Maandag 21/06/2021

InterviewTv-maker Dieter Coppens

‘Ik heb soms te veel vertrouwen in mensen’

Dieter Coppens: ‘Mijn ouders waren huisarts en psycholoog en konden dus goed luisteren. Ze brachten ons respect bij. Luister naar andere meningen, waarom denkt die persoon zo?’ Beeld Carmen De Vos
Dieter Coppens: ‘Mijn ouders waren huisarts en psycholoog en konden dus goed luisteren. Ze brachten ons respect bij. Luister naar andere meningen, waarom denkt die persoon zo?’Beeld Carmen De Vos

Met drie tieners in huis staan de opvoedskills van Dieter Coppens (43) uiterst scherp. Moedig gaan de tv-maker en zijn vrouw in tegen de heersende tijdgeest. ‘Wij leren onze kinderen om ervan uit te gaan dat iedereen goed is.’ Ook op zijn eigen jeugd blikt hij met gezonde heimwee terug. Komt dat even mooi uit, als je een opvoedingsprogramma maakt dat De wonderjaren heet.

Omdat een mens ook te vroeg voor een interview kan ­opdagen, wandel ik om de hoek bij Dieter Coppens even het Zoerselbos in en uit. In een rechte lijn, heen en terug naar de auto, zodat ik zeker niet de weg kwijtraak. Mocht ik hem zijn, dan zou ik met elke passant een vriendelijk praatje kunnen slaan. In de plaats daarvan denk ik, telkens als ik iemand kruis, aan eventuele slechte bedoelingen. Of ik gok dat anderen mij van slechte bedoelingen verdenken en dwing mezelf daarom zo vriendelijk mogelijk ‘goeiemorgen!’ te knikken. Om maar te zeggen, wat lijkt het me heerlijk om Dieter Coppens te zijn.

BIO * geboren op 23 januari 1978 in Zoersel * studeerde grafisch ontwerp aan Sint Lucas in Antwerpen * maakte o.m. het programma De poolreizigers met zijn neef ­Mathias Coppens (2004) en Hello Goodbye! (2009) * won met de reeks Down the Road een Gouden Roos en een AIB ­Impact Award (2019) * presenteert vanaf woensdag met Siska ­Schoeters De wonderjaren op Eén * woont in Zoersel, is getrouwd met Rut en heeft drie kinderen

Herinnert u zich de naturel waarmee hij in Hello Goodbye, een van zijn eerste programma’s, mensen ­aansprak in de luchthaven? Ook in Down the Road bleek hij een en al ­empathie. Zijn nieuwste programma, De ­wonderjaren, dat hij samen met Siska Schoeters voor Eén maakt, gaat over opvoeden. “Maar we wijzen niet met het vingertje,” zegt hij, “want er bestaat natuurlijk niet één handleiding. We focussen vooral op hoe een kind in elkaar zit, waarom het op een bepaalde manier kan reageren.

“Zo schreef een moeder dat haar vijfjarige graag met de Playmobil-bus speelde, maar altijd het zwarte poppetje ­achteraan in de bus zette. ‘Moet ik me zorgen maken over racisme?’, vroeg ze zich af. Om een antwoord te vinden, doen we een experiment uit de jaren 40 over: ‘Black doll, white doll’. Kinderen uit een gemengde school krijgen twee poppen te zien, een zwarte en een witte, en wij stellen ­vragen. Wie is de flinke pop? En de stoute? Ik ga de uitkomst niet verklappen, maar veel kijkers zullen verrast zijn.”

Hoe waren jouw eigen kinderjaren?

“Ik ben mijn ouders heel dankbaar. Ik kom uit een warm nest, het waren echte wonderjaren. Ze hebben dat heel goed gedaan, met al hun gebreken, zoals alle ouders.”

Riepen ze veel?

“Nee, maar ze zetten ons regelmatig op onze plaats. Een keer was ik heel boos en trok ik de deur zo hard achter me dicht dat die in duizend stukjes uiteenviel. Toen is mijn vader ontploft – en terecht.

