Maandag 30/11/2020

InterviewJelle De Beule, Rik Verheye en Koen De Poorter

‘Ik was heel blij met het bestaan van Marc Van Ranst’

Rik Verheye: 'Ik was heel blij met het bestaan van Marc Van Ranst’

In het grote peloton der afstandsmaten reed de anderhalve meter anoniem mee, tot hij in maart bij een lange ontsnapping betrokken raakte. Hij is nu de maat van de social distancing, en dus een zegen wanneer de buurman weer eens roekeloos in een lookbol heeft gehapt, maar een vloek wanneer hij je buiten gehoorsafstand van je oma plaatst. Bij Woestijnvis, het clevere productiehuis, komen ze nu met De anderhalve meter show. Geen kortfilm over Wouter Vandenhaute, wel een sketchprogramma op VIER van Jelle De Beule (39), Koen De Poorter (42) en Rik Verheye (33). Want corona is te ernstig om er niet mee te lachen.

Koen De Poorter: “We waren al twee jaar aan het werken aan Nonkels, een fictiereeks. In september zouden de opnames beginnen.”

Jelle De Beule: “In april hebben we door corona moeten beslissen om de opnames een jaar uit te stellen. Daar zijn we drie minuten depressief van geweest, en daarna besloten we om De anderhalve meter show te maken.”

Rik Verheye: “Dat kon veel makkelijker coronaproof, zeker omdat die anderhalve meter afstand het uitgangspunt is van elke sketch.”

De Poorter: “Het schrijven moest heel snel gebeuren. Maar Jelle en ik hebben lang in het haastige ritme van De ideale wereld gefunctioneerd. We wisten: we kúnnen dat.”

De Beule: “Koen en ik doen al zestien jaar dingen samen: er zit vaart en structuur in onze samenwerking. We vonden het ook gewoon leuk om iets te maken dat onmiddellijk inhaakt op de actualiteit.”

Verheye: “De anderhalve meter show is op dezelfde manier ontstaan als De container cup: een snel antwoord op de bizarre wereld waarin we plots wakker zijn geworden.”

Betekent dat dat jullie op krediet van de kijker rekenen? Dat die jullie niet afstraft voor een flauwiteit of een matige sketch?

De Beule: “Ik vind niet dat dat nodig is. Een kijker hoeft eigenlijk niet te weten of er drie maanden, dan wel drie jaar aan iets gewerkt is. Wij moeten er gewoon voor zorgen dat het programma deugt - punt.”

De Poorter:Het moest snel gaan, ja, maar het is geen haastwerk geworden: de lat lag op respectabele hoogte en we weigerden eronder te gaan. We zijn echt heel content met De anderhalve meter show.”

Voor jou, Rik, was het de eerste keer dat je meeschreef aan een sketchprogramma.

Verheye: “En het was bovendien een onverwachte wending, want ik was helemaal begeesterd door het hardcore fictieproject dat Nonkels is. Dat ik plots mee een sketchshow aan het maken was, voelde een beetje griezelig, net omdat het voor mij de eerste keer was. Maar à la guerre comme à la guerre: ik ben vrolijk mee in bad geplonsd. (Tot de anderen) Jullie waren dat gewoon, hè, om voor De ideale wereld megasnel te deliveren. ’s Ochtends een idee, en hóp, dat meteen draaien. Ik was ingesteld op Nonkels, een log containerschip, en ineens werd het een driftig speedbootje.”

De Beule: “We hadden er alle vertrouwen in dat het zou lukken met Rik. We werkten al twee jaar samen aan Nonkels, hè: daar hadden we al de perfecte configuratie gevonden. Koen en ik zijn al lang een soepele twee-eenheid, en Rik was de wervelwind die met wilde ideeën kwam. Dat schudde de boel goed op: hij gidste ons weg van de conservatieve reflexen die er onvermijdelijk insluipen als je al zo lang samenwerkt.”

PAS OP, CORONA!

Jullie schreven tijdens de lockdown. Thuis, dus.

