Zondag 03/07/2022

InterviewDimitri Verhulst

‘Ik heb geen verplichtingen in dit leven, ik móét helemaal niks. En ik zal straks ook niet worden afgerekend op wat ik wel of niet gedaan heb’

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Dimitri Verhulst (49) heeft zichzelf nog maar eens heruitgevonden. De schrijver van evergreens als De helaasheid der dingen, Godverdomse dagen op een godverdomse bol en Kaddisj voor een kut is tegenwoordig een vrolijke existentialist. Zijn nieuwe boek speelt in het hiernamaals. Het is er een drukte van belang, maar God is in geen velden of wegen te bekennen. Typisch.

Danny Ilegems

Wanneer we Dimitri Verhulst opzoeken, zit hij doorgaans in een nieuw land, aan de zijde van een nieuwe vrouw, uit te puffen van nieuwe dolle avonturen. Dat is deze keer niet het geval. De schrijver bevindt zich nog steeds waar we hem de vorige keer hebben gelokaliseerd: in een tot gigantische loft omgebouwde stal op een eenzame heuvelrug in de Charente, een lappendeken van eindeloos golvende akkers bezuiden Poitiers in Frankrijk. De vrouw aan zijn zijde is nog steeds de Gentse Isabelle, die hij een eeuwigheid geleden heeft leren kennen in de Charlatan, maar pas vijf jaar geleden heeft gevonden. De honden Marie en Jules zijn nog geen haar veranderd. Schijn kan bedriegen, maar zijn fysieke verschijning lijkt op een geestelijke staat van tevredenheid te wijzen, een leven in ruststand.

De reden waarom we zijn teruggekeerd naar zijn afgelegen hol, is strikt professioneel: Dimitri Verhulst heeft een nieuwe roman klaar. Hebben en zijn is een vrolijk verhaal met een moraal. En die luidt, kort samengevat, dat het leven louter uitsloverij is. Een saaie, repetitieve, terneerdrukkende, volstrekt zinloze bezigheid waar geen mens voor zou kiezen als hij de keuze had. Tot dat inzicht komt het hoofdpersonage, een prille vijftiger genaamd Malodot, kort na zijn dood. Hij reed over een verlaten landweg, zijn geliefde Lauralouise zat naast hem in de passagiersstoel haar teennagels te lakken, toen hij plots moest uitwijken voor een overstekend hert en tegen een boom knalde. Met een lelijke deuk in zijn schedel arriveert hij in het hiernamaals. Dat blijkt een overbevolkt afkickcentrum te zijn, waar Malodot en zijn lotgenoten eerst moeten genezen van hun dwaze verslaving aan het leven.

Dimitri Verhulst: “Hebben en zijn is een ideeënroman. Dus het heeft deze keer weinig zin om te peuteren naar recente verwikkelingen in mijn persoonlijk leven.”

Daar ben ik niet zo zeker van. Waar ligt de D315, de weg waarop Malodot verongelukt?

“Die loopt hier langs mijn huis.”

Is het in deze streek opletten geblazen voor overstekend wild?

“O ja, ’s morgens en ’s avonds is er druk dierlijk verkeer. De eerste keer dat ik hier kwam, om het huis dat ik wilde kopen te bezichtigen, scheelde het niet veel of ik had twee herten tegelijk opgeschept.”

En hoe gaat het met de rug? Hebt u nog steeds zoveel last van mal au dos?

(lacht) Reken maar. Ik ben een chronische hernialijder. Toen ik 17 was, heb ik bij het rotsklimmen een val van 9 meter gemaakt. Mijn hiel was verbrijzeld, ik heb opnieuw moeten leren stappen. In het begin liep ik met mijn benen open. Alleen zo kon ik me rechthouden. Ik vermoed dat mijn ruggengraat en mijn beendergestel daardoor zijn scheefgegroeid. Toen zijn die rugpijnen begonnen. Gemiddeld krijg ik zo’n drie keer per jaar een acute hernia-aanval. Dan is de pijn echt ondraaglijk. Dan kan ik niks doen, behalve plat op de vloer gaan liggen en heel luid kermen.

“Ik ben het lijdend voorwerp geweest van alle mogelijke onderzoeken. Op een bepaald moment was er sprake van een operatie. Gelukkig was er toen een arts die zei: ‘Dat gaan we niet doen, want er is 50 procent kans dat je daarbij verlamd raakt.’ De enige oplossing die hij zag was: ‘Bevriend uw pijn, leer ermee leven.’ Het beste advies dat ik ooit heb gekregen. Hier heb ik rust gevonden. Rust én beweging. Dat scheelt een hoop. Soms zit ik hier een week alleen, als Isabelle naar Gent moet voor haar werk. Deert mij niet in het minst. Ik zit tegenwoordig graag met mezelf opgescheept.»

Er waren andere tijden.

“Inderdaad. Er was een tijd dat ik mezelf niet zo fraai vond en de confrontatie liever uit de weg ging.”

Mogen we Hebben en zijn beschouwen als een filosofisch vervolg op Onze verslaggever in de leegte, het dagboek waarin u verslag deed van uw vlucht in alcohol en cocaïne in 2015, ten tijde van de traumatiserende vechtscheiding met uw Zweeds-Bulgaarse ex? In een Humo-interview zei u daarover: ‘Ik wilde me van kant maken, maar ik koos de lafste weg: ik liet drank en drugs beslissen over mijn leven.’

“Nee, daar heeft het nieuwe boek echt niets mee te maken. Dat dagboek eindigde trouwens zeer hoopvol, maar dat is kennelijk niemand opgevallen. In de interviews en commentaren ging het alleen maar over de spectaculaire zelfvernietigingsdrang waarvan ik blijk gaf in die periode, en nauwelijks over de reden waarom ik eronderdoor dreigde te gaan: omdat die ex mij in Zweden had aangeklaagd wegens verkrachting. Het was pure wraak. Zij dacht: in België is hij een bekende schrijver, we zullen eens gauw een einde maken aan die carrière. Wat haar overigens perfect had kunnen lukken in 2015. Als één Belgisch medium dat verhaal had opgepikt, was het over en uit geweest voor mij, daar ben ik nog altijd van overtuigd. Ook al heeft het Zweedse gerecht me nadien over de hele lijn vrijgepleit.”

Keek u daardoor met andere ogen naar de #MeToo- affaires rond Bart De Pauw en Jan Fabre?

“Ik heb daar vooral mijn klep over gehouden. En ik heb tegen al wie mij erover aansprak gezegd: ‘Was je erbij, op dat feestje of in die slaapkamer? Nee? Gelieve je dan te onthouden van commentaar, want je verkoopt toogpraat.’ Om te onderzoeken, te oordelen en te veroordelen beschikken wij over een bekwaam rechtsapparaat. Wat er werkelijk is gebeurd, zal wel aan het licht komen in de rechtbank.

“Ik vind dat we daar een soort maatschappelijke consensus over zouden moeten bereiken: over zedendelicten wordt niet gecommuniceerd tot de zaken zijn uitgesproken. Want nu worden er ook onschuldige mensen kapotgemaakt. Ze zijn talrijker dan je denkt, de vaders die van pedofilie worden beticht bij een vechtscheiding, om te verhinderen dat de kinderen aan hen worden toegewezen.”

Hoe heeft Hebben en zijn vorm gekregen in uw hoofd?

“Ja, hoe is het ook alweer begonnen? De locatie is natuurlijk belangrijk: het hiernamaals als een veredelde ontwenningskliniek. Verslavingscentra: leer ze mij niet kennen! Mijn vader heeft zeker vijf keer in De Pelgrim gezeten om af te kicken van zijn alcoholverslaving. Als jonge knaap ben ik hem daar vaak genoeg gaan bezoeken. Toen al dacht ik: man, ik wil later nooit moeten afkicken van iets. Dat zijn kleutertuinen, hè. Onnozele spelletjes spelen in groep, belachelijke sporten beoefenen als softbal, deuren vernissen bij wijze van ergotherapie, en ’s avonds lekker soundmixen! Ik zou het er geen dag uithouden.

“Maar wat echt doorslaggevend is geweest, is wat ik las in een wetenschappelijk artikel over verslavingen. Een verslaving is eigenlijk niet meer dan een eiwit in onze hersenen dat onze herinnering bedriegt. Het is een eiwit dat wordt aangemaakt op de dopamine 2-receptor: de plek waar bepaald wordt of een herinnering aangenaam dan wel ellendig is. Bij een junkie worden de aangename herinneringen aan zijn gebruik overdreven, en de onaangename onderdrukt. Dat gegeven heb ik vervolgens heel breed getrokken. Want de meesten van ons zijn niet alleen verslaafd aan bepaalde substanties – alcohol, sigaretten, cheeseburgers, seks en vetzakkerij – nee, we zijn met z’n allen ook verslaafd aan het leven zelf, de gezondheidsfreaks voorop. Om die verslaving te rechtvaardigen, moeten we onszelf bedriegen, moeten we onszelf wijsmaken dat we nuttig en nodig zijn en dat ons bestaan zinvol is. En dat bleek allemaal perfect te stroken met mijn levensfilosofie. Want ik beken: ik ben een overjaarse existentialist.”

