Maandag 18/11/2019
Helmut Lotti: ‘Ik ben niet beginnen zingen om grote kunst te maken. Om meisjes te versieren, dat wel.’

Interview

‘Ik werd paranoïde van dat haarstukje’: Helmut Lotti (50) maakt de balans op

Helmut Lotti: ‘Ik ben niet beginnen zingen om grote kunst te maken. Om meisjes te versieren, dat wel.’ Beeld Carmen De Vos

Zingen kon hij al toen hij zes was. Hij veroverde de wereld met zijn stem, trad op in de grootste zalen en verkocht miljoenen platen. Maar op zijn 50ste heeft Helmut Lotti eindelijk onder de knie wat écht het allerbelangrijkste is: af en toe zijn mond houden. 

Dachten wij dat het een goed idee was om ons met Helmut Lotigiers stilletjes en discreet terug te trekken in een rustig hoekje van de Antwerpse koffiebar waar hij regelmatig komt, blijkt al snel dat rust en discretie deze ochtend niet hoog op zijn prioriteitenlijstje staan. We zitten amper neer of de bekende tenorstem schalt door de ruimte, met het lied dat hij op de 0110-concerten (voor verdraagzaamheid en tegen racisme) zong samen met Sioen en Roland: “Oas ekik nen dag in eu schoenen zoe stoan…” Zullen verder nog de revue passeren tijdens ons gesprek: enkele flarden uit Disneyfilms, een stukje ‘Nessun dorma’, de stem van Kermit de Kikker, een Sean Connery-imitatie en een operetteversie van ‘Run to the Hills’. Lotti goes Iron Maiden.

U had erbij moeten zijn.

BIO * geboren op 22 oktober 1969 in Sint-Amandsberg, Gent, als oudste van drie broers, hij heeft een jongere halfbroer * heet eigenlijk Helmut Lotigiers * werd op 19-jarige leeftijd bekend na zijn deelname aan de Nederlandse Soundmixshow * brak in 1995 internationaal door met zijn reeks Classic-albums * verkocht meer dan dertien miljoen platen * is drie keer getrouwd en gescheiden, nu samen met Marieke Van Hooff * heeft een dochter, Messalina (28) * woont afwisselend in Antwerpen en in de Belgische Ardennen

Straks zoekt hij de totale stilte weer op, in zijn huisje bij Durbuy, hartje Ardennen, waar de Gentenaar officieel woont. Het is zijn toevluchtsoord, waar hij wandelingen maakt en zich afmat op de bergen als de coureur die hij in het diepst van zijn gedachten is. Maar vooral: een plek waar hij rust vindt, een zegen voor een autist en ADD’er als hij.

Er zit nogal wat dissonantie in het leven van Helmut Lotti. Hij is een artiest die aandacht wil en een mens die naar rust snakt. Een ideale schoonzoon die drie mislukte huwelijken achter de rug heeft. Iemand die zich als een vis in het water voelt op het podium van een uitverkochte Olympia in Parijs, maar met zichzelf geen blijf weet aan tafel met een handvol mensen. Een vertolker van gevoelige ­liedjes over de diepste emoties, die misplaatste mopjes maakt op een begrafenis.

“Als ik ergens onzeker over ben, dan is het over mijn sociale skills. Goedele (Liekens, auteur van vagina-, penis- en andere boeken, red.) heeft dat 25 jaar geleden al tegen mijn manager gezegd. ‘Helmut heeft een sociaal probleem’, waren haar woorden. We zaten ooit samen in de VS op een symposium, en soms zat ik lawaai te maken of onnozele mopjes te tappen. Volledig misplaatst, natuurlijk. 

“Ik mankeer iets op sociaal vlak. Er is een aanvoelen dat andere mensen hebben en ik niet. Op het verkeerde moment maak ik tegen de verkeerde mensen de verkeerde opmerking. Op een koffietafel na een begrafenis heb ik ooit een belachelijke grap gemaakt, daar schaam ik me nog altijd over. Ik kan het hier niet herhalen, het is echt te gênant, maar ik besef dat pas achteraf.”

