Zondag 20/09/2020

Boeken

‘Ik pleeg geen overspel meer, ik ben 56’: de Nederlandse schrijver Kluun is in ‘Familieopstelling’ monogamer dan ooit

Raymond van de Klundert, alias Kluun. ‘Bekendheid en rijkdom erotiseren, dus zo moeilijk was het niet om iemand te versieren.'Beeld Shody Careman

Half Nederland haatte Raymond van de Klundert na het verschijnen van Komt een vrouw bij de dokter, zijn bestseller waarin hij zijn terminaal zieke vrouw bedriegt. Hij heeft hard gewerkt om een betere versie van zichzelf te worden. ‘Ik minachtte de man die ik was geworden.’

Raymond van de Klundert (56) zit op camping Buitenland in Drenthe ontspannen aan een picknicktafel onder een afdakje van kromgebogen naald­bomen. Korte broek, blote armen, badslippers, gebruind. Ergens op het uitgestrekte kampeerterrein zwerven zijn twee puberdochters rond, zijn vriendin Anne en háár twee tieners, en straks arriveren nog elf vrienden plus een hele zwerm tieners.

Zo ziet hij het graag, zegt hij blijmoedig. Zo gaat hij hier de hele week doorbrengen, hier bij dit terras: de jeugd in het zwembad, de volwassenen aan de wijn. Lekker helemaal niks. Het is vrijdagmiddag, een gin-tonic met een schijfje grapefruit is in aantocht. Maar eerst moet er nog even worden gewerkt aan de promotie van zijn nieuwe roman Familieopstelling, dat vorige week verscheen.

Op het houten tafeltje ligt het manuscript. Zijn alter ego Stijn keert erin terug, twintig jaar ouder en niet veel wijzer, de reclameman uit Komt een vrouw bij de dokter (2003) en het vervolg De weduwnaar (2006), de Stijn die zijn jonge vrouw verliest aan kanker terwijl hij haar beduvelt met een ander, de Stijn die half Nederland om die reden haat, de Stijn wiens verhaal opvallend veel parallellen vertoont met het echte leven van Raymond van de Klundert.

“Ik dacht: Familieopstelling wordt mijn meest openhartige en eerlijke boek, over wie ik ben en waar ik vandaan kom, over mijn vader en moeder. Een autobiografische familiekroniek. Ik zou het onder mijn echte naam uitbrengen, en niet als Kluun. Maar na een jaar kwam ik er achter dat er zo veel was dat me tegenhield. Ik vind het moeilijk om hardvochtig te schrijven over mijn familie en andere bestaande personen. En ja, jezus, willen mijn kinderen weten wat ik allemaal uitspookte als zoekende vijftiger?

“Met Stijn als hoofdpersoon durf ik dat wel, het geeft me vrijheid; hij is een uit de hand gelopen versie van mezelf. Dan durf ik de schrijfturbo op te zetten en kan ik tegen mijn dochters zeggen: ‘Alleen de lieve dingen zijn echt gebeurd, meiden.’”

In de eerste hoofdstukken maak je van jezelf, via Stijn, opnieuw een onsympathieke, drugs gebruikende vrouwen­verslinder. Waar komt toch die behoefte vandaan jezelf te portretteren als de grootste klootzak van Nederland?

(grijnst) “Een vriend van me stelde een tijdje geleden diezelfde vraag: waarom wil je jezelf altijd neerzetten als zo’n ongelooflijke lul? Daar weet ik het antwoord echt niet op. Je hebt acteurs die dolgraag de bad guy spelen. Misschien zoiets. Zelfs als ik een boekje over zwangerschappen maak, betrap ik me erop dat ik het leuk vind als mensen me een hork vinden. Er zit een duiveltje in mij dat het leuk vindt de boel op te schudden, te choqueren.

“Maar in mijn karakter zit iets duaals: ik ben heel lief voor mijn vriendin, mijn vrienden, mijn familie, ex, kinderen. En dat bad guy spelen is onlogisch met mijn behoefte om aardig gevonden te worden, maar ik doe het keer op keer. Waarom? Ik heb daar nog geen antwoord op van een psycholoog, maar dat vind ik niet erg.”

Raumond van de Klundert. 'Ik heb er geen moeite mee dat iedereen weet dat ik ‘een turbulent liefdesleven’ heb gehad.'Beeld Shody Careman

Iedereen denkt dat hij Kluun kent omdat hij zich zo blootgeeft in zijn boeken, maar volgens mij ben jij helemaal niet zo openhartig. Zie ik dat goed?

