega’s, en je zag mensen echt breken.”

Wat is het eerste dat we gaan kunnen zien?

Naert: “Mintzkov had bij ons een uitverkochte albumreleaseshow in de foyer, die is verplaatst naar september: ik hoop dat we die dan in de grote zaal kunnen doen. Met de bezetting van de foyer, welteverstaan. Maar dat moet dus nog worden doorgesproken. Vooral wat die 80 decibel betreft: dat gaat gewoon níét voor een concert, zelfs niet als het akoestisch is. Maar zelfs al staat er een plexischerm voor: we móéten terug artiesten op een podium brengen.”

Rossi: “Ik hoop op Deep in the Woods, van 4 tot 6 september in Heer. We zijn er achter de schermen hard mee bezig: ons terrein zou in principe groot genoeg moeten zijn en het coronadraaiboek wordt tot in de puntjes uitgewerkt.”

Zullen we dan voorlopig maar genieten van de getapte pintjes?

Naert (enthousiast): “Dat hebben we in Het Depot wel elke week gedaan: de leidingen gespoeld, zodat dat eerste pintje tenminste zal smaken. Ik heb al meer dan vier maanden niks gedronken. Ik was een periode van veertig dagen zonder alcohol aan het afsluiten, maar toen kwam de lockdown en heb ik er nog negentig bijgedaan. Dat is geleden van mijn 12 jaar denk ik (lacht). Maar goed, het zal raar worden, op café gaan en niet aan de toog mogen zitten.”

Overbergh: “Bij de eerste concerten gaat dat ook zo zijn. We gaan keihard geconfronteerd worden met het feit dat het nog lang niet is wat we zouden willen. Ik wil verdomme een zaal van tweeduizend man zien loosgaan en ontploffen. Ik wil terug het zweet van Zwangere Guy zijn rug kunnen likken! (lacht) Maar zo ver zijn we dus nog lang niet.”

Rossi: “Dat is niet echt hoopgevend om te eindigen, hè jongens?”

Overbergh: “Groepsknuffel dan maar?”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234