Er zijn wel meer mensen die misplaatste grapjes maken. Wanneer begon je door te krijgen dat er echt iets scheelde? 

“Ik heb geleerd om me in te houden, maar alleen op een podium voel ik me echt op mijn gemak. Mijn ex-vriendin Selina speelde bij mij in het orkest, en gaf muziektherapie aan invalide kinderen. Zij was de eerste die zei: ‘ik denk dat je een autist bent’. Uit tests jaren later bleek dat ik een lichte vorm van ASS (autismespectrumstoornis) heb, en ADD (Attention Deficit Disorder, een aandachtstekortstoornis, red). Bovendien bleek dat mijn reactiesnelheid op visuele en auditieve prikkels abnormaal hoog ligt. Ik ben té prikkel­gevoelig. Daardoor ben ik altijd extreem alert, als een bang hertje. 

“Sinds die diagnose is er veel op zijn plaats gevallen en kan ik er beter mee omgaan. Om die reden ga ik straks ook maar beter van Facebook af, bijvoorbeeld. Ik kan het niet laten om me te mengen in discussies, en dan word ik heel sarcastisch. Wat ik grappend bedoel, wordt soms fout ­begrepen. Ik hou enkel nog mijn publiek profiel als artiest, maar als ik me nog in Facebook-discussies meng, dan zal het via een schuilnaam zijn.” (lacht)

Waarover discussieer je dan graag?

“Over álles. Als ik op sociale media lees hoe giftig mensen reageren op de klimaatspijbelaars, of Anuna en Greta, dan kan ik me niet inhouden. Los van het politieke thema, hoe kan je nu zo vijandig doen tegenover kinderen? Ik vind het erg plezant om die criticasters dan op de kast te jagen. Ik ben net zoals mijn moeder. Wij hebben geen filter, alles ­flappen we eruit.

“Mijn moeder reed vroeger rond met een ijskar en passeerde op een middag een man met een slapende peuter in de kinderwagen. ‘Ssssht’, zegt hij tegen mijn moeder, de ‘tingeling’ van haar ijskar was te luid volgens hem. ‘Zaagt tegen uw meetje’, antwoordt zij. ‘Mijn meetje is duud’, zegt die man. ‘Awel,’ antwoordt mijn moeder, ‘ze heeft chance.’ (schatert)  Geweldig, toch? Die cassante humor heb ik van haar. En daar moet je een beetje voorzichtig mee zijn, heb ik door scha en schande geleerd.”

Vreemd dat je zo lang het imago van de brave charmezanger hebt kunnen ophouden.

“Dat is omdat ik er zo onschuldig uitzie. Ik ben niet groot, ik ben fijn gebouwd, ik heb een hoge aaibaarheidsfactor. Terwijl ik altijd redelijk cru ben geweest. Na mijn eerste jaar kwamen er geen boekingen meer binnen, overal waar ik had opgetreden zagen ze me liever niet meer terug. Mijn ­optredens waren goed, maar mijn attitude… In het begin van mijn carrière was ik echt een vreselijk manneke.” 

“Het is Piet (Roelen, zijn manager, red.) die me dat heeft afgeleerd. De scherpe kantjes zijn er wat afgevijld, en dat was nodig.”

Is dat niet het kenmerk van grote kunst, dat je buiten de lijntjes durft te kleuren en mensen al eens tegen de schenen schopt?

“Maar ik ben niet beginnen zingen om grote kunst te maken. Om meisjes te versieren, dat wel.”

Is dat gelukt?

“Veel té goed, ja. (grijnst) Ik herinner me dat gevoel, toen ik als jong gastje voor het eerst merkte dat ik iets kon waar ik aandacht mee trok. Tijdens de muziekles viel ik al op, omdat ik alle liedjes ver-Elviste. Op de vakantiekolonie zong ik ’s avonds liedjes in de sporthal, en zo kreeg ik al snel mijn ­eerste vriendinnetje.

“Mijn moeder had mij trouwens al heel vroeg alles ­uitgelegd over de bloemetjes en de bijtjes. Als je in een volkse achterbuurt opgroeit, dan hoor je al eens vieze ­woorden, dus ging ik thuis vragen: ‘mama, poepen, wat is dat?’. Ik was zeven toen ze me uitlegde hoe de vork in de steel zat. Ik heb wel nog twaalf jaar gewacht om het in de praktijk te brengen.”

Helmut Lotti: ‘Ik werd beschuldigd van volksverraad en arrogantie. Dat is ook gecultiveerd in bepaalde bladen. ‘Lotti laat zijn fans in de steek!!’ Tegen die perceptie kon ik niet opboksen.’ Beeld Carmen De Vos

Als kind luisterde je naar de platen van je mama, zoals Engelbert Humperdinck en Jacques Raymond. Daarmee was je vast niet de stoerste kerel van de klas.

“Ik kende niks anders, ik vond dat prachtig. Later leerde ik via mijn jongere broers wel andere muziek kennen, het album The Number of the Beast van Iron Maiden kon ik van A tot Z meezingen. 

“Mijn vader kwam eens onverwachts langs op een ­zaterdag, onze moeder was gaan werken en we zagen hem maar zelden. Mijn broer had uitgerekend díe plaat opgezet, ik stond boven op de rugleuning van de zetel mee te zingen, en net toen mijn vader binnenkwam sprong ik naar ­beneden: ‘Ruuuuun toooooo theeeee hiiiiiiills’.  Mijn vader staarde mij aan en zei doodserieus: ‘Amai, gij kunt écht goed zingen’. Dertien was ik toen. Ik vergeet het nooit.”

Lotti goes Disney

Dat hij echt goed kan zingen, bleek een understatement. Het monstersucces kwam er voor Lotti na het masterplan van manager Piet Roelen, die hem met een symfonisch orkest liet optreden. “De eerste keer dat ik een klassiek nummer coverde, ‘Caruso’ van Pavarotti, was een van de mooiste momenten uit mijn carrière. Het was in Breda, mijn eerste staande ovatie ooit. ‘We gaan een volledig klassieke plaat maken’, zei Piet achteraf. ‘Hij is zot geworden’, dacht ik. Maar ik vond het ook wel een uitdaging. Ik ben een Disney-fan, ik kon me wel iets voorstellen bij klassieke nummers met dat soort bloemige arrangementen.”

Dacht je in de eerste plaats: hier ga ik me mee amuseren, of: hier ga ik mee scoren?

“Ik dacht: hier ga ik me mee kunnen amuseren. En Piet zei: hier ga je je rekeningen mee kunnen betalen. (lacht) Perfect dus.”

Het vervolg is bekend: Lotti veroverde dankzij Lotti Goes Classic een miljoenenpubliek, tot in Canada, Zuid-Afrika en Australië, met platen vol bekende hits die hij een Lotti-laagje gaf. Tot hij in 2010 eerst een sabbatical inlaste, en ­vervolgens voor een radicale stijlbreuk zorgde met twee eigen platen.

“Het was de moord op Helmut Lotti”, zo verwoordt hij het nu. “Ik wilde rebelleren, uit dat keurslijf breken. Ik was het beu om te worden opgevoerd als de brave coverzanger. Ik had een dubbelalbum gemaakt, The Crooners, met één helft covers en één helft eigen nummers. In Duitsland mocht ik enkel de covers brengen tijdens tv-shows, dat soort zaken begon aan mij te vreten. Ik wilde tonen dat ik meer in mijn mars had. Nu denk ik: waar maakte ik me eigenlijk druk over? Mijn grote held Elvis heeft nooit een eigen nummer geschreven.”

Volgens de boekskes werd die carrièreswitch je aangepraat door de nieuwe vrouw in je leven, literair journaliste Jelle Van Riet.

“Maar nee, ik wilde het absoluut zelf, en dat is heel ­organisch gegroeid. Door Jelle ging ik vaker naar dansvoorstellingen, naar theater, er ging een nieuwe wereld voor mij open. Dat voedde mij en gaf inspiratie om een nieuwe weg in te slaan. Ik heb daarvan genoten en enorm veel geleerd. Maar als het publiek bepaalde verwachtingen van jou heeft, dan kan je daar heel moeilijk tegenin gaan. Dat is de les die ik heb geleerd.”

Dat de liefde van je fans niet onvoorwaardelijk was, schrok je daarvan?

“Ik wist dat een deel van mijn publiek zou afhaken, ik wilde grenzen aftasten. Maar ik heb nooit de intentie gehad om mensen kwaad te maken. De reacties waren buiten alle proportie. Ik werd beschuldigd van volksverraad en arrogantie. Dat is ook gecultiveerd in bepaalde bladen. ‘Lotti laat zijn fans in de steek!!’ Tegen die perceptie kon ik niet opboksen.”

Het was de eerste keer dat je je ware ik toonde, en het publiek haakte af. Was dat niet pijnlijk?

“Maar nee, dat was ook niet echt ‘mijn ware ik’.”

Oei, nu zijn we in de war. Dat was toch wat je toen vertelde.

“Ik moet eerlijk zijn tegenover mezelf. De muziek die ik in het verleden altijd al gebracht had, ligt veel dichter bij mijn eigen muzieksmaak dan wat er op die twee eigen albums te horen is.

“Ik wilde de experimentele tour opgaan, met een rockband en een beetje noise. Dat staat ver van de wereld van mijn fans, maar ook van de mijne. Ik had Stef Kamil Carlens (Ex-dEUS en Zita Swoon, red.) als producer gevraagd, ik wilde breken met alles wat ik tot dan toe had gedaan. Ik vond dat mijn speelveld verruimd mocht worden. 

“Mijn hart en mijn lijf was een bewuste keuze, een ­artistiek uitstapje met eigen nummers en mooie poëtische teksten. Maar in de alternatievere scène wisten ze niet wat ze met mij moesten aanvangen. Ik viel overal tussen wal en schip. De opvolger Faith, Hope & Love, was wel gericht op een breder publiek, maar die plaat is écht grandioos geflopt. Toen heb ik Piet teruggebeld. En het kostte me weinig moeite om de draad van wat ik daarvoor deed weer op te pikken.” 

Je deed dat artistieke uitstapje tegen het advies van je manager Piet Roelen in.

“En de conclusie is dat hij gelijk had.” (lacht)

Hij had gelijk dat het commercieel niet de slimste zet was. Maar dat is toch niet de enige drijfveer voor een artiest?

“Het probleem is dat ik van iedereen respect en goed­keuring wilde krijgen. ‘Please, hou van mij, highbrow ­culturele sector.’ Ik wilde iets bewijzen. maar wat eigenlijk? Na 20 jaar carrière en 13 miljoen verkochte platen?

“Ik ben nu veel dankbaarder voor wat ik al die jaren daarvoor heb opgebouwd, ik weet dat succes nog meer naar waarde te schatten. Ik had die pauze nodig om mijn ­volledige creatieve vrijheid te kunnen verkennen, en ik ben tot het besluit gekomen dat dat niet mijn weg was.”

Wat vond je zelf het allermooiste moment van je hele carrière?

“Er zijn er veel. Mijn optreden met J.D. Sumner and The Stamps Quartet, in de seventies het vaste koor van Elvis Presley, in de Antwerpse Koningin Elisabethzaal, tien dagen voor de geboorte van mijn dochter. Ik zong twee gospelsongs met hen en het was alsof we rechtstreeks naar Elvis in de hemel aan het zingen waren.”

Vogeltje in de boom

Volgende maand wordt 30 jaar carrière en 50 jaar leven gevierd tijdens Lotti’s jubileumtournee. Hij is best nerveus, zegt hij, vraagt zich af of de zalen wel vol zullen lopen. Sinds zijn comeback in 2017 is hij daar minder gerust in. “Ik heb verantwoordelijkheden. En geld gaat makkelijker naar ­buiten dan dat het binnenkomt. Tijdens die eigen projecten heb ik vreselijk veel geld verkwist, aan zaken waar Piet ­wellicht 24 sponsors voor had kunnen vinden. Hij is daar de meester in, ik niet. Hij probeerde me dat soms uit te leggen, hoe alles zakelijk geregeld is, maar na twee seconden was ik dan afgeleid door een vogeltje dat buiten in een boom zat. (lacht) Het was niet aan mij besteed. Met als gevolg dat ik zeven jaar verlies heb gedraaid, en dus dringend wat winst moest maken.” 

