Vrijdag 01/07/2022

InterviewRoméo Elvis

‘Ik moest mijn ego even op de handrem zetten’

Roméo Elvis: 'In mijn hoofd kan het soms Bagdad worden. Mijn gedachten slaan dan in als zoevende bommen.' Beeld RV
Roméo Elvis: 'In mijn hoofd kan het soms Bagdad worden. Mijn gedachten slaan dan in als zoevende bommen.'Beeld RV

De gotspe van weleer is naar het achterplan gedrukt op Tout peut arriver. De isolatie van de lockdown heeft zonder twijfel gepeuzeld aan het ego van publiekslieveling Roméo Elvis. Maar wat natuurlijk net zo goed meespeelt, is een schandaal dat hem ei zo na de kop en carrière heeft gekost. ‘Ik bén een klootzak geweest.’

Gunter Van Assche

Roméo Elvis wil graag afspreken in The Magic King. De vorst in dat sprookjesrijk blijkt doodgewoon de uitbater van een coffeeshop te zijn. In het hart van Brussel kan je er over de toog CBD kopen, een stof die voorkomt in cannabis en al een tijdje volop in opmars is. Een verdieping boven de zaak zit de zelfverklaarde ‘194 centimètres de talent’ net een joint te rollen in een zetel wanneer we aankloppen. Beleefd vraagt de hiphopper of hij die geurige shag mag opsteken. Wanneer we hem met uitgestreken gezicht verzekeren dat het ons stoort, schrikt hij op. We moeten hem met een onnozele grijns geruststellen. “Goh… het was voor mij evengoed geweest als je daar problemen mee had. Dan zou ik die jonko wel na ons gesprek hebben opgestoken. Ik doe dit gewoon omdat ik er rustig van word, mijn hersenkronkels meer gestroomlijnd mee krijg. In mijn hoofd kan het soms Bagdad worden. Mijn gedachten slaan dan in als zoevende bommen. Op de een of andere manier kan ik mijn gedachten gemakkelijker in de juiste rijstroken sturen wanneer ik smoor.”

'Ik besef dat ik als grote vis in de mainstream zwem, en mijn woorden dus beter wat wik en weeg.' Beeld RV
'Ik besef dat ik als grote vis in de mainstream zwem, en mijn woorden dus beter wat wik en weeg.'Beeld RV

Dan buigt hij zich met indringende blik naar ons toe: “Mag ik wel duidelijk zijn? Het is helemaal niet bedoeling om mezelf op te voeren als de Grote Pleitbezorger van cannabis. Of van andere verdovende middelen: ik drink zelfs al jaren geen alcohol meer. Ik zal ook de laatste zijn om iemand te adviseren te gaan smoren. Alleen: het hélpt mij. Ik ben ook niet het cliché van de suffe stoner. In de voorbije jaren heb ik altijd hard gewerkt op wiet, veel opgetreden, en zelfs een huis in Brussel gekocht. Ik haalde onlangs ook een rijbewijs. En ik vond de vrouw van mijn leven, die als mijn echtgenote een bestaan met mij wil opbouwen. Zo slecht blijk ik het dus niet te doen met wiet.” (glimlacht)

De Wever en Zemmour

Die vrouw, dat is het Franse fotomodel Lena Simonne, met wie Elvis iets minder dan een jaar geleden in het huwelijk trad. Aan haar heeft de rapper op zijn vorige platen al enkele songs gewijd. Op Tout peut arriver is dat ‘Kalimba’, misschien wel het zachtste en meest tedere nummer dat hij ooit heeft geschreven. Het gezicht van de rapper klaart op: “Jij bent de eerste die over die song begint in een interview. Ik vind het zelf ook een van de mooiste liefdesverklaringen aan haar. Wat zij ervan vindt? (grinnikt) Ze houdt van de tekst maar het is niet eens haar favoriete song op deze plaat.”