(verraste blik) “Goeie vraag! (denkt na) Ik denk dat ik als mens heel openhartig ben. Tegen mijn vrienden durf ik alles te zeggen. Ook tegen mijn vriendin. (lacht) Dat is ook makkelijk zodra je monogaam bent, dat praat een stuk makkelijker. Veel scènes die ik beschrijf, zijn een-op-een zo gebeurd. Mijn moeder is een-op-een mijn moeder. Zoals Carmen in Komt een vrouw bij de dokter een-op-een mijn eerste vrouw Judith is.

Kluun

• Raymondus Godefridus Norbertus van de Klundert

• Geboren 17 april 1964 in Tilburg

• Begint als verkoper bij de Gouden Gids, daarna bij reis­bureau Necker­mann en Time Warner. Stapt in 1995 over naar reclamebureau DDB. Begint in 1998 eigen marketing­bureau Project X.

• Debuteert in 2003 met Komt een vrouw bij de dokter (1,3 miljoen exemplaren), in 2009 ­verfilmd.

• Schreef daarna onder meer De weduwnaar, Klunen, Haantjes en DJ. Sinds 2019 actief als loopbaancoach.

• Relatie met Anne de Jong; drie dochters uit eerdere huwelijken.

“En er zijn weinig vragen die jij me kunt stellen waarover ik zou liegen. Ik heb er geen moeite mee dat iedereen weet dat ik ‘een turbulent liefdesleven’ heb gehad. Zo zei mijn therapeut het ooit: (met gedragen stem) ‘we kunnen concluderen dat je een turbulent liefdesleven hebt’. Nou, dat klopt. Seks was geen schaars goed. Maar ik ga niet zeggen wát ik allemaal precies gedaan heb. Ik heb weleens pilletjes gebruikt, en coke. Maar als jij mij vraagt: wanneer heb je voor het laatst gebruikt, en waar, dat zeg ik niet. Hetzelfde met seks. Daar ligt de grens.”

Ben je misschien ook bang dat je echte leven niet interessant genoeg is voor een boek?

“Ha, nou, inderdaad. Moet ik mijn lezers zes, zeven uur vermoeien met wat Kluun allemaal bezighoudt? Lekker boeiend. Over Churchill of Johan Cruijff of Van Gogh wil ik alles lezen, maar niet over zo’n pedant schrijvertje dat een zoektocht houdt in de krochten van zijn ziel. Bovendien: dat je als lezer meegaat naar de psycholoog, dat vind ik dus privé. Daar heb je niks mee te maken, wat Kluun op de divan allemaal heeft gezegd.”

Je hebt wel heel wat uurtjes op de divan doorgebracht, de afgelopen jaren.

“Judith zei ooit al tegen mij: schat, je moet naar een psycholoog. Toen was zij al ziek, we wisten dat ze snel dood zou gaan. Ik zei: dat lijkt me het domste wat ik nu kan doen. Dat zou zo veel overhoop gooien. Je laat toch ook niet vlak voor de finale van de Champions League nog even je been opereren. Maar ik wist dat ik nog wat zoekwerk kon gebruiken, en dat heb ik de af­gelopen zes, zeven jaar gedaan.”

Wat wilde je precies onderzoeken?

“Heb je even? Maar natuurlijk vooral de vraag waar de rücksichtslose behoefte aan overspel vandaan kwam. Ik drukte die vraag altijd. Harry Mulisch, die een enorme womanizer was, kreeg ooit de vraag: meneer Mulisch, bent u nog steeds zo druk met vrouwen? Hij was toen in de 70, en antwoordde: ‘Het zou wel heel triest zijn als dat nog steeds zo was.’ Ik kreeg zelf ook iets van: man, come on. Het wordt sneu. Ik kreeg een hekel aan die versie van mijzelf. Ik minachtte die man.

“Bekendheid en rijkdom erotiseert, dus zo moeilijk was het niet om iemand te versieren. Dat ging knagen. Terwijl ik als dertiger dacht: dat hoort gewoon bij me, dit is mijn speeltuin. Die demon heb ik nu aardig onder controle en daar ben ik een stuk gelukkiger door. Ik vind het héérlijk dat ik volledig open en eerlijk in mijn relatie kan zijn. Nou, dat was nooit in mij opgekomen, dat je je bij zoiets goed kunt voelen.”