De Beule: “Die periode was pure horror voor wie helemaal geïsoleerd was én voor wie aan het andere eind van het spectrum zat, met een huishouden, kinderen en werk. Ik zat in die tweede situatie: mijn vrouw en ik zijn fulltime aan het werk gebleven, en tegelijk moesten we ons kot op orde houden, onze drie kinderen entertainen én juf en meester spelen. Dat was zenuwslopend. Ik heb zelf voor die kinderen gekozen, dat weet ik wel, maar: ik heb nooit gekozen voor een voortdurende combinatie van al die rollen, in een relatief kleine ruimte bovendien. Ik wilde het allemaal perfect doen, maar dat kón natuurlijk niet. Nu kan ik het al relativeren en denk ik: het was geen oorlog, hè. Maar toch had het niet veel langer moeten duren. Het werkte echt op mijn gemoed, ja, en het heeft tijd gekost om die lockdown uit mijn systeem te krijgen.”

De Poorter: “Mijn vrouw en ik hebben twee kinderen: wij waren vaak een beetje aan het vechten om te kunnen werken. Dat werk was de mogelijkheid om een paar uur zonder stress en chaos te leven.”

De Beule: “Wij hebben het haast wiskundig aangepakt: ik was de ene dag verantwoordelijk voor de kinderen, mijn vrouw de andere. (Denkt na) Ik vond het wel interessant om te zien hoe onze kinderen op die nieuwe werkelijkheid reageerden. Na een week leek het alsof ze altijd al met dat virus geleefd hadden. Dan riepen ze ‘Pas op, corona!’ naar voorbijgangers die iets te dichtbij kwamen.” (lacht)

De Poorter: “Het flegma waarmee een klein kind de dingen aanvaardt, is benijdenswaardig. ‘O, was er dan vroeger geen corona? Neen? Oké, whatever.‘”

De Beule: “Bij mij: ‘Papa, om hoe laat is corona voorbij?' (lacht) ‘Om twee uur,’ heb ik geantwoord. ‘Ik weet alleen niet in welk jaar.’”

»Nu, voor alle duidelijkheid: ik wil geen opbod in martelaarschap beginnen. Het is geen wedstrijdje kijk-eens-hoe-moeilijk-ik-het-had.”

Verheye: “Maar ik had het echt wel héél moeilijk, hoor. Elke avond weer die verscheurende keuze: welke fles wijn breek ik vandaag eens aan?” (lacht)

“Ernstig: ik heb de lockdown doorgebracht in Knokke, om er mijn moeder een beetje bij te staan. En eigenlijk deed het me vooral deugd om even in het grote niets rond te lopen. Voor iemand die zich normaal door z'n dagen haast, voelde dat als een staat van genade. Back to basics. Je kent The Sims, die computerspelletjes? Ik ben er altijd al gek op geweest, omdat alles er zo helder en overzichtelijk in is: je geeft je personage taken, en vervolgens voert het die planmatig en gestructureerd uit. Eigenlijk zou ik graag een goeie Sim zijn.”

Hoe was het om elkaar weer terug te zien?

De Beule: “Heel bevreemdend. De eerste keer was nog tijdens de lockdown, voor een vergadering waarvoor we fysiek moesten samenkomen. Ik reed zo ongeveer in m’n eentje op de autosnelweg, en plots besefte ik wat er allemaal niet meer was. Toen we elkaar vervolgens zagen, stonden we daar wat te schutteren op anderhalve meter afstand. En daarna naar huis, wéér op een lege autosnelweg, en met een heel onbevredigd gevoel. Het was een kleine foltering, alsof er me iets was voorgehouden dat er niet werkelijk was.”

De Poorter: “Ik voelde een lichte pleinvrees toen ik door het gebouw van Woestijnvis liep. Dat is altijd zo’n bruisende plek, en plots was het helemaal verlaten.”

De Beule: “We deden die dag alsof alles normaal was, maar er was helemaal niets normaal.”

Verheye: (knikt) “Ik had in de auto muziek van Ryuichi Sakamoto opstaan, een Japanse componist die, euh, niet uitblinkt in lichtvoetigheid (Sakamoto maakte samen met Alva Noto de soundtrack bij de film ‘The Revenant’, red.). Op die nieuwe autosnelweg tussen Knokke en Brugge, waar je een aantal meter boven de polders en de velden rijdt, werd het me toch iets te deprimerend.”

De Beule: “Toch zit ik nu al een beetje in het ‘Het was toch ook mooi’-stadium. We hebben tijdens de lockdown met de kinderen alle Gentse parken verkend - dat deden we voorheen nooit.”

