Dinsdag 12/11/2019

Interview

"Ik heb fucking twee masterdiploma’s en werk hard, en nu moet ik toch nog een hand op mijn knie verdragen?"

Elise Caluwaerts: 'Kunst moet soms moeilijk zijn. En dat daar al eens een stevige, gesubsidieerde misser tussenzit, dat vind ik verwaarloosbaar.' Beeld Thomas Sweertvaegher

De sopraan die in operahuizen wereldwijd te horen is, is even in het land voor onder meer een voorstelling met Lize Spit. Elise Caluwaerts geeft werkelijk alles voor de muziek: ‘Als mensen dat niet kunnen begrijpen, is dat een breekpunt.’

"Het gebeurt zo vaak dat ik iemand ontmoet en dat die plots overschakelt van ‘je’ naar ‘u’ als ik vertel dat ik operazangeres ben. Heel raar is dat. Zoals die eerste keer dat je met ‘mevrouw’ wordt aangesproken. Maar ik heb dat zelf ook, als ik een grote pianist of dirigent zie. Dat meesterschap heeft iets ontzagwekkends.” 

Een bloedmooie coloratuur­sopraan die met haar engelenstem de wereld rondvliegt: het is niet zo gek dat Elise Caluwaerts met veel egards behandeld wordt. Komende maanden vindt u haar in eigen land: ze is samen met Marcel Vanthilt en Sihame El Kaouakibi een van de curatoren van Operaplein 1, een pop-upcafé van Opera Vlaanderen waarvoor ze onder meer een decadent Titanic-feest organiseert, en in Avondrood deelt ze het podium met Lize Spit. Maar daarover straks meer.

“Klassieke muziek wordt makkelijk op een piëde­stal gezet, maar ik vind die afstand ook wel mooi. In het dagelijks leven ben ik niet zo glamoureus, maar de stijlvolheid en de schoonheid van de opera vind ik magisch. In België ga je niet in smoking of bontjas naar een concert – nog niet, want ik hoor dat Opera Vlaanderen zijn premières in black tie wil. Dat vind ik fantastisch: niets zo mooi als een concertzaal binnenstappen waar iedereen onwaarschijnlijk elegant is.”

Waar zit voor jou de grens met elitair? Want dat is de kritiek die je dan snel krijgt. 

Elise Caluwaerts: “Elitair is een vies woord geworden, maar ik vind het net goed dat het publiek artistiek en intellectueel wordt uitgedaagd. Ik ben heel blij dat er zoiets bestaat als musical of familievoorstellingen – ik doe mee aan KIDConcerts van Antwerp Symphony, dat is zo leuk. Maar godzijdank bestaat er ook intellectueel theater als Hof van Eede of De Koe. Anders wordt het erg saai. Kunst moet uitdagen, grenzen opzoeken en soms ook moeilijk zijn. En dat daar al eens een stevige, gesubsidieerde misser tussenzit, dat vind ik verwaarloosbaar. 

“Dat is zo interessant aan Vlaanderen: onze kunstenaars staan internationaal enorm sterk. Volgens mij omdat we uit een cultuur komen die iets onbestemds heeft, maar ook melancholisch is en heel vrij. Er is hier best wat ruimte voor gekheid, een beetje raar zijn is hier niet erg. Maar we zijn ook snel gefrustreerd en spreken niet alles uit. Daar krijg je rare kronkels van, een schaduwkant die een goede artistieke voedingsbodem vormt. Maar wat zeker ook speelt, is dat die wereld lang flink gesubsidieerd is. Daar is toen de basis gelegd voor een bloeiende cultuursector die ook flink wat geld opbrengt. 

Elise Caluwaerts: 'Ik hou wel van popmuziek en ik heb het geprobeerd. Maar nee jong, als je Strauss kunt zingen, dan is het klaar!' Beeld Thomas Sweertvaegher

“Grote bedrijven krijgen ook subsidies of belastingkorting, en dat gaat over veel grotere bedragen. Dus ik vind het pijnlijk dat de culturele wereld altijd bekritiseerd wordt voor die subsidies. Is dat uit jaloezie, omdat het er aan de buitenkant uitziet alsof we het heel leuk hebben? Maar als je iemand benijdt, dan moet je je eigen leven in vraag stellen. Zo, schrijf dat maar op.” (lacht)

Genoteerd. Vertel eens wat je doet in Avondrood, je nieuwe voorstelling met Lize Spit? 

Avondrood is een literair-muzikale voorstelling. Ik zing Vier letzte Lieder van Richard Strauss, een van de topwerken uit de klassieke muziek en gebaseerd op de teksten van Joseph von Eichendorff en Hermann Hesse. Lize leest een verhaal voor, dat ze geschreven heeft rond die gedichten van Hesse. Ze heeft een spannend, grappig en tegelijk triestig verhaal geschreven. Ik moest ervan huilen. Ik heb deze week een fragment gezongen in Van Gils & gasten, en in die studio heb je een doorsneepubliek. Bijna alle mensen zijn achteraf komen vertellen dat ze erg ontroerd waren, dus die muziek werkt heel goed voor iedereen.”

