Vrijdag 03/07/2020

InterviewOscar van den Boogaard

‘Ik was een gouden kind, dat het niet verdiende te bestaan’: Oscar van den Boogaard legt in ‘Jachthuis’ royale familiegeheimen bloot

Oscar van den Boogaard. Beeld Damon De Backer

Met zijn nieuwe, onverbloemd autobiografische roman Jachthuis spit Oscar van den Boogaard (55) verder in explosieve familiegeheimen. Opgroeien met een grillige, excentrieke moeder en twee veraffe vaders. Want dat zijn verwekker prins Bernhard is, daar blijft Van den Boogaard rotsvast van overtuigd: ‘Ik sta meer dan ooit in mijn kracht.’

“Ik voelde me lang ongrijpbaar. Ik had het gevoel dat ik het achterste van mijn tong niet liet zien. Ik kon mezelf niet kenbaar maken tegenover anderen. Ik schaamde me. Logisch dat je dan op de vlucht slaat”, zegt Oscar van den Boogaard, die zich altijd als een einzelgänger door de literaire wereld leek te bewegen. “Mijn warsheid van literaire kliekjes heeft er ook mee te maken dat ik mijn eigen verhaal nog niet kon vertellen”, legt hij uit, met een gedecideerde blik in zijn staalblauwe ogen.

We zitten verschanst in de Willem Frederik Hermans-kamer van de Gentse boekhandel Limerick, waar de schrijfmachinecollectie van de Nederlandse grootmeester ons bijna intimiderend omringt. Van den Boogaard gunt ze amper een blik waardig. Hij vertoeft in een ander universum, dat van zijn turbulente jeugd. Een wereld van heftige, onbeantwoorde gevoelens. “Ik stopte als kind al mijn energie in het gelukkig maken van mijn ouders. Begrijp je hoe uitgeput ik was toen ik achttien jaar werd?”

Oscar van den Boogaard: ‘Je kunt niet anders dan sommige zaken in hokjes stoppen. Je loopt als 4-jarige niet zomaar de deur uit, naar de kinderbescherming.’ Beeld Damon De Backer

Dát verhaal van zijn broze zoektocht naar een ­eigen identiteit doet Van den Boogaard in ­mozaïek­vorm uit de doeken in Jachthuis. Daarin dompelt hij zijn alter ego Maxwell in wat we nu gemakshalve een ‘dysfunctioneel gezin’ zouden noemen, afwisselend in Suriname én in een Nederlands koninklijk jachthuis. De schrandere, hypersensitieve jongen zit gemangeld tussen Elsie, zijn grillige, aan alcohol verslaafde moeder, en elitesoldaat Jim, zijn goedbedoelende maar ongrijpbare wettelijke vader. En er is de slagschaduw van prins Bernhard. Van den Boogaard voert hem regelmatig op, en lijkt te willen aantonen hoezeer de prins (PB, wat ook staat voor Pruisisch Blauw) op cruciale momenten met zijn leven én vooral dat van Elsie verweven was.

Nerveuzige, over en weer tikkende dialogen stuwen deze roman vooruit en Van den Boogaard borduurt voort op Kindsoldaat (2018), waarin hij al uitgebreid in de coulissen van de familiegeschiedenis dook. U herinnert het zich vast nog: Van den Boogaard beweerde toen dat hij een bastaardzoon was van prins Bernhard, de in 2004 gestorven echtgenoot van de Nederlandse koningin Juliana. Dat veroorzaakte een schokgolfje. Meer dan ooit handhaaft hij zijn stelling: “Dit naar buiten brengen, is een ritueel dat ik nodig had.”

Dertig jaar schrijver is Van den Boogaard in 2020 en hij blijft verbazen. De onder meer in Sint-Martens-Latem en Berlijn wonende Nederlander maakte naam met bekroonde boeken als De heerlijkheid van Julia (1995) en Liefdesdood (1999) of kroop in 2006 in de huid van Emmanuel Lipp, een fictieve, in de gevangenis vertoevende schrijver-­moordenaar. Pas nu heeft hij zichzelf bevrijd, vindt hij. “Voordien was ik slechts een spiegel van de buitenwereld. Ik moest nog worden wie ik was. Nu pas voelt het alsof ik achter het stuur van mijn eigen leven zit. Als ik Kindsoldaat en Jachthuis niet had geschreven, was ik eeuwig ontevreden geweest.”

Oscar van den Boogaard • geboren in Harderwijk op 30 mei 1964 • pseudoniemen: Emmanuel Lipp en Pearl Sweetlife • tot zijn bekendste romans horen Fremdkörper, Liefdesdood, Meer dan een minnaar en Majesteit • publiceerde in 2018 Kindsoldaat, over de – naar eigen zeggen deels gefingeerde – geschiedenis van zijn familie. Zei daarbij dat hij een buitenechtelijke zoon van prins Bernhard is

Moeten we Jachthuis in de eerste plaats als een coming-of-age­roman lezen? Het lijkt vooral te gaan over het zich losmaken van uw ouders, over dat verwarrende zoeken naar een eigen identiteit.

Oscar van den Boogaard: “In deze roman wordt een heel universeel gegeven ontvouwd. Het is een autobiografisch boek over een vrouw met een dramatisch liefdesleven die haar ongeluk op haar kind overbrengt. Ik was zowel een gouden, gekoesterd kind als een kind dat het niet verdiende om te bestaan. Ik stopte al mijn energie in het gelukkig maken van mijn ouders. Begrijp je hoe uitgeput ik was toen ik achttien jaar werd?

“Het enige wat me vervolgens te doen stond, was verliefd worden. Het was een manier om in de ander tevoorschijn te komen. Ja, ik ben de deur uitgestapt en werd verliefd. En sindsdien heb ik me verbonden aan andere mensen, in symbiotische relaties.”

Verloor u zichzelf daarin?

“Ja, precies omdat ik me daardoor wél iemand voelde. Totdat ik leerde dat liefde en symbiose iets anders zijn. Het kostte me ontzettend veel tijd en energie om zelfstandig te worden. Door Jachthuis op papier te zetten, heb ik voor het eerst mijn kindertijd herbeleefd. Meestal schrijf ik over volwassen mensen. Mijn eerste roman Dentz vatte ik in 1990 aan met een figuur die net iets ouder was dan ikzelf. Nu lijkt de cirkel rond. Het voelt als iets wezenlijks dat ik in kaart bracht, (aarzelend), ja, het voelt als een enorm geschenk.”

De autobiografische component is nog minder te loochenen dan in Kindsoldaat. Toch hebt u zich vroeger wel eens afgezet tegen de tendens van romanciers om steeds intiemer te gaan schrijven?

“Jachthuis moet je beschouwen als een beeldentuin, het is een mozaïek van scènes en situaties, terwijl Kindsoldaat honderd jaar geschiedenis overspande en een breder fresco schetste. Dit is een kleinere opstelling, het is overzichtelijker.

“Maar je kunt beide wel los van elkaar lezen. Hier heb ik gekozen voor het perspectief van een opgroeiend kind. Maar in wezen doe ik nog steeds wat ik vroeger ook al deed: morele dilemma’s tastbaar maken.”

Uw alter ego Maxwell is razend sterk in het capteren én zelfs het doorgronden van de wereld van de volwassenen.

“Maxwell is hypersensitief en gespannen als een veer. Hij is in nood en daarom is hij alert. Hij bestaat alleen maar uit gevoel. Daardoor is hij ook angstiger dan hij zou moeten zijn.”

Hij vertoeft natuurlijk bijna voortdurend tussen volwassenen?

“Het is een kind dat geprangd zit tussen twee waarheden. Er is zijn wettelijke vader Jim en PB, ‘Pruisisch Blauw’ of prins Bernhard, zijn echte vader. En er is Elsie, de grillige moeder met twee gezichten. Hij deint mee met haar stemmingen. Zo beweegt hij zich op twee sporen die nooit samenkomen.”

‘Ik had destijds compartimenten in mijn kinder­brein genoeg om al die beelden en verhalen een eigen plaats te geven en niet met elkaar in verband te brengen’, zo lezen we. Keek u veel weg?

“Als je dat niet kunt, explodeer je. Je kunt niet anders dan sommige zaken in hokjes stoppen. Anders zou je moeten vluchten. Maar je loopt als vierjarige niet zomaar de deur uit, naar de kinderbescherming. Al word je dan mishandeld en enorm psychisch belast.”

Vreemd genoeg krijg je als lezer niet het gevoel een traumatisch of getormenteerd boek te lezen. U houdt het soms verbazend licht.

“Omdat een kind het vermogen heeft om een probleem niet als een probleem te benaderen. Het kind neemt de werkelijkheid zoals die zich aandient. En lichtheid is een overlevingsstrategie. Het was mijn manier om mijn duivels uit te bannen. Die eerste achttien jaar heb ik alleen maar gekeken en alles onthouden. Ik probeerde binnen te dringen in de hoofden van mijn ouders, mijn grootmoeder Nora, ja, zelfs door hun telefoons af te luisteren.”