Verheye: “Gaan joggen werd ook een heel aparte ervaring.”

De Beule: “Ja. Dan liep ik door het totaal verlaten Gent en kreeg ik het opwindende gevoel: wauw, dat is hier van mij. Het is mijn stad. Iedereen die hier nu is, hoort hier ook echt te zijn.”

Verheye: “Dat snap ik helemaal. De toeristen en de passanten waren weg uit Knokke, en ik herkende het West-Vlaamse dorp uit mijn jeugd weer. Het gaf me zelfs goesting om weer naar de zee te verhuizen.”

De Poorter: “Ik heb het tegenovergestelde meegemaakt. Net tijdens de lockdown werd ons huis volledig verbouwd, en moesten we tijdelijk ergens anders gaan wonen. In mijn hoofd zat voortdurend de vage verwachting dat er plots politie aan de deur zou staan en ik zou moeten aantonen dat ik daar echt mocht zijn. Je kunt daarmee lachen, maar het was die periode waarin aan de kust drones met warmtesensoren ingezet werden om tweedeverblijvers op te sporen.”

Verheye: “Het leek wel een beetje op een politiestaat, ja. In Knokke was alles afgezet. Zelfs de knulligste veldweggetjes waren gebarricadeerd met containers, en bij controles werd je identiteitskaart gevraagd. Dat was behoorlijk intimiderend. Maar als ik dan wel werd doorgelaten terwijl net voor mij iemand was teruggestuurd, had ik wel dat heerlijke gevoel: jaja, ik hoor bij de club.” (lacht)

Hoe gingen jullie om met die hele set van regels die al snel bij corona hoorde?

De Beule: “Ik vond het wel interessant om te zien hoe een heel vrije samenleving plots in een staat van beleg verkeerde. Hoe snel het allemaal kantelde, en hoe we ons daar soepel naar plooiden, omdat het voor the bigger good was. Want bij het begin van de lockdown waren we nog mild voor de overheid, die het ook niet had kunnen zien aankomen. De bereidheid was er om collectief en zonder veel zeuren al die maatregelen te ondergaan. Daarna kalfde de goodwill af, en is iedereen zijn eigen draai beginnen te geven aan de regels.”

Verheye: “Omdat die ook zo wispelturig en onduidelijk waren, hè. Weten jullie nog wat precies de regels zijn? Wat wel en niet mocht binnen een bubbel? Ik heb toen op een etentje eens een paar vrienden goed vastgepakt. Ik kon het gewoon niet laten.”

De Poorter: “Die verwarring werd door sommigen toch iets te opportunistisch gebruikt om géén regels meer te volgen. Het werd een alibi: ‘Het is niet duidelijk, dus wij doen niet meer mee.‘”

De Beule: “Ja, dat vind ik kinderachtig. Zelfs als de maatregelen niet helder gecommuniceerd worden, weet je toch wat de basisfilosofie is? Je moet dat pakket aan regeltjes toch niet tot de laatste komma uit het hoofd geleerd hebben om je verantwoordelijk te gedragen? Toen de winkels hier sloten, gingen mensen net over de grens shoppen. Als je dat doet, ben je toch van kwade wil? Je zondigt niet tegen de letter van de wet, neen, maar wel tegen de geest ervan. En dat wéét je.”

De Poorter: “Het is een ingebakken nukkigheid tegenover regels en beperkingen. Een mondmasker was voor sommigen plots het summum van vrijheidsberoving. Terwijl: zet toch gewoon even zo’n ding op je smoel als je naar de supermarkt gaat. Wat is daar zo moeilijk aan?”

Koen De Poorter (midden): ‘Stand-upcomedian George Carlin zei het al: 'Bedenk eens hoe dom de gemiddelde mens is. En besef dan dat de helft van de bevolking nóg dommer is.’'

Op zich is het wel begrijpelijk dat er na meer dan een halfjaar coronamoeheid optreedt, toch?

Verheye: “De periode dat ik elke avond uitkeek naar de viroloog du jour die aanschoof in De afspraak ligt al een tijdje achter me, ja.»

