Maandag 01/03/2021

InterviewJozef Deleu

‘Ik gruw van ieder Vlaams zelfbeklag’

Jozef Deleu: ‘Er is zeer veel nieuw vrouwelijk poëzietalent, ik moet er haast niet naar zoeken, 
het biedt zich vanzelf aan.’ Beeld Damon De Backer
Jozef Deleu: ‘Er is zeer veel nieuw vrouwelijk poëzietalent, ik moet er haast niet naar zoeken, het biedt zich vanzelf aan.’Beeld Damon De Backer

Het culturele geweten van Vlaanderen denkt nog niet aan stoppen. Jozef Deleu (83) is wellicht Belgiës oudste hoofd­redacteur en hij heeft zojuist ook nog zijn Nieuw groot verzenboek geactualiseerd. ‘Vlaamse politici zijn meesters in ‘aankondigingspolitiek’.’

“Ik voel me een geprivilegieerd mens, omdat ik nog in relatief goede gezondheid verkeer. Ik kan in isolement, achter mijn haag van twee meter hoog, met mijn vrouw en mijn hond vrij gezellig leven”, vertelt Jozef Deleu laconiek, als ik hem vraag hoe hij – daar, nabij de Franse grens in Rekkem – het jaar 2020 heeft ervaren. “We kunnen zelf nog onze boodschappen doen. En elke dag zit ik met dichters op schoot. Een ongelooflijke luxe”, zo zegt de stichter van bladen als Ons erfdeel en poëziemagazine Het liegend konijn.

Maar dat corona als lood begint te wegen, kan hij niet ontkennen. “Het verdriet is dat je geen vrienden kunt ontmoeten, dat je in de kroeg geen plannen kunt smeden. Dat is een vorm van menselijke verschraling. En als we gaan wandelen, komen we weleens kennissen of buren tegen die niets omhanden hebben of depressief worden van de rondsluipende eenzaamheid. Er hangt een schaduw over de wereld, zoveel is zeker.”

BIO • geboren op 20 april 1937 in Roeselare • gelauwerd proza­schrijver en dichter • voor­vechter van de Nederlands­talige cultuur • oprichter en ex-hoofdredacteur van Ons erfdeel • enige redacteur van poëzie­tijdschrift Het liegend konijn • zat in de raad van bestuur van de VRT • auteur van o.m. Ondoorgrond (dichtbundel) en De pleinvrees der kanunniken (gebundelde redevoeringen) 

Toch wil de 83-jarige Deleu niet te lang ter plaatse trappelen. Aan plannenmakerij geen gebrek, hij kijkt liever vooruit. En bovendien mocht Deleu, als ‘cultureel geweten’ en ‘citoyen de la frontière’, in 2020 wéér een onderscheiding aan zijn palmares toevoegen, nog wel uit onverwachte hoek.

“Een gegeven paard kijk je niet in de muil”, lacht hij, “maar met de Arkprijs van het Vrije Woord was ik toch zeer verguld. Ik beschouw hem als een blijk van waardering voor mijn vrijmoedigheid en onafhankelijkheid. Ik heb altijd gepoogd op een open en zindelijke manier aan cultuurpolitiek te doen. Het trof me, omdat er toch ook veel mensen zijn die mij – hoe zal ik het zeggen – niet leuk vinden. Bovendien trap ik al eens op een dichtersziel. Want ik moet ook wel eens iemand wandelen sturen.” (grinnikt)

‘Jozef Deleu is een Diogenes. Niet een man die verkrampt in een tonnetje gaat liggen, wel de man die zonder omwegen koning, keizer, admiraal en captains of industry op de écht waardevolle, essentiële dingen wijst: ga uit mijn zon’, zo omschreef gewezen VRT-journalist Lukas De Vos u in zijn laudatio.

