Zaterdag 27/11/2021

InterviewZwangere Guy en Josse De Pauw

‘Ik verplicht mezelf om te erkennen dat er mensen zijn die veel wredere klappen krijgen dan ik’

Zwangere Guy: 'Door corona voel ik mij veel te braaf. Mijn vrouw heeft verdomme niets meer om over te zagen!' Beeld Johan Jacobs
Zwangere Guy: 'Door corona voel ik mij veel te braaf. Mijn vrouw heeft verdomme niets meer om over te zagen!'Beeld Johan Jacobs

In het jaar waarin geen enkele microfoon z’n adem mocht ruiken, kwam Zwangere Guy met BRUTXXL. De boksbal van een plaat die Gorik van Oudheusden (32) maakte, en waarop acteur en schrijver Josse De Pauw (68) het geriatrisch rappen introduceerde. Samen werkten ze ook mee aan een tweeluik op Canvas over hoe artiesten 2020 uit de kookpot prikten. Blijkt dat Zwangere Guy daar ook al twee lettergrepen voor bedacht: Kutjaar.

‘We hebben allemaal op ons bakkes gehad’, zeg jij, Josse, in ‘Doorbijter’, het eerste prachtige lawaai op BRUTXXL. Die woorden vatten één en ander aardig samen.

Josse De Pauw: “Zo vaak gebeurt het niet, hè, dat we met z’n allen in dezelfde lelijke bek kijken. En ik vrees dat het typisch menselijk is om dan toch vooral de eigen pijn te zien. Kijk even rond, en je weet: iederéén ligt op het slagveld. Maar we zijn allemaal graag met onszelf bezig.

“Ik ben net als iedereen een slachtoffer van de pandemie, maar ik verplicht mezelf om te erkennen dat er mensen zijn die veel wredere klappen krijgen dan ik.”

Gorik van Oudheusden: “Je moet de moeite blijven doen om je in te leven in de ander.”

In maart leek corona ons wél te verenigen, maar daarna begon het eeuwige gekrakeel weer en verkruimelde dat collectieve gevoel snel. Voor mij is dat de conclusie van 2020: eenheid is een illusie.

Van Oudheusden: “Ja. Na een paar weken hadden we wel genoeg geapplaudisseerd voor de zorg. Geweten proper, back to business. Maar zo werkt het niet, quoi.”

De Pauw: “En zelfs die solidariteit van in het begin was toch een beetje hobbyisme. Dat applaus voor de mensen in de zorg was goedbedoeld en aardig, maar bleef symbolisch. Als er echte solidariteit komt, zal die zitten in wetten die aangepast worden, in lonen die geherwaardeerd worden, in een samenleving die anders georganiseerd wordt. Ik zeg niet dat dat allemaal zál gebeuren, maar we kunnen er nog altijd op hopen.”

Van Oudheusden: “Maar we kunnen de straat niet opgaan om dat op te eisen – dat is de ironie van corona.

“Het frappeert me hoe weinig mensen willen weten van de leefwereld van wie niet op hen lijkt. Als je in een mooi huis-met-tuin in de rand van Brussel woont, raakt het je niet dat de markten verboden worden. Maar in de stad is dat een probleem. Op de markt in mijn straat in Schaarbeek kun je vijf avocado’s kopen voor 1 euro, en 24 eieren voor 2 euro. Als dat wegvalt en mensen hun eten in de supermarkt moeten kopen, heeft dat gigantische gevolgen voor wie niet elke maand een klomp goud op z’n bankrekening gestort krijgt. Hetzelfde voor de sukkelaars die hun kleine bijverdienste in het zwart kwijt zijn: waarom zíét niemand hen?”

Waar wel een consensus over bestaat: corona heeft van ons gestolen. Is die verontwaardiging niet een beetje hoogmoedig? Waarom zou de manier waarop we onze levens leidden vóór het virus een onaantastbaar gegeven zijn?