Dialogen stuwen dit boek vooruit. U hebt veel tijd gestopt in goedgebekte personages?

“Ik schrijf vanuit de beleving. De taal is niet bedoeld om van te genieten, maar om existentieel te functioneren voor dat opgroeiende wezen in nood. Anderzijds kom ik wel degelijk uit een familie waarin ontzettend veel gepraat werd. Het was allemaal héél verbaal. Maar ze zeiden absoluut niet wat ze bedoelden. Taal werd gebruikt als protocol, op een indirecte manier. Taal was verhulling en versluiering. Of om afstand te ­creëren en mensen uit te sluiten, zelfs om ze kapot te maken. Maar buiten hun eigen veilige omgeving waren ze zelf niemand meer.”

Toch bent u niet negatief over dat milieu en deze wufte atmosfeer. Deze roman is absoluut geen afrekening?

“Het is al bij al liefdevol, ja. We zijn nu eenmaal het product van onze generatie. En ik gebruik het idee van identiteiten die door de generaties heen vloeien. We zitten opgescheept met elkaars trauma’s, daar moeten we het maar mee doen.

“Dertig jaar lang schreef ik andere boeken en was ik op zoek naar nieuwe identiteiten. Via Kindsoldaat ben ik via de achterzijde van de geschiedenis die kant van mijn leven ingeslagen. Ik wist niet dat ik uiteindelijk zelf tevoorschijn zou komen, zoals aan het eind van Kindsoldaat en nu volop in Jachthuis. Maar traumatische ervaringen hebben veel tijd nodig. Als vijfentwintigjarige had ik mezelf nooit zo accuraat in beeld kunnen krijgen. Nu kan ik doorgroeien.”

‘Toen ‘Kindsoldaat’ uitkwam, heeft Delphine Boël voor mij gekookt, aan haar lange tafel. Daarbij zaten we allebei op een zelfgemaakte troon.’Beeld Damon De Backer

“Ik heb lang gedacht dat mijn thema de dominante moeder was”, bedenkt Van den Boogaard plots. “Maar eigenlijk is het de afwezige vader. Afwezigheid in taal vatten is overigens heel moeilijk. Afwezigheid is meer dan zomaar de deur achter je dichttrekken. Ik ben nu een toneelstuk aan het schrijven over de kwestie, en een essay voor Psychologie Magazine. Zoveel mensen hebben een afwezige vader. Ik heb de pijn om niet tevoorschijn te komen pas onder woorden kunnen brengen na de dood van mijn wettelijke vader, die superloyaal was aan de prins. Het was een absolute kluis die dicht zat.”

Zelf ooit de ambitie gehad om vader te worden?

“Jawel! Toen Kindsoldaat af was, kon ik me dat voor het eerst levendig voorstellen. Omdat ik eindelijk kon verklaren wat mijn wortels waren. Maar mijn vriend heeft helemaal geen behoefte aan kinderen, dus het zal er niet van komen. Dat ik er nu wél kon over nadenken, was nieuw voor me.”

Toch eist de moeder Elsie vaak de tragische hoofdrol op in Jachthuis. Ze was reddeloos verslaafd aan alcohol.

“Alcohol, ja, en drugs, vooral in de jaren 1960. Het was nogal extreem. Ze zouden het nu misschien wel coma­zuipen noemen. Maar het was ook soms grappig. Je voelt dat iemand geen verantwoordelijkheid neemt en immoreel is, maar tegelijk ook lief en mooi is. Ze was een soort luxe­junk. Ze is er heel vroeg mee begonnen, wellicht met behulp van poedertjes via haar lijf­arts, de ‘toverdokter’ in Suriname, die haar mee in het ongeluk heeft gestort.”

“Wat vind je van haar sterf­scène. Had jij door wat er aan de hand was? Ziekte of zelfmoord?”, werpt Van den Boogaard me ineens voor de voeten. “De dood van Elsie beschrijven was een heel lang proces”, bekent hij. “Hoe moest ik haar teloorgang aanraken met mijn pen? Toen ze in de roman stierf, was ik er helemaal kapot van. Alsof haar dood pas nu tot me doordrong.”

Haar verdwijning in Suriname is ook een belang­rijk onderdeel van uw roman. Op welke manier hebben die tropenjaren u beïnvloed?