Helmut Lotti: ‘Ik ben een gelukkig mens omdat mijn mama zo ­onvoorwaardelijk trots is op mij en me altijd heeft gesteund. Dat is een enorm geschenk.’ Beeld Carmen De Vos

Wij dachten dat je al lang binnen was, en de rest van je leven je goesting kan doen.

“Ook dat is een verhaal dat mensen lezen in de boekskes. Wat is dat, ‘binnen zijn’? Het hangt ervan af wat je nog wil doen, wat je nodig hebt, hoe erg de inflatie gaat meespelen. Rik Van Steenbergen (wielerlegende in de jaren 40, 50 en 60 die alle klassiekers won, en na zijn wielercarrière een tijd aan lager wal geraakte, red.) dacht ook dat hij binnen was, maar even later was hij in erotische films aan het meespelen om zijn kost te verdienen.”

Mogen we je net als Elvis een mama’s-kindje noemen?

“Mijn moeder heeft heel haar leven keihard gewerkt. Ze reed rond met soep en ijs, meer dan tien uur per dag, winter en zomer. Ik vind het bijzonder knap dat ze haar drie zonen altijd in het gareel heeft kunnen houden. We leerden om heel zelfstandig te zijn en hebben nooit iets mispeuterd, vooral uit schrik voor haar. (lacht) Ze was streng, maar tegelijk kregen we van haar een groot gevoel van eigenwaarde mee.”

Wat vond je moeder ervan toen je besloot om een onzeker bestaan als zanger te kiezen?

“Ze is ooit verliefd geworden op mijn vader die een heel goeie zanger was, en zij heeft me destijds ingeschreven voor de Soundmixshow. Mijn moeder zag ook dat ik gene gewone was. Een kantoorjob had er niet in gezeten.

“Ik ben een gelukkig mens omdat mijn mama zo ­onvoorwaardelijk trots is op mij en me altijd heeft gesteund. Dat is een enorm geschenk.”

Van wie heb je verder nog waardering nodig? Wie is de belangrijkste criticus?

“Ik denk dat ik van zoveel mogelijk mensen waardering wil, ik speel liever voor een grote volle zaal, dat is duidelijk. 

(denkt na) “Ik zou het vooral erg vinden als mijn dochter mijn muziek niet goed zou vinden. Ze is een grote fan van Lana Del Rey, maar ook van Elvis en Johnny Cash.”

Je zingt over de jaren dat je er niet voor je dochter bent geweest, op het erg mooie nummer ‘Voed mij op’.

“De tekst van ‘Voed mij op’ heeft Bart Vanegeren (Humo-hoofdredacteur, red.) geschreven, geïnspireerd door mijn verhaal. Maar ik denk dat het een universeel gegeven is voor veel ploeterpapa’s, die te veel werken en afwezig zijn. Toen Messalina klein was, heb ik wel pampers ververst en flesjes gegeven, maar de belangrijkste periode, tussen haar zes en twaalf, heb ik zo goed als volledig gemist. Dat is heel erg pijnlijk. Het mag een half mirakel heten dat mijn dochter en ik vandaag zo’n mooie band hebben. We doen heel normale zaken samen, we gaan wandelen in de Ardennen en dan praten we bijna als café-maten over liefde en leven. We hebben dezelfde verjaardag, ze is 28 geworden toen ik 50 werd. Ik ben een crooner, hè. Gewéldige timing.”

Je bent jong papa geworden, ben je al klaar om jong bompa te worden?

“Dat moet je aan haar vragen. Maar ze geeft geen interviews en ze heeft groot gelijk.” (glimlacht)

Waarom wilde je zo graag jong papa worden?

“Dat was puur compensatiegedrag, besef ik nu. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes was, en ik wilde koste wat het kost bewijzen dat ik beter kon. Zo werkt het niet natuurlijk, maar ik dacht: moeilijk gaat ook. Doordat ik zo krampachtig iets nastreefde, heb ik veel fouten gemaakt.