Sekssymbool Sartre

Ik vermoedde al zoiets. Uw titel heeft u verraden: Hebben en zijn, dat zweemt naar L’être et le néant van Jean-Paul Sartre en Sein und Zeit van Martin Heidegger. U vertoeft wel in illuster gezelschap.

(lacht) Het personage van de Counseler, de man die de ontwenningskliniek van het leven bestiert, heb ik trekjes van Sartre gegeven. Simone de Beauvoir, zijn levenslange soulmate, komt ook even in beeld. En in het auto-ongeluk van Malodot zou je een verwijzing naar Albert Camus kunnen zien (die in 1960 om het leven kwam bij een auto-ongeval, red.). Ik word binnenkort vijftig jaar. Ik loop al mijn hele leven te toeteren dat het leven zinloos is. Wel, ik vond dat ik dat nu maar eens helder moest uitleggen. Daarom verschilt deze roman radicaal van al mijn vorige.”

In welke zin?

“Ik en de schrijvers van mijn generatie vertrekken altijd vanuit het narratieve. Wij vertellen een verhaal, en eventueel betekent dat iets, eventueel blijkt naderhand dat het iets zegt over de tijdgeest. De existentialisten werkten omgekeerd: zij wilden iets zeggen – iets aantonen, iets poneren – en zochten er een verhaal bij. Dat heb ik nu ook gedaan. Bovendien wilde ik deze keer een boek schrijven dat je als lezer kunt navertellen. Dit is een verhaal waar je als het ware kunt instappen, waarin je zelf een personage kunt worden. Waardoor je je automatisch gaat afvragen: hoe hard ben ik verhangen aan het leven? Heb ik eigenlijk wel een goed leven geleid? Heb ik eruit gehaald wat erin zat? En ben ik een goed mens geweest? Beteken ik iets voor anderen, stel ik iets voor, of kunnen ze me in dit ondermaanse missen als kiespijn?”

Uw existentialisme is gelukkig een pak vrolijker dan dat van Sartre en Heidegger.

“Ik ben blij dat je het zegt, want ik heb het zelf altijd goed nieuws gevonden dat het leven zinloos is. Ik heb hier geen taak te volbrengen, ik heb geen verplichtingen, ik móét helemaal niks. En ik zal straks ook niet worden afgerekend op wat ik wel of niet gedaan heb. Aan het einde van de rit krijgen we geen rapport. Of je nu Adolf Hitler heet of Moeder Teresa: iedereen krijgt een nul op tien. Alles was tevergeefs. Geweldig, toch?

“O, wat had ik graag geleefd in de hoogdagen van het existentialisme. Dat waren trouwens ook de hoogdagen van de jazz. Miles Davis zat in Parijs! Hij was er dolgelukkig, want hij werd er niet behandeld als een neger, zoals in Amerika. Die existentialisten zopen en fuifden erop los. Maar ze werkten ook als paarden. Ze schreven filosofische meesterwerken die de wereld van aanschijn veranderden. Ze verlegden voortdurend hun grenzen, op alle gebied. Sartre zat zwaar aan de amfetamines om het maximale uit zijn dagen te halen. En hij groeide zowaar uit tot een sekssymbool. (lachje) Al was hij naar het schijnt een moeilijke poeper.”

Wat moeten we daaronder verstaan?

“Welja, iemand die er een beetje vies van was, van al dat uitwisselen van lichaamssappen. (op dreef) Tegenwoordig noemt men iemand die middels een dansje op TikTok tampons van Kruidvat aanbeveelt een influencer. Laat me niet lachen! De existentialisten, dat waren pas influencers. Bij duizenden probeerden jongeren zich in die dagen toegang te verschaffen tot hun lezingen en politieke meetings. Podia met fucking filosofen erop werden bestormd!

