Zaterdag 28/05/2022

Reportage'Le otto montagne'

‘Ik heb echt diep gezeten toen ik terugkwam uit Amerika’: Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch

Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch in Italië. Beeld Christophe De Muynck
Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch in Italië.Beeld Christophe De Muynck

In de Alpen rondde filmkoppel Felix Van Groeningen (44) en Charlotte Vandermeersch (38) net de opnames van Le otto montagne af, een verfilming van Paolo Cognetti’s bestseller De acht bergen. Een avontuur op hoogte, na een klim uit een psychologisch dal.

Lieven Trio

‘Toen ik het boek las, heeft dat een heftige emotie losgemaakt”, zegt Felix Van Groeningen. “Het besef dat alles vergankelijk is, en dat je als mens heel klein bent. Op het moment dat ik het scenario begon te schrijven, toen Charlotte voor het tv-programma Over de oceaan op haar boot vertrok, zat ik enorm in dat gevoel. Ik had ook net Into the Wild herbekeken... en ik heb zitten blèten met die film!”

De Alpen zien er inderdaad nooit meer hetzelfde uit, als je De acht bergen gelezen hebt. De sobere maar kraakheldere, zintuiglijke taal waarmee Paolo Cognetti deze wereld beschrijft, opent je de ogen voor nuances die je niet eerder zag. Hij leert je het landschap lezen, in plaats van er als een grazende koe naar te staren. Hij leert je lariksen te onderscheiden van sparren, en gewone grasweides van almen. Schaduwen en licht op een andere manier te appreciëren.

FELIX VAN GROENINGEN * Gent, 1 november 1977 * filmregisseur * debuteerde met Steve + Sky (2004) * Oscarnominatie voor The Broken Circle Breakdown (2012) * prijs voor Beste regie Sundance Film Festival voor Belgica * internationale doorbraak met Beautiful Boy (2018)

CHARLOTTE VANDERMEERSCH * Oudenaarde, 11 november 1983 * actrice * theater: vast verbonden aan Lazarus, ook te zien bij o.m. SKaGeN, Abattoir Fermé, Wunderbaum * tv: o.m. Deadline 14/10 en Wat als? * film: Belgica, De premier, Bowling Balls * heeft samen met Van Groeningen een zoon: Rufus

Zo komt het dus dat ik, op een koele dag, met ­volle aandacht de bergflanken van de Noord-Italiaanse Valle d’Aosta zit te bestuderen doorheen de ­bestofte ruiten van een rammelende jeep. Al ruim een halfuur stuitert de terrein­wagen aan een slakkengang over een onverhard bergpad dat je met wat goede wil hobbelig kan noemen, maar in feite enkel als onberijdbaar te bestempelen valt. Toch staat wat hogerop een heel wagenpark verzameld, in de buurt van een afgelegen berghut. Het is een van de belangrijkste sets van Le otto montagne, de film die Felix van ­Groeningen en zijn vriendin Charlotte Vandermeersch op basis van Cognetti’s boek aan het draaien zijn.

2.600 METER

Per helikopter

De locatie waar vandaag de camera’s draaien, heet in het boek de barma drola: een stenen huisje op eenzame hoogte, eigenhandig opgeknapt door het hoofdpersonage Pietro en zijn jeugdvriend ­Bruno. De barma staat symbool voor hun innige band: het is een plek waar beide mannen elkaar na veel omzwervingen terugvinden. Bij mekaar komen ze thuis.

De barma is een adembenemend mooie plek, maar ook een allesbehalve comfortabele film­locatie. Het weer kan in een oogwenk omslaan – op deze wisselvallige dag zal ik er alle seizoenen zien passeren –, en de slechte bereikbaarheid zorgt voor logistieke kopzorgen. De grote houten balken die het dak van de barma ondersteunen, moesten per helikopter aangevlogen worden. Het overige materiaal kwam via het beruchte hobbelpaadje naar omhoog. Bovendien slapen cast en crew bijna een kilometer lager, waardoor er iedere dag kostbare tijd verloren gaat aan transport.

Toch hangt er weinig stress in de (ijle) lucht op de set. Zeker niet tussen Van Groeningen en Vandermeersch, het duo voelt zich duidelijk op hun gemak in dit landschap. Ze hebben dan ook ruim de tijd genomen om hier te aarden: twee maanden voor het begin van de opnames kwamen ze hier al wonen. Ze verkenden de omgeving, leerden Italiaans, maakten kennis met de locals, en brachten vooral veel tijd door met auteur Paolo Cognetti, die zeshonderd meter lager woont, op een steenworp van de set.