“Mijn drie mislukte huwelijken, dat is de grootste ­nederlaag van mijn leven. Vooral omdat ik er mijn eigen kind in heb betrokken. Ik heb haar aangedaan wat ik ­absoluut wilde vermijden.”

Heb je later nog kinderen gewild?

“Ik wilde graag drie kinderen. Maar het mocht niet zijn. Dat is door omstandigheden en door de natuur zo beslist. Ik zou daar ongelukkig over kunnen zijn, maar ik heb één ­fantastische dochter, en een geweldige vriendin. Dat is heel veel. Voor het eerst heb ik een relatie die heel evident en stressloos is. En daarmee wil ik absoluut geen steen werpen naar mijn exen, ik zit gewoon zelf beter in mijn vel.”

Perfecte timing: net wanneer we het Story-gedeelte van het gesprek aanboren, komt Lotti’s vriendin Marieke van Hooff voorbij gewandeld. De actrice, zangeres en kinderboekenschrijfster is onderweg om haar nieuwe boek te gaan signeren op de Boekenbeurs. Lotti straalt als hij het vertelt: “De familie Slotje, een knotsgek boek over een gezin van ­slotenmakers die ’s nachts inbrekers worden. Met een cd waarop zij en haar zus Anneke, Ivan Pecnik en Dieter Troubleyn de stemmen vertolken.”

Terwijl we dit neerschrijven, beseffen we hoe dubbel het is om Van Hooff in dit interview enkel op te voeren als ­figurante, als ‘de vriendin van’. “Daar worstel ik ook mee, ze maakt fantastische dingen, ze verdient het om zelf voluit in de spotlights te staan.

“Marieke en ik kunnen soms een halve dag typetjes spelen en stemmetjes nadoen. Wist je dat ik ooit in de running was om de Nederlandse versie van Kermit in te spreken? (doet een erg geloofwaardige Kermit na) Ik heb op Snapchat ooit een serie filmpjes gemaakt na de beruchte ‘Grab ‘em by the pussy’-uitspraak van Trump. Dan deed ik James Bond na: ‘God shave the queen and her pussy’ à la Sean Connery. Dat soort dingen, daar amuseer ik me kostelijk mee.”

Enkele jaren geleden kondigde je aan dat je in Duitsland ging wonen, om je te richten op je carrière daar. Hoe staat het daarmee?

“Ik heb toen drie maanden lang een veel te duur appartement gehuurd, waar ik misschien tien dagen ben geweest. De overige tijd zat ik in de Ardennen. Eigenlijk was het een afleidingsmanoeuvre om het in de pers niet over mijn laatste echtscheiding te moeten hebben. Ik wilde Jelle ook niet in die breed uitgesmeerde ellende betrekken: zij heeft niet gekozen voor het BV-schap. Dus maakte ik van de verhuis naar Duitsland het grote nieuws. Ik kan het nog altijd niet geloven dat mensen daar ooit in getrapt zijn.” 

Niemand geloofde het hoor, dat je verhuis de oorzaak was van de breuk.  

“Oké, maar ik vind ook niet dat ik altijd eerlijk moet zijn tegenover journalisten. Ik zit hier niet tegenover de recherche van de politie. Ik heb het altijd leuk gevonden om wat te dollen met journalisten, zoals Hugo Claus dat deed, die was er meester in om zijn eigen mythe te creëren, en mensen op het verkeerde been te zetten. 

“Met Carol (zijn tweede vrouw, red.) gingen we soms voor de grap naar babywinkels, om te zien hoe snel er geruchten zouden circuleren in de roddelpers. Bleek dat nogal tegen te vallen, er zijn geen paparazzi in de Prémaman in Merelbeke.

“Ik liep ook al drie weken in Antwerpen-centrum rond zonder haarstukje, vooraleer een persfotograaf met een telelens foto’s maakte van mij aan mijn voordeur. Dát was wel een brug te ver voor mij.”

Helmut Lotti: ‘Ik was elke dag drie kwartier van mijn leven kwijt aan dat haarstukje. Dat was ik beu. En ik werd er paranoïde van.’ Beeld Carmen De Vos

Er is nog nooit zo veel inkt gevloeid over een toupet als toen. Heb je daar veel voor moeten overwinnen? 