Zou het dan wel ‘Rappeur préferé’ kunnen zijn? In die song zegt hij: “Je viens du pays de Bart De Wever / J’suis une star dans le pays d’Éric Zemmour.” Voor de slechte verstaander: Zemmour was een Franse kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Zijn extreemrechtse haatpraatjes haalden het daar gelukkig niet. In dit vergelijk moeten we wel even advocaat van de duivel spelen: un petit peu étonné d’eux trouver ensemble. De Wever en Zemmour staan politiek niet op dezelfde lijn. “Dat was voor het effect”, schokschoudert Elvis. “In heel België kennen ze De Wever beter dan het Vlaams Belang. Theo Francken was misschien nog een optie geweest. (grinnikt) Die vind ik namelijk nog véél erger dan De Wever. Maar je merkt misschien ook dat ik eigenlijk geen standpunt inneem. Het is een neutrale vaststelling.”

Over zijn #MeToo-incident: ‘Het mag weleens gezegd dat ik misschien wel de eerste en enige bekende artiest ben die meteen de hand in eigen boezem stak.'
 Beeld RV
Over zijn #MeToo-incident: ‘Het mag weleens gezegd dat ik misschien wel de eerste en enige bekende artiest ben die meteen de hand in eigen boezem stak.'Beeld RV

“Ik moet bekennen dat ik niet om me heen probeer te schoppen, of te vér probeer te gaan in mijn songs. Op mijn vorige albums tackelde ik ook al politieke onderwerpen, ecologische hangijzers en socio-economische problemen. Maar ik doe dat niet zoals pakweg mijn maat Zwangere Guy. Wat me daarin tegenhoudt? Eén: Guy heeft meer gebalde woede in zich, hij moet dat gewoon uit zijn systeem krijgen. Twéé: ik besef dat ik als grote vis in de mainstream zwem, en mijn woorden dus beter wat wik en weeg. Ik voel er weinig voor om mijn publiek met bikkelharde statements te bestoken. Ik ben mezelf verplicht om enige nuance aan te brengen. Anders maak je het ongemakkelijk voor je publiek én voor jezelf. Ik drijf in die song ook de spot met mezelf, hè. Zo beweer ik bijvoorbeeld pocherig dat ik rijker ben dan Jeff Bezos van Amazon – dat ben ik absoluut niet.” Elders in datzelfde couplet klinkt het ook over zijn beroemde zus: “Je chante mieux que Angèle.” Hij grinnikt: “Daar is dan weer geen woord van overdreven.”

Bang voor de val

Zelfvertrouwen en bravado is de munitie van elke rapper, maar toch is er duidelijk iets veranderd op Tout peut arriver. “C’est vrai, j’ai peur”, klinkt het bijvoorbeeld in ‘13/12’. “Peur que tout s’arrête / C’est vrai j’ai peur de la descente.” Dat hoogmoed voor de val komt, weet Elvis al te goed sinds de herfst van 2020. Toen verwijderde een Belgisch chocoladebedrijf de naam van de rapper van hun producten. Ook vaste kledingpartner Lacoste liet hem vallen als een baksteen. Zelfs zijn maatje Damso – nochtans ook geen onbesproken figuur – paste voor een duet. Aanleiding was de grote heisa die ontstond nadat een jonge Brusselse vrouw de rapper op haar Instagram-account beschuldigde van handtastelijk gedrag: #balancetonrappeur schreef ze toen. Met die hashtag verwees ze naar de hit ‘Balance ton quoi’ van zijn zus Angèle. Dat nummer gaat pijnlijk genoeg net over de strijd tegen seksisme en misbruik.

