Donderdag 18/07/2019

interview

"Ik film om niet te vergeten"

Weerasethakul won in 2010 de Gouden Palm in Cannes. Beeld photo_news

Apichatpong Weerasethakul is dezer dagen alomtegenwoordig: een retrospectieve van zijn films, een tentoonstelling met zijn videowerk (Memorandum) en zijn eerste podiumproductie op het Kunstenfestivaldesarts (Fever Room). Een gesprek over dromen en de situatie in Thailand. "Ik ben doodongerust."

"Het is een ongelukje," zegt Apichatpong Weerasethakul met een verontschuldigend lachje. De gevierde Thaise filmregisseur heeft het over zijn allereerste podiumproductie Fever Room, te zien op het Kunstenfestivaldesarts. "Ik deed het al in mijn broek bij het idee om een voorstelling te maken. Theater is live, terwijl ik bij een film alles onder controle kan houden."

Dat hij toch de stap gezet heeft is te danken aan de directrice van het vorig jaar opgeleverde Asian Culture Centre in de Zuid-Koreaanse stad Gwangju. "Zij wilde een voorstelling van mij voor het openingsfestival van het Centrum. Ik had op dat moment problemen om de financiering van mijn film Cemetery of Splendour rond te krijgen. En ze was zo gewiekst mij een voorstel te doen dat ik niet kon weigeren: als ik beloofde om voor haar een voorstelling te maken, dan zou zij investeren in de film."

Zo gezegd, zo gedaan. En wat Weerasethakul betrof had het daarbij kunnen blijven. Dat was echter buiten Christophe Slagmuylder gerekend, de directeur van het Kunstenfestivaldesarts. "Zijn enthousiasme heeft me overtuigd om Fever Room in Brussel te brengen. Daar ben ik nu wel blij om, want ik durf nu toe te geven dat ik niet zo tevreden was over de versie in Gwangju. Vandaar dat ik de voorstelling heb aangepast. Ik zou je wel willen zeggen hoe, maar ik vrees dat dat te abstract zal klinken, zeker voor wie de eerste versie niet gezien heeft. En ik vermoed dat niet veel van je lezers in Gwangju aanwezig waren."

Geen traditioneel theater

Fever Room is dan wel een podiumvoorstelling, het is zeker geen theater zoals te verwachten en voorzien is. Er staan bijvoorbeeld geen acteurs op de bühne. Die zijn soms wel te zien op de videoschermen. Fever Room is een combinatie van projecties, lichtbundels en rook. "Het begint enigszins narratief en wordt vervolgens almaar abstracter. De projecties gebeuren niet alleen op schermen, maar ook op het rookgordijn en op het publiek. Dit laatste is voor mij een deel van de voorstelling. Vandaar dat ik iedereen oproep om te bewegen door de zaal, liefst zoveel mogelijk."

Zo te horen lijkt Fever Room minstens zo sterk op installatiekunst als op theater. Op zich niet zo vreemd, want de beeldend kunstenaar Weerasethakul wordt ondertussen even hard gewaardeerd als de filmmaker Weerasethakul: hij leverde een opmerkelijke bijdrage aan de vorige Documenta en zijn werk zit in de collectie van Tate Modern. "Mm, het is lastig om Fever Room precies te definiëren. Het heeft wel degelijk een begin, een midden en een einde. Er is zelfs een eindgeneriek, zoals in een film."

Hij laat zijn stemvolume zakken, alsof hij een geheim onthult: "Ik vind Fever Room eigenlijk cinema. Een andere vorm dan wat je in de bioscoop ziet, maar toch: cinema. Omdat het zich niet op één scherm afspeelt, maar in een ruimte, in drie dimensies, noem ik het soms al lachend mijn 3D-film."

Inhoudelijk vormt Fever Room een tweeluik met Weerasethakuls jongste film Cemetery of Splendour. "Die film handelt over de vriendschapsrelatie tussen een huisvrouw van middelbare leeftijd en een anonieme soldaat voor wie ze zorgt in een afgelegen ziekenhuis. Beiden stellen vragen bij het levenspad dat ze afgelegd hebben. Fever Room is ontstaan uit een droom die ze in Cemetery of Splendour delen. Maar je hoeft zeker de film niet gezien te hebben om Fever Room te bekijken. Want wat er ook gebeurt: je zult het toch niet begrijpen. Fever Room is niet gemaakt met het idee om begrepen te worden." Excuseer? "Ik mik niet op de ratio, maar op de gevoelens. Je moet de voorstelling ondergaan. In het ideale geval kom je in een trance, een koortsdroom die je overmant en je zintuiglijke waarneming laat derailleren."

