Donderdag 01/10/2020

InterviewWim De Vilder

‘Ik kan niet zeggen dat ik al een persoonlijke band heb opgebouwd met die wetenschappers’

Beeld Johan Jacobs

Heeft corona aan Wim De Vilder kunnen weerstaan? Gelukkig wel, zo blijkt uit het schaderapport dat het journaalanker desgevraagd opmaakt. ‘Ik had twee huwelijksfeesten in m’n agenda staan, die zijn uitgesteld. En ik heb de afgelopen tijd wat vaker Cola in plaats van Cola Zero gedronken, omdat ik in de hectiek van het werk een suikerrush nodig had. Dat is het wel zo’n beetje, geloof ik.’ Voor het overige bleef De Vilder (50) kaarsrecht achter z’n ontsmette desk, in kraakheldere zinnen de actualiteit opdiepen, en bokste hij een documentaire over corona in elkaar – het virus zélf ware nog stoerder geweest.

Op Joël De Ceulaer na heeft De Vilder alle Vlaamse protagonisten van de coronasaga gestrikt voor In de greep van het virus: samen met Erika Vlieghe, Steven Van Gucht, Marc Van Ranst, Geert Meyfroidt, Margot Cloet, Maggie De Block en Jan Jambon last hij de afgelopen zes maanden weer aan elkaar. ‘Het startpunt is ongeloof: wat is er ons in hemelsnaam overkomen?’ Hier blikt De Vilder alvast terug op zijn persoonlijke coronaparcours, aan de hand van enkele bepalende dagen uit de eerste helft van 2020, een jaar dat best wat saaier had mogen zijn.

12 MAART: HAHA, CORONA!

In de late avond van donderdag 12 maart schuift De Vilder mee aan tafel bij Danira Boukhriss Terkessidis in Vandaag. Die dag zijn de eerste maatregelen aangekondigd van wat niet veel later zal evolueren tot een lockdown light: de scholen worden gesloten, net als de cafés en restaurants. Hoelang die aparte situatie zou kunnen duren, wil De Vilder graag weten van Marc Van Ranst.

Wim De Vilder: “Ik was er oprecht van overtuigd dat Van Ranst ‘een twee- tot drietal weken’ zou antwoorden. Maar hij zei: ‘Minstens tot half mei.’ Dat antwoord was een kantelpunt. In één klap besefte ik dat we niet in een spannende-anekdote-voor-later zaten – ‘Weet je nog, toen we twee weken lang niet op café mochten!’ – maar wel in een absolute noodsituatie die het uiterste van mensen zou vergen, en enorme gevolgen zou hebben voor de samenleving.

“Tijdens het maken van In de greep van het virus is me nogmaals opgevallen hoe surrealistisch snél het allemaal gegaan is. Begin maart kiemde er hoogstens wat vage ongerustheid. Als we elkaar geen hand meer gaven, was dat toch met een zekere lacherigheid – ‘Weet je wel, corona, haha.’ Maar op 12 maart kwamen die eerste maatregelen, vijf dagen later was de lockdown een feit, en er was geen spatje protest. Integendeel, de bevolking vroeg zelf om de boel dicht te gooien. In een week tijd waren de geesten gerijpt: corona was geen griepje of grapje.”

Een vraag die nu vaak opgeworpen wordt: hadden we dat vroeger moeten begrijpen?

De Vilder: “Al op 2 februari waren negen Belgen geëvacueerd uit Wuhan. Een dag later wisten we dat één van hen besmet was – Philip Soubry. Hij werd in quarantaine geplaatst, en daarmee was corona overwonnen. Zo zei Maggie De Block het tegen de internationale pers: ‘Het virus is onder controle.’ Het gangbare idee toen was immers dat corona iets van China was, en van China alleen. Tot er eind februari een Belg besmet bleek die in Frankrijk was geweest, en even later eentje die in Italië was gaan skiën. Toen begon het besef te dagen dat er niet één coronastamboom was.”

Moeten we dat De Block aanwrijven?