“Ik dacht dat ik inging op een uitnodiging die er geen bleek te zijn”, liet Elvis achteraf weten in een statement. “Ik heb oprecht spijt, en wil publiekelijk mijn verontschuldigingen herhalen die ik al verschillende keren persoonlijk en privé heb aangeboden.” Ook vandaag lijkt hij zich nog steeds oprecht dood te schamen. We vertellen hem dat zijn daden dan best verwerpelijk waren, maar dat het op zijn minst van moed getuigde om meteen een volbloed mea culpa te slaan. “Merci”, sombert hij. “Niet veel mensen zeggen dat. En ik verdien natuurlijk ook geen schouderklopje. Maar het mag weleens gezegd dat ik misschien wel de eerste en enige bekende artiest ben die meteen de hand in eigen boezem stak. Andere celebrity’s gaan direct in het verweer, of verbergen zich achter hun beroemdheid en status. Gewoon omdat ze wéten dat het grote publiek hen eerder gelooft dan een volslagen onbekende. Die aanpak is laf en gemakzuchtig. Ik had dat meisje sowieso al zoveel leed bezorgd, dat ik het mezelf niet had vergeven als ik alles zou hebben ontkend. Ik heb haar toen ook gecontacteerd om te zeggen dat ik alles had opgebiecht aan mijn vriendin, en ik haar de keuze liet om er in het openbaar over te praten.”

Hij vindt het schandaal niet bepaald aangenaam om op terug te blikken, maar het moet. “Omdat ik me schuldig maakte aan een onweerlegbare fout. Ik bén een klootzak geweest. Ik kan dat niet minimaliseren of goed praten. En heel wat mensen die dicht bij me staan, heb ik er veel pijn en verdriet mee berokkend. Op dat moment heb ik zelf ook een harde klap moeten incasseren, maar misschien had ik die mep in mijn gezicht ook wel dringend nodig. Ik was alle perspectief kwijt.”

“Het ging misschien wel té goed en té snel met mijn carrière. Ik waande me op de top van de wereld. Een god! Ik had het toen eigenlijk ook al door, denk ik vandaag. Soms zei ik lachend: ik heb maar één probleem. En dat is mijn ego. Maar wat wil je als iedereen je op een voetstuk plaatst? Ik ben naast mijn schoenen beginnen te lopen, werd verwaand en voelde me ongenaakbaar onder alle blinde adoratie. Als alles je voor de wind gaat, ga je onterecht denken dat jijzelf schatplichtig bent aan al dat succes. Ik moest mijn ego even op de handrem zetten.”

Vloek en zegen

Een bizarre meevaller: de pandemie maakte dat hij wel verplicht werd om aan gewetensonderzoek en herbronning te doen. “Covid was shit, maar de lockdown bleek een onvermoede zegen”, zegt de Lange van Linkebeek daar nu over. “Of dat was het toch voor mij. Ik kreeg tijd om na te denken, om te filosoferen over existentialistische kwesties – Wie ben ik? Wat wil ik zijn? Waarom wilde ik zo graag bekend zijn? – en om mezelf terug gegrond te krijgen. Bovendien had ik op dat ogenblik een andere plaat in de steigers staan, die achteraf bekeken gelukkig nooit het daglicht heeft gezien. Begrijp me niet verkeerd: ze klonk goed, maar ook als een doorslagje van Chocolat. Ik kan me voorstellen dat de fans zich daar geen buil aan hadden gevallen. Maar het zou een zwaktebod geweest zijn.”

'Covid was shit, maar de lockdown was voor mij een onvermoede zege. Ik kreeg tijd om na te denken over existentialistische kwesties.' Beeld RV
'Covid was shit, maar de lockdown was voor mij een onvermoede zege. Ik kreeg tijd om na te denken over existentialistische kwesties.'Beeld RV

Tot slot willen we nog weten hoe Roméo Elvis vandaag aardt in de hoofdstad. Zus Angèle vertelde eens dat ze op zondag nog doodgemoedereerd naar De Noordzee gaat voor een garnaalkroketje, en ondanks haar supersterstatus niet belaagd wordt door fans en aandachtszoekers. “Dat is bij mij niet anders”, knikt Elvis. “Ik flaneer graag door de stad omdat ik mijn gedachten dan beter kan ordenen, en ik doe al eens graag de boodschappen. Het enige dat Lena weet, is dat ik er een uurtje langer over zal doen omdat ik handtekeningen moet uitdelen aan de kassa. Geen greintje pijn: zonder diezelfde mensen zou ik nu geen droom van een leven hebben.”