De vraag blijft: waar kwam die drang vandaan om vrouwen te veroveren?,

“De eer zat in het scoren. In Familieopstelling zit die blozende puberjongen met die lasbril en pukkels, dat was ik natuurlijk zelf, hè. Bij die jongen is altijd iets blijven hangen van de verbazing dat een vrouw het met hem wilde doen. Dat het lukte. De kick was zo groot, dat ik er als het ware in bleef hangen. Terwijl het allang geen prestatie meer was. Wat er in je jeugd gebeurt, kan bepalend zijn voor je gedrag in de rest van je leven, terwijl dat niet meer nodig is. Of noodzakelijk, of nuttig.”

Even later zegt hij: “Ik denk dat ik ook niet wilde zien dat ik een grens overging. Over sommige dingen dacht ik te makkelijk. Ik ben een levensgenieter, dat heb ik van mijn vader. Je kunt dat ook als schild gebruiken, zo van: ik ben nu eenmaal een levensgenieter in de breedste zin van het woord. Zo werkt het natuurlijk niet. Ik blijf een zwak houden voor onbekommerde lol, voor mooie dingen; ik vind het heerlijk om tijdens de vakantie tien kinderen mee te nemen op een boot en op de zwarte markt voor je vrienden kaarten te kopen voor Bruce Springsteen of Ajax. Maar mijn hedo­nisme blijft nu in proportie.”

Raymond van de Klundert. 'Mijn ambitie is een betere versie worden van mezelf, met rauwe randjes en rafeltjes en al.'Beeld Shody Careman

Hoe kijk je tegen die man van toen aan?

“Toch met mededogen. We doen allemaal dingen die niet de schoonheidsprijs verdienen. Ik heb Juut (Judith) pijn gedaan. Ik weet nog dat ze niet lang voor ze stierf zei: ‘Als je vreemdgaat, hou het in godsnaam voor jezelf. Dat niet iedereen het weet. Dat een nieuwe vrouw zich niet lijpe lotje voelt.’ Dat heb ik heel erg in mijn oren geknoopt.”

Hij pauzeert even, denkt na. “Basketbalcoach Ton Boot zei het laatst mooi: ‘Ik heb een hoop stomme en slechte dingen gedaan, maar ik denk dat ik zeker niet slechter ben dan 90 procent van de mensen.’ Ik herken dat. Lezers zullen er misschien om lachen, maar ik ben enorm lief. Ik denk ook: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Het succes van Komt een vrouw komt voor een deel door die spanning: het is dat kiezeltje in je schoen. Ongemak. Dat knagende stemmetje. Wat zou ik zelf hebben gedaan? Ik durf wel de zwartste kanten van mijn karakter te laten zien, en dat is confronterend.”

Vraag je je weleens af hoe je zou reageren als je vrouw nu ziek zou worden?

“Ja, zeker. De situatie is nu heel anders. Ik pleeg geen overspel meer, ik ben 56. Mijn libido is zeker niet weg, maar anders dan toen ik 33 was. Ik ben dol- en dolgelukkig met mijn liefde. Ik weet nog dat ik tegen Anne zei: als jij ziek wordt, wil ik voor je zorgen. Zij antwoordde: over die vraag heb ik nog nooit nagedacht. Ik wel. Ik weet wat het is om twee jaar lang iemands doodsangst en frustraties te zien. Als je met ­iemand zit die terminaal is, hakt het er zo ­extreem in, zeker als je nog jong bent. Bij mijn vorige twee relaties dacht ik: het gaat heel moeilijk worden als jij ziek wordt. Daar moet ik heel eerlijk in zijn.”

Dat is wel héél eerlijk, wat je nu zegt.

“Iedereen in een relatie zou zich die vraag moeten stellen. Als mijn man morgen ziek wordt, eerst twee jaar aan de chemo, aftakeling, wat doe ik dan? Hij is bang, hij is chagrijnig, hij wil niks meer. Hou ik zoveel van hem dat ik zeker weet dat ik bij hem blijf, hem seksueel trouw blijf, al verandert hij in een ander mens? Mijn inschatting is dat veel mensen zouden denken, als ze eerlijk zijn tenminste: ik sta niet voor mezelf in. Ik hoor mensen al roepen: ‘in voor- en tegenspoed’ en ‘zoiets zou ik nooit doen!’ Nou, we spreken elkaar.

“Ik haat hypocrisie, mensen die zich keurig voordoen, maar ondertussen... Ik geniet ervan als een GroenLinkser wordt betrapt op vliegreizen, of als een christendemocratische politicus wordt gesnapt bij het cokesnuiven bij een hoer. Ik denk altijd: never judge someone before you walked a mile in his shoes. Hou je vooroordeel voor je.”

Denk je vaak aan Judith?