“Roepen is niet zo erg, zolang het niet te vaak gebeurt en je achteraf sorry zegt. Je wilt het altijd beter doen dan je eigen ouders, zo legt een jeugdpsychiater uit in De wonder­jaren, dus mag je het ook niet té goed doen – anders laat je geen ruimte voor verbetering voor je kinderen als zij ouders worden. Ik heb de reputatie empathisch te zijn, en dat ben ik, maar ik verlies thuis soms ook mijn geduld.”

Je bent in deze buurt opgegroeid. Was je vrij om rond te hossen in de bossen?

“Enorm. Onze ouders hadden een bel om ons ’s avonds naar binnen te roepen. Of we hoorden de buurvrouw: ‘Coppenskes! Etenstijd!’ Op school kregen we les van ­meester Cockx, die conservator was van de Kooldries, een klein natuurreservaat in Brecht. Daar mochten we soms in de nestkastjes kijken en een keer nam hij een gewonde ­buizerd mee naar de klas, die hij dan later naar de ­dierenarts bracht.

“Rond mijn tiende visten mijn broer en ik voor hem op meerval in de kleiputten van de Kooldries. Iemand had ze uitgezet, maar die exoten zorgen ervoor dat andere vissen eraan gaan. We vertrokken ’s ochtends en fietsten van Zoersel naar Brecht; mijn vader had een karretje laten ­lassen voor achter onze fiets. Zo waren we hele dagen weg, aan het vissen – en dat zonder gsm.”

At je de vissen op?

“Die kan je niet opeten door het slijk. We moesten hun kop eraf snijden. Af en toe kwam meester Cockx langs: ‘Goed bezig!’”

Wilde je toen al de natuur redden?

“Als het in het nieuws over het Amazonewoud ging, kreeg ik vaak een krop in de keel. Hoe kunnen mensen dat bos ­vernietigen, terwijl het voor zuurstof zorgt?

“Mijn rechtvaardigheidsgevoel heb ik mee van thuis. Als kind hingen wij overal rond, dus we wisten ook waar er vogelvangers zaten. Zij vingen goudvinken en andere vogels om ze te verkopen. Dat deden ze door een vogeltje vast te ­zetten op de grond, aan een koordje, en een soort klapnet te spannen. Mijn broer en ik gingen die vallen ­vernietigen en de vogels bevrijden. De adrenaline gierde door ons lijf. We ­hebben heel wat werk verzet, toen.”

Welke waarden gaven je ouders je nog mee?

“Mijn vader was huisarts en mijn moeder psycholoog. Ze konden dus goed luisteren, en brachten ons respect bij. Luister naar andere meningen. Waarom denkt die persoon zo? Beeld je de context in.

‘Je moet je kinderen durven loslaten. Natuurlijk praten mijn vrouw en ik over de mogelijke gevaren, maar we leren hen ervan uit te gaan dat iedereen goed is. Dat is de basis.’ Beeld Carmen De Vos
‘Je moet je kinderen durven loslaten. Natuurlijk praten mijn vrouw en ik over de mogelijke gevaren, maar we leren hen ervan uit te gaan dat iedereen goed is. Dat is de basis.’Beeld Carmen De Vos

“Een keer nam mijn moeder een paar punkers mee die stonden te liften. Ze zaten vooraan, naast haar. De blauwe hanenkam van die gast kwam tot tegen het dak. Ze kwamen me lichtjes bedreigend over dus ik zat achteraan, klaar om in te grijpen voor moesten ze mijn mama iets aan willen doen. Dat iemand er anders uitziet, wil niet zeggen dat hij of zij slechte bedoelingen heeft, legde mama daarna uit. Dat was een belangrijke les. Nadien heb ik nog eindeloos veel gelift.”

Je liftte later voor het programma De poolreizigers de hele wereld rond met je neef, Mathias Coppens.

“Niks is heerlijker dan bij een vreemde in de auto te stappen en een gesprek aan te knopen. Liften is dood, hoor je soms. Ik denk dat het nog wel kan. Alleen worden we door die continue stroom aan slecht nieuws zo bang voor elkaar, onterecht.”

Heb je thuis geleerd om anderen te vertrouwen?

“Ik denk het. Ik zou iedereen vertrouwen. Soms heb ik te veel vertrouwen, maar ik vind het goed zo.

“Voor De poolreizigers waren Mathias en ik vier maanden onderweg. We dachten dat Canada relaxter zou zijn dan de VS. Maar meteen nadat we bij een chauffeur waren ingestapt merkten we dat er iets met hem scheelde. Hij riep: ‘Shut up! Stop filming!’ Dan krimp je in elkaar. Even later ritste hij zijn jas open en zag ik een pistool zitten. Waarna ik begon te ­liegen over hoe een deel van onze crew voor ons reed en een deel achter ons, om duidelijk te maken dat hij niet zomaar eender wat kon doen. Ik heb antennekes om mensen en situaties aan te voelen, maar na vier maanden waren die gewoon afgestompt en stapten we met zowat iedereen in de auto, alles was avontuur.”

Wilde je altijd al voor tv werken?

“Ik wilde bioloog worden. Maar toen ik de cursussen zag die je vanbuiten moest leren, hoefde het niet meer. Ik had het al lastig genoeg gehad op het college, met die droge manier van ­lesgeven. Dus ik ging voor iets totaal anders: grafisch ­ontwerp aan Sint Lucas in Antwerpen.”

Was het een grote stap, van zo’n idyllische jeugd in de natuur naar de stad, met - zoals sommigen menen - alle drank en drugs die je daar vindt?

“In dorpen heb je ook cafés, hè. Vanaf het derde middelbaar gingen we iedere vrijdag na school naar café ’t Hofke in Westmalle. En maar stoer doen. Iedereen wilde trakteren, de pintjes bleven komen.”

Wow, jullie trakteerden elkaar al. Hadden jullie daar de centen voor?

“Ik denk dat we al ons zakgeld in de strijd gooiden. (lacht)

Met neef Mathias Coppens in het programma 'De Poolreizigers'. Beeld Medialaan
Met neef Mathias Coppens in het programma 'De Poolreizigers'.Beeld Medialaan

“Met de fiets gingen we overal naartoe, naar fuiven in al die dorpen. Of we namen als vijftienjarigen op vrijdagavond de trein naar de Ardennen. Daar stapten we van het station richting het bos, om te overnachten in een schuilhut voor wandelaars. Met een groepje van vijf gingen we samen op pad. We kenden elkaar van bij de JNM, de Jeugdbond voor Natuur en Milieu.”

Klinkt als een jongensachtige jeugd.

“Er zaten ook meisjes bij.”

Sorry, seksistische opmerking.

“Ik ben verder wel opgegroeid met drie broers.”

Was een van die meisjes je eerste liefde?

“Nee. Mijn eerste lief leerde ik kennen toen ik in een bandje drumde. Ik stortte mezelf zo hard in die liefde… Heel mooi, maar zestien jaar was achteraf bekeken te jong om ineens drie jaar samen te blijven. Ik kreeg het niet over mijn hart om het uit te maken, wilde haar geen pijn doen. Maar ze was wat jaloers en daar knapte ik op af. Uiteindelijk hebben we het samen uitgemaakt. Ik moet haar nog altijd sorry zeggen omdat ik niet dapper genoeg was.

“Uit elke relatie heb ik iets opgestoken, hoewel ik er maar een paar heb gehad. Ook onenightstands zijn echt niet voor mij weggelegd. Ik heb geleerd dat ik verliefd moet zijn op de hele persoon.

