Zondag 16/06/2019
Simon Casier en Noémie Wolfs.

Liefde en muziek

“Ik dacht vroeger dat mijn lief even dramatisch moest zijn als ik, maar dat werkte niet”

Simon Casier en Noémie Wolfs. Beeld Anton Coene

Wat als u met uw lief behalve het bed ook het podium deelt? Gaat romantiek wel samen met seks, drugs en rock-'n-roll? We vroegen het aan Noémie Wolfs (31), ex-zangeres van Hooverphonic en nu solo, en Simon Casier (31), bassist bij Balthazar en bezieler van Zimmerman. “Een vriendin zei onlangs: 'Jullie zijn een voorbeeld voor ons.’”

Wolfs en Casier laten ons voor de gelegenheid toe in hun heiligdom: hun persoonlijke studio in Borgerhout. Op de grond liggen tapijten, tegen de muren staan allerhande instrumenten en één zetel. Enkele rechtopstaande matrassen dienen als vocal booth - 'Zolang er geen veren in zitten, werkt dat perfect,' zegt Casier.

Wat vinden jullie ervan om samen een interview te doen?

Wolfs: “Leuk!”

Casier: “We hebben ook veel met elkaars muziek te maken. Ik heb Noémie geholpen met haar soloproject en zij mij met Zimmerman. Maar we hebben nog nooit iets als duo uitgebracht.”

Wolfs: “Mensen lijken wel gefascineerd door een paar dat samenwerkt. Maar wij zijn niet specialer dan andere koppels.”

Ik wilde jullie vragen hoe het is begonnen, maar in de Zimmerman-song ‘You Won My Heart’ zingen jullie: ‘I just wanted to get you in my bed / But what I did not see / Was that you won my heart.’

Casier: “We waren nog maar net samen toen ik dat nummer schreef, in 2014. Noémie stond in de keuken en ik zat haar in de zetel te bewonderen. Ik nam mijn gitaar en heb toen dat nummer gepend. Ik wacht wel nog altijd op een nummer voor mij. Ik heb wel al een suggestie voor een werktitel: 'You Are So Great'.”

Wolfs: “Zeg, op jouw Zimmerman-plaat zing je voor het overige alleen maar over je ex. (lacht)

Casier: “Het is ook makkelijker om over een gebroken relatie te schrijven. Gelukkige liefdesliedjes worden al snel klef. 'You Won My Heart' heeft een donker randje: ik zing over hoe ik een nieuwe liefde vond tussen de brokstukken van mijn vorige relatie.”

Volgens de lyrics hadden jullie het niet zien aankomen.

Wolfs: “Toen we voor het eerst hadden gekust, na een avondje uit in Gent, had ik niet verwacht dat we een koppel zouden worden.”

Casier: “Ik ook niet. Ik had net een lange relatie achter de rug, en veel mensen zagen Noémie als een rebound girl. Ik geloof ook niet dat mensen vaak op slag verliefd worden.”

Jullie hingen wel in hetzelfde muzikale milieu rond. Hadden jullie elkaar nooit eerder opgemerkt?

Wolfs: “We zijn zelfs allebei naar dezelfde school gegaan, het KASK in Gent. Ik studeerde er voor grafisch ontwerper en hij als bassist. De mannen van Balthazar waren me toen al opgevallen - Maarten (Devoldere, zanger, red.) was de grootste, en Simon slofte altijd achter hem aan. Hij had toen nog lang haar. Ik heb weleens gedacht: ‘Wat een rare kerel is dat!’ (lacht)

Casier: “Bedankt. (lacht) Jij bent me voor het eerst opgevallen toen ik in 2011 voor de MIA's de bassist van Hooverphonic moest vervangen. Mijn eerste indruk was toch positiever.”

Beeld Anton Coene

‘You Won My Heart’ is het eerste nummer waarop we jullie samen horen. Simon, waarom heb je Noémie de hele song laten inzingen?

Casier: “Ik was dat niet van plan. Ze zou alleen het refrein opnemen, maar toen we op de record-knop duwden, zong ze vanaf het eerste woord mee.”

Wolfs: “Ik kon me niet inhouden. Op een optreden van Zimmerman of Balthazar zing ik elk woord mee.”

Hoe voelde het om samen songs te maken?

Wolfs: “Men vraagt me vaak: ‘Is dat niet moeilijk, met je lief samenwerken?’ Maar ik vind het net makkelijker, want we begrijpen elkaar zo goed. Ik heb mijn nieuwe soloplaat, die in het najaar verschijnt, weer met de hulp van Simon opgenomen, net zoals mijn debuut ‘Hunt You’. Ik was een song met producer Yong Yello aan het opnemen en vond dat het te kil en te elektronisch klonk. Yello zei: ‘Vraag je lief eens of hij de baspartij wil inspelen.’ En hij is in de studio gebleven. (lacht)

Casier: “Maar we zitten elkaar niet op te vrijen in de studio, we zijn daar om te werken. Als we met nieuwe mensen samenwerken, hebben ze niet altijd door dat wij een koppel zijn.”

Zeggen jullie tegen elkaar wat je goed vindt en wat niet?

Wolfs: “Natuurlijk! Net daarom wil ik Simon erbij. Ik zeg ook altijd wat ik van zijn muziek vind. Hij heeft één song voor Zimmerman opgenomen met bakken distortion - spuuglelijk. Maar ik weet niet of hij mijn advies nodig heeft.”

Casier: “Ik vind het belangrijk, maar ik doe uiteindelijk mijn goesting. (lacht)

Wolfs: “Hij heeft veel meer zelfvertrouwen dan ik. Vóór Yong Yello werkte ik met een andere producer, maar het klikte niet. Elke avond kwam ik thuis en zei Simon dat hij het slecht vond. Uiteindelijk heb ik al die songs weggegooid. En na de eerste opnamesessie met Yong Yello zei hij: 'Dat is het beste wat je in de afgelopen twee jaar hebt gemaakt.'

“Ik kom ooit wel los van Simon, als ik steviger in mijn schoenen sta. Maar ik heb nog steeds het gevoel dat Hooverphonic mijn solowerk overschaduwt. Recensenten omschreven mijn debuutplaat als ‘Hooverphonic meets Balthazar’, of schreven: ‘Ze is toch Geike Arnaert niet.’ Natuurlijk niet!”

Simon, bij Zimmerman ben je frontman, binnenkort ga je met Balthazar op tournee als bassist. In welke rol voel je je het comfortabelst?

Casier: “Ik hoop dat ik nooit moet kiezen. Ik heb enorm genoten van Zimmerman, maar nu kijk ik ernaar uit om op de achtergrond bas te spelen en een pintje te drinken. Ik heb trouwens altijd al liedjes geschreven. Ik zie mezelf niet als een bassist óf een songwriter.”

Simon heeft de cassettes nog die hij heeft opgenomen toen hij 11 was. Heb jij die gehoord, Noémie?

Wolfs: “O ja, geweldig! Op een bepaald moment zingt hij: ‘Suiciiiiide!’

Casier: “(lacht) Ik was nochtans een gelukkige tiener, maar ik hield van Nirvana en John Frusciante. Toen ik liedjes begon te schrijven, nam ik willekeurig woorden van hen over, omdat ze zo cool klonken.”

Wolfs: “Simon is een geboren muzikant. Terwijl ik op scoutsfuiven zat, maakte hij muziek in zijn slaapkamer. Ik was een luie tiener, ik heb het maar één jaar volgehouden op de muziekschool, en ik schreef mijn eerste song pas op mijn 22ste. Ik heb gewoon minder talent.”

Beeld Anton Coene

Zijn jullie fan van elkaar?

Casier: “Absoluut.”

Wolfs: “Ik was al fan van Balthazar vóór ik verliefd werd op hem. Ik was laatst op een repetitie en ik zong élk woord mee. Iemand zei toen: 'Amai, jij vindt Balthazar echt wel goed, hè?' Ik heb ook een lijstje met nummers die ik zelf had willen schrijven, zoals ‘What Will We Do and When’ van Zimmerman.”

In elke relatie komen irritaties bovendrijven. Hebben jullie storende muzikale gewoontes?

Casier: “Noémie heeft een perfect gehoor. Als ik een chique baslijn in een verkeerde toonaard speel, mag ik opnieuw beginnen. Maar het heeft ook voordelen. (lacht)

Wolfs: “Simon kan niet van piano’s afblijven. Als hij bij iemand op bezoek is, loopt hij er meteen naartoe. Gelukkig weten onze vrienden dat en eindigt zo’n avond vaak met karaoke rond de piano. (lacht)

Luisteren jullie samen naar muziek?