De Beule: “Maar het wordt wel kwalijk als mensen die coronamoeheid verpakken als pientere argwaan. Ken je ze, de ‘Is het wel allemaal wáár?’-types? Dat is zo makkelijk: ze meten zichzelf een aura van kritische zin aan, ze zijn zogenaamd de slimmeriken die het allemaal doorzien en zich geen onzin laten voorkauwen. ‘Ik heb wat onderzoekswerk gedaan...’”

Verheye: “...waarna ze komen aandraven met de woorden van één of andere obscure viroloog uit een uithoek van Zweden die zegt dat covid-19 flauwekul is. Of nog erger: met zo'n van de pot gerukte complottheorie. ‘We worden voorgelogen!’ En dan dat dedain tegenover de schapen die de regels wél volgen... Fuck off, denk ik telkens als ik iets van zo'n Facebookridder lees.”

De Beule: “Het zijn mensen die voor zichzelf een vrijgeleide zoeken om te doen wat ze willen.”

De Poorter: “Dat is niet alleen aan corona gelinkt. Ik zie steeds meer mensen die ervan doordrongen zijn dat hun mening op élk front evenveel waard is als die van een ander. Wetenschappers over de hele wereld komen na jaren van onderzoek tot een consensus over iets, en vervolgens vindt Danny uit Wachtebeke dat zijn opinie over het onderwerp - die uiteraard lijnrecht ingaat tegen de bevindingen van de wetenschappers - evenveel ruimte moet krijgen. Die weigering om te aanvaarden dat andere mensen mogelijk slimmer zijn dan jij: ik vind dat pathetisch.”

De Beule: “‘Ja maar,' roept Danny uit Wachtebeke dan, ‘ik word gemuilkorfd!’ De vrijheid van meningsuiting! En inderdaad, ook als alle wetenschappers zeggen dat een mens niet kan vliegen, mag jij beweren dat het volstaat om een setje vleugels te naaien om dat wél te kunnen. Je hebt namelijk het recht om een idioot te zijn, maar dat neemt niet weg dat je nog altijd ongelijk hebt.”

De Poorter: “George Carlin, de stand-upcomedian, zei het al: ‘Bedenk eens hoe dom de gemiddelde mens is. En besef vervolgens dat de helft van de bevolking nóg dommer is.’”

'Mijn kinderen vroegen: 'Om hoe laat is corona voorbij?' 'Om 14 uur,' antwoordde ik, 'Ik weet alleen niet in welk jaar’

SLURPEN EN STERVEN

Net als jullie vorige programma’s en producties is De anderhalve meter show een groepswerk. Hebben jullie dat samenwerken nodig?

Verheye: “Ik wel. Ik kan heel moeilijk alleen zijn.”

De Beule: “Je kúnt gewoon geen loner zijn als je televisieprogramma’s maakt. Zelfs op de momenten dat ik in mijn eentje aan het schrijven ben, voel ik de anderen over mijn schouder meekijken.”

De Poorter: “Iedereen heeft toch een zekere mate van veiligheid nodig? Voor mij betekent dat: mensen die me zo vertrouwd zijn dat ik ze mijn werk durf voor te leggen, ook al is het nog onvolkomen, of zit ik helemaal vast. Jelle is voor mij zo iemand. Wij werken al zestien jaar samen, hè, van bij Neveneffecten: dat is een veilige haven.”

Betekent dat ook dat jullie gevoelig waren voor de harmonie en de samenhorigheid die plots opwolkten in de eerste coronaweken?

Verheye: “Ik heb wel zo’n cheesy kantje, ja. Ik ben vertederd als mijn tante tijdens een wereldkampioenschap voetbal plots een truitje van de Rode Duivels draagt en hartstochtelijk supportert voor Émile Mpenza, terwijl ze helemaal niets van voetbal kent en Mpenza ondertussen toch al meer dan tien jaar niet meer meedoet (lacht). Ik ben een sucker voor samenhorigheid: ik hou van het Sportpaleisgevoel.”

De Poorter: “Dat snap ik. Maar van die harmonie in die eerste weken met het virus wist je toch dat het om een tijdelijke begoocheling ging?”

De Beule: “Er zullen een paar concrete dingetjes veranderen - dat thuiswerken zal wel een blijver zijn. Maar dat onze hele maatschappij op de schop zou gaan en dat we het voortaan helemaal anders zouden aanpakken? Dat heb ik nooit geloofd.”

