Zondag 28/02/2021

De vragen van ProustBart Kaëll

‘Ik dacht: een psycholoog? Ik ben toch niet zot?’

Bart Kaëll: ‘Het onbezorgde leven van bij mijn bomma, bij haar thuis of in haar tuin, dat zou ik graag og eens beleven.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Bart Kaëll: ‘Het onbezorgde leven van bij mijn bomma, bij haar thuis of in haar tuin, dat zou ik graag og eens beleven.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Eenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: zanger Bart Kaëll (60). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik vind leeftijd een heel moeilijke zaak, omdat ik denk dat mensen elk op een andere manier ouder worden. Zo had ik een vriendin die vorig jaar gestorven is op 89-jarige leeftijd. Toen ze al een heel stuk in de zeventig was, heb ik haar nog in Amerika opgezocht en gingen we tot in de late uren samen dansen en cocktails drinken. Zij was eigenlijk een meisje in een ouder lichaam.

“Zelf probeer ik zoveel mogelijk de spirit, drive en goesting te behouden van toen ik 30 à 35 was en de kleine mankementjes die bij mijn leeftijd horen te vergeten. Want als je ouder wordt, bestaat het gevaar dat je te veel gaat relativeren en achterover­leunen.”

2. Wat is uw zwakte?

“Toen mijn vader een jaar of vijftien geleden gestorven is, heb ik een depressie gehad en sindsdien moet ik heel alert blijven voor stemmings­wisse­lingen. Ik ben enorm aan stress onderhevig en zodra ik te moe word, moet ik oppassen.

“Eigenlijk is het begonnen met tinnitus. Tijdens een optreden had een technicus een verkeerde handeling uitgevoerd, waardoor ik een heel luide knal in mijn oortjes kreeg. De pieptoon bleef en ik raakte in paniek. Twee weken later was de pieptoon er nog en ik voelde me helemaal afglijden.

“Ik heb me toen laten onderzoeken door prof. dr. Bart Vinck van het UZ Gent, een gerenommeerd expert op dat vlak. Ik had geen gehoor­schade, zei hij, maar had een trauma opgelopen en hij raadde me een psycholoog aan. Blijkt dat 75 procent van de mensen met tinnitus door een psycholoog geholpen kunnen worden. Ik dacht: een psycholoog? Ik ben toch niet zot? Maar goed, ik heb een afspraak gemaakt en tijdens het eerste gesprek kwam die psycholoog mij vertellen dat ik zelf de oplossing van mijn probleem moest zoeken. Ik zei: ‘Ja maar, ik betaal ú om de oplossing te vinden!’ (lacht)

“De eerste contacten verliepen dus heel moeilijk en waren confronterend, maar eigenlijk kwam het erop neer dat bewust­wording de sleutel was. Bewust­wording van mijn eigen mankementen. Piekeren, nooit tevreden zijn, chronische stress, slaap­gebrek, hyper­gevoeligheid, noem maar op! Allemaal factoren die een sluipende depressie in de hand hadden gewerkt. Iemand anders zou dan misschien een hersen­bloeding of hart­infarct opgelopen hebben, bij mij had het zich op mijn gehoor gezet. Oké, die knal was de trigger, maar de oorzaken zaten veel dieper.”

3. Hoe voelt u zich in uw ­lichaam?

“Als ik nu terugblik, denk ik dat ik lange tijd misbruik heb gemaakt van mijn lichaam en geest. Vanaf het begin bij VTM zat ik in een rat­race die nooit stopte. Zelfs als ik eens twee dagen vrij had, was ik nog aan het bellen, regelen of componeren. Maar als het op is, is het op. Dan zegt je lichaam: nu zal ik eens de baas spelen tot je hoofd weer oké is. Zo ervaar ik dat.

“Mijn bezoeken aan die psycholoog destijds waren dan ook een grote levens­les. Waarom had ik chronische stress? Waarom was ik in een depressie beland? Bewust­wording is het begin van genezing. Dat was voor mij een heel belangrijk inzicht. Sindsdien is mijn lichaam veel beter in evenwicht.”

4. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik mag zeggen dat ik empathisch ben. Ik vind het belangrijk om oprechte belangstelling voor mensen te tonen, zonder onderscheid van rang­orde of hiërarchie.”

5. Wat is uw passie?

“Als kind al wou ik zanger worden, acteur of hypnotiseur. (lacht) Die drive was er, het zou en het moest.

“Ik herinner me de allereerste keer dat ik op een podium stond. Ik was nog heel klein, 5 à 6 jaar denk ik, en moest een bloem spelen. Een ander jongetje zei een gedichtje op en ik mocht alleen maar het decor zijn. Kwaad dat ik was, omdat ik als bloem niet mocht praten. (lacht)

“Dus bedacht ik een plan en vroeg ik mijn ouders of ik in het kerkkoor mocht zingen. En blijkbaar viel ik daar op, want al snel kwam de vraag of ik in de middernachtmis in de kerk van Ename een nummer alleen wilde zingen. Het was toen de tijd van Louis Neefs en ik koos ‘Susa Nina’. Ik zie de mensen nog zitten. Natuurlijk werd er geen applaus gegeven in een kerk, toen toch niet, maar ik zag en voelde hun emoties en vond dat zo betoverend, dat je mensen kon laten wegdromen in een andere wereld. Dat moment ben ik blijven vasthouden.

“Als jongeman ben ik dan naar Parijs getrokken. Ik ben opgegroeid met Gilbert Bécaud, Dalida, Daniel Guichard en al die grote Franse zangers en wilde ook een Franse carrière. Maar hoe moest ik dat aanpakken? Ik moest alles zelf uitzoeken. Ik had adressen van platenhoezen overgeschreven en telefoonnummers opgezocht en toen ik uiteindelijk een platenfirma gevonden had die geïnteresseerd was en een uitgeverij die mijn nummers ging maken, kreeg ik telefoon dat ik geselecteerd was voor Eurosong 1983. Toen moest ik kiezen: in Parijs blijven of terugkeren. Ik ben teruggekeerd en het is niet meer gestopt.”

6. Is het leven voor u een ­cadeau?

“Ik denk dat je van het leven een cadeau kunt maken. Niet alles komt zomaar uit de lucht vallen. Vier belangrijke pijlers om gelukkig te zijn, zijn volgens mij: een dak boven je hoofd hebben, een goede partner hebben, goed te eten hebben, en mooie sociale contacten hebben. En dat is voor mij het geval.”

7. Welk gelukscijfer geeft u ­zichzelf?

“Door mijn stemmingswisselingen kan dat weleens schommelen. Normaal gezien situeer ik mij tussen een zeven en een acht. Ik kan me soms wel laten afleiden of ontmoedigen omdat ik, denk ik, hoog­sensitief ben. Hoog­sensitief wat gehoor betreft. Ik slaap al jaren met oordopjes omdat ik bij het minste geritsel of geblaf van een hond in de verte lig te luisteren tot wanneer het lawaai stopt.

“Ik ben ook hyper­gevoelig voor woorden. Als iemand iets lelijks zegt, blijft dat maar doorgaan in mijn hoofd en wil ik analyseren waarom hij of zij dat gezegd heeft.”

8. Hoe was uw kindertijd?

“Als klein kind was ik heel open. Toen ik te voet naar school in Ename ging, kwam ik soms te laat omdat ik met iedereen bleef staan tetteren. Ik speelde graag de clown, de mensen waren daardoor gecharmeerd, maar net voor mijn puberteit kreeg ik het moeilijk en werd ik een einzelgänger.

“Ik herinner me nog dat ik met de Christelijke Mutualiteit in Luxemburg op reis was. Ik kreeg daar constant onder mijn voeten omdat ik me niet aan anderen kon aanpassen. Ik liep altijd alleen, dat was het liefste wat ik deed.

“Dat denken en piekeren en me eenzaam voelen zijn aspecten van mijn persoonlijkheid gebleven. Ik ben echt geen groeps­mens. Dat lijkt misschien tegenstrijdig met wat ik doe. Hoe meer volk op een festival, hoe meer ik ervan geniet, maar zodra het optreden gedaan is, sluit ik me af in mijn cocon.

“Ik ben heel disciplinair opgevoed, vooral mijn ma was heel streng. Als ik haar dat nu zeg, zegt ze dat ik overdrijf. (lacht) Ze was streng, maar wel eerlijk en rechtvaardig en heeft ons ook normen en waarden bijgebracht. Ze had het natuurlijk heel druk: overdag werkte ze als secretaresse, daarna moest ze nog koken, poetsen en het huishouden beredderen. Ook mijn vader had een zwaar beroep, hij was stukadoor, en was meestal buitenshuis.

“Thuis voelde ik me nogal geïsoleerd, want mijn broer en zus waren een stuk ouder, maar in de vakanties wanneer ik naar mijn grootmoeder ging, bloeide ik helemaal open. Haar man, die loodgieter was geweest, was heel vroeg gestorven en in zijn grote werkplaats was alles blijven staan. Van zinkplaten tot al het materiaal om ze te versnijden. Voor mij was dat een enorm creatieve plek.

“En mijn grootmoeder was echt een bomma uit de boekskes, die wafels bakte, bloemen en fruitbomen had, een echt natuur­mens. Voor mij betekende zij een vlucht uit mijn strenge opvoeding.

“Als mijn moeder dit nu leest, krijg ik zeker onder mijn voeten, zelfs op mijn zestigste!” (lacht)

'Er zijn maar twee momenten waarop ik echt door het lint ben gegaan. Vandaag zou ik dat nooit meer doen. Je kunt veel beter de dingen uitpraten als je ‘gecontroleerd’ bent.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Er zijn maar twee momenten waarop ik echt door het lint ben gegaan. Vandaag zou ik dat nooit meer doen. Je kunt veel beter de dingen uitpraten als je ‘gecontroleerd’ bent.'Beeld © Stefaan Temmerman

9. Waar hebt u spijt van?

“Ik hoor mensen vaak beweren dat ze hun leven op exact dezelfde manier zouden overdoen. Dat begrijp ik van geen kanten. De dingen die ik niet goed gedaan heb, zou ik zeker niet opnieuw doen.

“In het begin van mijn carrière heb ik beslissingen genomen uit opportunistische overwegingen, niet vanuit de buik, maar vanuit de ratio, vanuit het idee dat het mijn carrière vooruit zou helpen. Dat liep dan ook zelden goed af.

“Het liedje ‘Snel rijen is zo dom als snel vrijen’ zul je bijvoorbeeld niet meer in mijn discografie aantreffen. Ik heb me destijds laten overhalen om dat te maken, ook al zag ik het helemaal niet zitten en vond ik het zo’n domme titel. Ik vind het een van de vreselijkste dingen die ik ooit heb opgenomen. Gelukkig waren er toen nog geen sociale media, want dan heb je voor de rest van je leven een stempel. (lacht)

“Ik heb ook spijt dat ik niet van het succes van hits als ‘Zeil je voor het eerst’ of ‘De Marie-Louise’ genoten heb. Alles ging veel te snel. Ik zou nu proberen om me veel meer bewust te zijn van het momentum.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Mijn grootste angst is om Luc (Appermont, tv- en radio­presentator en de partner van Bart Kaëll, red.) te verliezen. Ik hoop altijd dat Luc tien­en­een­half jaar langer mag leven dan ik. Dat we dan samen mogen vertrekken. Dat is onze grootste wens. Opdat niemand hoeft te treuren om de ander.”

11. Hoe zou u willen sterven?

“Niet in de negativiteit van pijn en verdriet zoals ik twee jaar lang bij mijn vader heb gezien. Die rollercoaster die kanker is, dat alstublieft niet. Ook niet dementerend zoals Lucs mama, die bijna 100 geworden is, maar van wie je niet meer wist wat ze nog dacht. Ik zeg vaak aan Luc dat er een glinstering in haar ogen kwam zodra ze hem zag. Ik denk dus wel dat er nog een soort contact was, non-verbaal. Weliswaar heel kort, fracties. Een soort bewustzijn dat toch nog aanwezig was.

“Hoe dan ook, ik hoop dat ik Luc nooit mentaal zal kwijt­raken. Ik wil hem op geen enkele manier kwijt. Ik hoop dat we op een dag allebei in onze slaap in stilte uitdoven als een kaarsje en dat we in een volgende dimensie kunnen terugkijken en zeggen dat het toch schoon geweest is. Het moet toch mooi zijn om hand in hand te sterven.”

12. Wat zou u wensen als ­laatste avondmaal?

“Een plat fruits de mer. Daar mag je ’s morgens mee aankomen, in de namiddag, of midden in de nacht, ik zal hem helemaal opeten. Al is het er één voor vier personen, al moet ik er een hele dag aan zitten peuzelen.” (lacht)

13. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik ben niet direct een huiler, wel kan ik ontroerd worden door een mooie film of door een kunstwerk. Of emotioneel geraakt worden, zoals afgelopen zomer, toen ik meeliep met de verpleging voor het programma Een echte job op VTM.

“Ik zat op de dienst Urologie, Gynaecologie en Plastische Heelkunde, waar ook trans­genders geopereerd worden. Zo ook een bijzonder mooi meisje dat al heel vroeg met behandelingen begonnen was, van haar tiende denk ik, omdat ze toen al wist dat ze gevangen zat in het lichaam van een jongen. Ze had haar mannelijke delen laten wegnemen en had net de laatste operatie ondergaan, waarna ze als het ware opnieuw geboren werd.

“Je moet je voorstellen dat ze al een weg van tien jaar lang had afgelegd, van je niet thuis voelen in je eigen lichaam, van onbegrip, van dokters, van ingrepen. Het ogenblik waarop de siliconen­prothese uit haar vagina verwijderd werd, was dan ook een heel emotioneel moment.”

14. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Er zijn maar twee momenten waarop ik echt door het lint ben gegaan. De eerste keer toen ik tien was, in het college in Oudenaarde. Er was een gast in mijn klas die altijd het laatste woord had, ofwel sloeg hij, ofwel pestte hij. Ook mij, maar gelukkig was ik rad van tong. Op een bepaald moment wist hij van geen ophouden en werd het mij te veel. Ik herinner me nog dat we de trappen op liepen, naar de klas op de derde verdieping. Ik heb me omgedraaid en met mijn volle vuist, ondanks het feit dat ik geen vechter ben, recht, paf in zijn gezicht geslagen. Hij rolde de trappen af, tot helemaal beneden. Waar ik die kracht vandaan haalde, weet ik niet. De dag nadien stond hij vol blauwe plekken, maar ik heb nooit meer last van hem gehad.

“De tweede keer was in de loge van het Sportpaleis. Een danser had een cd uit mijn valies gestolen. Toen ik hem daarmee confronteerde, ben ik wel even door het lint gegaan.

“Vandaag zou ik dat nooit meer doen. Je kunt veel beter de dingen uitpraten als je ‘gecontroleerd’ bent.”

15. Wat is een misvatting over u?

“Mensen die me niet kennen, denken soms dat ik arrogant ben, hoog van de toren blaas en met mijn neus in de lucht loop. Vrienden zullen het tegendeel zeggen. Onzekerheid interpreteren mensen vaak als arrogantie. Als ik niet op een podium sta, vind ik het moeilijk om mezelf een juiste houding te geven.”

16. Wanneer hebt u het laatst gelogen?

“Goh, ik ben geen goede leugenaar. (lacht) Ik denk dat je het direct aan mij ziet als ik iets zeg om me uit de slag te trekken. Bovendien komt een leugen altijd uit. Leugenaars moeten hun leugens onthouden, willen ze achteraf niet door de mand vallen. Je vraagt je toch af hoe oplichters in elkaar zitten, want die moeten de ene leugen aan de andere breien. Dat kan toch niet makkelijk zijn om zo door het leven te gaan.”

'Wat ik erotisch vind, zijn mensen die van nature bloedmooi zijn, zonder het zelf te beseffen.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Wat ik erotisch vind, zijn mensen die van nature bloedmooi zijn, zonder het zelf te beseffen.'Beeld © Stefaan Temmerman

17. Hoe zou u liefde definiëren?

“Ik denk persoonlijk dat echte liefde begint vanuit bewustzijn. Bewustzijn van de dingen om je heen, van de mensen, van de natuur. We wandelen vaak zonder echt te kijken, maar als je een blaadje van een plant bestudeert en je ontdekt een minuscuul klein beestje, zie je dat het een wereld op zich vormt. Zoiets kan me een ontzettend goed gevoel geven. Hoe meer je bewust bent, hoe meer liefde je ervaart, denk ik.

“Of Luc mijn enige liefde geweest is? (lacht) Ik ben ook jong geweest, natuurlijk. Ik heb verschillende liefjes gehad. Ook meisjes. Toen ik 14, 15 jaar was, speelde ik trompet bij de fanfare. De enige reden daarvoor was dat ik Raisy en Daisy beter wilde leren kennen, twee majorettes op wie ik zo verliefd was. Daisy was blond en Raisy was zwart en ik kon niet kiezen. Ik heb het dan aangemaakt met allebei, maar toen ze ontdekten dat ik op twee paarden wedde, kregen ze ruzie. Die meisjes zaten op dezelfde school en hadden natuurlijk met elkaar gepraat. ‘Het is aan met Bart.’ ‘Ah, met mij ook.’ (lacht)

“Ik heb ook wel wat jongens gekend, maar dan heb ik Luc ontmoet en is onze band organisch gegroeid. Toen ik 20 was, is onze relatie opengebloeid, en ik heb er geen seconde spijt van gehad.”

18. Wat vindt u erotisch?

“Al zeker niets wat met porno te maken heeft, daar heb ik niks mee. Wat ik erotisch vind, zijn mensen die van nature bloedmooi zijn, zonder het zelf te beseffen. Zo herinner ik mij een jongen op het strand in Mombassa, Kenia, met een gescheurd T-shirt en broek, die me aansprak en vroeg of ik het niet erg vond om wat te babbelen omdat hij zijn Engels wou bijschaven. Die jongen was zo ongelooflijk mooi. Hij had heel lichte, doorschijnende blauwe ogen, op een donkere huid. Dat was bijna onwezenlijk. Een onverzorgde kop haar, met een perfect lichaam. Was ik een kunstenaar geweest, of een fotograaf, dan had ik hem geschilderd of een beeld van hem gemaakt. Dat is voor mij erotiek.”

19. Wat is uw goorste fantasie?

(lacht) “Ik heb dat niet. Ik was een heel verlegen jongen. Pas door in Herman Teirlinck een boom te moeten spelen, of een appel, of een oud vrouwtje, heb ik geleerd om me los te wrikken uit die gêne die je niet mag hebben als je zingt of acteert. Je moet je volledig kunnen overgeven aan de creativiteit van je emoties.

“Eigenlijk ben ik heel preuts. Daarom is het een gods­geschenk dat ik Luc op jonge leeftijd heb leren kennen en niet op zoek ben moeten gaan, want ik kan heel moeilijk contact maken. Ik zie het ook niet als iemand met me aan het flirten is. Laat staan dat ik mij gore voorstellingen voor de geest zou halen.” (lacht)

20. Welk moment zou u graag herbeleven?

“Het onbezorgde leven van bij mijn bomma, bij haar thuis of in haar tuin, toen we samen fruit gingen plukken, of toen ik haar fiets kapot had gezaagd en geprobeerd had om een gocart te maken, wat niet gelukt is, en ze twee minuten kwaad op mij was.

“Bij bomma mocht alles. Geen zorgen, geen besognes, gewoon leven en genieten, dat waren mooie momenten vond ik. Ik denk nu vaak aan haar terug. Ze is 98 geworden en heeft een heel mooi en lang leven gehad. Op het einde zat ze in een tehuis omdat ze verzorging nodig had. Mocht ik iets kunnen overdoen, ik zou haar nog veel meer zijn gaan bezoeken om herinneringen op te halen. Telkens als ze over vroeger begon, over de twee wereld­oorlogen die ze had meegemaakt, luisterde ik met veel belangstelling. Van die momenten denk ik: wat jammer dat ze weg zijn.”

21. Wat zou u nog graag willen meemaken?

“Ik denk dat Luc en ik samen veel hebben meegemaakt. Vaak zeggen we dat we heel dankbaar mogen zijn voor het rijk­gevulde leven dat we hebben. We hebben het zelf ook rijk ingevuld, omdat we allebei creatief zijn.

“Wat we nog graag zouden doen? Een wereldreis maken. Er bestaan tickets waarmee je de hele wereld rond kunt vliegen. Je kunt niet terug, maar moet van plek naar plek. Ik hoop dat we zeker tot in Australië geraken, want daar zijn we nog nooit geweest. Wij houden van verwondering.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234