Operazangers breken zelden uit, maar jij maakt voortdurend muzikale uitstapjes. 

“Tot voorbij mijn twintigste zat ik bij muziektheater Transparant, waar we creatief omgingen met klassieke muziek. Die ervaring is heel bepalend geweest in mijn carrière. Pas later besefte ik dat opera een heel hiërarchische wereld is waar je als zanger niets máákt. Maar ik geniet erg van dat creatieve proces. 

“In het voorjaar ga ik naar Guangzhou in China, een miljoenenstad en destijds de laatste halte van de zijderoute. China heeft ondertussen ook opera ontdekt en ze willen nu een voorstelling over Marco Polo. Ik vertolk de vrouwelijke hoofdrol, Kasper Holten is een van de beste regisseurs ter wereld en we spelen in een concertgebouw dat Zaha Hadid ontworpen heeft.

“Maar het originele libretto is geschreven door een Chinees, en dat bleek één lange patriottische bloemlezing zonder conflict, zo saai als een huis. Ik heb een grote literaire interesse en ik heb altijd geschreven, columns of een dagboek. Dus ik heb gevraagd of ik mocht meewerken aan de nieuwe versie. Uiteindelijk heb ik de structuur gelegd en twee monologen geschreven. Zelfs in zo’n hiërarchische megaproductie probeer ik iets meer te doen.”

Je bent een notoire freelancer ook, die staat op haar onafhankelijkheid. 

“Ik word af en toe gevraagd voor een vaste betrekking, maar ik wil weg kunnen. Mijn leven is altijd heel internationaal geweest en ik vind dat leuk, het gevoel dat de wereld een dorp is. Dat ik morgen in New York zing, en volgende week in China.”

Je bent opgegroeid in een familie waar er al eens samen rond de piano werd gezongen. Maar wat trekt een jong meisje zo aan in klassieke muziek? 

“Dat is een liefde die je niet kunt kiezen. Ik zong in een koor en dat was het allerfijnste moment van de week. Een heel goed koor trouwens, het Aarschot Jeugdkoor, de voorloper van Scala. Maar erg klassiek. We zongen driestemmig Schubert in uniform. Braaf met onze armen op de rug. En ik kon niet wachten tot ik op vrijdagavond naar de repetitie mocht.

“Ik hou wel van popmuziek en ik heb het geprobeerd. Maar nee jong, als je Strauss kunt zingen, dan is het klaar. (lacht) Dat is iets helemaal anders: de esthetiek, de manier van zingen, de taal.”

Is klassieke muziek je taal?

“Ik ervaar muziek als het summum, ik geef er alles voor. Waarom ik het nodig heb om op een podium te staan en iets te vertellen? Ik denk dat ik, net als veel kunstenaars, met een aangeboren of innerlijke eenzaamheid zit. Alsof ik op een eiland zit. Dat moment op het podium is het bootje waarmee ik even naar het vasteland vaar. Een mens is uiteindelijk alleen. Als je dat kunt erkennen, is dat heel eenzaam. Maar vanuit die erkenning kun je net contact maken. 

“In België nemen zoveel mensen antidepressiva. Dat komt, denk ik, een stuk vanuit de hardheid van de maatschappij en onze opvoeding. Naar mijn gevoel leven we in een wereld vol gesloten, pruttelende vaatjes, maar je mag niet te veel lawaai ma­ken. Amai, hard. Je essentie wordt een beetje ge­dempt en ik denk dat je daar heel triestig van wordt. Terwijl je voelt dat mensen uitspattingen nodig hebben, als je ze ziet drinken op café of op zotte feesten. Maar ik zou het goed vinden als het dagelijks leven emotioneel iets makkelijker zou zijn.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

En door te zingen kun je met die emoties weg?

“Al zingend mogen die grote emoties eruit, in een heel veilige vorm. Die kracht en schoonheid van muziek is universeel. Het is persoonlijk, maar niet privé. Het is ook bewezen dat het zingen zelf helpt. Twee uur zingen op een slechte dag, en ik verzeker je dat daarna alles beter gaat. Op het podium staan is dus een voorrecht.”

De aandacht die je krijgt op het podium, heb je die nodig?

“Natuurlijk. Als je daar niet van kunt genieten, dan is het vreselijk. Optreden is echt kicken, als een high. Wellicht is het dat. (glimlacht) Voor mijn verjaardag wil ik graag parachutespringen, dus ik denk wel dat ik in de categorie sensatiezoeker hoor.”

Van buitenaf lijkt je carrière een vlot, succesvol parcours. 