Verheye: “Ik genoot gewoon van die tijdelijke eensgezindheid, maar ik heb ook nooit in het nieuwe normaal geloofd. Ik heb het altijd beschouwd als het nieuwe voorlopig.”

De Poorter: “Mensen veranderen alleen als ze niet anders kunnen. Zodra het virus ingedijkt is, of - wie weet - helemaal weg, keren we terug naar wat we kenden. Ik heb zelf ook mee staan applaudisseren voor de mensen uit de zorgsector, hoor. Maar tegelijk dacht ik: ik kan hier de vellen van mijn pollen staan klappen, er zal niets veranderen als we bij de volgende verkiezingen weer stemmen voor partijen die de zorgsector graag op dieet zetten.”

De Beule: “Of neem de cultuursector: corona heeft toch maar weer bevestigd hoe misprijzend ernaar gekeken wordt. (Boos) Die profiteurs waar het altijd over gaat, dat zijn wij, hè. Dat zijn verdomme wel die zogenaamde slurpers die iedereen geëntertaind hebben tijdens de lockdown. Dat dat verband niet gelegd wordt!”

»Ik maak me ook graag vrolijk over experimentele theatervoorstellingen waarin acteurs in hunnen blote wat gewichtig op een bazuin staan te blazen. Maar: hoe vaak gebeurt dat? En hoeveel fretten zij van die subsidies? Dat gaat echt maar om een fractie, hoor.”

De Poorter: “Een paar honderd meter hier vandaan ging ooit Renault Vilvoorde dicht. Daar was toen terecht veel om te doen. Mensen waren verontwaardigd dat zoveel banen in één klap verdwenen. In de cultuursector dreigt nu hetzelfde: een gigantisch aantal mensen dreigt zijn werk te verliezen als er geen ondersteuning komt. Alleen zitten die jobs niet in één zichtbare fabriek gebald. En het gaat niet alleen om mensen die voor een artistiek bestaan hebben gekozen, maar ook over programmatoren, over technici, over cateringbedrijven... Door een aantal mensen financieel te ondersteunen, kun je zoveel meer mensen hun baan redden. Maar ik vrees dat sommige politici een paar keer te veel uitgejouwd zijn op awardshows. Dat er nu die onuitgesproken triomf is: ‘Sterf maar lekker, linkse kunstenaartjes.’”

Verheye: “Ik vind dat zo érg.”

De Beule: “Het gaat ook over meer dan alleen het uitblijven van steunmaatregelen. Het katholiek onderwijs heeft bijvoorbeeld net beslist om vakken als plastische opvoeding en muziek af te schaffen in de middelbare scholen, en alles wat met creativiteit en expressie te maken heeft in één vak onder te brengen. Het belang daarvan wordt zó onderschat. Hier, kijk naar ons, wij zijn het perfecte bewijs: alle drie hebben we een hoogst obscure kunstrichting gevolgd, maar we dragen wel al jaren bij aan een volkomen mainstream medium en we betalen net als iedereen een hoop belastingen.”

Hebben jullie er zicht op hoe erg de televisiewereld getroffen wordt?

De Poorter: “Dat zal nog moeten blijken. Hoe evolueert de advertentiemarkt? Blijft de taxshelter overeind?”

De Beule: “Er zit altijd wat vertraging op: om de één of andere reden is televisie in crisistijden één van de laatste steentjes in de dominorij. Pas een jaar of vijf na de financiële crisis van 2008 voelden wij: tiens, de budgetten raken niet zo vlot meer rond.”

BOER EN LUL

De sketches in De anderhalve meter show worden aan elkaar gepraat door twee virologen. In die rollen hebben jullie je voordeel gedaan met Marc Van Ranst en Steven Van Gucht, geloof ik.

Verheye: “Ik was aanvankelijk heel blij met het bestaan van Marc Van Ranst - met iemand die kundig en beheerst en voorzien van aardige V-halsjes ons de informatie bezorgde die we nodig hadden. Maar na verloop van tijd vond ik hem toch iets té aanwezig, en soms ook nodeloos provocerend.”