“Bij het schrijven van Familieopstelling heel vaak. Ze is ook veel vaker in het boek beland dan ik van plan was. Anne lijkt veel op Judith in haar humor, haar zelfstandigheid, positivisme. Dat zeg ik ook tegen haar. Het is meestal niet leuk om over exen te praten, maar als je vrouw is overleden is dat een stuk makkelijker, kan ik je verzekeren. Ik denk vaak aan haar omdat ik nu heel blij ben in de liefde en omdat ik mezelf de laatste jaren redelijk heb doorgelicht. Net zoals ik nu veel over mijn vader en moeder denk. Mijn vader is zeven jaar dood, maar ik droom wel een of twee keer per week over hem. Ik heb er lang voor nodig gehad om te ontdekken dat hij heel belangrijk voor mij was.”

Wat heb je van hem geleerd?

“Hij maakte met iedereen een praatje, was voor iedereen aardig en hij was heel goed voor mijn moeder. Ze waren hun leven lang dol op elkaar. Mijn zus zei laatst tegen me, toen mijn moeder overleed: wat hebben we het toch goed gehad, wat was het thuis een warm bad. Dat was het ook, een burgerlijke, warme, jaren 70/80-jeugd. Mijn vader was geen rolmodel voor mij, maar achteraf dacht ik: hij heeft wel een 9 verdiend. Hij werkte in de textiel in Tilburg, kreeg met massaontslagen te maken en liet zich omscholen. Hij zat nooit bij de pakken neer. Hij bracht zijn gezin welvaart en hij heeft mijn moeder gelukkig gemaakt. Ik droom ook over Tilburg en Breda, waar ik vandaan kom en heb gewoond. Ik ben Brabant gaan herwaar­deren. Wat zo mooi is: je hoeft er niet bijzonder te zijn om toch gewaardeerd te worden. Familieopstelling is deels ook een ode aan het gewone van de provincie. Kennelijk is het schrijven van dit boek toch therapeutisch geweest.” Korte pauze, dan lachend: “Ik hoop niet dat de lezer nu denkt: o god zeg, nee toch, Kluun gaat de autobiografische toer op!’’

De jongste dochter van Van de Klundert komt aanslenteren in bikini, met een vriendinnetje, de haren nat van het zwemmen. ‘Pap, ik wil bitterballen halen, mag ik even je pinpas?’, klinkt het nonchalant. Haar vader grijnst. Pubers. Vorige week zat hij met acht van die meiden en jongens een week op een boot in Friesland, samen met Anne. “We hebben ons dood gelachen. Maar je bent kapót na zo’n week.”

Hij schenkt een glas wijn in. Straks zijn zijn dochters het huis uit, dan is er weer vrijheid, een nieuw leven, mijmert hij. “Ik zei weleens tegen Anne: je maakt me nu op mijn best mee. Het leven is zo heerlijk en mooi. Mijn ouders waren ook zó gelukkig in de latere fase van hun leven, die gingen toen nog naar Benidorm. Toen Juut ziek was, zag ik in de supermarkt een bejaarde man een ondeugende tik op de billen van zijn bejaarde vrouw geven, zo lief. Ik schoot vol. Toen dacht ik: fuck, dit ga ik nooit meemaken met Juut. Ik hoop dat zoiets me met Anne wel gegund is.”

Ze zijn bijna twee jaar samen, hij en zijn Anne de Jong, psycholoog te Amsterdam. Hij leerde haar kennen toen hij een opleiding coaching bij haar volgde. Ze kwam later bij hem omdat ze een boek wilde uitgeven en marketingadvies nodig had. Kluuns ogen stralen. “Dat werd zó leuk. Zó leuk. Ik vond haar indrukwekkend als mens, maar ik heb me keurig gedragen. Me van mijn allerbeste kant laten zien. Na drie keer praten waren we verliefd en blij. Zo ging het.”

Kluun weet wat hem te doen staat, de komende jaren, dat heeft zijn zelfonderzoek hem wel duidelijk gemaakt. “Toen ik 50 was, heb ik deze tattoo laten zetten.” Wijst op zijn arm, ‘Stay hungry’ staat er, naar een nummer van Bruce Springsteen. “Als ik 70 of 80 ben, wil ik niet constateren dat ik me vanaf mijn 50ste zo’n beetje heb laten uitdrijven, dat ik de motor in z’n vrij heb gezet. Mijn ambitie is een betere versie worden van mezelf, met rauwe randjes en rafeltjes en al. Zodat ik weet: dit ben ik, hier heb ik vrede mee, deze man durf ik in de spiegel aan te kijken.”

Kluun, 'Familieopstelling', Lebowski, 352 p., 22,99 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234