“Op kot ben ik wel helemaal opengebloeid. Hoewel ik in het middelbaar goede vrienden had, voelde ik daar een soort druk. Het eenrichtingsverkeer, het gewoon vanbuiten leren stak me op den duur tegen. Op de hogeschool, in het kunstonderwijs, werden we uitgedaagd om creatief te zijn, anders te denken. De stad was de perfecte plek voor wat creatieve input en om zelfstandig te worden. En op kot kreeg ik er een nieuw gezin bij. Via een kotgenote leerde ik zelfs mijn huidige vrouw Rut kennen.”

Eind vorig jaar werd bij haar baarmoederhalskanker vastgesteld. Hoe zijn jullie daar als gezin mee omgegaan?

“Rut is heel nuchter gebleven en heeft de kinderen stap voor stap uitgelegd wat er ging gebeuren: de operatie, de bijkomende onderzoeken, eventuele nabehandelingen… ‘Is er kans dat je gaat doodgaan?’ ‘Heb je schrik, mama?’ De vragen kwamen direct. Uitzaaiingen waren er op de scans niet te zien, dus waren we wel al gerustgesteld. Mocht een ­operatie niet meteen mogelijk geweest zijn – stel dat het nog in de eerste lockdown geweest was – dan was het een ander verhaal geworden. Voorlopig is het bij die ene operatie gebleven. Dat komt wel even binnen. Je voelt dat iedereen dan ook heel lief is voor elkaar.”

Ben je zelf bang geweest?

(denkt na) “Bwah, ik bleef er ook rustig onder en ging ervan uit dat het goed zou komen. Wel heb ik een paar nachtjes minder goed geslapen omdat het in mijn hoofd aan het malen was. Je moet gewoon even mee in die molen en het stappenplan volgen.”

Jullie zijn al erg lang samen. Lijken jullie op elkaar?

“Nee. Zij is ook avontuurlijk, maar haar vakanties als kind waren wel iets braver. Wij gingen altijd met ons ­omgebouwde Volkswagen-busje op reis. ‘Schoon hè, ­jongens’, ­zeiden mijn ouders als we door de bergen reden. ‘We zullen de schuifdeur openzetten, dan kunnen jullie het uitzicht beter zien.’ Mijn vader had wel een koordje ­gespannen, voor de veiligheid.” (lacht)

Voor 'Down the Road', kreeg Coppens de Gouden Roos. Beeld VRT
Voor 'Down the Road', kreeg Coppens de Gouden Roos.Beeld VRT

“Rut en ik gingen al snel samen op vakantie. Zij had haar rijbewijs al en we reden met een geleende monovolume naar Cap Gris-Nez. We sliepen achterin, met de kofferdeur open. Maar toen ik al liftend Mallorca wilde doorreizen en op de plekken slapen die we tegenkwamen, was dat voor haar net te veel stress. Je vindt daar stalletjes die wijnboeren gebruiken als ze op hun wijngaarden zijn. Perfect om er een matrasje te leggen, vond ik, maar zij niet. Wat als die man hier morgenvroeg staat? Ze heeft toen niet veel geslapen.”

Jij bent echt nooit bang dat mensen boos op je zullen worden, hè?

“Ik kan overal slapen. Al belandde ik met Mathias ooit in Hamburg op een parking van een industrieterrein, nadat een trucker ons daar in het midden van de nacht had afgezet. Naast een doe-het-zelfzaak vonden we een tuinhuisje, een showmodel dat niet op slot was. De volgende ochtend kwamen er af en toe mensen binnen, terwijl wij bleven ­liggen – Mathias had een keelontsteking. Tot er plots vijf Duitsers binnen stonden: ‘Was machst du hier? Raus!’”

Ben je blij dat je zo’n vol leven hebt geleid voor je aan kinderen begon?

“Veel mensen vinden 27 jaar nogal vroeg om papa te worden, maar ik had al veel gereisd en van de vrijheid geproefd. Ik wist natuurlijk niet dat het grootste avontuur nog moest beginnen. Kinderen! Opvoeden! Ons idee was wel: als we er op tijd aan beginnen, kunnen we later weer met ons tweetjes de wereld in. Het is bijna zover. Ze zijn 16, 14 en 12.”

Hoeveel vrijheid durf je je kinderen te geven?

“Je moet ze loslaten. Natuurlijk praten we over mogelijke gevaren, maar we leren onze kinderen om ervan uit te gaan dat iedereen goed is. Dat is de basis. Voel je dat er iets niet pluis is, wees dan alert. Ze mogen naar hun knuffelcontact fietsen, ook in het donker.

“Bij de oudste twee dacht ik vroeger wel: oei, dochters. Wat als ze thuiskomen met een vriendje, wat met de eerste keer seks? Maar mijn kinderen zijn wijs genoeg. Zolang ze op dezelfde snelheid zitten als hun lief om de liefde te ­ontdekken, hoef ik me geen zorgen te maken.”

Komen onderwerpen als sexting aan bod in De wonderjaren?

“Nu niet, maar in het tweede seizoen kunnen we nog veel thema’s behandelen. Uiteraard hebben we daar thuis over gepraat, zoals bij veel gezinnen. Hoe erg het ook is voor de BV’s die zich lieten vangen, laat het dan tenminste een les zijn. Ik denk dat mijn kinderen wijzer zijn geworden over hoe snel je je kan laten misleiden. Hopelijk zijn ze zich nu bewust van de gevaren, van het feit dat beelden nooit meer verdwijnen. Ik was verbaasd over de redenering: iedereen doet het, dus het is oké. Je weet nooit hoe een ­relatie ­eindigt. Hoe boos, flauw of rancuneus iemand kan worden.

Dieter Coppens en Siska Schoeters presenteren het nieuwe Eén-programma ‘De wonderjaren'. Beeld © VRT - Thomas Geuens
Dieter Coppens en Siska Schoeters presenteren het nieuwe Eén-programma ‘De wonderjaren'.Beeld © VRT - Thomas Geuens

“Mijn ouders stammen uit een generatie waarbij seks voor het huwelijk niet mocht. Toch waren zij er open over. We mochten vragen stellen en mijn vader maakte moppen. ‘Allez, mannen. Onder dit dak heeft iedereen toch voor de eerste keer gemasturbeerd en de eerste keer seks gehad...’ We maken ook grapjes over masturberen. Zonder dat ik hier ga zeggen wie er allemaal masturbeert, hè.”

Maar als ze klein zijn…

“… masturberen ze allemaal! (lacht) Maar masturbatie is ook nog taboe.”

Zeker bij de alt-right. Heb je dat gelezen?

“Het mag niet, hè. Er moet altijd penetratie zijn, anders ben je geen man. Waanzin.”

Over echte mannen gesproken. Weet je welk programma ik alweer vergeten was? M!LF!

“Het Man Liberation Front! Dat ging over wie ‘het meeste man’ was en over de man die bevrijd moest worden. Het was een grap, maar wel een fout programma dat nu niet meer zou ­kunnen. Met schaarsgeklede vrouwen in de ­studio, nee? Mij hadden ze gevraagd voor de proeven ­buiten, zoals met een bulldozer rijden en een kip vangen.”

Volgens het M!LF strijken echte mannen hun eigen hemden niet, scheren ze hun ballen niet en drinken ze bier en geen kruidenthee. Drink je nooit kruidenthee?

“Jawel, jong. Heel graag zelfs.” (lacht)

Waar ik van opkeek, was hoe je, in dezelfde periode, in De Morgen uitlegde waarom Vrouwendag niet meer nodig was. Je vergeleek het met een dag van de klant of eentje voor huisdieren.

(lacht) “Dat weet ik echt niet meer, ik denk dat ik me niet bewust was van hoeveel werk er nog is. Het toont vooral ­voortschrijdend inzicht. In De wonderjaren zit een aflevering over genderstereotiepen, zoals: jongens zijn sterk en meisjes slap. Wij doen de test, met zes- en zevenjarigen. Ze moeten om ter hardst op een kop-van-jut slaan, nadat ze eerst ­hebben ingeschat hoe ze het zullen doen. Op het einde zien de jongens misschien een resultaat dat niet aan hun ­verwachtingen voldoet.

“Als grafisch ontwerper geef ik ook boekjes uit om ­jeugdherinneringen in te noteren. In een van de eerste, Mijn vliegende vrienden, stond een portret van een piloot en een stewardess, om aan te vullen. Van de piloot kon je met wat goede wil nog een meisje maken, maar van de stewardess kon je ­moeilijk een jongen maken. We zitten allemaal vol ­stereotiepe gedachten. In De wonderjaren bezoek ik een gezin dat genderneutraal opvoedt, maar als ouders heb je ook maar een beetje invloed.”

Mogen jouw kinderen – of misschien vooral je zoon – huilen?

“Uiteraard. Vorige week waren we aan het pingpongen toen ik hem vroeg of hij het nieuws had gehoord over de moord op de homoseksuele man uit Beveren. Hij stopte met spelen en stond perplex. ‘We moeten toch iedereen respecteren,’ zei hij, ‘iedereen moet zijn geluk vinden…’ Ik zag hoe hij er echt niet goed van was. Met zijn twaalf jaar gaat het kind er ­stilaan uit, het stoere kereltje komt wat naar boven. Maar hij zat vol verdriet en ongeloof. Zo’n reactie vind ik goed. Het zit dan toch gezond in het kopke.”

Hoeveel van je idealisme geef je mee aan je kinderen?

“Ze zien hoe ik in het bos weleens mensen aanspreek: ‘Mag ik uitleggen waarom u uw hond beter niet laat loslopen?’ Dan vertel ik dat reeën kunnen sterven van de stress, en dat honden broedende vogels kunnen verstoren. De natuurgebieden die we hebben, zijn al zo klein. Sommige mensen reageren goed, anderen minder. Mijn kinderen staan soms met het schaamrood op de wangen. Maar het is sterker dan mezelf.

“Toen ze me als ambassadeur voor Mei Plasticvrij vroegen, waarbij je een maand lang zo weinig mogelijk plastic gebruikt, heb ik niet getwijfeld. Ik vertel mijn ­kinderen over hoe dingen niet altijd zijn wat ze lijken. Waarom verkoopt een tandpastamerk in Canada tandpasta zonder microplastics, maar in Europa niet? Of ik leg het ­verhaal uit achter Mooimakers (Vlaams initiatief tegen ­zwerfvuil en sluikstort van o.a. OVAM, red.).”

Wat is er mis met die campagne?

“Natuurlijk hoort vuilnis in de vuilnisbak. Als ik ga lopen, kom ik altijd terug met mijn handen vol. Maar de industrie lobbyt al jaren om geen statiegeld te moeten invoeren, ­hoewel dat veel zwerfvuil zou voorkomen. Ze geven liever geld aan een campagne als Mooimakers. Wij sorteren ons afval en Fost Plus haalt de zakken op, terwijl een groot deel niet wordt gerecycleerd maar bij het restafval of in het ­buitenland belandt. Intussen blijft de industrie goedkope verpakkingen produceren.

“Ik probeer mijn kinderen inzicht te geven in die ­systemen; het draait vaak om geld en macht. Toch wil ik dat ze positief naar de toekomst kijken. Samen kunnen we de boel veranderen. (opgewekt) De plastic fruitzakjes zijn toch al weg uit de winkel. Ik wil geen zagevent zijn, maar we ­moeten onze stem laten horen.

“Soms hou ik me in. Toen ik de jongste van volleybal met de fiets ging ophalen, was ik te vroeg. Er kwamen drie auto’s aangereden die een kwartier hun motor lieten draaien. En ik heb níks gezegd.” (lacht)

De wonderjaren, elke woensdag om 20.35 uur op Eén

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234