De Pauw: “Ik lees nu Van dier naar mens, een boek van David Quammen uit 2013, over virussen, bacteriën en pandemieën. Heel boeiend, maar de titel had Van dier naar dier moeten zijn. We hebben met z’n allen de hoogmoed erin geslepen, hè: de mens wil geen dier meer genoemd worden, want we zijn intelligent, verfijnd en beschaafd. Daaruit volgt de gedachte dat we volkomen soeverein onze levens kunnen leiden, en dus worden we heel boos als een knullig virus die onaantastbaarheid wegvreet. Dat zou een lesje in bescheidenheid mogen zijn. ‘Het virus sprong over van dier naar mens’, lees ik. Nee, hoor: het virus sprong over van dier naar dier. Van beestje naar beestje.

“Wat ons ook zo woest maakt: dat we plots geconfronteerd worden met iets waar we weinig van weten. Daar kan deze samenleving niet mee om. We kunnen simpelweg niet aanvaarden dat we met iets onbekends geconfronteerd worden, iets dat onze kennis overstijgt. En dan gaan we domme dingen doen. Allerlei maatregelen uitvaardigen, bijvoorbeeld, en doen alsof die een gevolg van zuivere logica zijn. Eerlijk zou zijn: toegeven dat we allemaal geblinddoekt voor ons uit tasten.”

Josse De Pauw: ‘Ik – een man die zijn lijf het liefst verstopt in een kostuum – ga nu drie dagen per week in een trainingske joggen. Of zeg maar: ‘optimistisch strompelen’.’ Beeld Johan Jacobs
Josse De Pauw: ‘Ik – een man die zijn lijf het liefst verstopt in een kostuum – ga nu drie dagen per week in een trainingske joggen. Of zeg maar: ‘optimistisch strompelen’.’Beeld Johan Jacobs

Hoe concreet is corona voor jullie geworden?

Van Oudheusden: “Ik heb het gehad, gelukkig zonder symptomen. En haast al mijn copains en copinen zitten dik in de shit: mensen die besmet geweest zijn, mensen die geliefden verloren hebben, mensen die hun job kwijt zijn – zowel binnen als buiten de culturele sector. Mensen ook die psychologische problemen hebben, mensen die eenzaam zijn. Brussel is sowieso al een stad waar je je makkelijk pijn doet, en door corona is ze nog ruwer geworden.

“Tegelijk vind ik dat ik wel makkelijk praten heb. Het is zoals Josse het op de plaat tegen me zegt: ‘Jamaar, Gorik, ge hebt een gouden plak.’”

Maar je mag toch uitspreken dat corona ook jouw jaar grondig verstoord heeft? Er stond een glorieuze tour gepland.

Van Oudheusden: “Toen op 18 maart de lockdown aangekondigd werd, had ik net 32 dagen repetitie achter de rug. De try-outs kwamen eraan, en daarna zou het allemaal vlam vatten. Voor mij waren de AB-shows heel belangrijk – de Ancienne Belgique is mijn hol, hè, mijn huis. Die optredens stonden gepland voor mei. Eerst leek de lockdown een kwestie van weken en hoopte ik nog dat de shows konden doorgaan. Maar ze werden telkens uitgesteld, en uiteindelijk heb ik in de zomer de klik gemaakt: het is niet voor dit jaar. Op dat moment ben ik opgehouden met het maken van concrete plannen. Er kwam een noodzakelijk fatalisme in de plaats: ik zou het wel zien. Dat was een overwinning op mezelf, want ik ben iemand die graag zelf de dingen bepaalt. Mijn agenda is van mij. Maar zodra ik aanvaard had dat ik zelf niets kon beslissen, kon ik verder.”

Toen ben je aan nieuwe nummers begonnen.

Van Oudheusden: “Ik dacht dat ik in 2019 veel muziek had geschreven en uitgebracht. Maar mijn productie van toen verbleekt bij die van dit jaar. Dat is wat je doet als je niet op het podium mag, hè: gaan zitten en schrijven.”

Dat zien we ook in Kutjaar op Canvas. Artiesten werden in 2020 teruggeworpen op hun kern: iets maken.