“Sartre was van deze streek, wist je dat? Hij is grootgebracht in La Rochelle, aan de Atlantische kust, een dik uur rijden van hier. Hij werd gepest op school, met zijn lippen van caoutchouc, zijn schele oog en zijn bril met jampotglazen. Wat meteen verklaart waarom hij een levenslange bloedhekel had aan de boerenhufters uit de Charente.

“Toen ik hier neerstreek, ben ik de existentialisten beginnen te herlezen. De belangrijke essays en de romans, maar ook dagboeken en brieven. Zo ben ik van alles te weten gekomen.

“Albert Camus had een maîtresse in het dorp hiernaast: María Casares, een Spaanse actrice. Zij wilde met hem trouwen, maar hij hield haar aan het lijntje. Zie je daar beneden in de wei die grote eik? Die staat op mijn land. Wie weet heeft Camus daar nog liggen poepen met zijn mooie María. ’t Zou kunnen, hè?

“Dat gezegd zijnde: het existentialisme was geen vrijkaartje voor een eeuwigdurend feest, hè. Vrijheid komt met verantwoordelijkheid en ethiek. De consequenties van onze vrije keuzes moeten we er wel bij nemen. En vechten voor je eigen vrijheid, tegen alle mogelijke heilsboodschappers, impliceert ook dat je vecht voor de vrijheid van anderen. Dat onderscheidt het existentialisme van nihilisme...”

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Naar nihilisme bent u zelf nooit afgegleden?

“Nee. Misschien komt het nog. (lacht) Ik ken wel een paar nihilisten. Het zijn vrolijke jongens. In hoe minder mensen geloven, hoe vrolijker mensen zijn, hè. (denkt na) In mijn boek zegt één van de personages: ‘De wereld lijdt aan heimwee naar achterhaalde idealen.’ Ik beken: ik lijd daar zelf ook aan. Eigenlijk ben ik een atheïst die hoopt dat hij ongelijk krijgt. Ik geloof niet dat er iets is, daar in den Hoge, maar als zou blijken dat ik me daarin vergis, zal ik zeker niet treuren. Want in dat geval meen ik in aanmerking te komen voor het Paradijs. (lacht)

Designernonnen

Rond 2015 hebt u heftige tijden meegemaakt, maar...

“Correctie: al vanaf 2013. Toen De laatkomer uitkwam, ben ik erin gevlogen. Ik ging om een krop sla en ik kwam pas drie dagen later weer thuis.”

Zonder de sla.

(lacht)

Maar wat ik wilde zeggen: u ziet er relatief ongeschonden uit, op een aantal ondiepe groeven in het gelaat na.

“Ik ben ook ongeschonden. Ik heb alleen wat last van roken-gerelateerde hypochondrie. Als ik drie keer kort na elkaar hoest, denk ik: lap, het is zover, longkanker. En ik ga dan niet naar de dokter, want die kan daar toch niets aan verhelpen. (stilte)

“Afgelopen herfst ben ik op intensieve zorgen terechtgekomen met een longontsteking. Ik was helemaal wég. Ik had absoluut niet door dat ik... (aarzelt) aan een zijden draadje hing, tussen hangen en wurgen. Ik herinner me die dagen als een lange hallucinatie, een high die blééf duren. Ik vond het geweldig! Isabelle niet zo.”

Wat was de oorzaak?

“Ik weet het nog altijd niet. Uitputting, zegt men. Het was de dag nadat ik in Antwerpen het afscheidsfeest voor Luc Coorevits als directeur van Behoud de Begeerte had bijgewoond (op 17 oktober 2021 in de Bourla, red.). Ik was over en weer gereisd met de tgv. Ik voelde me doodmoe. Ik stond in een winkel met Isabelle en ineens voelde ik een stekende pijn bovenaan in mijn rug, achter mijn schouders. Ik zei tegen Isabelle: ‘We moeten nú naar het ziekenhuis.’ Ze keek mij stomverbaasd aan. Doorgaans krijgt ze mij met geen stokken naar de dokter. Iemand uit het dorp heeft me erheen gevoerd. Ik kon niet meer rijden en Isabelle was te zeer in paniek. Ik ben er vrijwel meteen afgedaald in een diepe droom. In twéé dromen, eigenlijk. In de eerste stonden er allemaal vrouwen rond mijn bed. Ze droegen nonnenkleren, maar dan in designeruitvoering, alsof Walter Van Beirendonck ze had ontworpen. Ze waren voor mij aan het bidden. In de andere droom schold een Don Giovanni-achtig personage, met een Venetiaans masker voor de ogen, mij verrot. Hij foeterde dat ik beter mijn best moest doen, dat ik wel kon schrijven, maar er niks van bakte omdat ik niet genoeg moeite deed. Ik vraag me nu natuurlijk af wat die dromen te betekenen hadden. Ik geloof niet dat je op zo’n moment willekeurige dromen hebt. Alhoewel: toen onze betreurde vriend Jeroen Brouwers eens ontwaakte uit een coma, beweerde hij dat hij alleen maar wuivend gras had gezien, niets anders.”

