Zondag 15/12/2019

Literatuur

"Ik schreef ook twee romans met een baby op de arm"

Jan van Mersbergen met dochter (7) en zoon (11): "Over mannen die vader zijn en schrijven lees ik nooit iets. En dat is een goede zaak." Beeld KAROLY EFFENBERGER

Vorige week spraken de Amerikaanse schrijfsters Valeria Luiselli en Jenny Offill in de boekenbijlage van De Morgen over de heikele combinatie moeder-auteur. Jan van Mersbergen (43), schrijver én vader, was not amused. Wat hebben het moederschap en beeldvorming over de vrouw met schrijven te maken? "Hebben die dames een probleem?"

Een interview met twee Noord-Amerikaanse schrijvers (v), Valeria Luiselli en Jenny Offill, vorige week in deze bijlage had als kop: 'Vrouw, moeder én auteur'. Luiselli meldde dat ze een baby had gekregen en die baby bepaalde het ritme van haar roman en van haar schrijven. Offill was verbaasd over de reacties op de Nobelprijs voor Doris Lessing, die werd neergezet als moeder met een zenuwinzinking. Aandoenlijke portretten van twee vrouwen die moeder zijn én die schrijven. Over mannen die vader zijn en schrijven lees ik nooit iets.

Dat is natuurlijk een goede zaak, er is totaal geen behoefte aan stukken vol verbazing over vaderschap en ook niet over de problemen waar vaders die schrijven tegenaan lopen. Nu wil ik hier niet de vadermythe doorbreken of juist kracht bijzetten, ik wil alleen een ander geluid laten horen dan het jammerende problematische geneuzel van vrouwelijke schrijvers en de manier waarop media daarin meegaan.

Het probleem is: moeders krijgen zenuwinzinkingen, en schrijvers nog veel vaker. Het zijn tobbers. Ook de Nobelprijswinnaars. Het is beeldvorming.

Verwend trutje

Uit de eerder genoemde interviews blijkt dat Luiselli dochter is van een diplomaat, ze woonde over de hele wereld. Dan denk ik: nou en? Wat voegt dit toe? Alleen het beeld van een verwend trutje ergens in een ver land. En nu heeft ze zelf een kind en dat alles is heel erg ingewikkeld want mevrouw wil ook nog boeken schrijven.

Dat zou bij een man niet genoemd worden, behalve als hij uit een arbeidersmilieu komt, zoals ik. Dan staat er in de krant: 'Schrijver Jan van Mersbergen werkte als stratenmaker.' Klinkt lekker. Nooit zal een vrouw uit een Chinese schoenenfabriek de krant halen. Schrijven is luxe en meisjes houden van luxe, en ook van getob. Ik denk niet alleen als man, ik heb mijn eenvoudige afkomst, mijn arbeidsethos komt daar vandaan. De vrouwen in mijn familie hebben dat arbeidsethos ook.

In de eerste plaats is schrijven werk. Ik ken veel schrijvers die schrijven niet als werk zien of die vooral klagen over dat werk. Het lukt niet, het is zo moeilijk. Dat zijn tobbers. Vrouwen praten heel vaak zo over schrijven. Mannen helaas ook.

Thomas Rosenboom zei eens in een interview: "Ik kan ook niks anders dan schrijven." Potsierlijk slap geklets. Je hebt nooit iets anders gedaan omdat de luxe van het schrijven op je weg kwam. In het interview kwam ook zijn konijn vaak terug.

Jan Van Mersbergen en zijn dochter. Beeld KAROLY EFFENBERGER

Probleem!

Ik beschouw Remco Campert als een gewaardeerd schrijver, maar als hij een kop boven zijn Volkskrant-column plaatst die luidt: 'Het ergste is de gezelligheid', dan verandert hij in een zeurderig oud wijf dat moeite heeft met sociale gelegenheden, met kennissen. De eerste zin: 'In een moment van zwakte heeft Somberman een paar kennissen uitgenodigd om in de achternamiddag bij hem langs te komen.' Een probleem! Een vreselijke avond in het vooruitzicht. Piepen en mekkeren en smoesjes verzinnen, en uiteindelijk 'werd het heel gezellig. Handen drukkend, schouder kloppend, elkaar omhelzend namen ze afscheid van elkaar.'

Het kwam dus wel goed, het getob was niet echt nodig, alleen op papier, om te beantwoorden aan het heersende en bijna onuitroeibare beeld van de man die schrijft als hulpeloze sukkelaar.

Alex Boogers schrijft in een paar maanden 150.000 woorden. Hij ramt de woorden eruit. Dat vind ik schrijven. Dicht op jezelf je verhaal vertellen. Geen gemekker. Ik ken Alex ook als vader. Moet hij in interviews een verband leggen tussen vader- en schrijverschap of spreken zijn boeken voor zich? Dat laatste natuurlijk. Gelukkig.

De vraag is waarom in een interview met twee vrouwen die schrijven moederschap en beeldvorming over de vrouw een rol speelt. Ik weet het antwoord niet, ik weet alleen een vervolgvraag: hebben die dames een probleem?

Vrouwen ervaren anders

Toch begrijp ik ergens dat er een verschil is tussen mannen en vrouwen die schrijven, zoals er ook verschil is tussen vaders en moeders. Sanneke van Hassel is vrouw en moeder (haar zoontje heet Jan, detail) en ze schrijft, en ze schrijft heel goed. Toen ik in 2010 plaatsnam in de redactie van literair tijdschrift De Revisor, een redactie die enkel uit mannen bestond en nog steeds in die samenstelling opereert, reageerden vrouwelijke schrijvers fel. Ze misten een vrouw in de redactie. Ze konden echter niet goed uitleggen waarom er een vrouw in de redactie moest zitten.

'Gewoon, vanwege de gelijkheid.'

Maar welke gelijkheid? Moet een redactie van een literair tijdschrift alle seksen, leeftijden, bevolkingsgroepen, afkomsten, geaardheden vertegenwoordigen? Naast vrouwen zaten er ook geen zestigplussers tussen, geen Surinamers, geen homo's. Wel vijf mannen die zorg dragen voor goede literatuur en die allemaal vader zijn, opvallend.

Sanneke kon wel uitleg geven. Ze mailde: "Schrijven is voor mannen en vrouwen hetzelfde, hun ervaringen zijn echter heel anders. Vrouwen worden ongesteld, vaak worden ze als jong meisje gewaarschuwd voor mannen die iets van ze zouden willen, ze dragen hun kinderen bij zich, heel fysiek, ze baren die kinderen."

Die ervaringen, dat is de basis. En daarin schuilt ook de link met het schrijven. Niet een klaagverhaal over dat je baby het ritme van jouw schrijven bepaalt. Denk je dat een vrouw bij de kassa van de supermarkt die moeder geworden is zegt dat haar baby haar ritme bepaalt? Natuurlijk doet die baby dat. Het hoort erbij, ook voor schrijvers. De belevenissen, het kijken en daarmee het voelen is anders. Het hele leven is daardoor anders. Een eenvoudige en afdoende uitleg. Vrouwen ervaren anders, kijken anders, schrijven anders.

Ik stelde voor om Sannekes verhaal op een uitvouwbare middenpagina in ons eerste nummer van De Revisor af te drukken, we waren immers een mannenblad geworden. Dat wilde Sanneke niet.

Constant kijken

Ik schreef twee romans met een baby op mijn arm. Mijn zoon is nu bijna 12, mijn dochter bijna 8. Vaak heb ik in interviews verteld dat in 2003, op dezelfde dag dat mijn zoon geboren werd, bij mij zaadbalkanker werd geconstateerd. Vader worden en kanker in een van mijn ballen, dat was de situatie. Het speelt in al mijn romans een rol, maar niet als getob.

Toen in 2009 'Zo begint het' verscheen, een roman over drie moeders, en als rode draad een hond, kreeg ik te horen dat het knappe van het boek was dat ik me ingeleefd had in de moeders. Ik had me echter niet ingeleefd, ik had alleen goed om me heen gekeken. Daniëlle Serdijn, recensente van de Volkskrant, was hoogzwanger toen ik aan die roman werkte. Ik zei haar dat ze het boek beter niet kon lezen, het was erg heftig, er werd een baby doodgebeten door een hond.

Ze las het en ze noemde in haar stuk over het boek het beeld van een pak luiers dat verkeerd gekocht was, een paar maten te groot. De baby werd maar acht dagen oud, het pak luiers bleef daarna heel lang ongebruikt en nutteloos onder het bed liggen. Wat doe je ermee? Hoe rouw je met die tastbare en klungelige herinnering onder je bed? Er komt stof op te liggen.

Ik ben bij twee bevallingen geweest. Ik was helder tijdens die bevallingen, meer dan mijn ex die de baby's baarde. Ik heb gehoord wat de verloskundige zei, ik heb gezien wat de verpleegsters in het ziekenhuis deden. Ik heb de baby niet gebaard, ik was er wel bij. De geboorte van de tweede, onze dochter, heb ik samen met mijn ex gedaan, niemand anders erbij.

Dat was heel mooi. Enorm veel stress, maar ook een moment waarop ik als vader niet door de brigade aan vrouwen die bevallingen begeleiden tot loopjongen werd gedegradeerd. Haal jij even een vuilniszak? Zet jij thee? Wil jij even ruimte maken voor de stagiair? En dat doe je dan als man, dat hoort zo.

De verloskundige zocht nog een parkeerplaats in dit drukke stukje Amsterdam. Ons meisje kwam er al uit. Eerst gaf ze geen kick en ze was helemaal paars en even dachten we: dat gaat niet goed. Dat duurde een paar seconden maar leek veel langer. Toen kwam ze er helemaal uit, helemaal paars, en schreeuwde ze. We wisten niet dat een kindje nog niet kan huilen of adem kan halen als enkel haar hoofdje eruit is.

A.F.Th. van der Heijden kreeg een politieagente aan de deur die hem vertelde van het vreselijke ongeluk van zoon Tonio. De agente had een busje pepperspray aan haar riem, en Van der Heijden vertelde later in interviews dat hij dacht: dat moet ik onthouden, pepperspray.

Zo werkt schrijven, het is constant kijken. Toch dacht ik tijdens die bevallingen van mijn kinderen niet: dat moet ik onthouden.

Vrouwen en mannen kijken, hun ervaringen zijn echter anders. Dat is op zich niks bijzonders.

De ervaring van die bevallingen beïnvloedt mijn schrijverschap, precies zoals Sanneke van Hassel stelde. Natuurlijk heeft het invloed, maar er zijn ook nog andere zaken. In de twee jaar na de bevalling van mijn dochter schreef ik een roman over carnaval. Ook gaat die roman over vaderschap, en verantwoordelijkheid, maar het feest en het drinken kregen in de reacties en in de pers meer aandacht. Dat is vreemd. Ik stuur dat niet, anderen sturen dat, ook vrouwen die zich vaak druk maken over de man-vrouwkwestie in literatuur, die bladen als Opzij steunen terwijl ze alleen boeken van vrouwen recenseren, die literaire prijzen toejuichen waar alleen vrouwelijke schrijvers aan mogen meedoen. Zij willen mijn imago beantwoord zien.

Jan van Mersbergen

Geboren in 1971 in Gorinchem

Debuteerde in 2001 met de roman 'De grasbijter'.

Andere boeken: 'De macht over het stuur' (2003), 'De hemelrat' (2005), 'Morgen zijn we in Pamplona' (2007) en 'Zo begint het' (2009).

Zijn laatste roman 'De laatste ontsnapping' (2014) gaat over het vaderschap.

Wurggreep

Ik schrijf over vaderschap. In 'De laatste ontsnapping' blijkt een voormalig-Joegoslaaf een zoon te hebben. Dat is een typisch mannelijke insteek, want bij een vrouw is dat simpelweg heel onwaarschijnlijk: dat ze ontdekt een zoon of dochter te hebben. Ze was bij de bevalling, een man is daarbij niet nodig. Die afstand is het vaderschap. Moeders dragen hun kind en als het kind er is, zitten ze er de meeste tijd bovenop. Een moeder die wat afstand neemt tot haar kind is immers een slechte moeder. Een kind beschermen, het zit ingebakken in de vrouw. Doodknuffelen en een kind verstikken ook. Daar zijn mooie boeken over geschreven, vooral door mannen.

Michael Kumpfmüller schreef met 'Dorst' een heel sterk boek over een moeder die haar twee kinderen in een kamer achterlaat op een bloedhete dag. De kinderen komen om. Het is geen thriller, geen moordverhaal. Het is het verhaal van een vrouw die afstand neemt van haar kinderen, die op een schommel gaat zitten in de speeltuin. Een schrijnend beeld, ijzersterke literatuur.

Een vrouw kan zo'n boek niet schrijven. Het zou te hard zijn, het zou haar te diep raken, persoonlijk. En vervolgens gaat de uitgever vragen stellen, de pers zal niet over het boek schrijven maar over haar moederschap, ook lezers zullen haar voornamelijk vragen stellen over haar moederschap.

Het is een wurggreep. Niet het moederschap of het schrijverschap, maar het clichématige gebruik van beide.

In de zomer verschijnt bij De Bezige Bij 'De ochtenden', een selectie korte verhalen van Sanneke van Hassel. Jan van Mersbergen kiest de verhalen en schrijft een inleiding.



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234