Het bovenstaande is niet verrassend: dromen en slapen zijn thema's die in de loop der jaren almaar prominenter zijn geworden in 's mans werk. "Ik ben geïntrigeerd door hoe dromen je in vervoering brengen. Slapen is voor mij een activiteit die sterke parallellen vertoont met naar de bioscoop gaan: jezelf loslaten in een donkere ruimte. Een droom is dus een film, maar beter, want het is je eigen verhaal. We dromen zo'n dertig percent van ons leven: het is vorm van een cinema waar we maar beter voldoende aandacht aan schenken."

Militairen

Een tweede opvallende evolutie in Weerasethakuls werk is dat zijn films meer politiek worden. "Dat is een automatische verschuiving omdat het politieke een onderdeel van mijn dagelijkse leven is geworden. Dat is een probleem: ik communiceer met beelden en dus op een heel directe wijze. Ik heb het gevoel dat sinds de militairen twee jaar geleden de macht in Thailand hebben gegrepen ik niet meer de vrijheid heb om te zeggen wat ik wil. Het ergste is: in de ogen van veel landgenoten is de toestand nu genormaliseerd, omdat de rust is weergekeerd, na chaotische jaren vol bloedige onlusten."

"Toch ben ik doodongerust. Een groep generaals die zogezegd met goede bedoelingen het land regeren - ik weet het niet. Het is verboden om hun militaire uitgaven in vraag te stellen. Ze hebben onlangs zelfs een onderzeeër besteld! Wie tegen hen ingaat wordt naar een heropvoedingskamp gestuurd. Dat leidt tot zelfcensuur. Ik zie een parallel met de militaire coup in Chili in de jaren 70, ook die werd door een belangrijk deel van de samenleving getolereerd. Ik heb geen schrik om dit aan jou te vertellen, ook al publiceer je dit. Hetzelfde zeggen in een toespraak in Thailand zou niet getolereerd worden. En ik zou het niet durven."

Weerasethakul schat in dat het "ongetwijfeld een stuk moeilijker wordt om te blijven werken in Thailand. Je kunt stellen dat mijn films een vorm van dagboeken zijn. Dus kan ik het moeilijk niét over de alomtegenwoordige militairen hebben. Alleen: ik heb daar geen zin in en het zou me niet in dank worden afgenomen. Ik denk eraan om in andere landen te gaan filmen. Misschien dat ik daar minder persoonlijk werk maak en met meer afstand naar Thailand kan kijken." Dat zou verrassend zijn, want zijn werk is sterk verankerd in zijn geboorteland. "Ik ben ook nieuwsgierig naar wat dat zou veranderen aan de stijl en het ritme van mijn films."

Gouden Palm

Die films behoren bij het beste van wat de cinema deze eeuw te bieden heeft. Ze worden deels bevolkt door geesten, maar zijn geen fantasy, worden gekenmerkt door opmerkelijke narratieve experimenten, maar komen nooit geforceerd over, en ze koppelen de diep persoonlijke verhalen van de regisseur aan een scherpzinnige kijk op la condition humaine. Ze geven hun schoonheid meestal pas na meerdere kijkbeurten ten volle prijs.

Lange tijd heeft Weerasethakul zich in de marge opgehouden, maar de Gouden Palm die hij zes jaar geleden kreeg voor Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives - een van de meest onverwachte hoofdprijzen ooit op het filmfestival van Cannes - was de definitieve consecratie van de regisseur tot een van de belangrijkste hedendaagse filmmakers. "Ik film om niet te vergeten. Én om te relateren met anderen. Ik ben heel introvert. Mijn werk is een pantser dat me beschermt. Tegelijkertijd toont het wie ik werkelijk ben, wat het voor mij makkelijker maakt om met andere mensen te communiceren."

En bewegende beelden - het weze films of installaties - blijven het werkterrein van de Thai. Een meer klassieke vorm van theater, of toch minstens met acteurs op het podium, is aan Weerasethakul voorlopig niet besteed. "Ik voel er mij ongemakkelijk bij. Niet alleen als maker, maar ook als kijker. Bij een theatervoorstelling ervaar ik vooral een sterke afstand. Ik mis de close-ups, de mogelijkheid om een scène uit verschillende gezichtshoeken te bekijken. Ik weet ook wel dat het hedendaagse theater geëvolueerd is, er wordt gewerkt met camera's en projecties, maar toch: ik ben er niet van overtuigd dat ik het kan. En daarbij, ik wil Fever Room blijven ontwikkelen. De voorstellingen in Brussel worden geen eindpunt."

Api wie?

- Apichatpong Weerasethakul. U mag hem ook Mr. Joe noemen.

- Geboren in 1970 in Thailand. Beide ouders waren arts.

- Opleiding tot architect (Thailand) en filmregisseur (VS).

- Maakt zijn allereerste, experimentele kortfilm Bullet in 1993.

- 2000: Mysterious Object at Noon, eerste lange film, tussen fictie en docu.

- 2010: Gouden Palm voor Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives. De enige film van hem die de Thaise inzending voor de Oscars was.

- Zijn jongste, achtste film Cemetery of Splendour dateert uit 2015.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden