Dinsdag 22/10/2019

Interview

"Ik ben extreem goed in mensen beledigen"

Regisseur Ziad Doueiri: 'Ik kijk uit naar de dag waarop ik geen vragen meer over Tarantino zal krijgen.' Beeld AP

Drie jaar geleden schold Ziad Doueiri een Palestijn uit voor het vuil van de straat – een van zijn grootste talenten, zegt de flamboyante regisseur zelf. Fier is hij er niet op, maar het leverde hem wel de inspiratie op voor zijn boeiende rechtbankdrama The Insult. De film maakt kans op een Oscar voor de Beste Niet-Engelstalige Film.

Opgroeien in een relatief stabiel en welvarend land als België: het heeft veel voordelen, maar niet als je een filmmaker bent die op zoek is naar verhalen. Dan kun je beter zoals Ziad Doueiri in Libanon geboren zijn, een land dat vijftien jaar lang verscheurd werd door een bloedige burgeroorlog tussen christenen en Palestijnen. En dus een land waar de inspiratie op elke straathoek te vinden is. Of gewoon onder je eigen balkon. Want daar ontstond The Insult, vertelt Doueiri ons. “Drie jaar geleden gaf ik de planten op mijn balkon water. Er vielen een paar druppels naar beneden, recht op het hoofd van een straatveger. Die werd razend: ‘Vuile hond!’, brulde hij naar me. Ik hoorde meteen aan zijn accent dat hij Palestijn was. En dus riep ik terug: ‘Ik wou dat Ariel Sharon jullie allemaal had uitgeroeid!’ 

"Dat is zonder meer het ergste dat je tegen een Palestijn kunt zeggen – alsof je tegen een Jood zou zeggen: “Ik wou dat Goebbels jullie allemaal had vermoord!” Daar was ik me bewust van, maar ik wilde die man op dat moment zoveel mogelijk pijn doen, omdat hij mij had beledigd. Mijn toenmalige vriendin had alles gehoord, en eiste dat ik me meteen ging verontschuldigen. Dat heb ik ook gedaan, maar hij kon me zelfs niet in de ogen kijken. Zo diep was hij gekwetst.”

Precies zoals in de film dus. Is Tony, het christelijke hoofdpersonage, uw alter ego?

Ziad Doueiri: “Tony is Nelson Mandela in vergelijking met mij! (lacht) Echt waar, ik ben extreem goed in mensen beledigen. Dat is een van mijn grootste talenten. Ik garandeer je: als ik een paar uur met jou optrek, dan weet ik precies hoe ik je zo hard mogelijk kan kwetsen.”

En toch toont u in de film dat verzoening mogelijk is.

“Ja, want dat heb ik ook zelf ondervonden. Kijk, ik kom uit een seculiere, maar bijzonder politiek geëngageerde moslimfamilie. Mijn moeder en vader zijn zeer linkse mensen: ze wijdden zich helemaal aan de bevrijding van Palestina. Tijdens het Israëlisch-Palestijnse conflict in 1958 nam mijn moeder letterlijk de wapens op. Later, tijdens de burgeroorlog in Libanon, zijn een paar van mijn neven gesneuveld in de strijd tegen christelijke milities.”

Dan moet u toch opgegroeid zijn met een diepgewortelde haat voor christenen?

“Precies. Maar in 1983, na de middelbare school, ben ik naar de VS getrokken om film te studeren. Ik ben er vijftien jaar gebleven. Toen ik na al die tijd terug in Libanon kwam, om mijn eerste film West Beyrouth te draaien, keek ik met andere ogen naar mijn land. Ik was benieuwd geworden naar de mensen die ik vroeger als mijn aartsvijanden beschouwde. Meer zelfs: ik werd verliefd op een christelijk meisje uit een extreemrechts gezin. Haar ouders behoorden tot het kamp waar mijn moeder nog op had geschoten in 1958. En nu heb ik een dochter die gedoopt is. Mijn moeder weigerde naar het doopsel te komen, maar ik heb die dag zelf de kerkklokken geluid. Terwijl ik vroeger iedere kerk wilde platbranden.”

'Libanees' Adel Karam (links) en 'Palestijn' Kamel El Basha (rechts). Beeld AP

De film is gebaseerd op uw eigen ervaringen, maar ontpopt zich later tot een heuse rechtbankthriller. Waarom koos u voor dat genre?

“Ook dat heeft met mijn eigen leven te maken. Mijn moeder is advocate. Ze is nu 80, en gaat nog steeds elke dag werken. Ik heb ook twee ooms die rechter zijn in het hooggerechtshof. Ik was dus wel vertrouwd met al die juridische blabla. Bovendien draait cinema om conflicten, en laat een rechtszaal nu net de ideale plek zijn om zo’n conflict in beeld te brengen: je kunt de twee partijen recht tegenover mekaar zetten. Maar het had zich even goed ergens anders kunnen afspelen, want uiteindelijk gaat dit verhaal over verlossing. Die hadden de personages ook kunnen vinden tijdens een fietstocht of een kampeertripje. Maar dan had ik mijn moeder natuurlijk niet als raadgever kunnen inschakelen." (lacht)

De mannelijke personages vinden het bijzonder moeilijk om hun trots opzij te zetten, waardoor de zaken heel erg escaleren. Zou de film op dezelfde manier verlopen zijn als hij over twee vrouwen ging?

“Nee, dan zou deze film er gewoon niet zijn, en dan zouden we hier nu niet zitten. (lacht) Ik geloof echt dat de Arabische wereld veel minder problemen zou hebben als vrouwen de touwtjes in handen hadden. Het is hoog tijd dat we vrouwen hun rechten geven. Want de Arabische wereld is volledig aan het imploderen.”

Ondanks de Libanese setting voelt The Insult behoorlijk Hollywoodiaans aan. Een overblijfsel van uw tijd als eerste regieassistent van Quentin Tarantino?

(zucht) "Ah, Tarantino… Dat gaat me echt nog de rest van mijn fucking leven achtervolgen! (lacht) Ik kijk uit naar de dag waarop ik geen vragen meer over hem zal krijgen. Ik heb namelijk ook nog heel wat andere films gedraaid in Amerika. Ik kwam er aan toen ik 19 was, en heb er 18 jaar gewerkt. Ik heb dus op de Amerikaanse manier films leren maken. Dat is er vanzelfsprekend aan te zien.”

The Insult is nu in de bioscoop te zien. Lees de recensie hier

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234