“Ik was elke dag drie kwartier van mijn leven kwijt aan dat haarstukje. Dat was ik beu. En ik werd er paranoïde van. In elk raam keek ik of alles nog op zijn plaats zat, ik had altijd schrik dat het zou beginnen waaien of regenen. Als het aan mij lag, had ik mijn haar lang geleden al heel kort geknipt, maar mijn Duitse platenfirma zag dat toen niet zitten. Ik heb het trouwens op hun verzoek ook voor mijn comeback weer een vijftal centimeter laten groeien. Te kort haar associëren ze daar nog steeds met nazi’s en skinheads. Blijkbaar zie ik er met iets meer haar veel vriendelijker uit.”

Vreemd dat iemand met jouw staat van dienst toch nog zoveel toegevingen moet doen. Wil je niet zelf beslissen over je eigen kapsel?

“Niemand doet volledig zijn eigen goesting in het leven. Van je eigen imago kan je je sowieso nooit losmaken, hoe ­frustrerend dat soms ook is. Dat moet ik uitgerekend aan ­jullie journalisten toch niet uitleggen? Die houden het mee in stand.

“Ik heb twee uitverkochte tours gedaan in de Verenigde Staten. Diezelfde periode speelde dEUS één keertje in New York in een club van 150 man. Dát stond wel in De Morgen, en over mij werd geen woord geschreven in jullie krant. Dat stoorde me wel, ja. Dat is toch de wereld op zijn kop?

“Ik stel vast dat er bijvoorbeeld nooit een Belpop-aflevering over mij is gemaakt, dat is toch een beetje raar, niet? In de lijst met best verkochte platen in België maak ik de volledige top 3 uit, met Lotti Goes Classic I, II én III. Daarna volgt Michael Jackson pas met Thriller! Dat is toch niet niks.

“Enfin, ik vind het niet erg want ik ben nog lang niet klaar, laat ze maar een Belpop over mij maken als ik 75 ben.” (lacht)

Zanger Niels Destadsbader zei onlangs in Gazet van Antwerpen: “Bepaalde linksere artiesten zien me niet als hun gelijke. Dat stoort me.” Dat werd gretig ge-repost door Dries Van Langenhove. Deel jij dat gevoel?

“Niels is een vriend van mij, sinds we samen in Liefde voor muziek zaten, en ik heb hem een berichtje gestuurd toen ik die titel zag. Hij is bijzonder goed bezig. Hij moet vooral zijn eigen leidraad zijn en zich niet laten afleiden door de ­vooringenomenheid van anderen. Het is wel droevig als ­uitspraken van artiesten die niet politiek bedoeld zijn, toch door politici gerecupereerd worden.

“Wat ik ook merk, is dat elke held vroeg of laat wordt neergehaald. Daarom is Jezus de ultieme held. En Elvis staat daar nog boven. (lacht) Dat geloof ik echt: wie succes heeft, ziet zijn hoofd vroeg of laat op het kapblok belanden. Dat is inherent aan de mens: we willen helden, maar op het eind van de dag moet je je kunnen identificeren met hen, dus ooit wordt de held van zijn voetstuk gehaald.”

Je streefdoel was ouder worden dan Elvis. Hij werd 42, dus dat is al gelukt.

“Ik heb mijn ambitie dus bijgesteld: nu wil ik ouder worden dan mijn andere muzikale held, Tony Bennett (de Amerikaanse crooner werd deze zomer 93 jaar en treedt nog altijd op, red.). Ik heb het gevoel dat ik in de helft van mijn leven zit. Ik heb nu de bagage en het inzicht, eindelijk heb ik door hoe het moet. Het is zoals vroeger op de kermis: je moet je strategisch opstellen en de flosj grijpen als hij ­voorbijkomt.”

De jubileumtournee 30 jaar Helmut Lotti in concert gaat van start op 20 december in de Capitole in Gent. Later volgen optredens in Brussel, Hasselt, Antwerpen en Oostende.

Info en tickets via helmutlotti.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234