Van Oudheusden: “Dat zag ik ook rond mij. En dan heb ik het niet alleen over mijn hiphopcopains. De genres waar ik van hou – rap, house, dub, soul, punk, reggae – hebben iets gemeen: ze zijn geboren uit miserie. Niets hebben, en iets maken. In die zin betekende corona een terugkeer naar de essentie. Een plant heeft mest nodig om te kunnen groeien. Zo werkt het ook voor muzikanten: we maken iets van onze shit. En in 2020 was er véél shit.

“Ik heb dit jaar met veel mensen muziek gemaakt. Ook toen de maatregelen op hun strengst waren, ja. Fuck, zonder menselijk contact ga ik dóód. En ik heb genoeg verstand in m’n kop: ik lebberde mijn vrienden niet af in de studio, hè. Er was altijd afstand.”

De Pauw: “Binnen de culturele sector heeft corona iets anders betekend voor diegenen die creëren en voor zij die uitvoeren. Wie creëert, kon zijn energie nog ergens kwijt. Vaak was er wel één of andere manier om er financieel iets aan over te houden, en vooral: er was het idee van een toekomst. Want wat gemaakt is, gaat niet verloren. Maar wie leeft van de uitvoering, en dus een heel jaar niet gevraagd werd omdat er simpelweg niets uit te voeren viel, zit in de shit. En dan heb ik het zowel over de artiesten als over iedereen daarrond: de technici, de programmatoren, de cateraars. In die zin zijn Gorik en ik geprivilegieerd: wij hadden altijd nog ons bureautje.”

Maar dat jullie makers zijn, dat jullie ook tijdens een pandemie zouden blijven creëren: dat wísten jullie toch?

De Pauw: “Inderdaad, dat was voor mij niet de grote verrassing. Wel de vaststelling dat optreden, telkens weer ergens gaan spelen, mijn leven als vanzelf structureerde. Plots brak dat virus uit en waren alle dagen blanco voor mij. Ik wist niet hoe ik dat moest doen, een dag structuur geven. De optredens deden dat voor mij. Met als gevolg dat ik – zie mij hier zitten: een man die zijn lijf het liefst verstopt in een kostuum en een leven lang van geen sport heeft willen weten – nu drie dagen per week in een trainingske ga joggen in het park. Ik heb me dat nooit kunnen voorstellen, en ik begrijp nu ook waarom: het ziet er niet uit. Laat ik het ‘optimistisch strompelen’ noemen (lacht). Maar ik doe het dus om ervoor te zorgen dat de week geen amorfe brij wordt.

“Ik ben ook gestopt met roken. Als ik dan toch onnozel aan het doen ben, dacht ik, zal ik de sigaretten ook maar laten. Voorts zet ik me elke dag drie uur aan mijn bureau om te schrijven. En zelfs de liefde heeft nu afspraken nodig. Mijn vriendin woont boven mij, en we hebben een duidelijke structuur geïnstalleerd: een aantal dagen ieder op zijn etage, en een aantal dagen bij elkaar. Dat heeft corona dus met me gedaan: tot in het absurde ben ik aan het structureren.”

Van Oudheusden: “Wat ik het meeste mis: fouten maken. Ik voel mij veel te braaf. Mijn vrouw heeft verdomme niets meer om over te zagen. Onlangs heb ik die nachtklok aan mijn botten geveegd, en ben ik gaan fietsen door de stad. Fuck it, ik moest wég van de opgelegde structuur.”

Wat ik mis: aan een tafeltje zitten in café Les Brasseurs, in het centrum van Brussel, en toekijken hoe het dappere werk van de tapkraan jou evenwichtsstoornissen brengt.

Van Oudheusden: “Já, nog eens fataal dronken worden in het beste café van de stad! En me dan één verdieping hoger afkappen – daar is mijn studio. Ik heb wel nooit geweten dat jij me dan zat te bespioneren. Volgende keer gewoon trakteren, hè (lacht).

“Ik mis de spontaniteit. Mensen tegenkomen, verliefd worden, en meteen samen in de studio kruipen.”

De Pauw: “Het toeval is verboden – dat wat tussendoor gebeurt. En ik denk dat we onderschatten hoelang dat nog gaat doorwegen, net als het fysieke aspect. Ik ben in Brussel opgegroeid, waar de grondwet voorschrijft dat je bij een begroeting de ander een bees geeft. Ik ben altijd een vastpakker geweest, ik wil lichamen voelen, en mijn lijf mist dat nonchalante contact enorm.”

Van Oudheusden: “Eens iemand anders ruiken! Ik hou zo van geuren. Ik begin zelfs de stinkzakken te missen. Echt, Josse, zonder corona zat ik nu al onder je oksel.”

De Pauw: “Good luck daar.”

TWEE PATÉKES

Josse levert prachtig parlando in drie nummers op BRUTXXL, Gorik. Hoe omschrijf jij zijn functie op de plaat?

Van Oudheusden: “Hij is de engel die op mijn linkerschouder zit, en de duivel op mijn rechterschouder – en samen confronteren ze me met, euh, dingen. Ze hebben iets dreigends, de woorden van Josse. Ik heb ze zelf bedacht, samen met Frederik Willem Daem, de schrijver. Het is alsof ik mezelf streng toespreek vanuit de toekomst: ‘Pas op, tichke, op uw gemak.’

“Ik had Josse gezien in De twaalf (serie op Eén, red.). De grain in zijn stem: fantastisch! Die had ik nodig. Want Paulo (Rietjens, de producer, red.) en ik waren er al snel achter dat ik acht goeie nummers had, maar dat die heel uiteenlopend waren en wat lijm nodig hadden. Die krokante, oude stem van Josse was de oplossing.”

En dus nodigde je hem uit in je studio.

De Pauw: “In zijn stal, ja.”

Van Oudheusden: “Vooraf dacht ik: dat gaat daar lang duren. Maar Josse kwam binnen, en al na een paar minuten was duidelijk: hier komt wat bijeen. Twee patékes. Het was snel in de sacoche. (Tot De Pauw) Dat was toch op één van die extreem warme dagen, hè? Tijdens de hittegolf van afgelopen zomer.”

De Pauw: “Klopt. Met de ramen open.”

Van Oudheusden: “En jij in een short.”

De Pauw: “Niet waar.”

Van Oudheusden: “Jawel, tichke! Je had een korte broek aan.”

De Pauw: “Maar neen, niemand heeft mij ooit al in een short gezien.”

Van Oudheusden: “Jawel, pee! Zo’n driekwartsding, zo’n twijfelaar.”

De Pauw: “Néén, Gorik! Je hallucineert.”

Van Oudheusden: “Ik ben er zeker van. Er stond water in uwe kelder!”

De Pauw (geeft het op): “Toen hij me uitnodigde in zijn stal, werd ik teruggeworpen in de tijd. Ik herkende de energie tussen Gorik en zijn kameraden. Hetzelfde vuur zat achter Radeis, het theatertrio waarmee ik van 1978 tot 1984 mooie dingen heb gemaakt, om er vervolgens de wereld mee rond te trekken.”

Zwangere Guy: ‘Ik hou zo van geuren. Ik begin zelfs de stinkzakken te missen. Echt, Josse, zonder corona zat ik nu al onder je oksel.’ Beeld Johan Jacobs
Zwangere Guy: ‘Ik hou zo van geuren. Ik begin zelfs de stinkzakken te missen. Echt, Josse, zonder corona zat ik nu al onder je oksel.’Beeld Johan Jacobs

Ik moet nu ook denken aan die iconische foto uit 1987, genomen in café Le Coq, het ruigere broertje van Les Brasseurs. Samen met Arno, Jan Decorte, Marc Didden en Dominique Deruddere kijk je wereldveroverend de lens in. Mannen die plezier maken, zegt die foto, jongens met lef. Dat beeld zou opnieuw gemaakt moeten worden, maar dan met Gorik en zijn gang.

De Pauw: “Zeker, maar er is wel een verschil: Gorik en z’n kameraden zijn voortdurend aan het creëren. En daar wordt driftig bij gedronken en gerookt, ja, maar ze zijn wel altijd muziek aan het maken. Met Arno, Jan, Marc en Dominique was het anders: wij zaten daar met geen enkele andere reden dan het vieren van het volle leven. We deden het allemaal goed in ons werk, maar daar spraken we nauwelijks over. Neen, avond na avond vierden we dat we graag leefden, en dat geen enkele pint de laatste was. Wat een tijd, toch. De nacht van Brussel was zo mooi. En we konden alles aan. (Glimlacht) Dat verandert toch enigszins als je wat ouder wordt.”