De aansporing van Don Giovanni valt makkelijk te verklaren, maar wat betekenden die biddende nonnen?

“Ze zagen er heel goed uit, maar er was geen enkele vrouw bij die ik kende. (lacht níét) Maar dat was de eerste droom. Vermoedelijk was ik toen aan het, euh, kantelen. Hoe dan ook: toen ik weer bij zinnen kwam, vernam ik dat ik twee weken had geijld.”

U bleek al twee weken in het ziekenhuis te liggen?

“Nee, ik was al thuis. Ze hebben mij heel snel uit het ziekenhuis ontslagen, omdat de bedden op intensieve zorgen vrijgehouden moesten worden voor covidpatiënten. Isabelle heeft hier wekenlang voor een half stervende vent moeten zorgen.”

U hebt op de glijbaan naar het hiernamaals gezeten. Die ervaring kwam goed van pas voor uw boek, neem ik aan. Er zit ook een comascène in.

“Met Hebben en zijn was ik toen al aardig gevorderd. Dus nee, de ervaring kwam helemaal niet van pas. Ik was kapot, man. Ik heb opnieuw moeten leren lopen. Wanneer ik ging wandelen met de hond, moest ik na een paar minuten al terugkeren van ellende. En schrik dat ik had! (stilte) Les geleerd. Ik ben sindsdien wreed goed voor mezelf aan het zorgen.”

Hoe?

“Door niet meer in het rood te gaan. Het is een hele aanpassing. (lacht) Vroeger was ik de onuitputtelijke macho. Nachtje doordoen: pff, dat was voor kinderen, ik sloeg er met gemak twee of drie over. Dat is nu gedaan. Nu ben ik de man die níét als laatste gaat slapen. In die zin was het misschien een heilzame wake-upcall. Ik mag blij zijn dat ik het kan navertellen.”

Heeft het schrijven lang stilgelegen?

“Nee, ik heb het vrijwel onmiddellijk hervat. Ik dacht aan Jef Geeraerts. Die geloofde heilig dat schrijven hem de kracht gaf om in leven te blijven. Wanneer hij het ene boek af had, begon hij direct aan het volgende.”

Dodelijk saai

In Hebben en zijn kunnen Maladot en co. nog terugkeren naar het leven als ze dat per se willen. Maar als ze daarvoor kiezen, worden ze letterlijk herboren en zijn ze gedoemd het leven dat ze net achter de rug hebben opnieuw te lijden, met identiek dezelfde levensloop, met alle kommer en kwel die ze hebben doorstaan, fouten die ze hebben begaan, pijn die hun is aangedaan, ongeluk dat hun is overkomen. De meeste doden kiezen wijselijk voor de dood.

“Eigenlijk is dat de ultieme geluksvraag, hè: zou je het leven dat je geleid hebt nog eens willen overdoen? Dat idee komt van Nietzsche, Camus heeft het overgenomen in zijn Mythe van Sisyphus: ons leven is niet alleen zinloos, maar ook dodelijk saai. We rollen dezelfde steen steeds opnieuw dezelfde berg op.”

Is dat zo? Uw eigen leven ging misschien niet altijd van een leien dakje, maar saai was het toch allerminst?

“Ach, dat wordt gemythologiseerd. (lacht) Akkoord, ik ben niet saai in mijn werk. Ik schrijf niet telkens hetzelfde boek. Maar in het dagelijks leven koester ik de banaliteit. Ik kan oneindig genieten van de gewoonste dingen: een potje koken, de honden uitlaten, de haag scheren, naar de einder staren...”

De hoogtepunten die u bereikt hebt met behulp van chemische substanties bleken geen hoogtepunten te zijn?

“Niets is banaler, en treuriger, dan het leven van een verslaafde. Laten we erover ophouden. Mijn grootste hoogtepunten heb ik bereikt met de substantie inkt.”

Dat is een mooi beeld. Stel dat u herboren zou worden: welke boeken zou u met plezier opnieuw schrijven, en welke liever niet?

“Er zijn er wel een paar die ik liever niet geschreven zou hebben... (denkt na) Hoewel ik met het klimmen der jaren vergevingsgezinder ben geworden voor mezelf als schrijver. Tegenwoordig beoordeelt men schrijvers op basis van hun hits, hun eclatante successen. Zelden neemt men nog een heel oeuvre in ogenschouw. Terwijl ik uit ervaring weet dat het ene boek soms de kiem van het andere in zich draagt. Soms moet je eerst een slecht boek schrijven om daarna een perfect boek te kunnen afleveren. Om die reden heb ik vrede met mijn mindere momenten...”

Noem ze toch maar, een beetje masochisme kan geen kwaad.

(lacht) Het ging al snel fout: Niets, niemand en redelijk stil, mijn tweede boek, is pure dikkenekkerij. ‘Kijk eens wat ik allemaal kan!’ Maar dat kunnen we misschien nog bij de jeugdzonden rangschikken. Erger is De verveling van de keeper, een waardeloos boek in een genre waarvoor ik niet blijk te deugen: politieke fictie. Ik heb er nadien nog zo een geschreven: De intrede van Christus in Brussel. Trekt ook op geen zak. (denkt na) Er zijn er nog hoor, maar ik ben geneigd hun titels te vergeten. (lacht) Maar daarnaast heb ik ook een paar fucking goeie boeken op de wereld gezet die schandelijk over het hoofd zijn gezien. Kaddisj voor een kut is een keigoed boek, al zeg ik het zelf. Iémand moet het zeggen. En mijn laatste worp, In weerwil van de woorden, is ook niet onaardig. In mijn tweede leven zou ik ze zo opnieuw schrijven.”

Is dit uw tweede leven? Trekt u hier ooit nog weg?

“Goh, ooit wil ik toch eens in Italië gaan wonen. Dat moet je gedaan hebben in je leven, vind ik. (stilte) Hier is niks, hè. Voor om het even welke vorm van gespecialiseerde medische zorg is het anderhalf uur rijden. Als ik daarvan afhankelijk zou worden, zit ik diep in de shit.”

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Macron zij geprezen

In tegenstelling tot de meeste andere linkse culturo’s zingt u nochtans geregeld de lof van de Franse president Emmanuel Macron.

“Macron wil Frankrijk de 21ste eeuw in trekken. Dat gaat nog voeten in de aarde hebben. Want ze lopen hier achter op alle gebied. De Fransen zijn bijvoorbeeld verslaafd aan administratie. Tienduizenden mensen zitten in overheidsgebouwen aan zegeltjes te likken en officiële documenten in enveloppes te plooien. Macron wil die administraties vereenvoudigen en digitaliseren. Dat gaat tienduizenden banen kosten, maar er is geen alternatief.

“In het begin van zijn eerste ambtstermijn zei Macron: ‘Iedere Fransman moet een adres hebben.’ Ik weet nog dat ik dacht: allee, wat zegt hij nu, hoe absurd is dat? Het is bijna onbevattelijk dat een president van een groot Europees land zoiets zegt. Maar wij hebben hier ervaren waarover dat gaat. Tot voor kort bestond ons adres uit onze namen, met daaronder de naam van dit gehucht, en nog een regeltje lager de naam van het dorp. Voor de lokale postbode was dat geen enkel probleem, die weet zijn vierhonderd pappenheimers wel wonen. Maar voor het telecombedrijf waar wij een internetabonnement wilden nemen, was het een groot probleem. Daar konden ze voor ons geen factuuradres ingeven, en dus geen diensten leveren. Idem voor de webshop waar wij een bestelling wilden plaatsen. Wij wonen hier in een uithoek, af en toe is er iets dat we online moeten bestellen, gewoon omdat we het binnen een straal van 200 kilometer niet kunnen vinden. Maar we konden geen leveringsadres invullen, dus die bestelling mochten we vergeten.

“Dankzij Macron ligt hier sinds vorige zomer een glasvezelkabel en hebben we een snelle internetverbinding, een straatnaam én een voor alle doeleinden bruikbaar adres. Zijn naam zij geprezen.”

Dimitri Verhulst – Hebben en zijn, Atlas Contact.

null Beeld

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234