Dinsdag 22/10/2019

Muziek

‘Ik stopte alleen met seks om drugs te nemen’: waarom rockbiografieën zo populair zijn

Blur in 1994. Bassist Alex James (tweede van links) beschrijft de excessen van de groep in ‘Bit of a Blur’. “Ik stopte nu en dan met het hebben van seks, maar alleen om meer drugs te nemen.” Beeld Getty Images

Weinig mensen leiden zulke interessante en soms absurde levens als rocksterren. Is dat meteen ook de belangrijkste verklaring waarom muzikanten, van Debbie Harry tot Flea van Red Hot Chili Peppers, hun memoires uitbrengen? ‘In een goede biografie krijg je een antwoord op de vraag waarom je een artiest zo fascinerend vindt.’

“Ik stopte nu en dan met het hebben van seks, maar alleen om meer drugs te nemen.” Zo beschrijft Alex James een avond met vijf groupies. Vandaag leeft James met zijn vrouw en vier kinderen op een boerderij in de Engelse velden, waar hij kaas maakt. Maar in de jaren 90 was James de bassist van Blur: “The second drunkest member of the world's drunkest band”, zoals het op de achterflap van zijn autobiografie Bit of a Blur staat. Als rockster uit het Britpop-tijdperk dompelde James zich een dik decennium lang onder in sex, drugs & rock ’n’ roll: drie thema’s die vinnig en uitvoerig worden beschreven in zijn boek. “Het klink belachelijk, maar, nu ik erop terugkijk, heb ik er geen spijt van. It was definitely the right thing to do.”

Bit of a Blur is inmiddels al twaalf jaar oud, maar autobiografieën met dezelfde ingrediënten blijven maar komen. Vandaag kunt u Face It lezen, de autobiografie van Blondie-zangeres Debbie Harry. Over twee weken ligt die van Elton John in de rekken. In november is er Acid for the Children, waarin Red Hot Chili Peppers-bassist Flea zijn leven uit de boeken doet. En dan zijn er natuurlijk nog de klassiekers in het genre. Girl in a Band, van voormalig Sonic Youth-frontvrouw Kim Gordon, bijvoorbeeld. Of Bob Dylans Chronicles, Vol. 1, Bruce Springsteens Born To Run, en de trilogie van Patti Smith: van Just Kids over M Train tot het kersverse Year of the Monkey.

Debbie Harry brengt met ‘Face It’ haar autobiografie uit. “Aangezien ik in een band met alleen mannen zat, dachten ze misschien wel dat ik de dame was die de pikken controleerde.” Beeld ANP Kippa

Nieuw is het genre dus niet, maar de laatste jaren lijkt het wel steeds populairder te zijn geworden, met 2017 – toen de autobiografie van Springsteen uitkwam – als hoogtepunt. Toen gingen er in Vlaanderen meer dan 20.000 boeken uit de categorie ‘Biografieën van musici’ over de Vlaamse toonbanken, blijkt uit cijfers van kenniscentrum Boek.be. Ter vergelijking: in 2008 waren het er ongeveer 5.000. Niet alleen in deze contreien kent het genre overigens succes: in 2011 al merkte Ed Victor, de literair agent van Keith Richards, tegenover The New York Times op dat er steeds meer rockbiografieën verschijnen. “En dat komt doordat er enkele heel succesvol zijn geweest, en mensen willen dat kopiëren.”

Dol op seks

Dat ‘kopiëren’ mag u in sommige gevallen best letterlijk nemen. “Het is herkenbaar dat bijna al die boeken op dezelfde manier zijn geschreven”, weet Stijn Van de Voorde, StuBru-presentator en liefhebber van de betere rockmemoires. “De artiest begint met niets en heeft uiteindelijk veel succes. Het zou eigenlijk wel cool zijn als iemand eens schreef: ik had alles al van bij het begin.” Helaas, doorgaans is dit het patroon: de jeugd in een omgeving die alles behalve rock-’n-roll was, de hunkering naar een ander leven, het succes, de drugs en de tol van de roem, de sporadische spiraal naar beneden, waarna de rockster alsnog een evenwicht vindt in zijn of haar leven. Dat eeuwenoude zero to hero-verhaal, dat met de jaren deel is gaan uitmaken van de rockmythologie, is een essentieel ingrediënt van de gemiddelde rockbiografie.

Nemen we even het voorbeeld van Debbie Harry. Afgestaan door haar biologische ouders, groeit ze op een in een pleeggezin in het burgerlijke New Jersey, waar ze zich niet thuis voelt – “Ik had veel vriendjes, meestal één tegelijk, want zo hoorde het in dit type, kleine benepen stadjes, waar reputaties in een oogwenk worden gemaakt en gebroken”, schrijft ze met de allures van iemand die zich in haar prille puberteit al tot de avant-garde rekende. “Ik was echt dol op seks. Maar in mijn stad werd seksuele energie toentertijd onderdrukt, of op zijn minst geheimgehouden. (...) Het idee vast te zitten aan zo’n traditioneel voorstedelijk leven benauwde me enorm.”

Enkele jaren later zal Harry naar het mythische New York verhuizen, waar ze lokale clubs als CBGB en Max’s Kansas City frequenteert, in aanraking komt met iconen uit de tegencultuur – Andy Warhol, Miles Davis, dat soort namen – en Chris Stein leert kennen, met wie ze een relatie en de band Blondie begint. “Een chaotische, ademloze, rusteloze, krankzinnige periode, grotendeels één grote waas nu, door de snelheid waarmee het zich allemaal vertrok.” Ze beschrijft de tournees van Blondie, inclusief een scène waarin David Bowie haar zijn “beruchte” geslacht toont (“Aangezien ik in een band met alleen mannen zat, dachten ze misschien wel dat ik de dame was die de pikken controleerde.”)

Over twee weken ligt de biografie van Elton John in de rekken. Beeld EPA

Vervolgens komt de constante strijd met de platenmaatschappijen, die een commerciëler product verwachten, en de onhoudbare gevolgen van de roem. “De publieke bekendheid die bij het succes hoorde, eiste een zware tol: onze vrijheid.” Tot slot is er, na de nodige ups en downs, de uiteindelijke aanvaarding van je onwerkelijke levensloop. “Mensen zeggen dat je het gelukkigst bent als je jong bent, maar ik ben nu gelukkiger.”

Nostalgie

Harry is nu 74. Die leeftijd helpt om een interessant boek te schrijven. “Ik ben alleen geïnteresseerd als de rockster al wat jaren op de teller heeft staan”, zegt Van de Voorde, die momenteel is verdiept in I Am Ozzy, het levensverhaal van Ozzy Osbourne. “Een biografie van One Direction, daar kan nog maar nauwelijks iets in staan.” Dat de auteur al wat moet hebben meegemaakt, is dus een redelijk essentiële voorwaarde voor interessante memoires.

Het verklaart meteen waarom er sinds de eeuwwisseling zoveel biografieën verschenen zijn. De eerste grote rocksterren hebben inmiddels de derde leeftijd bereikt, en zitten dus op het ideale punt om eerder terug dan vooruit te blikken. Bovendien hebben die iconen ook een trouw leger aan fans dat hen op de voet volgt, en evengoed heimwee heeft naar vervlogen tijden – de zogenaamde baby boomer nostalgia. Debbie Harry staat opvallend vaak stil bij het New York van vroeger, en bij tijden waarin muziek, in haar woorden, nog “over de grenzen heen ging”, en geen product was dat “in hokjes” werd onderverdeeld.

Die nostalgie brengt geld op: Keith Richards’ Life draaide een omzet van 7 miljoen dollar, en misschien is het ook niet toevallig dat het Harry’s manager was die haar aanspoorde om Face It te schrijven – “Ik had zelf niet de intentie om dit te doen, maar hij bleef porren”, schrijft ze. Ze is vast niet de enige. “Het lijkt wel alsof de volledige Rock and Roll Hall of Fame nu voor zijn computer zit”, vertelde uitgever David Hirshey aan The New York Times.

U hoeft dat overigens niet letterlijk te interpreteren. Hoewel Debbie Harry’s naam op de cover staat is Face It, bijvoorbeeld, het resultaat van een hoop interviews die Harry had met de Britse journaliste Sylvie Simmons. “Ik geloof niet altijd in het principe van de autobiografie: vaak hebben de artiesten die toch niet zelf geschreven”, vertelt Van de Voorde. “Maar de biografie van Ozzy is, om eerlijk te zijn, niet zo goed geschreven. Net daarom geloof ik wel dat hij het zelf heeft gedaan. Ik vind het belangrijk dat zo’n autobiografie komt vanuit de artiest zelf.”

Seriemoordenaar

In een markt van vraag en aanbod is het logisch dat er veel biografieën verschijnen, én over de toonbank gaan. Fans weten graag zo veel mogelijk over het privéleven van hun idolen, en die idolen kunnen er geld mee verdienen – zeker in periodes waarin hun hoogdagen voorbij zijn en hun muzikale output beperkt is. Bovendien hoeven ze voor hun memoires geen lastige vragen van journalisten te beantwoorden, en kunnen ze zelf bepalen welke details uit hun persoonlijk leven ze delen met hun publiek.

“Wat laat je zien, wat houd je verborgen?”, vraagt Debbie Harry zich af in haar boek. “Wat maak je mooier, wat bagatelliseer je en wat laat je weg?” Face It bevat een aantal opvallende passages – Harry beweert dat ze bijna het slachtoffer werd van de beroemde seriemoordenaar Ted Bundy, en beschrijft hoe ze vastgebonden en verkracht werd door een inbreker. Maar tegelijk blijft ze beschermend tegenover haar diepste privégevoelens: over de breuk met haar jarenlange partner Chris Stein wordt nauwelijks gesproken.

Hoe dan ook lijkt het essentieel dat er voldoende sappige en opvallende anekdotes in staan. Dat blijft de grote aantrekkingskracht van zowel de ster in kwestie als van het boek dat hij of zij op de wereld loslaat. “In een goede biografie,” zo vindt Van de Voorde, “krijg je een antwoord op de vraag waarom je een artiest zo fascinerend vindt.” Neem nu Ozzy Osbourne. Tijdens een concert in 1982 beet de voormalige frontman van Black Sabbath de kop af van een (al dan niet levende) vleermuis die een fan op het podium had geworpen. “Ik wil weten en wat er van dat verhaal klopt en wat niet.”

Dat blijft natuurlijk het grootste verkoopargument: de onwaarschijnlijkheid en de excessen van het leven dat al die sterren leiden. Niet iedereen telefoneert al eens met Tom Waits, met de vraag of hij iets wil inzingen op je nieuwe plaat – waarna die je eigen zanglijn per ongeluk wist en aanbiedt om in je tuin te komen werken om het goed te maken. Dat is alleen weggelegd voor Mark Oliver Everett, frontman van Eels en tevens auteur van Things The Grandchildren Should Know. Niet iedereen kent de sensatie, zoals Debbie Harry ze beschrijft, “dat ik boven het bed van mijn fans hing, en hen hielp zich te vermaken”. En niet iedereen wordt tijdens een interview manueel bevredigd door een Elle-journaliste of spendeert ruim een miljoen pond aan champagne en cocaïne: dat was het voorrecht van Alex James.

Hij vat de essentie van de betere rockbiografie misschien nog wel het best samen. “Ik vertelde mezelf dat het de plicht van rocksterren was om zichzelf te laten gaan, voorbij elke redelijke grens”, pent hij in het toepasselijk getitelde Bit of a Blur. “Als ik me niet roekeloos en extreem kon gedragen, deed ik mijn job niet grondig genoeg.”

Debbie Harry, Face It (392 p., € 22,50) is verschenen bij Spectrum. 
Elton John, Ik (416 p., € 24,99) verschijnt op 15 oktober bij Lebowski.
Flea, Acid for the Children (456 p, € 25) verschijnt in november bij Spectrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234