Van Oudheusden: “Die mannen op die foto, dat zijn de anciens, hè. Show some respect! Nu kan het nog. (Schrikt) Oei, dat is misschien wat cru?”

De Pauw (lacht, in een tint groen)

Van Oudheusden: “Josse is een ketje. Je kunt 80 worden in Brussel en nog een gamin zijn. Ik hoorde het meteen toen hij begon te rappen in ‘Doorbijter’. Daar zat schwung in, dat was goed, daar sprak geen oude mens.”

De Pauw: “Op de beste momenten denk ik niet aan mijn leeftijd. Weet je, in een familie speelt altijd de hiërarchie van het geboortejaar. Je leest het in de titels die we elkaar geven: de grootouders, de ouders, de kinderen. Het fijne aan een artiestenleven is dat die titels daarin niet van tel zijn. Ik kan iets maken met iemand die veertig jaar jonger is en toch op geen enkel moment denken aan het leeftijdsverschil. Dat is prachtig, want dan begint het gesprek pas echt. Dan zijn we aan het klappen.”

Van Oudheusden: “En tussen Josse en mij was het meteen zo. Een bromance, pat!”

An Old Monk, een theaterstuk van je uit 2013, gaat expliciet over vergankelijkheid, Josse.

De Pauw: “Het is een thema dat me altijd al heeft beziggehouden: we zijn er even, en daarna verdwijnen we helemaal. Daar zit een grote schoonheid in. Maar eerlijk, toen ik dat stuk maakte, samen met Kris Defoort, was ik wel een beetje de kluts kwijt. Ik had pas een diagnose gekregen: diabetes. Die kwam aan, want het is een onherroepelijke ziekte – je kunt ze afremmen, maar niet tot stilstand brengen. Ik moest daar iets tegenover stellen om ermee om te kunnen. Net zoals bij corona: iets maken terwijl iets groters een schaduw over me legde.”

De schoonheid van vergankelijkheid bezingen is makkelijk, tot je beseft dat je er zelf niet aan ontsnapt.

De Pauw: “Precies. Precies, ja. Als twintiger of dertiger weet je dat je gaat sterven, maar je gelooft het niet. Dat is het mooie. Daardoor kun je excessief leven. Kijk naar die foto in Le Coq. We waren zo gelukkig omdat we overmoedig durfden te zijn. Niets kon ons gebeuren! En daar gaat het om: ik weet intussen dat die branie één van de belangrijkste dingen in mijn leven is. Maar het is natuurlijk die branie die je zachtjesaan kwijtspeelt met het ouder worden. Je lijf en je kop geven gaandeweg aan dat het allemaal rustiger moet. Maar eigenlijk heeft dat mijn leven niet in negatieve zin veranderd. Ik ben niet per se triestig omdat er nu minder branie is. Maar ik denk er wel graag aan terug en herken het graag in anderen – in Gorik, bijvoorbeeld.”

THUISKOMEN IN ZEE

Kun jij je voorstellen dat je ooit rustiger wordt, Gorik?

Van Oudheusden: “Best wel, maar niet nu. Ik kan geen boek lezen, ik kan geen rustig gesprek voeren, ik kan zelfs geen televisieserie bekijken – letterlijk, ik lúíster naar Netflix maar kijk niet. Het is geen pose, het is wie ik ben: het moet snel gaan, ik wil haastig leven. Veel-veel, hard-hard. Ik ben gulzig. Dat is een beetje egoïstisch, ja, maar ik ben doordrongen van het besef dat ik het allemaal nú moet doen, want over twintig jaar kan ik zo niet meer leven.”

De Pauw: “En toch ben ik er wel zeker van dat jij het helemaal niet zo moeilijk gaat hebben om sereniteit te vinden. Ik heb voor Canvas de voice-over ingesproken van Kutjaar, en daarin zit een beeld waarin jij in zee zit te plonzen. Ik zag het, en al wat ik kon denken was: dit is de definitie van rust.”

Van Oudheusden: “Dat is geen toeval. Veel van mijn liedjes werk ik af aan zee – ook al is het dan vaak die zogenaamd onromantische Noordzee van ons. En dan ga ik elke ochtend in m’n eentje zwemmen. Het is de stilte die me wegroept van mezelf. Want er was altijd lawaai: in de wijk waar ik ben opgegroeid, in de huizen waar ik groot ben geworden, in de stad waar ik nog steeds thuis ben. Daardoor ben ik de stilte gaan wantrouwen. Maar als ik me er dan toch aan overgeef, zoals daar in die zee, kom ik thuis.”

De Pauw: “Je ziet het, als iemand perfect samenvalt met wat hem omringt. En dat zit in dat ene beeld. De totale afwezigheid van stress: Gorik die thuis is. (Tot Van Oudheusden) Dat is wat je later zult moeten terugvinden.”

‘Ben ik de enige die bang is dat ge vast zit in het verleden?’ Dat zeg jij, opnieuw in ‘Doorbijter’, tegen Gorik, Josse.

De Pauw: “Ik zeg dat heel graag, omdat ik het ook tegen mezelf heb. Je moet voor jezelf niet altijd de rode loper uitrollen. Als je iets maakt – wat dat ook is: een song, een boek, een theaterstuk, een film – kijk je automatisch naar het materiaal dat je omringt. Je blijft bij wat je goed kent en goed kunt. Dat is bij mij ook altijd zo geweest. Mijn werk is geen autobiografie, maar wordt wel gestut door mijn leven. En dat is prima, maar je moet wel uitkijken dat je niet begint te zagen. Je moet een keertje iets doen dat de mensen niet verwachten. En die tijd is nu misschien wel gekomen voor Gorik.”

Nog een laatste keer Josse in ‘Doorbijter’: ‘Ok ok Guy, zo lang ge maar goe goe weet waarvoor dat ge aan het rennen zijt.’

Van Oudheusden: “En dat weet ik: ik ren weg van mijn verleden. Maar dat is een hoopvolle keuze. Ik wil nooit meer naar de bouw, nooit meer werken voor iemand, nooit meer afhankelijk zijn van het systeem.”

De Pauw: “Toen jij in de bouw werkte, was jij de ploegbaas, toch?”

Van Oudheusden: “Ja. Niet de grote chef, wel de gast die verantwoordelijk is voor zijn mannen. Ik wil nooit meer terug naar die tijd, maar ik heb toen wel geleerd dat ik een werker ben, en een perfectionist. Maar het heeft ook zijn vuile kanten: ik moet de controle hebben. Ik ben streng, ook in persoonlijke relaties. Maar heel loyaal.”

De Pauw: “Dat herken ik. Ik heb mijn carrière nooit aan een gezelschap willen geven. Het hiërarchische stond me niet aan. En dus heb ik altijd mensen rond me verzameld met wie ik wilde samenwerken en graag tijd wilde doorbrengen. Onder alles stond mijn handtekening, maar iedereen kreeg zijn credits. Ik ben ook altijd een ploegbaas geweest.”

Nog een laatste dingetje: we doen nu al een heel gesprek lang alsof we drie Brusselaars zijn. Maar verdorie, Josse, je woont tegenwoordig in Antwerpen.

Van Oudheusden: “Brussel is een stad van passage. En kijk: Josse is opgegroeid in Asse, is hier langsgekomen, lang gebleven, en dan voesj gegaan. En ik snap het. Ik vind Antwerpen een prachtige stad.”

De Pauw: “Ik ook. Het is het werk – ik was een poos heel intensief aan de slag voor Het Toneelhuis – en de liefde die me naar daar gebracht hebben. Maar ik kom nog wel terug, denk ik.”

Van Oudheusden: “Word gewoon verliefd op mij?”

De Pauw: “Och, Gorik, ik vrees dat het al zover is.”

Kutjaar op VRT NU - Zwangere Guy speelt in het weekend van 25 tot 27 juni op Couleur Café, en tussen 14 en 18 juli op Dour Festival.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234