De Beule: “Het is toch geruststellend dat zo iemand geen kleur- en geurloze technocraat is? Ik ben net blij dat Van Ranst na verloop van tijd vermenselijkte, dat zijn karakter en zijn persoonlijkheid zichtbaar werden, en zijn gevoel voor humor, en zijn pedanterietjes. Voor onze fictie was dat ook handig. Het zijn trouwens geen zuivere imitaties geworden. Het is waar dat die twee figuren losjes gebaseerd zijn op Van Ranst en Van Gucht, maar vervolgens hebben we de dingen wel geweldig uitvergroot: het ene personage is een gestampte boer geworden, het andere een elitaire lul.”

Die virologen doen een soort van meta-analyse van de humor in De anderhalve meter show. Is dat een handigheidje om jullie in te dekken tegen woke verwijten van seksisme en algehele wittemannigheid?

De Beule: “Die uitgesproken morele kijk op humor is er en zal niet meer verdwijnen, maar ik voel me er op geen enkele manier door aangesproken.”

Bevestig je daarmee niet net wat aangeklaagd wordt: dat de witte man niet voorbij zijn eigen privilege wil kijken?

De Beule: “Humor kan heel progressief zijn en mensen tot nadenken aanzetten. In een programma als De ideale wereld zitten voortdurend ongemakkelijke spiegels. Maar humor is vaak per definitie een beetje conservatief en maatschappijbevestigend, omdat het komische net in de taboes zit. Dus ga je in dit tijdvak automatisch moppen maken over inclusie, over vrouwenrechten... Als je mensen aan het lachen wilt brengen, kun je daar niet te ver van weggaan.”

De Poorter: “Plus: het is toch duidelijk dat onze intenties zuiver zijn? Wij verdedigen seksisme, racisme en vooroordelen niet, hè. Wij láchen ermee.”

In wezen is dat de verschuiving die de woke-beweging bepleit: niet de intentie van de verzender van een boodschap primeert, wel het effect van die boodschap op de ontvanger. Als je mensen kwetst, is er een probleem, ook al was het niet je bedoeling om te kwetsen.

De Poorter: “Maar je kunt die intentie toch niet compleet irrelevant maken? Ik word niet graag weggezet als iemand die alle hulp aan de goeie zaak weigert. Dat ben ik niet. Het heeft ook een ongewenst effect: de radicale roepers vervreemden van hun medestanders.»

De Beule: “Stop toch met humoristen aan te vallen. We’re not the bad guys. Concentreer je op dingen die ertoe doen. Wie echt geëngageerd is voor pakweg Black Lives Matter of #MeToo steekt zijn energie niet in een corrigerende tik op Twitter aan De ideale wereld.”

De Poorter: “Het is spelen voor de galerij: kijk mij eens moreel onberispelijk zijn.”

De Beule: “Ik ben ondubbelzinnig voor gelijkwaardigheid, voor emancipatie, voor het gevecht tegen taboes, maar ik verwerp het absolute en het dwingende waarmee die strijd nu gevoerd wordt. Je kunt niet meer opwerpen dat je het bekladden van standbeelden niet de uitgelezen manier vindt om over de kolonisatie te praten, want dan word je meteen in het hoekje van het negationisme geduwd. Als je niet met ons bent, dan ben je tegen ons: dat is morele chantage, hè, de meest fascistoïde manier om je gelijk te halen.”

Verheye: “En wie geen mening heeft, is schuldig. Maar ik heb toch het recht om niet op elk maatschappelijk probleem een pasklaar antwoord te hebben?”

De Beule: “Het is ook niet zo dat wij zeggen: ‘Fuck off, wij blijven lekker steken in de jaren 90.’ We schuiven wel degelijk mee op. In De anderhalve meter show zit een sketch waarin een vrouw dreigt te verdrinken in zee, en de redder aarzelt om haar te helpen. Want: bevestigt hij zo niet de klassieke genderpatronen? Is het wel aan hem om te beslissen om die vrouw te redden? Is hij zo niet mee schuldig aan het beeld dat vrouwen niet zonder een sterke man kunnen? Dat is een sketch die we tien jaar geleden niet schreven. Daar zit toch de erkenning van een maatschappelijke evolutie in? En tegelijk steekt die sketch ook de draak met een bepaalde overgevoeligheid, ja. Daar wil ik niet op toegeven, want het raakt aan de kern van wat humor is: het sérieux afbreken.”

Verheye: “...sprak Jelle De Beule veel te serieus (lacht).”

De anderhalve meter show, dinsdag om 20.35 uur op VIER. 

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234