De Vilder: “Er is net na de krokusvakantie een discussie geweest: moesten de mensen die op vakantie geweest waren in Noord-Italië in quarantaine? De Block zei toen dat dat een buitenproportionele maatregel was. Uiteraard zal ik haar dat voorleggen in In de greep van het virus: hoe kijkt ze daar nu op terug? Zou ze nog steeds dezelfde beslissing nemen?

“Het is de bedoeling om kritische vragen te stellen, zowel aan de politici als aan de wetenschappers. Maar het is níét de bedoeling om het grote tribunaal te installeren. We willen een tijdsdocument maken over een uitzonderlijke periode, gezien door de ogen van bevoorrechte getuigen. Hoe neem je het besluit om een land op slot te draaien? Hoe draag je die verantwoordelijkheid? Hoe neem je verregaande beslissingen op basis van weinig informatie? Want dat laatste wordt weleens vergeten: met de kennis van nu is het niet zo moeilijk om te roepen wat er had moeten gebeuren. Maar op het moment zelf was die informatie er niet.”

‘De grote tragiek van corona is: er wordt gestorven achter gesloten deuren. Het speelt zich af achter de muur van het ziekenhuis. Daar is zelfs de familie niet welkom, laat staan een journalist.’Beeld Johan Jacobs

27 MAART: IEDEREEN KIJKT

Gezien de droef stemmende actualiteit stuurt de openbare omroep geen pochend persbericht uit, maar aan de Reyerslaan wordt wel trots met een spreadsheet gewapperd: op 27 maart kijken 1,8 miljoen Vlamingen naar Het journaal. Het is de uitzending waarin de verlenging van de lockdown bekendgemaakt wordt, en achter de desk zit – dat treft – Wim De Vilder.

De Vilder: “Een record: het is het hoogste aantal kijkers voor een televisiejournaal sinds de metingen in 1989 begonnen. Het deed deugd om te merken dat Vlaanderen in bizarre tijden nog steeds heel erg op zijn openbare omroep leunt. De klassieke, lineaire media werden de afgelopen jaren afgeschreven: iets vaker dan ons lief was werden we met een zeker dedain weggezet als een anachronisme, een patiënt die alleen zélf niet wilde inzien dat ie uitbehandeld was. (Fijntjes) Dat lijkt me met enige overtuiging rechtgezet nu. En dan heb ik het niet alleen over de cijfers – naast dat recordjournaal halen al onze uitzendingen trouwens gevoelig meer kijkers – maar ook over de appreciatie: de klassieke media worden tijdens de coronacrisis als betrouwbaarder gezien dan de new kids.

“Er is nog iets: tijdens de coronacrisis heeft de nieuwsdienst ook een soort van zorgende rol op zich genomen. We werden overspoeld door mails – niet honderden, maar duizenden. Er waren complimenten en er waren bedenkingen, maar er waren vooral vragen. En ik maak me sterk dat het merendeel van die vragen beantwoord werd: door ze in onze uitzendingen aan de wetenschappers en de politici te stellen, of door die mails gewoon zélf te beantwoorden. Ik vind het een heel fijne gedachte dat Vlaanderen de afgelopen maanden iets aan de VRT heeft gehád.”

Dat komt niet ongelegen nu er onderhandeld moet worden over ingrijpende besparingen. Of zijn die geen issue op de nieuwsdienst?

De Vilder: “Natuurlijk wel. We hebben de afgelopen jaren ons deel van de besparingen al gehad, hè: we zijn met steeds minder mensen steeds harder gaan werken. Want terwijl de middelen kleiner werden, werden de verwachtingen groter: het nieuws gaat zoveel sneller dan tien jaar geleden, en tegelijk is er nood aan veel meer factchecking. En ondertussen moeten we er ook voor zorgen dat we de mensen bereiken die niet meer voor hun tv gaan zitten voor een journaal.