(lacht luid) “Zo, dat heb ik goed afgeschilderd!”

Is het met veel vallen en opstaan?

“Ja natuurlijk. Ik zet mijn gemiste audities niet op Facebook. Maar als ik terugkijk, denk ik wel ‘wauw, het was de max’. Zo zit ik in elkaar: als het fout loopt, dan moet je gewoon van richting veranderen. Natuurlijk zijn er rollen die ik heb misgelopen, en natuurlijk was ik soms verdrietig of teleurgesteld. Maar ik kan makkelijk de goede kant van de dingen zien.” 

Vrij van frustraties?

“Ik heb dat geleerd. Wat ik belangrijk vind, is mezelf wat speling geven als iets niet lukt. Niet meteen boos zijn op mezelf. Veel frustratie komt voort uit het idee dat een carrière één rechte lijn is, maar gelukkig zijn is ook accepteren dat niet alles lukt, nu. 

“Ooit deed ik auditie voor een rol waarvoor ik wel geboren leek. Ik was bijna zeker dat ik het zou halen. Fout natuurlijk. Maar op de auditie was de respons veel lauwer dan ik had verwacht. Hard! En huilen! Ik kon dat echt niet verteren. Vier jaar later belt die dirigent: dat hij mijn auditie best goed vond, maar dat ze toen al iemand anders in gedachten hadden. En of ik vrij was voor een veel grotere rol in een andere productie. Toen dacht ik: oké, hier leer ik van. Van positieve energie gaat niets verloren. Maar je moet aanvaarden dat niet alles nu gebeurt.”

Je lichaam is je instrument. Hoe stresserend is dat? 

“Je moet discipline hebben en goed je grenzen kennen. Dat vind ik heel moeilijk, ik doe vaak te veel. Doodmoe word ik daarvan, maar het is ook prachtig om veel te doen. 

“Maar vermoeidheid is stresserend. Als ik ’s avonds werk, dan moet ik de volgende dag tot elf uur slapen. Dat móét. Maar als ik de hele week om acht uur ben opgestaan omdat ik om tien uur moest repeteren, dan lukt dat niet. Dus moet ik proberen dutjes te doen. Slapen is iets waar ik echt mee bezig ben. Een uitspatting af en toe is ook gezond, maar het is toch vooral goed eten, weinig alcohol, zeker niet roken.”

Nooit gerookt?

(lacht) “Pas.”

Die extreme discipline, ligt je dat? 

“Ik geniet daar wel van, zo focussen. Mijn vrienden weten ook dat als ik concerten heb en zij verkouden zijn, dat ze me echt niet mogen bellen om een koffie te gaan drinken. Daar word ik echt boos van, want ze brengen iets in gevaar. Ik zie ze de week daarna wel. 

“Het is wel slikken voor mijn vrienden en familie. Ik werk ook veel tijdens het weekend, dus ik kan nooit ergens mee naartoe. Koffie op dinsdagmorgen, dat lukt. Ik vraag veel van hen, en ik vind het heel lief als ze dat snappen. En als ze het niet begrijpen, dan is dat een breekpunt. Ook in relaties: je moet accepteren dat ik heel vrij ben en altijd weg kan naar het buitenland. Zes weken China, bye-bye. Als mensen dat niet kunnen opbrengen, lukt het niet. Ik kan mijn muziek daarvoor niet opgeven.”

Je hebt weleens gezegd dat de muziek eerst komt, en dan pas de liefde.

“Amai, dat is een harde vraag. Het is moeilijk. Ik weet dat mensen vaak op hun tanden moeten bijten: ze kan weer niet, ze is er weer niet. Of ze wil weer niet. Ik kan niet veel uitgaan, dat mag echt niet. Het zingen is zo schoon, dat ik het zelfs niet overweeg. Voor wat, hoort wat. Natuurlijk is dat soms moeilijk. Vorige maand was mijn beste vriendin jarig en ze gaf een feestje. Ik zat in New York. Jammer.” 

Is zingen soms gewoon een job?

“Nooit. Zingen is altijd het beste moment van de dag. Straks ga ik repeteren voor Avondrood, en ik ben nu al blij. Ze hebben een prachtig decor gebouwd, ik ben heel benieuwd.”

Ben je altijd zo enthousiast?

“Ik denk het wel. (lacht) Ik ben in alles geïnteresseerd: wetenschap, literatuur, filosofie. Ik vind het allemaal spannend. Behalve gezaag, daar kan ik niet tegen. Dat positieve, ik moet dat soms bevechten. Hoho, Elise, er zijn ook risico’s. Misschien moet ik hier niet al mijn energie in steken. Maar dat is pas mijn laatste bedenking. Mijn eerste reflex is altijd: o ja, dit wordt leuk.”

In Culture Club vertelden twee van je vrouwelijke collega’s dat ze ook last hebben gehad van grensoverschrijdend gedrag. Jij ook?

“Het overkomt alle zangeressen in de klassieke muziek. Ze weten allemaal voor wie ze moeten oppassen. Geld, macht en seks is een rare driehoek. Het is jammer dat je als vrouw zo hard werkt, offers maakt en een carrière opbouwt, en dat er toch nog zoveel seksisme is. Van seksuele intimidatie over geile dirigenten tot minder loon voor vrouwen: er is een en ander aan het bewegen, maar opera is een mannenwereld.

“Ik heb daar geen geduld mee. Ik heb fucking twee masterdiploma’s en werk hard, en nu moet ik toch nog een hand op mijn knie verdragen? En dat heeft niets te maken met aantrekkingskracht of charme. Zonder charme is het maar een dode wereld en ik denk dat seksuele fantasieën over collega’s heel vaak voorkomen. 

“Maar mannen in een machtspositie die vrouwen dwingen om zich een seksobject te voelen, daar heb ik geen respect voor. Ik heb daar onderweg al veel mensen mee beledigd, maar ik kan er niet tegen.”

Jij kunt goed van je afbijten?

“Ik heb dat geleerd. Ik kan dat en ik schaam mij daar niet voor. Niet mijn probleem, denk ik dan.

“En ik heb gemerkt dat als je kordaat bent, zonder zo’n man in zijn hemd te zetten, dat je respect afdwingt en daarna een betere werkrelatie krijgt. En als dat niet lukt, dan wil ik niet samenwerken. 

“Maar ik was 17 toen ik voor het eerst deelnam aan een buitenlands project. Op die leeftijd was ik ervan overtuigd dat mannen van 50 zich onmogelijk tot mij aangetrokken konden voelen. Maar ik denk dat meisjes in middelbare scholen ook soms last hebben van hun leraren.

“Dus ik vind die beweging heel positief, en ik begrijp niet dat veel mannen daar zo angstig op reageren. Niemand zegt toch dat je niets meer mag. Maar macht en seks met elkaar verbinden, dat is heel vies. En als sommige mensen zich daardoor bedreigd voelen, dan vind ik dat ze die bittere pil maar even moeten doorslikken. 

“Het rare is, ik heb een vrouwelijke dirigent en een vrouwelijke regisseur gezien die net hetzelfde deden met mannen. Het is een machtsding. En dan krijg je van die zenuwachtige mannelijke collega’s, daar moest ik wel mee lachen.” 

Ze wisten niet waar ze het hadden?

“Onwaarschijnlijk. Angstige lachjes, proberen niemand te beledigen en niet weten of ze echt mee moesten gaan eten of er misschien wel onderuit konden komen. Ambetant, want je bent aan het werk.”

Het valt op dat mannen vaak met een verliefde toon over je schrijven.

“Is dat zo? (lacht luid) Dank je. Kijk, ik sta op een podium en dat fascineert en erotiseert. Die aanbidding is helemaal niet erg.” 

Je kunt ook iets dat weinig vrouwen kunnen.

“En ik vertel verhaaltjes. Al die emoties als ik zing, dat zijn mijn emoties. Ik toon mijn opperste kwetsbaarheid en kracht en dan is het niet raar dat mensen daarvan gaan dromen. Daar dient het ook voor. Maar dat wil niet zeggen dat ik daarover aan­gesproken wil worden op straat. Zoiets hoort op een podium. Dat is wat ik bedoel als ik zeg: het is persoonlijk, niet privé.”

Nog even iets helemaal anders: je stond dit jaar op het podium van Tomorrowland. Hoe was dat?

“Heel grappig. 60.000 man, dat eindigt niet. Je blijft maar kijken en je ziet steeds meer hoofden. En die mensen vooraan maar roepen: You’re beautiful. Een echte love vibe. Kicken.

“Ze belden me een week op voorhand, of ik iemand kon vervangen om een slaapliedje te zingen en iedereen naar huis te sturen. Een simpele, onschuldige compositie, maar tijdens de soundcheck vroegen die twee organisatoren
(de broers Manu en Michiel Beers, LB) of ik het even wilde zingen. ‘We willen horen of je het kunt.’ (lacht luid) 

Beeld Thomas Sweertvaegher

“My god, dacht ik. Ik had net in Sint-Petersburg met een orkest een cd opgenomen met keimoeilijke klassieke composities, en het was lang geleden dat iemand me nog zoiets had gevraagd. Dus ik zing. ‘Oké, je kunt het.’ Echt een clash van twee werelden. Lachen!” 

Pop-up Bar Operaplein 1, vanaf 7/12 in Opera Vlaanderen, Antwerpen. operaballet.be

Avondrood, van 3/12 tot 23/12 op verschillende locaties in Vlaanderen. begeerte.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234