Zaterdag 19/09/2020

GetuigenissenFashion

‘Ik heb mijn moeder ingeschakeld als model’: zij studeren af aan de modeacademie in coronatijden

Studenten van de Antwerpse modeacademie Silvia Rognoni, Marie Martens en Amir Torres. Beeld Tim Coppens

Studenten van de Antwerpse modeacademie werken zich uit de naad voor het hoogtepunt van hun schooljaar: het befaamde eindejaarsdefilé dat vlot een paar duizend modeliefhebbers lokt. Maar dat vindt morgen noodgedwongen digitaal plaats. Vier studenten over moeders als modellen, gesloten naaiateliers en creativiteit tijdens de lockdown.

Tweedejaarsstudent Amir Torres (24), uit Mexico: ‘Dankzij de lockdown heeft mijn collectie meer ziel’

“Mijn klasgenoten zullen het beamen: de studenten van de Antwerpse modeacademie leiden altijd een geïsoleerd leven. (lacht) Ik herinner me nog levendig dat ik vorige lente ook jaloers was op de mensen die ik vanuit mijn raam op straat zag wandelen, terwijl ik thuis zat te tekenen en naaien.” 

“Maar het zijn angstaanjagende maanden geweest. Ik wil echt niet ziek worden: ik weet niet hoe de gezondheidszorg hier in elkaar zit, wat er zou gebeuren mocht ik in het ziekenhuis belanden en wat ik dan zou moeten betalen.” 

“Tegelijk heb ik er echt van genoten om aan mijn collectie te werken. Het was een bijzonder werkproces: de beperkingen dwongen ons om creatiever te zijn. Zo kopen we onze stoffen meestal in steden als Brussel of Parijs, maar dat was nu geen optie. Ik moest het doen met de materialen ik thuis had liggen, en dat was heel inspirerend.”

“Ik was van plan om stoffen te laten drukken in Mexico – in Europa kost me dat te veel – maar dat kon opeens niet meer. Uiteindelijk heb ik mijn stoffen zelf beschilderd, dat had ik anders wellicht nooit gedaan, maar ik ben heel blij met het resultaat. Het is raar om te zeggen, maar dankzij de lockdown heeft mijn collectie meer ziel. Maar evengoed zijn er studenten die hun hele collectie baseerden op bepaalde prints of materialen, en hun concept op het laatste nippertje moesten omgooien.” 

Amir Torres: ‘Voor mij is het hele creatieproces veel vlotter verlopen dan anders. Het leven was minder hectisch dan normaal.’Beeld Tim Coppens

“Voor mij is het hele creatieproces veel vlotter verlopen dan anders. Het leven was minder hectisch dan normaal: ik was hele dagen thuis, er was geen afleiding en als ik de hele nacht wilde doorwerken, dan kon dat. Ik was zeer gefocust: soms kroop ik ’s morgens achter mijn naaimachine, en opeens was het al bijna nacht. Het vele werk heeft de lockdown alvast heel snel voorbij doen gaan.” 

“Mijn moeder is hier trouwens ook. Ze kwam me net voor de lockdown bezoeken en geraakte niet meer terug. We wonen nu al maanden samen in mijn appartement. Dat gaat goed, ja. (lacht) En zonder haar zou ik helemaal alleen zijn. Ze hielp me soms met de tijdrovende details, zoals het aannaaien van knopen.”

Mexicaanse goden

“De docenten spanden zich echt in om ons online te begeleiden. We sturen hen foto’s of videochatten. Ze waren heel begripvol over de beperkingen die de situatie ons oplegt en stimuleerden ons om creatieve oplossingen te zoeken. Als tweedejaarsstudent maak ik vier silhouetten. Mijn collectie is gebaseerd op een fantasie: hoe zouden de oude Mexicaanse goden eruitzien in deze celebritycultuur? Wat zou zo’n god dragen als hij naar de nachtclub zou gaan? Of als hij over een rode loper zou wandelen?” 

“Dit jaar was de presentatie het belangrijkste deel. Normaal is zo’n eindejaarsshow een hele ervaring: je ziet de kleren bewegen, je kan de stoffen voelen, je creëert een eigen wereld. Nu moet ik mijn docenten overtuigen via een digitaal platform. Ik heb alvast mijn schetsen gedigitaliseerd.” 

“Ik vond het eerst een heel moeilijk idee, zo’n onlinepresentatie. Ondertussen besef ik dat je met een mooi beeld ook veel kan vertellen en vind ik het een fijne opdracht. Het is tegenwoordig ook heel normaal om kleren te kopen en dus te beoordelen via het internet, en mijn generatie consumeert constant beelden online. Voor ons is dit een heel moderne, natuurlijk ervaring.” 

“Nog voor de pandemie zat ik met vragen over de mode-industrie: er zijn te veel runway shows, er is een overaanbod. Ik heb vaak gedacht: het zou fijn zijn als alles even zou stilvallen, als we één seizoen zouden overslaan. Een onmogelijke wens natuurlijk, en toen gebeurde het echt. (lacht) Maar het lijkt me wel heel idealistisch om te geloven dat deze crisis de modewereld zal veranderen: het was een mooie illusie, tot je de rijen voor de Zara zag.

De Italiaanse Silvia Rognoni (26) studeert dit jaar af: ‘Het is niet makkelijk om vlak voor de eindmeet de knop om te draaien.’

“Het eindejaarsdefilé is de eindbestemming van een lange reis. Dus ja, natuurlijk was ik teleurgesteld. Het moeilijkste is dat mijn familie en vrienden er niet bij zullen zijn. Ze zouden naar hier vliegen om me te steunen, en het is zo fijn als de mensen die je graag ziet eindelijk je werk kunnen zien. Ik ben wel heel blij dat we met digitale show toch een mooi einde krijgen. Mijn familie vindt het alvast heel spannend.” 

“Ik heb wat tijd nodig gehad om me aan te passen aan de nieuwe situatie. In september begin je vol goede moed aan je collectie, en je weet welke richting je uit moet: naar die afstudeershow, al jaren een succesvol evenement, feestelijk moment waarop je al de silhouetten eindelijk samen brengt en tot leven ziet komen. Maar plots verandert alles en moet je uitzoeken hoe je op een totaal nieuwe manier je ontwerpen kan tonen.”

“De modeopleiding is ook een heel praktische studie: op school pas je je ontwerpen op modellen en bespreek je samen met je docenten hoe je ze kan verbeteren. Nu gebeurde dat overleg online. Ik heb mijn werkwijze helemaal moeten heruitvinden, en snel ook. Het is niet gemakkelijk om net voor de eindmeet die knop om te draaien, al ben ik blij verrast met het eindresultaat.”

Silvia Rognoni: ‘Eigenlijk heeft de lockdown mijn werk veel persoonlijker gemaakt: een vriendin heeft voor mij model gespeeld, en ik heb in de presentatie mijn eigen wereld kunnen creëren.’Beeld Tim Coppens

“Mijn collectie is geïnspireerd door de Fassbinder-film The Marriage of Maria Braun. Het gaat over vrouwen die er in het naoorlogse Duitsland proberen om er mooi uit te zien met de weinige kledingstukken en stoffen die ze hebben. Het gaat over creatief zijn met beperkingen. Ik speel met oversized blazers en heb blouses en lingerie gemaakt van stukjes kant, tafelkleden met mooie borduursels en stoffen die ik vond op markten of in de kasten van mijn grootouders.” 

“Net als iedereen heb ik problemen gehad om alle materialen op tijd hier te krijgen, het was allemaal erg nipt. Heel stresserend natuurlijk: ik had geen idee of ik mijn stukken tijdig zou af krijgen. Maar we hebben allemaal compromissen moeten sluiten: de drukkerijen die de stoffen bedrukken lagen een tijd stil, en de bestellingen van modestudenten zijn voor hen natuurlijk geen prioriteit. Maar ik wil niet klagen: er zijn mensen die het in deze tijden veel moeilijker hebben, en voor alles is een oplossing. Het is veel werk, maar als masterstudenten hebben wel al wat ervaring: we hebben geleerd om flexibel en planmatig te werken.” 

“Ik ben moe, ja. Een collectie ontwerpen is eigenlijk teamwork, maar als student ben je je eigen team. Je moet op je eentje het werk van vele mensen doen. Maar zoals dat gaat met creatieve projecten: eens je er aan begint, zit je er helemaal in. Ik heb de laatste maanden non-stop gewerkt, en net voor de show is er altijd die laatste, grote inspanning. De kleren waren tijdig klaar, maar er is altijd nog wel iets te doen, zoals de finale retouches, of de presentatie uitwerken.” 

“Een klassieke fotoshoot met een fotograaf en model kon nu niet. Ik heb daarom een kleine studio gebouwd in mijn appartement, en geprobeerd om de silhouetten via video’s en foto’s tot hun recht te laten komen. Het laat me ook wel toe om de aandacht te vestigen op de details, zoals het borduurwerk. Ik moest echt uit mijn comfortzone komen, en toch trouw blijven aan mijn oorspronkelijke ideeën. Eigenlijk heeft de lockdown mijn werk veel persoonlijker gemaakt: een vriendin heeft voor mij model gespeeld, en ik heb in de presentatie mijn eigen wereld kunnen creëren.” 

Tweedejaarsstudent Chin-Lin Chen (27) werkte zijn collectie af in zijn thuisland Taiwan: ‘Ik ben met 31 kilo bagage het vliegtuig opgestapt’

“Ik had het al door in het begin van het jaar: het werd steeds moeilijker om aan stoffen te komen. Mijn moeder raadde me aan om niet te treuzelen en zo snel mogelijk alle materialen die ik nodig had, te verzamelen. Mijn ouders wilden ook graag dat ik naar huis kwam, dus eind maart ben ik naar Taiwan gevlogen. Ik ben met 31 kilogram bagage het vliegtuig opgestapt. (lacht) Ik heb al mijn tekeningen meegenomen, mijn schetsboek, de patronen, mijn toiles (de eerste proefmodellen in katoen, LB), en alle stoffen en materialen. Ik had nauwelijks kleren voor mezelf mee.”

“Ik verblijf nu bij mijn ouders, al heb ik eerst twee weken alleen in quarantaine gezeten, in een appartement wat verderop. Mijn vrienden zijn me daar een naaimachine komen brengen, zodat ik kon voortwerken. Daarna kon ik weer naar de stoffenwinkels. Hier was het leven immers relatief normaal, al moeten we wel een masker dragen.” 

“Ik heb weinig last gehad van stress, omdat ik mijn tijd vrij kon indelen. Het enige verschil met werken in België, is het overleg met de leraren. Het was behelpen met foto’s en videochat. Niet erg gemakkelijk om zo te bespreken of een kledingstuk meer of net minder volume nodig heeft, en ik miste ook de adviezen van mijn klasgenoten. Het was ook de bedoeling dat ik als tweedejaarsstudent vier looks zou maken, maar de school heeft beslist dat drie volstaan. Ik ben wel aan vier geraakt, ik wilde de opdracht echt volledig afwerken.” 

Ching-Lin Chen: ‘Niet erg gemakkelijk om via videochat te bespreken of een kledingstuk meer of net minder volume nodig heeft, en ik miste ook de adviezen van mijn klasgenoten.’Beeld Tim Coppens

“Mijn concept is geïnspireerd op twee nieuwsberichten uit Taiwan: een politieagent die ontslagen werd omdat zijn haar te lang was, en een middelbare school die een jongen toeliet om met een rok naar school te komen. Die discussies over seksuele oriëntatie en gelijkheid zijn hier erg actueel: Taiwan was vorig jaar ook het eerste Aziatische land om het homohuwelijk te legaliseren. Het was geen gemakkelijk thema om silhouetten uit te puren, tot ik op een dag op een toilet de symbolen voor mannen en vrouwen  zag. Ik heb aan die platte afbeeldingen volume toegevoegd.”

“Het grootste probleem is dat je als ontwerper een levend model nodig hebt. Je kan je kleren wel aan een kapstok hangen, maar dan zijn de lijnen en de volumes van het silhouet niet echt duidelijk. Het is jammer, dat we daarin nu beperkt worden. Tegelijk is het een goed moment om onszelf creatief te pushen.”

“Onze leraren hebben ons aangemaand om dit jaar niet in modellen in een fotograaf te investeren. Het grafisch ontwerp is heel belangrijk, het is de eerste keer dat we daar zo hard op inzetten. Je moet de blik van de kijker meteen vastgrijpen.”

“Ik heb hier een tentoonstelling gezien waarbij kleren op een stoel gedrapeerd werden. Het leek wel alsof de stoel een menselijk lichaam was. Dat gaf me inspiratie voor mijn shoot en het past perfect bij mijn concept, dat toch ook vertrekt een plat vlak. Ik heb er plezier aan beleefd om daar mee te spelen. Het was een mooie kans om eens iets anders te doen dan een glamoureuze shoot. Deze presentatie dwingt me ook om dichter bij mijn concept te blijven.”

“Natuurlijk was ik teleurgesteld dat het defilé niet kon doorgaan. De show is het moment waarop fotografen, journalisten en stylisten interessante studenten oppikken. Ook al heb ik geen idee hoeveel aandacht de onlineshow zal krijgen, ik geloof wel in het concept.”

De Antwerpse Marie Martens (26) studeert dit jaar af: ‘Kleren moet je toch kunnen voelen en zien op een model’

“Ik vond het eerlijk gezegd een heel aangename lockdown. Ik ben eraan begonnen met een positieve instelling: ik kan nu helemaal focussen op mijn collectie. Van ’s ochtends tot ’s avonds kon ik, zonder onderbreking details borduren en mijn silhouetten afwerken. Ik had tijd om te reflecteren over mijn collectie. Ik woon samen met mijn zus, dus er was ook iemand om mee te praten op de momenten dat ik het helemaal beu was.” 

“Natuurlijk had ik soms een dipje. Ik was even teleurgesteld toen ik hoorde dat eindejaarshow niet zou doorgaan, al voelde ik het wel aankomen. Dat defilé is de afsluiter van je studie, een mooi en trots moment waarop je je werk kan laten zien. Mijn familie en vrienden komen elk jaar met een grote delegatie in het publiek zitten, ze vinden het jammer voor mij.” 

“Het overleg met onze docenten verliep de laatste maanden ook volledig online. Maar kledingstukken moet je toch kunnen voelen en zien op een model. Elk stuk maken we in balenkatoen, om te testen of het ontwerp goed zit. Soms moet je die toiles wel vijf keer opnieuw maken voor je met je echte stof kan beginnen naaien. Gelukkig waren mijn toiles al af voor de lockdown begon en moest ik enkel nog aan de uitvoering werken.” 

Marie Martens: ‘Ja, dat defilé is belangrijk om jezelf te tonen aan de media en modewereld, maar misschien kijken er nu mensen die anders de tijd niet hebben om hiervoor speciaal naar Antwerpen af te reizen?’Beeld Tim Coppens

“Door corona was het wel moeilijk om aan stoffen te geraken en twaalf silhouetten die wij als masterstudenten moeten presenteren, af te werken. De school is heel flexibel: ze vragen ons om er zo veel mogelijk te tonen. Ik ben aan elf geraakt. Ik heb twee kledingstukken in India laten maken: twee eyecatchers die volledig bedekt zijn met pailletten. Maar ook India zat in lockdown. Het is heel spijtig dat die stukken hier niet op tijd zullen zijn, maar elke modestudent loopt wel ergens tegenaan.” 

“Ik denk dat de onlineshow ook een mooi moment kan zijn. We gaan proberen om met de klasgenoten samen te komen. Ik ga alleszins niet in mijn eentje achter de laptop kruipen. (lacht) Maar hoe het er zaterdag zal uitzien, is ook voor ons een verrassing. Voor mijn shoot heb ik mijn zussen en mama ingeschakeld als modellen. Een creatieve oplossing, maar ik ben blij met het eindresultaat. Ik heb alvast veel foto’s, video’s, tekeningen en muziek doorgestuurd.” 

“Maar het digitaal platform dat de academie lanceert, lijkt me een interessante, creatieve oplossing. Ik probeer daar positief naar te kijken: er zijn mensen die veel grotere problemen hebben en ik ben blij dat de school zoveel moeite doet om er toch nog iets van te maken en buzz probeert te creëren. Ja, dat defilé is belangrijk om jezelf te tonen aan de media en modewereld, maar misschien kijken er nu mensen die anders de tijd niet hebben om hiervoor speciaal naar Antwerpen af te reizen? Wie weet werkt zo’n onlinepresentatie supergoed en gaan we het in de toekomst veel vaker zo doen. Wat ik wel mis, is het totaalbeeld: door corona is het onmogelijk om alle silhouetten te passen op modellen. Ik heb alle ontwerpen in stukjes en beetjes gefotografeerd.”

“Het afgelopen jaar zat ik helemaal in mijn collectie, ik ben nog niet toegekomen aan denken over wat hierna komt. Ik ga alleszins mijn portfolio rondsturen en hopen dat ze ergens een stagiaire kunnen gebruiken. Ook dat is nu allemaal onzeker. Anderzijds: een paar maanden geleden leek het einde van de wereld aangebroken, en nu voelt alles weer redelijk normaal. En creatieve mensen kunnen ze altijd wel gebruiken, hoop ik.”

WWWSHOWWW, morgen om 20 uur via showww.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234