Tout peut arriver verschijnt 27/5 bij Universal. Roméo Elvis speelt 7/6 in de Botanique en 16/7 op Dour.

Een opgewonden pup en een zachtere heelmeester ★★★★☆

Zes jaar geleden toonde Roméo Elvis zich een profeet van de Brusselse onderbuik, toen hij met ‘Bruxelles arrive’ de hausse van Brusselse hiphop aankondigde vanaf de barricades. Vandaag is die bravoure van meer twijfel voorzien.

Tout peut arriver, weet hij vandaag. Een titel die zoveel betekent als: het kan sneeuwen, het kan dooien. Het fabuleuze ‘Flanchin’ tackelt die twijfels, maar ook elders op de plaat zoekt de late twintiger zijn weg door het leven en de roem.

Dit album dreigde aanvankelijk een carbonkopie te worden van zijn eerdere succes Chocolat, maar enkel de titelsong ‘TPA’ en ‘Quand je marche (comme Ben Mazué)’ bleken de lockdowntest te doorstaan. In alle rust ging Elvis opnieuw aan de tekentafel zitten, en bedacht hij een werkstuk dat gedurfder, meer introspectief en volwassen klinkt.

De Lange van Linkebeek laat zich daarbij omringen door producers als Todiefor, Vladimir Cauchemar, Myd, Vynk en JeanJass. Maar zelf kruipt hij voor het eerst ook achter de knoppen. Dat levert een langspeler op die soms als een opgewonden pup keft, kwispelt en kronkelt, maar ook strak genoeg aan de leiband wordt gehouden door vijf doorgewinterde studiofreaks.

Alles tegelijkertijd

Dat Elvis aarzelt wie hij is of wil zijn, hoor je ‘Chatchienchaud’. Maar dat het soms beter is om alles tegelijkertijd te zijn, blijkt net zo goed uit deze plaat. Daarin wordt een teder ‘Kalimba’ afgewisseld met de verneukeratieve branie van ‘Rappeur préferé’, en hoor je zowel een filosofisch telefoongesprekje met zijn lieve moedertje als een skit met een onnozele radio-dj.

De grenzen vervagen steeds meer tussen rap en pop, net als de scheidslijn tussen straatwijze beats en comfortabele commercie. Maar tegelijk wint vooral de ernst en de rust. Elvis beseft dat hij aan de top stond en alleen maar kan vallen, maar zo erg is dat niet: ‘TPA’ of ‘RNG’ – tout peut arriver / rien n’est grave. Het is zijn Hakuna matata. Dat blijkt ook in ‘Fin du monde’, waar Elvis zijn huwelijk en de heikele klimaatzaak in één song flanst.

Opvallend is: op Tout peut arriver wordt de ziel eerder verkend dan het machismo, de grappen of grollen van weleer. “Tout le mal que j’ai fait, faut que ça me serve à changer”, zegt hij op ‘Maquette’. De voorbije jaren waren woelig. Maar hij schuift de schuld niet van zich af: “Je ne vais pas m’inventer des malheurs pour faire des chansons”, klinkt het in ’13/12’.

Elvis nadert de dertig, en de jonge wildebras heeft wonden die gelikt moeten worden, levensvragen die een antwoord verwachten. “Dans ma tête une inflammation”, hoor je ergens. Die koortsige onrust kent gelukkig ook een remedie met Roméo als zachtere heelmeester.

Tout peut arriver verschijnt 27/5 bij Universal.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234