Woensdag 21/04/2021

InterviewFrénk van der Linden

‘Ik heb mijn moeder tien jaar niet willen zien. Ik was de meester van de wrok’

Frénk van der Linden  Beeld RV
Frénk van der LindenBeeld RV

Hoe de liefde een veelkoppig monster is, en hoe je om een conga van schuld, spijt en smart te dansen altijd met twee moet zijn: daarover gaat En altijd maar verlangen, een prachtig boek van journalist Frénk van der Linden (63) – een mens maar niet De Mens – waarin hij de scheiding van zijn ouders, en zijn eigen rol daarin, onder de loep neemt.

Waarom moest En altijd maar verlangen er komen?

Frénk van der Linden: “Ik houd al veertig jaar een dagboek bij. Toen mijn moeder een jaar of tien geleden overleed, merkte ik dat ik me plots tot haar richtte. En toen later mijn vader kwam te gaan, gebeurde precies hetzelfde: het werden brieven aan hun adres. Mijn vrouw Mylou stimuleerde me om consciëntieus met die brieven om te gaan, en om ze, toen ik er een heel pak had, aan een uitgever voor te leggen: ze meende dat veel mensen er iets aan zouden hebben. Nou, daar twijfelde ik zelf sterk aan, maar Mylou had gelijk: inmiddels heb ik in twee weken 700 mails ontvangen, van mensen die hun hele ziel uitstorten. In veertig jaar journalistiek heb ik dat nog nooit meegemaakt. Het bevestigt wat ik al lang vermoedde: in de liefde klunzen we allemáál maar wat.”

Lees ook

Frénk van der Linden koos bij scheiding van zijn ouders voor vader: ‘Grootste fout van mijn leven’

De schuldvraag die onvermijdelijk bij een breuk komt kijken, staat centraal. Ben je er na al die jaren uit waarom het spaak liep tussen jouw ouders?

Van der Linden: “De diepste verklaring is dat mijn vader, een trucker, niet echt kon liefhebben. Hij was apetrots dat hij de mooiste vrouw van de Bollenstreek had – mijn moeder was de Greta Garbo van toen, een soort filmdiva – die ook nog uit een beter milieu kwam. Maar dat is nog iets anders dan iemand ten diepste beminnen. Wij hoorden haar weleens tegen hem zeggen: ‘Jij ligt nog liever onder die vrachtwagen dan onder mij.’ Ze vond hem leuk en charmant, mijn vader had de lach aan zijn kont hangen. Sympathieke vent, zou je zeggen, en dat was hij ook, maar zij kreeg het alras koud bij hem.

“In mij toonde hij al even weinig interesse, als persoon en als journalist. Al mijn interviewbundels stonden op het nachtkastje naast zijn hoofd, maar ze hadden allemaal een rechte rug: hij heeft ze nooit opengeslagen.”

Voor een kind zijn zulke gevoeligheden moeilijk te vatten. Je moeder pleegde overspel en dus gaf je haar de schuld.

Van der Linden: “Tja, als je als kind je moeder in de keuken de liefde ziet bedrijven met een andere man: dat snap je heus wél.

“Ik heb mijn moeder tien jaar niet willen zien. Ik was de meester van de wrok. Ik heb toen ik 13 was zelfs een brief geschreven aan de rechter waarin ik duidelijk maakte dat mijn zusje en ik haar uit mijn leven wilden. Ik ben witheet van woede geweest, en diep verdrietig, ben zo ongeveer door alle stadia gegaan waardoor je kúnt gaan. Tot ik begon te beseffen hoe gelaagd, complex en intens de liefde is. Ondanks mijn koppigheid moest ik uiteindelijk toegeven dat een relatie nooit kon bestaan uit één heilige en één verkapte seriemoordenaar: in de liefde deel je altijd de verantwoordelijkheid.”

Aan je vader schrijf je: ‘Geen ontzag voor gezag, en plezier in het pesten van mannen met sterren op hun pet of strepen op hun mouw: het kan niet anders of ik heb het van jou.’

Van der Linden: “Het eerste interview dat Humo van me publiceerde – ik was 23 – was een gesprek met de toenmalige secretaris-generaal van de NAVO, Joseph Luns. In die tijd waren er in West-Europa grote discussies over Amerikaanse kruisraketten die hier zouden worden geplaatst: hij was voor, en ik, de jonge snaak, tégen, waardoor wij het in het Brusselse hoofdkwartier van de NAVO aan de stok kregen. Die kerel werd zo kwaad dat hij met zijn vuisten op tafel sloeg, waarop zijn secretaresse binnenstormde: ‘Meneer Van der Linden, u moet stoppen met al die kritische vragen, anders krijgt meneer Luns een hartaanval!’ (lacht)

Wat heb je van je moeder?

Van der Linden: “Ik hoop: de empathie. Mijn moeder was een volkse, maar wijze vrouw. Luisteren en in het hoofd en hart van mensen doordringen: dat zit dankzij haar in mijn genen.”

Je moeder zat enkele keren in een gesloten instelling, waar ze elektroshocks kreeg. Heb je daar ooit over gesproken?

Van der Linden: “Ik heb een paar weken geleden een brief van zestig vellen gekregen die mijn moeder aan haar therapeut had geschreven toen zij een jaar of 55 was. Ik durfde ’m een week lang niet te openen omdat ik haar handschrift zag: haar ziel in inkt. In die brief zegt ze dat zij een handvol keren heeft geprobeerd om zich van het leven te beroven. Ik had maar weet van één keer, toen ze op de treinsporen ging staan, en ik schrok me een bult. Het probleem was dat ze totaal wanhopig was door haar liefde voor twee mannen. De artsen zeiden: ‘Je móét kiezen.’ Later zei ze daarover: ‘Ik was al wanhopig. Maar ik werd pas gék toen zij me dwongen tot dat onmogelijke dilemma.’”

Ze zei eens: ‘Waarom mag een vrouw wel van meerdere kinderen houden, maar niet van meerdere mannen?’

Van der Linden: “Ik kan die vraag nog steeds niet beantwoorden: ik heb nooit geloofd in monogamie. Toen ik Mylou leerde kennen, zei ik: ‘Als ik serieuze gevoelens krijg voor iemand anders, dan ben jij de eerste die het weet.’ Ik dacht: zij pakt ter plekke haar biezen. Maar nee, ze dacht er net zo over. En weet je wat de paradox is? Net daarom gebeurt er geen donder. Ik voel me bij haar vrij en veilig.”

Je bent zelf tweemaal gescheiden. Had het ook anders kunnen lopen, of voelde dat zo’n beetje aan als jouw lot?

Van der Linden: “Die scheidingen zijn niet los te zien van wat er vroeger is gebeurd. Maar ik kan wel naar eer en geweten zeggen: beide keren dat ik ben gescheiden, is dat zonder oorlog gebeurd. Ik hou nog steeds van mijn vorige echtgenotes. Ze zijn zussen geworden.

“Ik moet vaak terugdenken aan toen ik een jaar of zestien was. Toen werd achter ons huis mijn 2-jarige broertje Benno doodgereden door een vrachtauto van ons eigen transportbedrijf. Ik had toen al een halfjaar een vriendin, Mariëtte. Na het ongeluk kwam zij naar ons huis, maar ze zei geen woord. Als ik iets vertelde, bleek ze onmachtig. En binnen drie of vier dagen was het gedaan. Woorden schoten tekort, en we gingen uiteen als dieven in de nacht. Ik moet toegeven: ook op volwassen leeftijd is het me vaak niet gelukt om zonder wonden afscheid te nemen of verlaten te worden.”

Je had lang moeite om emotioneel bereikbaar te zijn.

Van der Linden: “Door alles wat er was gebeurd, zat er iets ijzigs in me: de scheiding, de dood van Benno... Het was te groot en te veel. Ik denk weleens dat ik de emotie in mijn leven voor een groot deel bij die duizenden geïnterviewden heb gehaald. Ik kon makkelijk bij hun emoties, maar niet bij die van mezelf. Het is pas toen ik een film maakte over mijn ouders – een documentaire die na veertig jaar bitter stilzwijgen hun verzoening betekende – dat ik begon te smelten. En toen ontmoette ik Mylou.”

Het moet een ongelooflijk geschenk zijn geweest dat die verzoening er alsnog is gekomen.

Van der Linden (lacht): “Ik voelde mij een soort Kofi Annan die verschillende landen op voet van oorlog toch bij elkaar wist te brengen.

“Ik interviewde hen apart, mijn vader wilde haar nog steeds niet zien: ‘Ik ga nog liever dood’, zei hij. Maar een week voor uitzending vroeg ik hem een allerlaatste keer om met haar te praten. Toen zei hij ja. ‘Voor jou,’ zogezegd, ‘omdat ik het zielig vond.’ Maar dat was kletskoek. Hij verlángde naar mijn moeder. En anders was het de eerste keer in zijn leven dat-ie eens iets louter voor een ander deed (lachje).”

‘Iedere keer dat je op een nieuw punt in je bestaan aankomt, kijk je met andere ogen naar wat achter je ligt’, schreef je. Is er iets wat je nog graag aan je boek zou toevoegen, een inzicht dat je nu pas heeft overvallen?

Van der Linden: “Eén pijnlijk inzicht: ik ben nog steeds boos op mijn vader, en ik slaag er maar niet in om hem te vergeven. Omdat hij niet de wijsheid heeft gehad om mij in die tijd tot een verzoening met mijn moeder te stuwen. Dat had hij moeten doen, desnoods door mij in haar armen te dúwen. Ik moet daar maar eens mee in het reine zien te komen. Want hij was natuurlijk ook maar een man met beperkte vermogens, een simpele trucker die hield van zijn haat. Ik kan niet met terugwerkende kracht van hem verlangen dat hij opeens Moeder Teresa wordt.”

Frénk van der Linden, En altijd maar verlangen, Luitingh-Sijthoff

null Beeld RV
Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234