“Wie ben ik om hem tegen te spreken? Lukas’ beeldspraak is exuberant maar beantwoordt wel enigszins aan de manier waarop ik in het leven sta. Ik kom op voor mijn mening, probeer haar met argumenten en met realisaties te onderbouwen. Ik schuw enige zelfverzekerdheid niet en heb geen talent om calimero te spelen. Ik gruw van ieder Vlaams zelfbeklag. Mijn Franse genen verzetten zich ertegen. Ons land barst van het talent. Waarom altijd weer die behoefte aan zelfverminking?”

Deleu is een luis in de pels van de Vlaamse culturele bewindvoerders. Hij ergert zich al geruime tijd aan de ‘verloedering’ van het openbaar leven, het openbaar debat of aan de ‘zelfgenoegzaamheid en bekrompenheid van de macht.

“De problemen die ik een halve eeuw geleden heb aangeklaagd, woekeren voort. (fel) Onze burgerzin is niet voorbeeldig. Het openbare leven blijft vaak slonzig. Aan de democratische grondrechten morrelen, wordt te vaak oogluikend getolereerd.

“De kreet ‘maak Vlaanderen Vlaamser en onze democratie zal erop vooruitgaan’, blijkt geen garantie voor beter bestuur. En ik zwijg dan nog kuis over die andere leugen: ‘Wat we zelf doen, doen we beter’. Het hele maatschappelijke gebeuren overgieten met een soort Vlaamse saus? Draagt dat bij tot een vitalere en creatievere ontwikkeling? Dat geloof je toch zelf niet.

“Is het de taak van de Vlaamse overheid om de kunst te ‘vervlaamsen’? Ach nee! Ze moet er wel voor zorgen dat alle kunstvormen over voldoende ademruimte beschikken om zich in volle openheid te kunnen ontplooien. Tussen de overheid en de wereld van kunst en cultuur is een permanente spanning tussen nuttig en noodzakelijk.”

Ook inzake onderwijs en natuurbeleid vindt Deleu dat de Vlaamse regering het er bekaaid van afbrengt, ja, zelfs dat ze haar bevoegdheden verknoeit. “Het wordt tijd dat we eens voor de spiegel gaan staan. En ons afvragen of Vlaanderen wel in staat is om de bevoegdheden die het in de loop der jaren heeft verworven, adequaat uit te oefenen. Met andere woorden: is ons bestuur wel democratischer, efficiënter en rechtvaardiger geworden?

“Kijk naar ons onderwijs. De resultaten zijn er niet op verbeterd en dat is niet de schuld van de Walen. Het is onze eigen schuld. En als het zo doorgaat, blijft er geen natuurlijk Vlaams landschap meer over, ondanks alle betonstop.”

Hoe kijkt u naar de saga rond de beheersovereenkomst van de VRT, waar u zelf zowat tien jaar in de raad van beheer zat?

“Bij het vaststellen van de nieuwe beheersovereenkomst van de VRT is er alles aan gedaan om de openbare omroep in de tang te houden. Na deze oefening kondigt minister-president Jan Jambon – in bijberoep minister van Cultuur – nu feestelijk aan dat de Vlaamse regering een nieuwe cultuurzender in het leven zal roepen. Ik heb altijd begrepen dat de volledige VRT grote verplichtingen tegenover cultuur heeft en dat hierbij voor Canvas en Klara een belangrijke rol is weggelegd.

‘Is het de taak van de Vlaamse overheid om de kunst te ‘vervlaamsen’? Ach nee!’ Beeld Damon De Backer
‘Is het de taak van de Vlaamse overheid om de kunst te ‘vervlaamsen’? Ach nee!’Beeld Damon De Backer

“Oké, ik verwelkom nieuwe initiatieven en nieuwe middelen, maar als ze tot doel hebben om de greep van de partijpolitiek op de openbare omroep te verstevigen, dan is dat zonder meer verwerpelijk. Is men zich er in Vlaanderen wel voldoende van bewust dat de middelen voor cultuur in het geheel van de Vlaamse begroting sinds 1999 behoorlijk zijn afgenomen? Is men al vergeten dat ook is beslist het aantal lesuren over kunst en cultuur in ons onderwijs af te bouwen?