Casier: “Nee. Als je aan je eigen muziek werkt, zit je hoofd vol. We lopen dus achter, maar dat vind ik niet erg.”

Wolfs: “In de auto zet ik meestal de radio af. We gaan wel veel naar concerten - we wonen niet ver van de Roma, de Trix, de Lotto Arena én het Sportpaleis. Ik lees ook alle recensies op de nieuwswebsites, maar het nieuws van de dag sla ik over. We zijn niet goed op de hoogte van wat zich in de rest van de wereld afspeelt.”

Casier: “Ik zit nog minder op het internet dan Noémie. Ik doe maar één ding op mijn computer: zoeken naar tweedehandse instrumenten.”

Noémie zit op Instagram, en de reacties zijn niet altijd respectvol. ‘Fucking hot’, las ik onder een van je foto's. Of: ‘Je mag altijd eens voor mijn lens komen staan’, geschreven door dqpix.

Wolfs: “Dat valt wel mee. De influencer Flo Windey is een vriendin van ons, en zij vertelde me onlangs dat ze gemiddeld vijf dick pics per dag ontvangt. Ik dacht: ‘Wat is er mis met mij? Ik krijg er hoogstens één per jaar!’ (lacht) Ik vind Instagram geweldig, omdat je rechtstreeks in contact komt met je fans. Maar het moet lastig zijn als je elke dag haatberichten krijgt en elke tegenslag in de boekjes wordt uitgesmeerd. Wij zijn gelukkig geen publiek bezit. Zoals de meeste Belgische muzikanten komen wij nooit in de roddelpers.”

Casier: “Toen we net samen waren, plaagden de andere groepsleden ons: ‘De bassist van Balthazar met de zangeres van Hooverphonic? Voer voor de boekskes!’ Wij vonden dat onzin, tot we een e-mail van Story kregen. We wisten niet wat te doen. Achteraf bleek het een nepbericht te zijn van Christian Pierre, onze manager. (lacht)

Wolfs: “We hebben maar één keer zo'n bizarre celebrity-behandeling gekregen. Simon stond met Balthazar op Pukkelpop en ik was er met zijn ouders. Een journalist stapte op ons af: ‘We schrijven een artikel over ouders die hun zoon of dochter steunen op Pukkelpop. Willen jullie niet even op de foto?’ We hebben met z'n vieren geposeerd en de dag erna stond de foto in de krant: zijn ouders waren eruit geknipt, en wij waren met Photoshop bij elkaar gezet én in een hartje geplakt. Met als kop: ‘Koppel geout op Pukkelpop.’ (lacht)

Jullie zullen Valentijn niet samen kunnen vieren: Simon zit die dag met Balthazar in Hamburg om hun nieuwe plaat Fever voor te stellen. Jullie zullen het dit voorjaar vaak zonder elkaar moeten stellen.

Casier: “We zullen eraan moeten wennen. Maar we zijn het afgelopen jaar veel bij elkaar geweest.”

Hebben jullie regels over wat er kan op tournee?

Wolfs: “Nee. Als je zelf hebt getourd, weet je dat je je nergens zorgen over hoeft te maken. De muziekindustrie heeft veel van haar glamour verloren. Ik ga meer uit in Antwerpen dan Simon op tournee.”

Casier: “Je houdt het ook niet vol als je elke avond uitgaat. De verveling is het lastigst. Je hebt overdag iets nodig om je bezig te houden. Ik kies elke keer een nieuwe hobby: vroeger was dat songs schrijven, nu wil ik bugel leren spelen.”

Bellen jullie elkaar vaak op?

Casier: “Amper. We sturen sms’jes. Telefoongesprekken zijn verwarrend.”

Wolfs: “Zeker als Simon gedronken heeft. Dan komt zijn West-Vlaamse accent nog sterker bovendrijven en begrijp ik niets van zijn gebrabbel. Maar we kunnen goed zonder elkaar. Ik heb jaren alleen gewoond. Een maand is zo om. En het is feest als hij weer thuis is.”

Casier: “Als je veel samen bent, wen je aan elkaar. Ik vind het verfrissend om elkaar eens te missen.”

Zien jullie je ooit settelen?

Wolfs: “Geen idee. Ik heb niet meteen een kinderwens. Het lijkt me ook niet eenvoudig om een gezin te combineren met een muziekcarrière. Maar ik word soms bang. Wat als mijn nieuwe plaat niet aanslaat? Ik ben een doemdenker.”

Casier: “Je hebt nu de beste plaat gemaakt die je kon maken en daar mag je trots op zijn. Meer kun je niet doen. Het kan mij niet schelen wat anderen van mijn muziek vinden, ik doe waar ik in geloof.”

Wolfs: “Ja, maar jij hebt veel meer om op terug te vallen. Je hebt meerdere instrumenten onder de knie en je speelt bij Zimmerman, Balthazar en Douglas Firs. Ik heb alleen maar mijn soloproject. Als dat flopt, stop ik ermee. Maar Simon heeft wel gelijk: ik ben trots op mijn nieuwe plaat.”

Is er een plan B?

Wolfs: “Misschien zou ik iets met dieren willen doen. Ik kijk op naar Els Pynoo en Danny Mommens van Vive La Fête, die een boerderij runnen.”

Je bent ook bezig met mode. Zit daar niets in?

Wolfs: “Ik vind mode razend interessant, maar ik heb er geen talent voor. Ik kijk er vooral graag naar. Ik vind de styling, de foto's, de videoclips en het artwork van een plaat al bijna even leuk als de muziek zelf. Simon niet. Ik heb hem vanochtend nog ge-sms’t: ‘Doe je alsjeblieft iets deftigs aan.’”

Casier: “(verbouwereerd) Ik draag een nieuwe trui!”

Wolfs: “Ik vind hem zo’n mooie man, maar vaak loopt hij er slordig bij. Na vijf jaar heb ik wel al meer vat op hem. Vroeger droeg hij alleen maar T-shirts van Will Smith.”

Wat?

Wolfs: “Hij had een hele collectie shirts waar Will Smith op stond. Eentje vond ik geweldig: het logo van The Smiths, wijlen de groep van Morrissey, stond boven een foto van het gezin Smith. Gelukkig is hij die kleren ontgroeid.”

Toen Noémie optrad op Suikerrock 2016, had ik Simon gespot in het publiek. Een jaar later zag ik Zimmerman in de Trix en belandde Noémie op het podium. Hebben jullie de andere er graag bij?

Wolfs: “Zeker, maar ik heb altijd zenuwen. De tourmanager heeft me op het podium moeten duwen voor de eerste show met Hooverphonic. Na al die jaren krijg ik nog steeds geen hap door mijn keel voor ik op moet. Simon is net het tegenovergestelde. In 2015 mocht Balthazar Ben Howard op het laatste nippertje vervangen op Rock Werchter, waardoor ze plots op de Main Stage stonden. Simon zei: ‘Allez schat, tot straks!’ en hij slenterde het podium op alsof het zijn living was.”

Casier: “Ik heb gewoon geen zenuwen op het podium. De stress begint pas als ik in de microfoon moet spreken. Ik vind bindteksten vreselijk.”

Noémie is een stresskip, Simon is de rust zelve. Tegengestelden trekken elkaar aan?

Wolfs: “Zeker. Simon kan mij altijd kalmeren, terwijl hij soms wat peper in zijn gat kan gebruiken. Ik dacht vroeger dat mijn lief even dramatisch moest zijn als ik, maar dat werkte niet. Ik voel me nu rustiger dan ooit en dat komt voor een groot deel door Simon. Wij maken nooit ruzie en ik hoef daar niet eens moeite voor te doen. Een vriendin zei me onlangs: ‘Jullie zijn een voorbeeld voor ons.’ Niemand had mij al ooit een voorbeeld genoemd als het over relaties gaat.”

Zien jullie jezelf oud worden met elkaar?

Wolfs: “Ik geloof niet in altijd, ik ben daar te rationeel voor: in elke relatie kan het fout gaan. We zeggen: ‘We blijven bij elkaar zolang het tof is.’ Ik vind dat zo straf aan kinderen krijgen: de ouders sluiten dan een verbintenis voor het leven.”

Casier: “Ik weet niet of het voor altijd is, maar we zijn een sterk team, we amuseren ons samen en we zijn zelden boos op elkaar.”

Wolfs: “En zelfs al gaan we uit elkaar, ik zal met ‘You Won My Heart’ altijd een liedje over mij hebben. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen?”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden