Vrijdag 30/10/2020

ExpoJan Vanriet

‘Ik ben geen pessimist, wel een alerte realist’

Beeld Bob Van Mol

In zijn solo-expo Collected Stories spit Jan Vanriet in het verleden en laat hij het intieme in de clinch gaan met een opdringerige buitenwereld. De schilder is een verhalenverteller. ‘De wereld begint aan onze controle te ontsnappen.’

Even maar had het coronavirus Jan Vanriet bij de lurven. “Ik was een poosje mijn reuk- en smaakzin kwijt”, vertelt de schilder, terwijl hij alweer kwiek door zijn expo Collected Stories beent. Trappen op, trappen af, in het labyrint van de Antwerpse galerie De Zwarte Panter. “Ik ben nauwelijks ziek geweest, kon altijd blijven werken. Meer zelfs, ik kreeg een enorme opstoot van creativiteit tijdens de eerste lockdown. En ik was lang niet de enige. De stilte gaf me tonnen energie.”

Rondom de 72-jarige Vanriet, met zijn woelige haardos en in een fel Yves Kleinblauw-T-shirt, hangt nog een zweem van schalkse jongensachtigheid. “Wat me voortdrijft op mijn leeftijd? Het idee dat het altijd nog beter kan. Dat je denkt: ik ben er nog niet. Zolang je voelt dat er marge is, moet je daarvan profiteren. En hoe ouder je wordt, hoe efficiënter je met je tijd omspringt, toch?”

Tijd verbeuzelen doet Vanriet allerminst. Steeds uitdrukkelijker neemt hij naast de schildersborstel ook de pen op. “Ik heb de laatste maanden meer dan zestig coronagedichten geschreven, die onder de titel Pizza en de dood zullen verschijnen. En ik werk ook aan een roman.” In mei publiceerde hij Heldenleven, een tedere, soms ook mild ironische duik in de levensjaren tot zijn 21ste, ‘een grote volksopstand tegen het vergeten’. Gouaches dialogeren met gedichten van eigen hand. Het fraaie boek werd een van de laatste visitekaartjes van uitgeverij Polis. De plakkaatverfschilderijen vormen nu het kernstuk van de vierdelige tentoonstelling in De Zwarte Panter, die door corona een half jaar on hold stond.

Beeld Bob Van Mol

Collected Stories, de dertiende solo-expo van de Antwerpse figuratieve schilder in De Zwarte Panter, strekt zijn tentakels uit naar de boze buitenwereld. Maar reikt ook naar het intieme, het familiale en nog onbevangene. Vanuit het verleden wordt haasje-over gespeeld met het heden. Neem nu de prangende reeks ‘Catalpa’s en Bilzen’, waarin een idylle ruw verstoord wordt. “In een woonkamer in ons huis vallen bij zonlicht de schaduwen van de catalpa’s op de stores. Een zalig, verstild moment dat ik op doek vatte. Maar toen we daar argeloos zaten naar te kijken, sijpelde op de radio het nieuws binnen over een brandstichting in het asielzoekerscentrum te Bilzen. Ik wou dat felle contrast tussen ons bedrieglijk huiselijk comfort, onze innerlijke rust en die gevaarlijke buitenwereld tonen. Ik maakte schilderijen van de uitgebrande dakgebinten. Waarmee ik wil zeggen: je kunt je hoofd niet zomaar in het zand steken, je kunt je niet zomaar afschermen van de malheuren van de politiek.”

Even aangrijpend is de reeks ‘Superga’, waarin doeken van vers gestreken voetbalshirts schouder aan schouder hangen met verkrampte, rouwende tronies. Wat is hier aan de hand? ‘Superga’ zoomt in op de onwaarschijnlijke vliegramp in 1949 waarbij het complete voetbalelftal van AC Torino het leven liet. Heel Italië was in brute rouw gedompeld. “Als tiener was ik een grote fan van Sandra Mazzola van Inter Milaan. Pas later ontdekte ik dat zijn vader Valentino, stervoetballer bij Torino, bij het ongeval was omgekomen. Ik vond veel beelden terug van het treurende  kind. Het kleurgebruik van El Greco spookte hier door mijn hoofd”, zegt Vanriet, die met deze troostende reeks ook subtiel aan de coronadoden refereert.

Vanriet koestert opnieuw zijn stelselmatige hang naar het oude Europa, goed zichtbaar in het luik ‘Glyptothek’, in de kapel. “De kiem ervan lag in München, in 2012, toen ik het beroemde museum met antieke Romeinse en Griekse beelden bezocht. Pas onlangs ging ik daar weer mee aan de slag.” Ook het interbellum blijft Vanriet fascineren. Hij illustreerde zopas de klassieker Radetzkymars van Joseph Roth. Durft hij zichzelf een melancholicus noemen? “Tja. Een groot gedeelte van mijn werk draait rond terugblikken. Naar mijn jeugd, naar voorbije politieke gebeurtenissen... Dat verleden probeer ik te transponeren naar vandaag.” Maar er is ook dat intieme, die kleine familiekosmos en de geliefde Simone die telkens weer opduikt, in het bijzonder in de bedrieglijk kleurige reeks Heldenleven. “Simone is mijn eerste kijker, niet mijn eerste lezer”, bekent hij. “Maar dat melancholische schuilt in het feit dat ik schilder over verlies, over gestorven mensen en verdwenen vriendschappen. Er glipt een wereld door je vingers waar je je ooit thuis in voelde.”

“Een voorbeeld uit mijn jeugd: in Heldenleven maak ik een reis naar Italië met Simone. Het Italië dat we destijds ontdekten was rustig, haast aandoenlijk naïef. Je kon het Uffizi in- en uitlopen zonder moeite, zonder files. Hoe simpel en blijmoedig was dat? En kijk met welke verwachtingen we nu reizen? Ik betreur het voor mijn kleinkinderen dat ze de eenvoud van het reizen niet meer zullen ervaren. Dat ze altijd in dat massatoerisme terechtkomen. Mijn nostalgie vindt daar zijn oorsprong: de gejaagdheid van de wereld, het niet meer alleen kunnen zijn, de toename van het lawaai, de stilte die in verdrukking komt en de uitputting van de natuur. Levenskwaliteiten die verloren gaan.”

Beeld Bob Van Mol

Vanriet maakt zich oprecht zorgen over de loop van de geschiedenis. “Een wankele acrobaat die vreest dat de kwetsuren van de wereld niet zullen genezen”, klonk het in zijn dichtbundel Moederland. “Ik ben geen pessimist, wel een alerte realist. Het is beangstigend om te zien hoe de wereld aan onze controle begint te ontsnappen. We raken stilaan overgeleverd aan een stelletje maffiosi dat de grote naties bestuurt. Ze maken deals zonder enige behoorlijke parlementaire controle. De kleine mens behandelen ze als een onnozelaar. Inspraak lijkt me meer en meer een illusie; ze wordt uiterst perfide voorgekookt via afgekochte media en populaire sociale platforms.” De Belgische situatie, zo stelde Vanriet onlangs in De Tijd, doet hem zelfs denken aan de Weimarrepubliek, toen de traditionele partijen elkaar naar het leven stonden. En we weten wat er volgde. “Is het de bedoeling om een machtsvacuüm te creëren? Een vorm van verrotting? Het spektakel van onze Belgische politici tijdens het laatste anderhalf jaar is echt lamentabel.”

Open wonde

Als hij merkt dat de slinger weer richting fascisme of extreemrechts dreigt uit te gaan, is Vanriet extra op zijn hoede. “Zie naar Oost-Europa, naar Polen of Hongarije.” Hij kreeg het met de paplepel mee: zijn ouders behoorden tijdens de bezetting tot het Antwerpse verzet en werden door de nazi’s naar Ravensbrück en Mauthausen gedeporteerd. Ironisch genoeg leerden ze elkaar dààr, in een concentratiekamp, kennen. “Praten en argumenteren over politiek was bij ons schering en inslag. De oorlog lag er lang als een open wonde bij.”

Toch is Vanriet liever voorzichtig met het label “geëngageerd kunstenaar”. “Het is een geuzennaam maar ook geen scheldwoord. Ik schilder wat de mens zoal kan overkomen. Maar ik schuw het geheven vingertje. Kunst mag nooit doordrammerig zijn.” Het past ook bij hem, zeg ik, om aan de zijlijn te staan, als alziende observator. Dat talent demonstreerde hij ook in zijn memoires Radeloos geluk (2018), waar Vanriet zich als ‘fly on the wall’ in kunstmiddens ontpopte. Vanriet grinnikt: “Het is altijd interessant als men tijdens gesprekken of bij recepties vergeet dat je er nog bij bent. Hugo Claus had dat ook. In een gezelschap drong hij zich niet op de voorgrond of was hij allerminst de animator. Maar hij zette wel grote oren. Daar puurde hij nadien zijn voordeel uit. Dat probeer ik ook: afstand nemen van de overacting van het moment.”

In Collected Stories toont Vanriet zich dus de fijnmazige registrator van het menselijk gezicht, “altijd veranderlijk en vol van betekenis”, zoals de Poolse dichter Adam Zagajewski in de catalogus schrijft: “Zijn portretten hebben iets teders, soms ook ironisch. Ze zijn niet vrij van ambivalentie, maar er is bijna niets in het menselijk theater dat vrij van ambivalentie is.” Terechte woorden? “Ja, maar ik wil er ook empathie aan toevoegen. Al ben ik geen psycholoog of psychiater. Want je maakt soms een portret op basis van schaarse informatie over iemands denkwereld. Bovendien moet je de toeschouwer ruimte laten om zelf iets in te vullen.”

Vanriet snakt naar het weerzien met dat publiek, al kon er van een openingsreceptie geen sprake zijn. “Ik schilder in de eerste plaats voor mezelf. Omdat ik iets kwijt wil. Maar zonder die feedback van toeschouwers, is het een eigenaardig, eenzaam gebeuren. Het wordt te zeer zelfbevrediging. Je hebt dat schouderklopje nodig. En ik hoop dat men mij vriendelijk gezind is. Want het ergste van alles is als je plots doodgezwegen wordt.” (lacht) Die kans is miniem. Vanriet zet momenteel de schouders onder misschien wel zijn grootste epos: “Een reeks over de blokkade van Leningrad tussen 1941 en 1944. Ik heb al 120 werken klaar. Het wordt een groot verhaal over de terreur van het nazisme en stalinisme. Want ook in de omsingelde stad zelf vervolgden de Russen intellectuelen en kunstenaars. Ja, ik weet het, opnieuw die geschiedenis, die politieke catastrofe met dramatische gevolgen.”

Collected Stories, tot 15.11. in De Zwarte Panter, Antwerpen, janvanriet.com. Op begeerte.be, vandaag maandag vanaf 16 uur een digitale presentatie van ‘Heldenleven’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234