“Ik heb er vertrouwen in dat de mensen aan de onderhandelingstafel ook gezien hebben dat de VRT in crisissituaties meer dan z’n mannetje staat – dat we in zo’n cruciale periode heel erg tegemoetkomen aan wat de bevolking van ons verlangt. En dat het dus bijzonder jammer zou zijn als er ons nóg eens een rib uit het lijf gesneden wordt.”

‘1,8 miljoen Vlamingen keken op 27 maart naar 'Het journaal'. Het deed deugd om te merken dat Vlaanderen in bizarre tijden nog steeds heel erg op zijn openbare omroep leunt.’Beeld RV

30 MAART EEN MEISJE VAN 12

Het is 30 maart, nog 5 minuten en De Vilder zal zich weer onberispelijk door het nieuwsbulletin van zeven uur articuleren. Naast hem werpt Steven Van Gucht – zo meteen zijn studiogast – nog een laatste blik op zijn smartphone. De Vilder ziet de geruststellende vastheid uit het gezicht van de viroloog verdwijnen. Hij heeft een berichtje gekregen, en er is iets in hem geknapt.

De Vilder: “Ik vroeg hem wat er aan de hand was, maar Van Gucht wilde alleen kwijt dat het slecht nieuws was. Ik drong nog even aan – niet dat ik zo’n indiscrete man ben, maar ik was bang dat ik niet helemaal up-to-date zou zijn. Dat er belangrijke nieuwe informatie was, en ik Het journaal zou beginnen zonder daarvan op de hoogte te zijn. Maar Van Gucht kon er nog niets over kwijt, zei hij me – alleen dat het nieuws was dat vooral voor ouders als een kogel in het hart zou voelen.

“De volgende ochtend hoorde ik Van Gucht op de dagelijkse persconferentie over de coronacijfers meedelen dat er een meisje van 12 was gestorven. En ik zag hoe erg het hem aangreep. Dat is iets belangrijks dat we niet mogen vergeten: al die wetenschappers doen meer dan tabellen lezen en statistieken becijferen. Ze zijn in de eerste plaats mensen – mensen die verdrietig worden van de gedachte aan een meisje van 12 dat sterft.”

In een aangrijpende column merkte Knack-journalist Peter Casteels op dat ‘enkel een 12-jarig meisje kon ontsnappen uit de anonimiteit van de dagelijkse persconferentie’. Het is waar: de meer dan 9.600 Belgische coronadoden doen een curve bewegen. Maar hun gezichten zien we niet, hun levens kennen we niet.

De Vilder: “Inderdaad, al geloof ik niet dat we dat de media kunnen aanwrijven. Het is de grote tragiek van corona: er wordt gestorven achter gesloten deuren. Het speelt zich allemaal af achter de muur van het ziekenhuis of het woon-zorgcentrum, en daar is zelfs de familie niet welkom – laat staan een journalist. Dat maakt inderdaad dat we bezig zijn met hoe de curve evolueert, en hoe het beleid zich daarnaar hoort te plooien. En dus: dat al die doden samen een abstract cijfer vormen als er in je eigen omgeving niemand getroffen is.”

Is dat bij jou het geval?

De Vilder: “Ik ken niemand die aan corona gestorven is. Maar een goeie vriend van me heeft wel twee dagen doorgebracht op een Covid-19-afdeling. Hij had de symptomen, en de huisdokter stuurde hem naar een triagepost. Hij werd vervolgens ondergebracht op zo’n afdeling, en beleefde daar twee akelige, bevreemdende dagen. Mijn vriend vertelde me hoe ingrijpend het is om plots als een gevaarlijk object gezien te worden. Niet dat het medisch personeel onvriendelijk was – integendeel, zei hij – maar door het gigantische gevaar op besmetting bestaat er alleen maar afstand, afstand, afstand op zo’n afdeling. Hij voelde zich een ex-bewoner van de wereld. Gelukkig kwam na twee dagen het verlossende nieuws: hij was níét besmet, en mocht weer zijn leven in.”

15 APRIL: HET HONDJE VAN MARC

Op 15 april is het Goedele Wachters die vanachter de journaaldesk de nieuwe verlenging van de maatregelen verslaat. Het is één van de weinige nieuwsuitzendingen waarin géén viroloog aanschuift om te duiden, te kaderen, te interpreteren, te waarschuwen, te sussen of de truien uit de najaarscollectie van 1973 te presenteren.

De Vilder: “Voor virologen en andere wetenschappers moet dit toch het hoogtepunt van hun carrière zijn – het summum van de passie waar ze zich al een leven lang aan wijden. En tegelijk is het allemaal hoogst ellendig: ze kunnen onmogelijk staan juichen omdat een pandemie de wereld in een houdgreep neemt. Ik wil dat soort vragen niet uit de weg gaan in In de greep van het virus. Deze, bijvoorbeeld: we bidden met z’n allen dat een tweede golf uitblijft, maar zou het voor de virologen niet verschrikkelijk interessant zijn als die er wel komt? Om te zien of mensen dan even ziek worden? Of er immuniteit opgebouwd is, dan wel of het virus net harder toeslaat bij mensen die het eerder gehad hebben?”

Al die experts verzetten bergen: het lijkt wel alsof ze de klok rond werken.

De Vilder: “Ze hebben hun baan met die gigantische verantwoordelijkheid, ze moeten zich staande houden in een wereld van onberekenbare en nerveuze politici, en ze moeten het allemaal ook nog eens helder komen uitleggen aan de bevolking: ik vind dat een imponerende spreidstand, en ik durf me niet af te vragen hoe moe die mensen zijn.

“We hebben ontzettend veel geluk gehad met de wetenschappers die een volgspot op zich hebben gekregen: stuk voor stuk zijn het mensen die niet alleen erg beslagen zijn in hun vak, maar ook nog eens heel communicatief blijken. Ik heb al vaak met open mond zitten luisteren naar hoe helder wetenschappers en artsen complexe materie kunnen vertalen. En ook: hoe ze zich voortdurend bewust zijn van het precaire evenwicht tussen waarschuwen en angst zaaien. Ik vond het intrigerend om te zien hoe mensen als Marc Van Ranst soms kleine, quasi-nonchalante ballonnetjes oplieten, ter voorbereiding van grotere, explicietere mededelingen die later zouden komen. Ik herinner me Van Ranst die in een journaal in een bijzinnetje achteloos liet vallen dat onze zomer niet zou worden wat we ervan verwachtten. Dat was een eerste zaadje, geplant om later te oogsten – een voorzichtige opmaat naar de expliciete mededeling dat verre reizen onmogelijk zouden zijn deze zomer, en dat festivals en grote sportevenementen verboden zouden worden.”

Is het op zo’n moment moeilijk om als journaalanker je positie te bepalen? Moet je meedenken met de viroloog, het algemeen belang indachtig? Of moet je je journalistieke reflex volgen, en tussenbeide komen: ‘Hola, wat zegt u daar?’

De Vilder: “Da’s een moeilijke, ja. Ik heb erover nagedacht in het begin van de crisis, en kwam tot de conclusie dat mijn allerbelangrijkste taak als anker deze is: de bevolking correcte en heldere informatie bezorgen, en dat zonder paniek te zaaien. In het begin hield dat in dat we de experts vooral lieten vertellen. Dat kon ook niet anders, denk ik: de wereld van virussen en epidemieën was grotendeels onbekend terrein voor journalisten. Na verloop van tijd evolueerde het: hoe langer het allemaal duurde, en hoe meer informatie er beschikbaar was, hoe belangrijker het werd om ook wetenschappers eens een kritische vraag te stellen. Er is een soort van machtsoverdracht geweest, hè: politici delen de sleutels van het land nu met de experts. Dan moet je hun af en toe ook eens een niet zo evidente kwestie voor de voeten werpen.”

Los van het vraagstuk of het wenselijk is dat wetenschappers een stuk politieke macht krijgen, vind ik het wel een verademing, dat kransje nieuwe persoonlijkheden op televisie. Verrassend genoeg blijken die wetenschappers ook minder saai dan politici.

De Vilder(glimlacht): “Die uitspraak is voor jouw rekening, hè. Maar het is waar: doordat de experts bijna dagelijks in de Vlaamse huiskamers verschijnen, komt een stukje van hun persoonlijkheid bloot te liggen. En je merkt dat mensen hun voorkeuren en antipathieën daar voor een stuk op bouwen. Nu, ik kan niet zeggen dat ik al een persoonlijke band heb opgebouwd met die wetenschappers, hoe vaak ze ook naast me zitten. Het journaal is sowieso geen programma waarbij er na de uitzending vrolijk geborreld wordt, en al zeker niet in deze tijd. Het gaat allemaal zo snel, het is zo hectisch. Zo’n viroloog glijdt vaak pas een minuut voor aanvang op zijn stoel, en is meteen na de uitzending weer weg.”

Er is dus geen tijd om pakweg Marc Van Ranst te vragen hoe het met zijn hondje gaat?

De Vilder (lacht): “Ik weet niet eens of Marc Van Ranst een hondje hééft.”

‘Ondanks de tragiek hadden de eerste weken van de lockdown iets moois. Het virus verenigde mensen, zorgde voor eendracht. Maar toen het zich begon terug te trekken, werden ook de scheuren en barstjes weer zichtbaar.’Beeld Johan Jacobs

24 APRIL: MICROBIOLOOG? MEEKOMEN!

Het is 24 april en de hoofdact laat op zich wachten. De Nationale Veiligheidsraad is in conclaaf geweest, heeft belangrijk nieuws over de eerste versoepelingen van de lockdown, maar slaat dan aan het klunzen: ‘Siri, hoe maak ik een Powerpoint?’ Halverwege de avond besluiten ze bij de VRT om met Het journaal toch maar op antenne te gaan, ook al is het onduidelijk wanneer de persconferentie zal beginnen, en is er dus géén scenario, en géén rijtje geboekte gasten. Wanneer Steven Samyn, hoofdredacteur duiding, microbioloog Herman Goossens door de gangen ziet lopen – hij is te gast geweest in een ander programma, en nu op weg naar huis – schiet hij hem aan: ‘Meneer Goossens! We maken een extra journaal. Wilt u alstublieft meekomen?’

De Vilder: “Goossens kwam de studio binnen, ging zitten, en kon nog net fluisteren: ‘Wat is de bedoeling precies?’ Het typeert de hectiek van die dag. Op het einde van de avond keek ik terug op een uitzending waarvan ik drie uur eerder niet wist dat ik ze zou maken. Het was improvisatie, de hele tijd – en ondertussen maar hopen dat die persconferentie zou beginnen.

“Tegelijk was het niet zo dat ik onbeslagen op het ijs kwam. Ik had er vooraf rekening mee gehouden dat die persconferentie op zich kon laten wachten, en had me op een heel analytische manier voorbereid. In mijn hoofd zat een schuifje gezondheid, een schuifje economie, een schuifje onderwijs – en afhankelijk van wie ik aan de studiotafel zag opduiken, moest ik de juiste lade opentrekken. Het was zwemmen, en gelukkig kón ik al zwemmen. Maar toch: voor het eerst ging ik van het ondiepe naar het diepe bad.”

Die marathonuitzending zonder script is het extreemste voorbeeld, maar je hebt de hele tijd hard gewerkt: er waren extra journaals, en de klassieke bulletins duurden langer dan gewoonlijk. Hoe hield je je hoofd fris?

De Vilder: “Ik heb veel gesport – ik ben nog vaker dan anders gaan joggen. En elke avond thuiskomen, en met mijn man een glas wijn drinken: dat hielp ook. Corona hield hem uiteraard ook bezig, maar hij had wel telkens een ándere dag gehad dan ik, en dat bracht relativering. Toch moet ik toegeven dat het net het werk was dat me hielp om mentaal gezond te blijven. Ik wilde vooral dáár zijn, op de redactie, me helemaal onderdompelen in het nieuws. (Denkt na) Ik ben geen vakidioot, hoor. En al zeker niet zo’n nieuwslezer die zichzelf wijsmaakt dat hij een hogere kunst beoefent. Het is eerder... Weet je, dankzij mijn werk kan ik omgaan met de somberheid die bij corona hoort. Dat had ik eerder al gemerkt, lang voor het virus: bezig zijn met de actualiteit, ze zo kneden tot een ander er iets aan heeft, is mijn manier om er niet onder te bezwijken. Ik vrees dat ik nogal vatbaar ben voor de treurigheid van de wereld. Dat ik die niet gewoon moet ondergaan, maar er nuttig mee aan de slag kan voor een publiek, hélpt me.

“Het neemt niet weg dat ik al nadenk over de ellendige nasleep van corona. Uit die lockdown raken is één ding, maar hoelang gaan we in Het journaal nog berichten over de gevolgen? Héél lang, hè. De ontslagen, de faillissementen, de mentale schade, de financiële strop: ik kijk er niet naar uit.”

11 MEI: SCHEUREN EN BARSTJES

De afbouw van de lockdown gebeurt gradueel, maar de cruciale stap associëren we met 11 mei. Dan mogen de winkels weer open, en herstelt het straatbeeld zich. Ondertussen kent ook het gezanik zijn heropstart: op sociale media staat iedereen weer, broek op de enkels, met zijn of haar kleine fluit te zwaaien. Roepen, ruzie- maken en grijnzend toondoof zijn: de kittigheid is terug. Solidariteit is een deken dat snel gaat rafelen.

De Vilder: “Ondanks de tragiek hadden de eerste weken van de lockdown iets moois. Het virus verenigde. Ik vond het ontroerend om te zien hoe groot het samenhorigheidsgevoel was, en hoe het vage geloof ontstond dat we met z’n allen ánders uit de crisis zouden komen – wat zachter, misschien, wat minder happig op conflict. Het hielp natuurlijk dat het virus gewoon een virus was: je kon er niet over van mening verschillen. Maar zodra dat virus zonder kleur, godsdienst of politieke overtuiging zich begon terug te trekken, verdween ook een deel van de eendracht bij de mensen. De scheuren en barstjes werden weer zichtbaar.”

Aanvankelijk geloofden we dat we allemaal in hetzelfde schuitje zaten. Maar dat was een illusie.

De Vilder: “Inderdaad. Wat we deelden, was de mogelijkheid om een slachtoffer te worden. Maar niet iedereen wérd een slachtoffer. Er waren mensen die ziek werden en mensen die gezond bleven. Mensen die stierven en mensen die beter werden. Mensen voor wie de lockdown een kwelling was en mensen die genoten van de luwte. Je kunt niet zeggen dat we met z’n allen even grote slachtoffers zijn: een podiumbouwer die technisch werkloos is geworden en z’n oma heeft verloren aan corona, is veel zwaarder getroffen dan een nieuwslezer die gewoon is blijven werken en van niemand afscheid heeft moeten nemen.

“De samenleving is dus niet plots één gelijkmatig ademend lichaam geworden, maar toch geloof ik dat er dingen blijvend anders zullen zijn. We zullen bijvoorbeeld nu allemaal wel gezien hebben hoe belangrijk een goed werkende gezondheidszorg is, toch? We hebben ons systeem altijd for granted genomen – het was logisch dat het er was, niet iets waar we bijzondere acht op sloegen. Tot het moment kwam waarop die sector de crisis moest dragen, bevechten én overwinnen. Dat er in onze gezondheidszorg zoveel knappe koppen rondlopen, en zoveel anonieme, vaak onderbetaalde maar heel begeesterde mensen, daarvoor mogen we onze twee pollekes kussen – maar liefst niet wanneer we die net met alcoholgel ingewreven hebben, uiteraard (lacht).”

15 MEI: PA EN MA GAAN WINKELEN

De ouders van De Vilder zijn tachtigers, en dus voorzien van een labeltje: De Risicogroep.

De Vilder: “Ik voelde toch wat bezorgdheid, ja. Bij het begin van de lockdown belde ik met mijn broer: we zouden vader en moeder toch duidelijk maken dat ze écht thuis moesten blijven? En dat wij de boodschappen wel zouden doen? Ik had wat tegenstand voorzien, de bewering dat ze dat heus zélf nog wel konden doen. Maar die kwam er niet: onze ouders zagen het risico, en ze lieten mijn broer en mij een beurtrol opstellen voor de boodschappen. Dat liep goed, en sinds de versoepelingen gaan ze weer zelf.”

Je moeder behoort om nog een tweede reden tot de risicogroep: ze is hartpatiënte.

De Vilder: “Acht jaar geleden voelde ze zich op vakantie in Duitsland niet lekker. Ze ging op bed liggen, en mijn vader haalde er een dokter bij. Toen die er eindelijk was, had hij zijn conclusie meteen klaar: ‘Het is te laat. Uw vrouw is net overleden.’ Mijn vader – ook op zijn tachtigste een heel daadkrachtige man – werd opstandig en begon haar te reanimeren. Dat sloeg aan, de dokter nam het over, en mijn moeder werd naar het ziekenhuis gebracht. Ze moest geïntubeerd worden, en lang zag het er zeer slecht uit – als ze er al uitkwam, was de vraag hoe precies.

“Mijn broer en ik zijn toen meteen naar Duitsland gereisd, en hebben er samen met mijn vader tien dagen aan het ziekbed van onze moeder doorgebracht. Ik ben van nature iemand die makkelijk een tunnel binnenloopt: ik kan heel obsessief bezig zijn met één ding. En als dat ene ding de coma van je moeder is, het voortdurende hopen op het beste en vrezen voor het ergste, ja... Dat zijn dagen van verhevigd leven, hè: zoveel gevoel, samengebald in een korte tijd en op een kleine ruimte. Ik ben voortdurend met de wereld bezig – omdat het mijn beroep is, maar vooral mijn passie – maar in die tien dagen zat ik onder een stolp: er was mijn moeder, en alleen mijn moeder.

“Op het moment dat ze van de beademing werd gehaald, wisten we niet hoe het met mama ging – de kans was reëel dat ze alleen nog een plant zou zijn. Op het moment dat ze weer bij bewustzijn kwam, heb ik mijn hand in de hare gestopt, en gevraagd: ‘Mama, als je mij hoort, als je mij begrijpt: knijp je dan even in mijn hand?’ En toen ik een seconde later dat kneepje voelde... Dat was puur geluk dat door mijn lichaam straalde.”

Je moeder herstelde gelukkig volledig. Hebben die tien dagen aan het ziekbed je relatie met je ouders veranderd?

De Vilder: “De band is nooit slecht geweest – ik heb goeie, fijne ouders. Alleen: in de jaren 80 als homo uit de kast gedonderd komen, dat was allesbehalve evident. Mijn ouders aanvaardden het, maar ze moesten wel een heel proces door. Daardoor zijn ze lang niet mijn eerste aanspreekpunt geweest. We keerden ons niet af van elkaar, hoor, maar mijn kwetsbaarheid kon ik niet bij hén opbergen.

“De jaren hadden sowieso al goed werk gedaan, en na die hartaanval van mijn moeder keerde het helemaal: het is allemaal nog zoveel hartelijker en gulziger geworden tussen ons. Dat mijn moeder er nog is, is een geschenk dat mijn ouders elke dag vieren. En mijn broer en ik doen hetzelfde. Als er dan plots een virus op je dak valt, doe je de boodschappen voor je ouders niet uit een vaag plichtsgevoel. Neen: het wordt iets dat je absoluut wilt. Want er is leven en er is liefde, en samen is dat zoveel waard – dat wil je verdomme toch niet verkwanselen?”

In de greep van het virus, te zien op VRT NU

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234