2.000 meter

Bij Cognetti thuis

Daar waar puffende toeristen met trekrugzakken en wandelstokken voorbij sjokken, hun blik strak gericht op de kale bergtoppen, heeft Cognetti zijn thuis gevonden. Al twaalf jaar woont hij hier, in Estoul, net onder de boomgrens, in een afgelegen berghut die niet toevallig veel weg heeft van de barma uit het boek. Hij verblijft er niet het hele jaar door: de winters in het hooggebergte zijn hem te eenzaam. Dan keert hij terug naar de bewoonde wereld, naar Milaan, om te schrijven. Maar vanaf de lente wil hij hier zijn, in de buitenlucht. Wandelen, met zijn handen werken. “In de stad leef je met je hoofd, hier met je lichaam”, zegt hij, als we hem thuis bezoeken. Zijn rosse baard is borstelig, zijn neus roodbruin geblakerd.

Cognetti kwam hier terecht in 2009, zonder job en met een gebroken hart. “Ik was documentairemaker, maar door de economische crisis was de filmindustrie in Milaan geïmplodeerd. Ik was dertig, ik zat vol energie, en plots was er nergens nog geld of werk voor mij. Ook de relatie met mijn toenmalige vriendin was net op de klippen gelopen. En toen zag ik de film Into the Wild (het waargebeurde verhaal van een beloftevolle student die alles achterlaat en zich terugtrekt in de wildernis van Alaska, LT). Ik herkende mezelf in het hoofdpersonage Chris McCandless, en begon terug te verlangen naar de bergen, waar ik als kind steeds de zomers doorbracht met mijn ouders, en altijd een ongelooflijke, wilde vrijheid had gevoeld. Plots zag ik in dat dat mijn plek was. En dus ging ik op internet op zoek naar het meest afgelegen berghuisje dat ik kon vinden. Zo kwam ik in contact met Remigio: hij had dit huis van zijn vader gekregen. Na de dood van zijn vader, met wie hij een moeilijke relatie had, had Remigio het huis opgeknapt ter nagedachtenis van hem. Nu heb ik het gekocht, en zijn we beste vrienden.”

Filmen in de bergen: het ziet er idyllisch uit maar is een hele onder­neming. Cast, crew en materiaal moeten immers op 2.600 meter hoogte geraken. Beeld Christophe De Muynck
Filmen in de bergen: het ziet er idyllisch uit maar is een hele onder­neming. Cast, crew en materiaal moeten immers op 2.600 meter hoogte geraken.Beeld Christophe De Muynck

“Zo begon het verhaal van De acht bergen stilaan vorm te krijgen. Remigio inspireerde het personage van Bruno. In het boek maakte ik van hem de jeugdvriend die ik nooit gehad heb – ik was een heel eenzaam kind, dus ik droomde er altijd van om een bergvriend als Bruno te leren kennen.” Het hoofdpersonage modelleerde hij dan weer naar zichzelf. “Pietro, dat ben ik een beetje. Daarom dat Luca Marinelli, de acteur die Pietro speelt in de film, mij zo graag wilde leren kennen. Hij kwam drie maanden voor het begin van de opnames al in de streek wonen. We hebben samen veel gewandeld en gepraat, ik heb hem al mijn plekjes getoond. Een acteur die zijn werk op die manier benadert, dat is heel zeldzaam. Hij heeft de bergen écht leren kennen. Ik denk dat de meeste mensen de bergen enorm idealiseren. Als je van de stad komt, zie je de schoonheid, de immensiteit, de puurheid...

“Vanop afstand krijgen de bergen een symbolische waarde. Maar als je hier wat tijd doorbrengt, begrijp je de realiteit. Je ziet het echte leven van de mensen, hun werk. De eenzaamheid. Alles wordt reëler en concreter.”

Voor de rest bemoeit Cognetti zich zo weinig mogelijk met de verfilming. Hij hielp Van Groeningen en Vandermeersch met de Italiaanse dialogen, maar op de set komt hij zelden. “Het boek heeft veel succes gehad”, zegt hij. “Het heeft me alles gegeven wat ik ervan had kunnen verlangen: lezers, prijzen, geld... Nu geef ik het dus met veel plezier uit handen, en ik heb er alle vertrouwen in dat het een mooie film zal opleveren. Felix heeft veel talent.”