“En dan maar toeteren dat er een nieuwe cultuurzender komt! De Vlaamse politici zijn meesters in de zogenaamde ‘aankondigingspolitiek’. Maar daar blijft het vaak bij. Het wordt langzamerhand stuitend. Een beetje fatsoen tegen de achtergrond van een al jaren falend onderwijsbeleid zou passender zijn.”

Wat vindt u van de manier waarop minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) de sector in coronatijden bijspringt? Volstaat het?

“De Vlaamse regering is herhaaldelijk tussenbeide gekomen, vooral om de grote kunstencentra van de ondergang te redden. En dat is positief. Ze besteedde echter te weinig aandacht aan het beschermen van het fijnmazig cultureel netwerk. Vele kleine initiatieven en theatergezelschappen worden bedreigd. Als dat verder afsterft, wacht ons geen mooie toekomst.”

Maar genoeg gesakker en gemor. Want wie denkt dat Deleu zich voortdurend zit te ergeren, heeft het helemaal mis. Zijn enthousiasme bewaart Deleu voor de poëzie die hij dagelijks in- en uitademt. “Ik sta met poëzie op en ik ga met poëzie slapen, al zestig jaar lang.”

Deleu heeft dit jaar allerminst stilgezeten. Naast de twee nummers van zijn poëziemagazine Het liegend konijn bracht hij zojuist de finishing touch aan bij een nieuwe versie van zijn nog steeds succesvolle Nieuw groot verzenboek, dat voor het eerst in 1976 verscheen en na negentien edities hoge oplages blijft halen.

Die thematische bloemlezing – leven, liefde, dood, ouders, et cetera – omschrijft Deleu als “een levendig instrument dat met de tijd meegaat en naast opname van nieuw en jong geweld, ook het oud goud van onze poëzie niet verwaarloost”.

Hoe verklaart u het langdurige succes van uw bloemlezing? Terwijl een gewone dichtbundel amper verkoopt, hebt u meteen een uitverkochte eerste druk van vijfduizend exemplaren.

“Ik denk dat het de wisselwerking tussen traditie én moderniteit is, waardoor je nieuwe generaties poëzielezers én een breed publiek kunt bereiken. Lezers die op zoek zijn naar gedichten die hen persoonlijk aanspreken en uit het leven zijn gegrepen, daar let ik ook op.

“Literair-historische ambities heb ik niet. Wel wil ik de ramen naar de verscheidenheid en de rijkdom van onze poëzie opengooien. Dit impliceert een nogal idealistische kijk op poëzie. Ik ben oud genoeg om me daar niet voor te schamen. Poëzie is voor mij ook een nobele vorm van zingeving, van aandacht voor het immateriële, voor wat ons ten diepste beroert en bezighoudt.”

Deleu luidt graag de klok van de vernieuwing en spiedt naar de jonge garde. Het Nieuw groot verzenboek bevat nieuw werk van 21 vooral jonge, vrouwelijke dichters zoals Simone Atangana Bekono, Charlotte Van den Broeck, Radna Fabias, Asha Karami, Carmien Michels, Iduna Paalman of Marieke Lucas Rijneveld.

“Er is zeer veel nieuw vrouwelijk talent, ik moet er haast niet naar zoeken, het biedt zich vanzelf aan.” Maar ook mannelijke Vlaamse dichters als Bert van Raemdonck, Tom Van de Voorde en Xavier Roelens krijgen voor het eerst een plek.

“Soms stel ik me wel de vraag of bepaalde dichters na één bundel niet snel uitgezongen zijn. Dat zie je wel eens, dat ze hun eigen niveau niet meer handhaven.”

