Maandag 24/02/2020
‘Nuestras Madres’ is de Belgische inzending voor de Oscars van regisseur César Díaz en gaat over de Guatamalteekse genocide.

Interview

‘Ik probeer de stilte te doorbreken’: levert deze film ons land een Oscar op?

‘Nuestras Madres’ is de Belgische inzending voor de Oscars van regisseur César Díaz en gaat over de Guatamalteekse genocide.Beeld Nuestras Madres

Ons land stuurt dit jaar een Spaanstalige film naar de Oscars. Regisseur César Díaz (41) woont al zijn halve leven in België, maar worstelt nog steeds met de bloedige burgeroorlog die zijn geboorteland Guatemala verminkte. Met Nuestras Madres rouwt hij om de vele slachtoffers, onder wie ook zijn eigen vader.

Deze lente mochten Belgische cinefielen opnieuw juichen tijdens het filmfestival van Cannes: voor het tweede jaar op rij al won een film uit ons land de prestigieuze Caméra d’Or, de prijs voor het beste debuut. Maar in tegenstelling tot Girl, de winnaar van 2018, wekte Nuestras Madres weinig chauvinisme op. Wellicht omdat de film er op het eerste gezicht niet erg Belgisch uitziet: Nuestras Madres is een Spaanstalig drama dat zich volledig afspeelt in Guatemala.

Toch werd de film vanuit ons land geproduceerd. Omdat de filmindustrie in Guatemala ongeveer even levendig is als op de Noordpool, maar ook omdat regisseur César Díaz (41) al zijn halve leven in België woont. In 1998 kwam hij naar Brussel om scenario te studeren. Vandaag heeft hij de dubbele nationaliteit en mag hij zelfs ons land vertegenwoordigen op het allerhoogste niveau: Nuestras Madres werd dit jaar – enigszins verrassend – boven Le jeune Ahmed van de broers Dardenne verkozen als Belgische inzending voor de Oscars.

Mediastorm

De vraag is maar of men daar in Guatemala blij om is. Díaz’ overwinning in Cannes kwam hem al op heel wat kritiek te staan. “Toen ik de prijs in ontvangst nam,” vertelt de regisseur in Brussel, “droeg ik hem op aan de 250.000 slachtoffers van de Guatemalteekse genocide. Dat zorgde voor een enorme mediastorm. Ik kreeg het hele land over me heen.”

Met zijn speech – en zijn film – peuterde Díaz namelijk in een etterende wonde: de Guatemalteekse burgeroorlog, die het land teisterde van 1960 tot 1996, is allesbehalve een afgesloten hoofdstuk. Het militaire regime, geïnstalleerd en gesteund vanuit de VS, voerde een jarenlange strijd tegen linkse guerrillabewegingen, en maakte zich vooral in de vroege jaren 80 schuldig aan foltering, verkrachting en massamoord. De meeste slachtoffers vielen onder de arme Maya-bevolking. Het totale dodental is omstreden, maar wordt geschat op 200.000, plus 45.000 ‘desaparecidos’ , mensen die tijdens de Burgeroorlog verdwenen en nooit werden teruggevonden. Hun nabestaanden blijven in de kou staan: op de daders wordt niet gejaagd, naar de vermisten niet gezocht.

Voor ons is het een vrijwel onbekend stukje geschiedenis, voor César Díaz een deel van zijn DNA. Zijn ouders waren allebei actief in de guerrilla en verdwenen toen Díaz drie jaar was: “Mijn moeder moest uit Guatemala vluchten”, vertelt de regisseur. “Ik bleef intussen bij mijn opa wonen. Pas toen ik acht was, zag ik haar terug in Mexico.” Een hereniging met zijn vader kwam er niet: “We zijn nooit te weten gekomen wat er met hem gebeurd is. Ik heb lang geprobeerd om het te achterhalen, zonder resultaat. Deze film maakt dus deel uit van mijn rouwproces: ik sluit er een hoofdstuk mee af.”

Niets gebeurd!

Een autobiografische film is Nuestras Madres nochtans niet geworden. “Dat wilde ik niet”, zegt Díaz. “Want dan heb je geen afstand tegenover je verhaal.” Al heeft hoofdpersonage Ernesto wel een en ander met de regisseur gemeen: ook hij zoekt naar zijn verdwenen vader, maar dan wel vanuit zijn hoedanigheid als antropoloog bij een ngo. Zijn dagtaak bestaat uit het openen van massagraven, om aan de hand van de botten te proberen om slachtoffers te identificeren. Een titanenwerk, waarvoor de huidige regering in Guatemala geen cent vrijmaakt, zegt Díaz. “De organisatie die je in de film ziet, krijgt geld uit landen als Canada, de VS en Zweden. De Guatemalteekse overheid zelf heeft absoluut geen interesse om de genocide in kaart te brengen. Er wordt niet over gesproken, in de schoolboeken beslaat de Burgeroorlog welgeteld twee bladzijden. Er is zelfs geen museum om de herinnering aan die periode levend te houden. Zolang die stilte heerst, kan je geen ander soort samenleving opbouwen. Wat zou er van Duitsland geworden zijn, als ze daar na de Tweede Wereldoorlog hadden gezegd: ‘Hier is niets gebeurd’?”

Dat de overheid het verleden blijft ontkennen, heeft volgens Díaz met twee factoren te maken: “Ten eerste zijn er heel wat verantwoordelijken van toen die nog altijd veel politiek en/of economisch gewicht hebben. En ten tweede geeft niemand een zier om de voornaamste slachtoffers: de inheemse Maya-bevolking van Guatemala. Ze worden niet als mensen gezien. Er heerste sowieso altijd al een diepgeworteld racisme tegenover hen en het leger heeft die ontmenselijking tijdens de burgeroorlog nog versterkt.”

Het onverwerkte verleden heeft rampzalige gevolgen voor het heden, vindt Díaz. “Er heerst vandaag in Guatemala een gevoel van straffeloosheid. Het idee dat je alles mag doen, zonder gevolgen. Niet moeilijk dat er in Guatemala-Stad veertien moorden per dag worden gepleegd: het maakt toch niets uit! Een mensenleven is niet veel waard in Guatemala.”

Stilte doorbreken

Nuestras Madres is dus veel meer dan een persoonlijk project voor Díaz: de regisseur hoopt er een maatschappelijk debat mee op gang te brengen. “Ik ben niet naïef, ik denk niet dat mijn film de wereld gaat veranderen. Maar ik probeer de stilte wel te doorbreken door het onderwerp op tafel te leggen.” Díaz maakt het lijden van een natie zichtbaar – heel letterlijk zelfs: op een bepaald moment laat hij een groep Maya-vrouwen een voor een recht in de lens kijken. De pijn in hun blik is niet gespeeld, dat voel je meteen. “Die vrouwen zijn inderdaad echte slachtoffers van de Burgeroorlog”, beaamt Díaz. “Hun mannen werden vermoord toen het leger hun dorpje binnenviel. We hebben die scènes op de plaats van het bloedblad gefilmd.”

Díaz’ ultieme doel is om Nuestras Madres ook in zoveel mogelijk Maya-dorpjes te gaan vertonen. “We zijn volop fondsen aan het werven om de film te dubben in de vier belangrijkste Maya-talen. Dat is een heel dure operatie, maar ik wil echt dat de mensen die het meest geraakt zijn door het geweld, de film ook kunnen zien. We willen hem naar de dorpen brengen, maar wel met de nodige omkadering, begeleid door mensen die ervaring hebben met slachtoffers. Stel je voor: een vrouw die ooit door militairen verkracht is, maar daar nooit over heeft kunnen praten, ziet de film en laat voor het eerst haar gevoelens de vrije loop. Dan kan je niet gewoon zeggen: ‘Wij moeten er eens van door, adiós!’ Nee, dan moeten er professionals klaarstaan.”

Mirakel

Maar voordat Díaz de Guatemalteekse heuvels in trekt, probeert hij de Hollywood Hills te veroveren: de Oscar-campagne, die ervoor moet zorgen dat zoveel mogelijk Academy-leden Nuestras Madres te zien krijgen, komt stilaan op gang. Hoe groot acht Díaz de kans dat zijn film in januari op het lijstje van vijf genomineerden zal terechtkomen? De regisseur glimlacht, zet zijn duim en wijsvinger tegen mekaar en vormt een cirkeltje voor zijn gezicht: “Nul. We moeten eerlijk zijn: als de film in december de shortlist haalt, is het een mirakel. De concurrentie is bijzonder stevig: Almodóvar, Parasite, Atlantique... Bovendien hebben de VS een belangrijke rol gespeeld in de Guatemalteekse Burgeroorlog: het was de CIA die in 1954 een staatsgreep organiseerde, omdat de Amerikaanse United Fruit Company (voorloper van het huidige Chiquita, LT) in Guatemala niet langer vrij spel kreeg van de hervormingsgezinde president Jacobo Arbenz Guzmán. Ik denk niet dat ze in Amerika klaar zijn om die verantwoordelijkheid onder ogen te zien. Dat zal wellicht niet in ons voordeel spelen.”

‘Nuestras Madres’ speelt vanaf 13/11 in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234