2.600 meter

Samen schrijven

Het is voor Van Groeningen de tweede opeen­volgende keer dat hij buiten het vertrouwde ­België op de set staat. Na de Oscarnominatie voor The Broken Circle Breakdown in 2014 rolde Hollywood de rode loper voor hem uit. In 2018 maakte hij er zijn Engelstalige debuut met Beautiful Boy, een hartverscheurend drama met Steve Carrell in de rol van een vader die zijn verslaafde zoon ­(Timothée Chalamet) probeert te redden. Maar in plaats van verder te gaan op het ingeslagen pad in Amerika, verraste Van Groeningen met een ­Italiaans project. En dat was niet eens zijn eigen idee.

“Op een dag kreeg ik telefoon van een Italiaanse producent, met de vraag of een verfilming van Le otto montagne misschien iets voor mij zou zijn”, vertelt hij. “Het toeval wou dat mijn Belgische producent Dirk Impens me een jaar eerder ook al over dat boek had gesproken. Ik was het toen beginnen te lezen, maar op dat moment zag ik echt niet wat ik ermee zou kunnen doen. Toen dat telefoontje uit Italië kwam, voelde dat echter als een teken. Ik ben het boek opnieuw beginnen te lezen, en plots herkende ik veel elementen en thema’s die ook in mijn vorige films zaten: vriendschap, zoals in Dagen zonder lief. Een huis bouwen, zoals in The Broken Circle Breakdown. Een vader-zoonrelatie, zoals in Beautiful Boy en De helaasheid der dingen. Een verhaal dat zich over vele jaren afspeelt, zoals in bijna al mijn films... (lacht) Het paste echt wel bij mij, op vele vlakken. Maar het was vooral de menselijke kant van de personages die me heel erg raakte. Dat is altijd de belangrijkste barometer: wat voel ik erbij? En ja, ik was kapot van dat boek. (lacht) Dus ik wou het heel graag doen.”

“Oorspronkelijk was de vraag of ik het verhaal kon verplaatsen naar de VS, om er een Engelstalige film van te maken. Daar heb ik meteen voor gepast. Het boek is zo authentiek, zo schoon... Daar wilde ik niet aan raken. En ik had ook niet per se zin om meteen terug te gaan naar Hollywood. Het sprak me net aan om een nieuwe, onbekende wereld in te duiken.”

Felix Van Groeningen: ‘Vooral de menselijke kant van de personages raakte me heel erg, en ik was kapot van het boek. Dus ja, ik wou dit heel graag doen.’ Beeld Alberto Novelli
Felix Van Groeningen: ‘Vooral de menselijke kant van de personages raakte me heel erg, en ik was kapot van het boek. Dus ja, ik wou dit heel graag doen.’Beeld Alberto Novelli

Al voelt die onbekende wereld tegelijk erg vertrouwd, want op de set is Van Groeningen omringd door bekende en geliefde gezichten. Director of photography Ruben Impens stond in 2000 al achter de camera voor Van Groeningens afstudeerfilm 50CC, en week sindsdien nooit meer van zijn zijde. Hun vriendschap is er een zoals die van Pietro en Bruno: de twee voelen elkaar zonder woorden aan. Tijdens een scène waarin twee groepjes acteurs in verschillende van hoeken van de barma druk staan te praten, zie ik hoe Van Groeningen in volle opname zachtjes aan Impens’ schouder trekt: die begrijpt meteen wat er van hem verwacht wordt, en richt zijn camera terstond naar de acteurs aan de andere kant van de ruimte. “Felix en ik kennen mekaar door en door”, zegt Impens.

“De Italiaanse crew verbaast zich daar regelmatig over: ‘Hoe doen jullie dat toch? Jullie communiceren zo weinig?’ (lacht) Maar wij hebben geen woorden nodig om elkaar te verstaan. We zijn samen opgegroeid. Dat is heel bijzonder.”

Maar nog specialer, en nog vertrouwder, is de aanwezigheid van coregisseuse Charlotte Vandermeersch op de set. De twee vormen al veertien jaar een koppel, en Vandermeersch speelde als actrice al mee in ­Dagen zonder lief en Belgica, maar nu staan ze voor het eerst samen aan het roer van een film. En dat uitgerekend na een stevige relatiecrisis.

De beslissing om Le otto montagne als duo te maken, groeide organisch, vertelt Van Groeningen. “We wilden al lang samen iets schrijven. Charlotte had destijds meegewerkt aan een versie van het scenario van The Broken Circle Breakdown, en dat was superleuk. Het gaf goesting in meer, maar het was wachten op het juiste moment en het juiste project. Toen Charlotte De acht bergen gelezen had, was het meteen duidelijk dat ze dit heel graag wilde doen.” Van Groeningen begon eind 2019 toch alleen te schrijven, “want ik zat op een zeilboot”, lacht Vandermeersch. Ze verwijst daarmee naar het Play4-programma Over de oceaan, waarvoor ze samen met vijf andere BV’s van Lanzarote naar Guadeloupe zeilde.

Niet lang na haar terugkeer ging de wereld in lockdown, en begon het koppel dan toch samen aan een nieuwe versie van het scenario te werken. “We beleefden toen een moeilijke periode in onze relatie”, zegt Van Groeningen. “Maar door de lockdown zaten we heel dicht op elkaar, en daar hebben we eigenlijk veel aan gehad. Charlotte heeft het scenario naar een ander niveau getild. Ze had ook héél veel commentaar op de versie die ik alleen had geschreven. (lacht) Het was echt wijs om daar samen in te duiken, en voor mij was het ook een fijn gevoel om eens wat meer in de zetel te gaan zitten, terwijl iemand anders de boel trok.”

In het boek leer je de bergen zien zoals je ze nooit zag. Voor de personages baseerde schrijver Paolo Cognetti zich op zichzelf en een jeugdvriend die hij nooit had. Beeld Alberto Novelli
In het boek leer je de bergen zien zoals je ze nooit zag. Voor de personages baseerde schrijver Paolo Cognetti zich op zichzelf en een jeugdvriend die hij nooit had.Beeld Alberto Novelli

Samen schrijven is één ding, samen de regie delen nog iets anders. “Op een dag heeft Felix me gewoon out of the blue die vraag gesteld aan de keukentafel”, vertelt Vandermeersch. “Dat is typisch Felix: plots op de proppen komen met een compleet nieuw idee. Ik had er nog nooit aan gedacht om deze film samen te regisseren, maar toen hij het vroeg, vond ik het meteen goed.”

“Ik wou Charlotte erbij omdat het schrijfproces met haar super was geweest,” legt Van Groeningen uit, “maar ook omdat het op dat moment gewoon klopte in onze levens. Charlotte is de laatste tijd veel zelf aan het maken geweest, ze heeft bijvoorbeeld een theatermonoloog gemaakt (‘Buzz’, naar de roman ‘Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?’, LT) die heel mooi was. Dus ik had het gevoel dat ze ook wel geïnteresseerd zou zijn om deze film samen te regisseren. Bovendien is Le otto montagne een nogal mannelijk verhaal. Over de vriendschap tussen twee mannen, en over vaders en zonen. Het leek me fijn om daar vanuit een koppel naar te kijken.”

Hun samenwerking op de set voelt evenwichtig en ongedwongen. Alsof ze nooit iets anders gedaan hebben. “Onze rolverdeling heeft zich heel organisch gezet”, vertelt Vandermeersch. “Ik hou enorm van scenario, dus ik ben vooral met de tekst bezig. De acteursregie doen we gewoon samen: het is niet omdat ik actrice ben, dat ik dat beter kan. Felix is zelf heel goed met acteurs, ik hoef hem niets te leren.” Over de technische aspecten hakt Van Groeningen meestal de knopen door. “Op dat vlak hou ik me iets meer op de achtergrond”, zegt Vandermeersch. “Dit is een grote, complexe productie, en ik wil de boel niet vertragen door per se zelf te willen experimenteren met deze lens of dat camerastandpunt. Ik leer al veel door gewoon te observeren.” Veel tijd voor artistieke meningsverschillen is er simpelweg niet. “Als we het niet eens raken over hoe we een scène gaan filmen, dan zegt Felix op de duur ‘Ik beslis, vertrouw mij.’ En dan zeg ik: ‘Oké’. Soms moet ik dan even een innerlijke snik doorslikken, maar ik heb het volste vertrouwen in Felix. Hij is gewoon een keigoede regisseur, dus die moet kunnen gáán. Ik wil hem vooral ondersteunen en laten vliegen.”

Naast de artistieke overwegingen waren er ook de familiale. Vandermeersch en Van Groeningen hebben samen een zoontje van drie, Rufus. “Nu we een kindje hebben, had ik weinig zin om nog eens zo lang ver van huis te zijn”, zegt Van Groeningen. “Ook daarom leek het me fijn om dit samen te doen.” En dus woont de kleine Rufus nu al vijf maanden van zijn prille leven samen met zijn ouders in de Valle d’Aosta. “We logeren in een B&B, die uitgebaat wordt door een gezin met drie kindjes. Het kleinste is even oud als Rufus, en het is grote liefde”, lacht Vandermeersch. “Hij begint intussen zijn eerste volzinnen in het Italiaans te zeggen. Heerlijk!” Wanneer zijn ouders op de set staan, wordt Rufus vertroeteld door een Italiaanse nonna. “Zij heeft zelf ook een kleinkind. We hebben ervoor gekozen om niet gewoon een oppas te regelen voor Rufus, maar hem hier een sociaal leven te laten opbouwen. In de omgeving kent iedereen hem nu. In de gelateria zeggen ze: ‘Ciao Rufus!’ In zo’n kleine gemeenschap ben je rap bekend. Wij rijden hier rond met een rood busje, en iedereen weet: dat zijn die van de film!”

Vandermeersch en Van Groeningen schreven niet enkel samen het scenario, ze regisseren de film ook samen. Beeld Christophe De Muynck
Vandermeersch en Van Groeningen schreven niet enkel samen het scenario, ze regisseren de film ook samen.Beeld Christophe De Muynck

Het gezin Van Groeningen-Vandermeersch is niet alleen goed geïntegreerd in het dorp, het dorp wordt ook volop geïntegreerd in hun film. Op de set wemelt het van de locals, die bijklussen als chauffeur, bouwvakker of dierenleverancier. De vader van een van de kindacteurs speelt niet alleen zelf een rolletje in de film, maar begeleidt ook acteur Alessandro Borghi, die de volwassen Bruno speelt, als dialectcoach. Tussen de takes door roept hij hem grinnikend de correcte uitspraak van enkele woorden in het lokale, bot klinkende dialect toe: “Busc! Crap! Senter!”

Eén enkele keer ontstond er, vrij letterlijk, een clash tussen de lokale wereld en die van de film. Van Groeningen giert het uit wanneer hij eraan terugdenkt: “We hadden een bekende Franse acteur gecast om de papa van Pietro te spelen. Maar toen hij hier aankwam, bleek al snel dat hij de bergen háát. Een echte Parisien. (lacht) ‘Wat doe ik hier?’, vroeg hij zich af. Op een bepaald moment, twee weken voor de opnames, repeteerden we een scène waarin hij een mot krijgt van de papa van Bruno, gespeeld door een echte boer uit de streek. Die had natuurlijk wel begrepen dat hij hem niet echt moest raken, maar op een bepaald moment sloeg hij toch per ongeluk recht in zijn gezicht. (lacht) Die Franse acteur zei: ‘Ik wil terug naar Parijs!’, en hij is het inderdaad afgetrapt, vlak voor het begin van de opnames. Sfeer weg natuurlijk, en paniek alom.

“Maar we hebben hem hercast, en de shoot twee weken opgeschoven. De max: we hebben een beestige vervanger gevonden, én het weer was veel beter. (lacht)” Vandermeersch vult aan: “Het voelde alsof die boer echt iets ontmaskerd had dat niet klopte. Eigenlijk paste die Franse acteur helemaal niet in ons project. En hij heeft hem naar huis gemot. (lacht)”

1.800 meter

Diep gezeten

Met een vurige bergblos op onze wangen schuiven we ’s avonds – na een afdaling per helikopter, godzijdank – de benen onder tafel in Il pranzo di Babette, het restaurant waar Paolo Cognetti nota bene enkele jaren als kok heeft gewerkt, voordat zijn schrijfcarrière een hoge vlucht nam. Boven een dampend bord stevige bergkost laat Van Groeningen even in zijn ziel kijken. Zoals hij hier regelmatig steile Alpenreuzen beklimt, zo klauterde hij pas ook uit een diep psychologisch dal, bekent hij.