Maar verdwijnen doen er ook, Deleu kwam tot 33 afvallers, waaronder een aantal gedichten van Bertus Aafjes.

Welke vuistregels hanteert u bij het bloemlezen? Wat is de moeilijkste klip, wat het grootste genoegen?

“Bloemlezen blijft altijd kiezen en een beetje verliezen. Daarom moet je in je eentje bloemlezen. Je moet permanent met jezelf in discussie durven te gaan over wat je wel of niet opneemt. Je bent verplicht om voortdurend compromissen met jezelf te sluiten, zonder druk van buitenaf. Daar is veel vreugde aan te beleven, maar ook onzekerheid. Smaak en inzichten van de bloemlezer evolueren, dat heb ik al vaak gemerkt.”

Bent u naar sommige keuzes anders gaan kijken?

“Het gebeurde wel dat ik vroeger te zeer van het stichtende idee uitging dat ‘er in een gedicht iets moet staan’. Ik liet me verblinden door de inhoud. Ik liet me meeslepen door een mooi geformuleerde gedachte. ‘Een schoon gedacht is geen goed gedicht’, zei Herman de Coninck ooit. Nu let ik toch meer op het vormelijke aspect.” (lacht)

Gaat u in Het liegend konijn op dezelfde manier te werk, maar dan met uitsluitend hedendaagse poëzie?

“‘Uit het nest geroofd’, noem ik het, dus het gaat om kakelverse poëzie. Hoe pak ik dat aan? Ik lees systematisch de paar honderd nieuwe bundels die elk jaar in onze taal verschijnen en volg wat er in de literaire tijdschriften verschijnt.

‘Ons land barst van het talent. Waarom dan toch altijd weer die behoefte aan zelfverminking?' Beeld Damon De Backer
‘Ons land barst van het talent. Waarom dan toch altijd weer die behoefte aan zelfverminking?'Beeld Damon De Backer

“Al is er veel wildgroei op poëziesites, toch vallen er af en toe verrassende ontdekkingen te doen. Naast de dichters die ik zelf benader, zijn er ook de honderden ongevraagde inzendingen. Zo kom ik tot telkens 180 gedichten, gepuurd uit misschien wel duizend gelezen gedichten.”

Eersterangswaarnemer Deleu ziet wel degelijk tendensen: “Zoals ik daarnet ook al opmerkte over mijn bloemlezing: vrouwelijke dichters zijn zeer prominent aanwezig. En wat veel jonge dichters bezighoudt zijn pijnlijke ervaringen van thuisloosheid en wrange onvrede met mens en wereld. Er waait geen optimistische wind door onze poëzie, neem nu Marieke Lucas Rijneveld of Bert van Raemdonck.

“Opvallend is ook dat de jonge generatie niets onaangeraakt wil laten. Lieftallige versjes zul je tevergeefs zoeken. Het leven ervaren velen als surrealistisch. De poëzie is dat soms ook. Er wordt ook een veelheid van vormen gehanteerd, waarbij sommigen niet gehinderd worden door een adequate beheersing van het eigen medium. De belangrijke nieuwe stemmen die wél hun taal beheersen en er mee experimenteren, bieden beklijvende poëzie, die onze tijd niet ontziet.”

Aan stoppen denkt Deleu niet. “Zolang ik kan en mijn gezondheid het toelaat, ga ik door. Het liegend konijn is meerderjarig geworden, ik maak het in mijn eentje intussen al achttien jaar. Het is voor mij een blijvend avontuur. Nu weer bij uitgever Pelckmans, na goede jaren bij uitgeverij Van Halewyck en uitgeverij Polis. Natuurlijk ben ik me bewust van mijn eindigheid. Maar ik ben ook een vitalist. Ik leef alsof er geen einde aan komt, al besef ik dat alles eindig is.”

Jozef Deleu, Nieuw groot verzenboek. 600 gedichten over leven, liefde en dood, Lannoo, 692 p., 29,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234