“Soms besef ik dat ik het relict ben van een koloniaal en een feodaal tijdperk. Het zit er diep in. Ik gebruik wel eens woorden die niemand meer hanteert. En als ik verhoudingen tussen personeel noteer in Jachthuis, moet ik uitkijken dat ik geen flaters sla. ‘De negertjes fietsen aan de overkant met het stokbrood onder de arm’, zou ik iemand domweg kunnen laten zeggen. Maar dat kan natuurlijk niet meer. Ik pas zelfcensuur toe en vervang ‘negertjes’ door ‘zij’. Klaar, opgelost.” (lacht)

Een aantal politieke gebeurtenissen zindert ferm door in Jachthuis, zoals de staatsgreep van Desi Bouterse in 1980.

“De staatsgreep in Suriname is cruciaal. Ze heeft mijn wettelijke vader Jim teruggebracht naar Nederland. Anders had ik hem wellicht nooit meer gezien. Soms werd hij door het leven voortgejaagd als een flipperbal. Door de Duitse inval kwam hij als elitesoldaat in Engeland terecht, waar hij is opgeleid tot paracommando. Later werd hij in Ceylon gedropt, maar nadat hij daar het land werd uitgezet, belandde hij weer in Nederland, waar hij bij de staf van prins Bernhard kwam werken. Hij was idolaat van de prins, maar zijn leven bleek steeds het resultaat van de besluiten van anderen. En toch stond hij iedere dag met een goed gemoed op.”

‘‘Kindsoldaat’ en ‘Jachthuis’ hebben me veranderd terwijl ik ze schreef. Ze trokken helemaal door mijn lichaam.’ Beeld Damon De Backer

Prins Bernhard, de naam is al een flink aantal keer gevallen. En Van den Boogaard weet dat er een paar delicate vragen zitten aan te komen. Bernhard is zijn échte vader, zo beweert Van den Boogaard stelliger dan ooit, én niet deze Jim, hoe graag hij hem ook mag. Een these die hij uiteraard op allerlei manieren kracht bijzet in Jachthuis, met soms intieme details én een prins die regelmatig opduikt in het jonge leven van Maxwell en vooral van Elsie, zij het soms van een afstand.

De media bleven uitermate sceptisch na zijn ongewone royalistische onthullingen na Kindsoldaat. Trouw schreef: “Het leek even of schrijver Oscar van den Boogaard zijn verstand had verloren.” Want prins Bernhard – een notoir schuinsmarcheerder – heeft wel degelijk twee buitenechtelijke dochters erkend. Maar niemand maakte ooit gewag van een zoon. En ook de Nederlandse Veiligheidsdienst liet weten geen informatie te bezitten die de stelling van Van den Boogaard kon bevestigen.

Hoe ging Van den Boogaard om met de kritische reacties? “Als mensen erover oordelen, moet ik daar nu mee lachen”, zegt hij resoluut. “Maar toen was het heel raar. Op het moment dat je echt de waarheid spreekt en tevoorschijn komt, stuit je op ongeloof. Ach, het maakt me verder ook geen bal uit. Ik vind het zo banaal. Ik heb het intussen al losgelaten.”

Hoezo, banaal?

“Vanuit mijn perspectief is het banaal. Op zo’n moment wordt het me heel duidelijk dat er een groep mensen bestaat die gewoon geen idee heeft wie ik ben.”

U blijft bij uw punt?

“Vanzelfsprekend. Omdat ik in mijn kracht sta. Omdat ik voel hoe sterk mijn eigen waarheid is.”

Misschien is het niet onlogisch dat het publiek een soort materieel of DNA-bewijs verwacht voor zo’n boude stelling. Had u na Kindsoldaat dan contacten met het konings­huis? Of bent u door hen benaderd?

“Ik lever geen materieel bewijs. Maar ik vraag er ook zélf geen. Diverse kranten hebben onderzoek gedaan. En uiteraard zal een communiqué uit het koningshuis overal ter wereld hetzelfde luiden: ‘Wij weten dit niet.’ Natuurlijk houden zij dat onder de pet met een geijkte formulering. Ik heb me voorgenomen geen energie te stoppen in mensen te overtuigen die dit niet willen geloven. Daar ben ik echt niet mee bezig.”

Maar uw nieuwe roman is toch júíst het bewijs dat je er wel mee bezig bent?

“Dat is inderdaad wat ik heb aan te bieden. Ik ben een schrijver, ik heb een binnenwereld die ik met anderen kan delen. Dat is mijn geluk: een roman, een mooi verhaal. En ik ben er heel blij mee. Maar nogmaals, als iemand in Trouw zegt: ‘Het is niet waar’, denk ik niet: ‘Ik ga hem eens laten zien dat het wel zo is.’”

Anderzijds is er de kentering in de zaak-Delphine Boël, die wel haar gelijk heeft gehaald, met het resultaat van de DNA-test van koning Albert. Hoe kijkt u daarnaar? Vindt u dat moedig?

“Dat is toch een heel andere situatie. Kijk, Delphines vader leeft nog. Dat is koning Albert. En haar wettelijke vader, met hem is ze gebrouilleerd. Daar heeft ze afstand van genomen, zij zien elkaar niet meer. Er is effectief die DNA-test.

“Maar bij mij ligt het anders omdat mijn beide vaders overleden zijn. Moet ik me dan wenden tot Bernhards kinderen en kleinkinderen, Beatrix en Irene of zo? Die kan ik daar toch echt niet mee lastigvallen? En ik vind het prettig dat ik ook geen erfdeel nodig heb van de koninklijke koek. Dat banale aspect is me vreemd.”

Stel dat u van mening verandert en over een paar jaar toch een DNA-test wil?

“DNA-onderzoek is koud en kil. Ken je die programma’s met kinderen die een zoektocht naar hun vader ondernemen en voor de camera’s dan worden verenigd? Ook dat is niet waarnaar ik op zoek ben. Dat stelt niks voor.

“Delphine Boël wilde haar gelijk bewijzen tegen een wereld die haar niet geloofde. En ook dat heeft iets tragisch. Want wat heeft ze nu gewonnen? Ze heeft het resultaat van de DNA-test, maar haar echte vader, koning Albert, heeft haar geen hug gegeven. Ook zijn hypocrisie blijft heel kil en koud.”

U hebt Delphine Boël al ontmoet?

“We zijn min of meer bevriend. Toen Kindsoldaat uitkwam, heeft ze met Pasen voor mij gekookt, aan haar lange tafel. En daarbij zaten we allebei op een zelfgemaakte troon en aten we met het door haar ontworpen porseleinen blablablaservies.”

Had zij uw boek gelezen? Wat vindt ze van uw versie van de feiten over Bernhard?

“Zij zegt dat het fijn is om de hele saga in de kunsten te kunnen verwerken. Ik voel me niet verwant met haar oeuvre, maar ik zie wel dat identiteit en vaderschap er uitgesproken thema’s in vormen. Ik heb alle respect en bewondering voor haar.”

Hebt u zelf materiële bewijzen van de omgang van uw moeder met prins Bernhard, foto’s of objecten?

“Als je het product bent van zo’n geheime relatie, zijn er weinig bewijzen. Ik heb wel een aantal dingetjes. Maar ik koester die. Al is hij een publiek figuur, ik vind dit ook een intiem verhaal. Maar het vertellen was wel een ritueel dat ik nodig had. Ik moest dat even doen.”

Een opvallende rol in Jachthuis speelt ook de Lockheed-affaire (1976), het omkoop­schan­daal waarbij Bernhard steekpenningen had ontvan­gen van vliegtuigbouwer Lockheed, en de Nederlandse monarchie op haar grond­vesten daverde. U verdedigt hem, bij monde van een personage: ‘Ze zeggen dat hij een oplichter is. Dat vind ik juist sympathiek aan hem.’

“Het was een heel spannende periode voor de Nederlanders omdat Bernhard en Juliana als collectieve moeder en vader van het vaderland fungeerden. Nederland raakte in paniek. Mijn vader raakte in paniek. Mijn moeder leefde dan weer helemaal op, omdat ze hoopte dat ze Bernhard eindelijk helemaal voor haar alleen zou hebben. Omdat ze dacht dat dit het einde van zijn huwelijk met Juliana zou zijn. Dat is niet gebeurd. Al kwam hij bij haar wel troost halen.”

Hebt u hem dan regelmatig ontmoet?

“Af en toe kwam hij langs.”

U suggereert frivole reisjes naar Londen met uw moeder.

“Vroeger was er in ieder geval veel meer ruimte voor geheimen onder de royals. Die zijn nu allemaal weg, door de sociale media.”

U kunt er toch niet omheen dat prins Bernhard een omstreden figuur was?

“Hij heeft alleszins schwung gebracht in dat hele saaie koningshuis van de Nederlanden. Hij heeft levensvreugde en glamour binnengesmokkeld. En hij heeft – met zijn Duits verleden – zijn imago weten op te poetsen. Hij omringde zich met Nederlandse elitesoldaten en Engelandvaarders en dat aura straalde op hem af.

“En die verhouding tussen Jim en hem vind ik heel interessant. Ze hadden elkaar allebei nodig. Jim hoopte dat er iets van de prins op hem zou afstralen, terwijl Bernhard hoopte dat er iets van die betrouwbaarheid van de elitesoldaat zou overslaan. Maar hij had wel met meer mensen zo’n intense band.”

Kijkt u met bewondering naar die militaire wereld?

“Ik vond het heel geruststellend, omdat die wereld van mijn moeder zo vormeloos was. Het leek mij ook heel erotisch. En ik denk dat iets van die militaire wereld op mij is overgeslagen. Ik hou er enorm van als mensen elkaar een hand geven, elkaar formeel begroeten. Ik erger me aan onhoffelijke mensen.

“Toen ik een tijdlang werkte aan het Gentse HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten, red.), moest ik via die Leopoldskazerne binnenrijden, en daar stonden twee soldaten. Iedere keer sloeg ik een praatje. En daarna kwam ik die kunstenaarswereld binnen. Die werelden vloeiden daar goed samen.”

U bent ook erg mobiel. U woont soms op drie of meer plekken.

“Ik heb altijd een sterk gevoel van onthechting gehad. Ik verplaats me graag. Omdat ik niet het idee heb dat de dingen vastliggen. Er gaat een deur open en alles begint opnieuw. Of zoals Jim zegt: ‘Hoe erg alles ook is, de morgen spoelt het allemaal weer schoon.’ Dat heeft mijn wettelijke vader mij echt meegegeven.”

Mogen we concluderen dat u deze familie­geheimen het liefst in de ambiguïteit van een roman laat gedijen?

“Ja, maar ambiguïteit is ook heel waardevol. Eenduidigheid is killing. Ambiguïteit? Ja, graag. Ambiguïteit is sensualiteit, kleurschakering, fascinatie. Ambiguïteit glinstert en geeft diepte. (windt zich op) Als een schrijver iemand zou zijn die de ambigue wereld eenduidig maakt, dan denk ik: no way!” Het is mijn taak de wereld zo rijk mogelijk te presenteren, in al haar gelaagdheden.”

‘Soms besef ik dat ik het relict ben van een koloniaal en een feodaal tijdperk. Ik gebruik wel eens woorden die niemand meer hanteert.’ Beeld Damon De Backer

Waren dit veeleisender romans om te schrijven dan de rest van uw oeuvre?

“Laat ik het zo zeggen: Kindsoldaat en Jachthuis hebben me veranderd terwijl ik ze schreef. Ze trokken helemaal door mijn lichaam. Daardoor voel ik me meer aanwezig in mijn eigen bestaan. Ik voel me in mijn kracht staan nu, wat de buitenwereld er ook mag van denken. Ik zou het niet erg vinden als mijn oeuvre pas was begonnen bij Kindsoldaat.”

Anderzijds zitten er misschien wel vooruit­wijzingen in talloze eerdere boeken.

“Er is van alles heel duidelijk aanwezig in andere verhalen: de terugkerende vader in Liefdesdood, de dubbele liefde in Meer dan een minnaar (2010). En De heerlijkheid van Julia verkent die vrijheid waar Elsie naar op zoek is.”

En er is de aandacht voor koningshuizen in Majesteit, het boek dat u in 2010 over Beatrix schreef?

“Dat was een soort opdracht. Maar toen Majesteit op me afkwam, heb ik meteen ja gezegd. Ik had toen al diepe affiniteit met het thema. Iemand wees me er zelfs op dat de fictieve schrijver Emmanuel Lipp, die ik met Steven Van Watermeulen creëerde, verwees naar prins Bernhard, wiens tweede naam Von Lippe was... Daar had ik zelf nog niet eens aan gedacht.” (lacht)

Gaat u na Jachthuis nog verder met deze familie­saga?

“Jawel, ik ben er al volop mee bezig. Ik ga nu in het hoofd kruipen van Nora, de oma. Die grootmoeder aan het roer van die hele speciale familie. Hoe iemand ouder en steeds vrijer wordt. Ja, daar heb ik zin in.”

Beeld rv

Oscar van den Boogaard, Jachthuis, De Bezige Bij, 364 p., 25 euro.
Oscar van den Boo­gaard stelt Jachthuis voor op donderdag 5 maart in Museum Dr. Guislain, Gent. Info & tickets: museum­dr­guislain.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234