Paolo Cognetti woont zelf vlak bij de filmlocatie. ‘Ik ging op internet op zoek naar de meest afgelegen berghut die ik kon vinden.’ Beeld Mattia Balsamini
Paolo Cognetti woont zelf vlak bij de filmlocatie. ‘Ik ging op internet op zoek naar de meest afgelegen berghut die ik kon vinden.’Beeld Mattia Balsamini

Van Groeningen noemt Beautiful Boy als een van de oorzaken voor zijn malaise: “Die film was een heel mooie ervaring, maar het was ook heel heftig. “Ik heb echt diep gezeten toen ik terugkwam uit Amerika. Ik heb daar op een bepaald moment een conflict gehad met de producenten. In interviews heb ik daar nooit over gesproken, omdat ik niet wilde dat de film ervan afzag. Maar ik heb er wel van afgezien. Ik ben bovendien ook 40 én papa geworden... Dat was een grote omwenteling in mijn leven. Een kindje krijgen maakte mij zielsgelukkig, maar tegelijk had ik het gevoel: ‘Misschien doe ik er niet echt meer toe.’ Ik werd overvallen door een grote melancholie. Het was een crisis die ik moest doormaken om naar een nieuwe fase van mijn leven te gaan. En daarbij kwam dan ook die heftige periode die Charlotte en ik hebben doorgemaakt. Dat heeft er ook stevig ingehakt. Het was de som van al die dingen.”

Vandermeersch luistert met vochtige ogen mee, en zegt: “Ik denk dat het boek inderdaad gaat over het besef van een soort nietigheid. Over loslaten, en je overgeven aan de stroom van het leven. De periode die wij hebben doorgemaakt, sluit daarbij aan, toch? Ik denk dat jij worstelde om meer overgave toe te laten, meer aanvaarding, en te beseffen dat niet alles gecontroleerd kan worden: het leven, mensen, relaties... Ik heb dan weer mijn eigen weg afgelegd. Maar het afgeven van het idee dat alles maakbaar is, dat was volgens mij een groot thema voor jou. En dat is ook deel van dit verhaal.”

2.600 meter

Tegenslag omarmen

Dat Van Groeningen en Vandermeersch op de set de controle kunnen lossen, kon ik eerder op de dag al vaststellen. In een levendige scène doen Bruno, Pietro en enkele bezoekende vrienden zich aan een tafeltje voor de barma tegoed aan kaas en rode wijn. Ook al zijn hun glazen in werkelijkheid gevuld met druivensap, toch wordt de sfeer met elke slok uitgelatener. Het is een gekwetter van jewelste, de acteurs krijgen veel vrijheid om hun dialogen zelf aan te scherpen, en spontane vondsten toe te voegen. Een van hen verstopt een olijf onder zijn lip en hangt de clown uit. Stond niet in het scenario, maar de regisseurs zien het graag gebeuren. “Ik probeer altijd om op de set een balans te vinden tussen draaien wat ik in mijn hoofd had, en ruimte laten voor verrassingen”, zegt Van Groeningen.

Die flexibele instelling komt goed van pas op deze plek. Het kwakkelweer noopt tot creativiteit. Wanneer de zon plots wijkt voor donkere wolken, die openscheuren in een kletterende hagelbui, ontstaat er geen paniek bij Van Groeningen. “We hebben op voorhand heel bewust gezegd: we gaan dat omarmen. Als het weer tegenzit, gaan we niet de hele dag gefrustreerd zijn, maar gaan we dat gebruiken. Dat gaat dit project magisch maken.”

Charlotte Vandermeersch: ‘Op een dag vroeg hij me aan de keukentafel out of the blue om de film samen te regisseren. Dat is typisch Felix.’

 Beeld Christophe De Muynck
Charlotte Vandermeersch: ‘Op een dag vroeg hij me aan de keukentafel out of the blue om de film samen te regisseren. Dat is typisch Felix.’Beeld Christophe De Muynck

De hagelbui droogt weer op, maar nu zakt het wolkendek enkele tientallen meters, waardoor de zichtbaarheid tot bijna nul gereduceerd wordt. Van Groeningen schakelt snel, bladert door het scenario – dat hij als zijn broekzak kent – en wijst een verdere bladzijde aan. De dichte mist is ideaal om een scène te draaien waar Pietro thuiskomt van een lange bergtocht. Luca Marinelli trekt snel andere kleren aan, Ruben Impens heeft allang gezien dat dit een parel van een shot gaat opleveren. Iemand van de art direction sputtert nog even tegen: “Maar die vlaggetjes die aan de barma hangen, moeten er dan toch verweerder uitzien? Dit is veel later in het verhaal!” Van Groeningen is vastbesloten: “Maakt niet uit. Gewoon loslaten.”

Le otto montagne komt in het najaar van 2022 in de bioscoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234