Dinsdag 25/06/2019

Interview

“Ik ben altijd in het diepe gesprongen. Zo doe ik het ook in de liefde”

Beeld Johan Jacobs

Maar wat weet u over Rani De Coninck? Dat ze ooit Miss Belgian Beauty werd en dat de jaren – 48 om precies te zijn – geen vat op haar lijken te hebben. Dat haar carrière elegant langs radio en televisie meanderde. Dat ze een als door God gezonden elf in het onvergetelijke De droomfabriek opdook, een pittig snuifje nootmuskaat over Mijn restaurant! strooide, het avondspitsblok op Joe presenteert en dat ze zes afleveringen lang meedeed met De slimste mens ter wereld, waar ze het ook opnam tegen Wouter Vandenhaute. Stop!

Niet makkelijk toch, zo naast de Grote Minimoefti van de Vlaamse televisie?

“Net zoals ik twijfelde Wouter heel erg of hij wel zou meedoen. ‘Als jij springt, Rani, dan ik ook’, zei hij. Daarvoor wilde ik het spelletje nog weleens doorstaan. Plus: het leek me leuk Wouter eens op de pijnbank te zien. (lacht)

“We kennen elkaar al heel lang. Wouter was de eerste die iets in mij zag, nadat ik tot Miss Belgian Beauty was gekroond. Als kersverse miss mocht ik toen met Ignace Crombé het hele land doorkruisen.”

De droom van elke vrouw.

(lacht) “Ignace reisde in die tijd rond met zijn Honeymoon quiz voor pasgetrouwde stellen, een doorslagje van wat Ron Brandsteder op de Nederlandse televisie deed. Ik mocht samen met hem de presentatie doen en voelde meteen dat mij dat lag. Op een avond zat Wouter achteraan in de zaal – iemand van de BRT had hem getipt dat er een meisje op het podium stond met wat talent. Hij speelde toen met het idee voor een programma met een onbekende presentatrice. Het programma is er nooit gekomen – Wouter is naar FilmNet vertrokken en ik kwam bij De droomfabriek terecht – maar we hebben toen beloofd elkaar altijd op de hoogte te houden van ons professionele parcours. En nu zit ik dus naast hem in De slimste mens. De cirkel is rond.”

Vier jaar geleden deed je al eens mee met De slimste mens. Waarom aarzelde je nu zo lang?

“Ik ben absoluut geen kwisser. Je zit daar wel in je blootje, hè. Vorige keer lag ik er al na één aflevering uit. Een beetje typisch, wel: er zit niets – echt níéts – van competitiviteit in mij. In zo’n spelletje breekt je dat zuur op.

“Als ik iets doe, moet het goed zijn. Maar ik zet het nooit af tegen wat een ander doet – het verlangen om beter of groter te zijn, is me vreemd. Ik heb ook nooit bewust iets nagestreefd.”

 Zegt de allereerste Miss Belgian Beauty.

“Voor mij was dat één groot avontuur. Na een moeilijke periode in mijn leven heb ik gewoon ja gezegd zonder te weten waar ik zou uitkomen. Ook daar had ik mezelf geen enkele kans gegeven. Ik ging ervan uit dat het allemaal doorgestoken kaart was: een meisje uit Lochristi kón zoiets niet winnen. Maar ik was vastberaden me intussen zo hard mogelijk te amuseren en zoveel mogelijk mee te pikken. In de week voor de verkiezing gingen we elke dag op restaurant. Ik eet ongelooflijk graag – toen ook al. Na die week was er vijf kilo bij – elke avond at ik mijn bordje mooi leeg – maar daar trok ik mij niets van aan. Ik voelde me net Alice in Wonderland: ik liep voor het eerst op hoge hakken, sprak voor het eerst in een microfoon. Ik beleefde zoveel pret en had totaal géén last van zenuwen. Daaraan heb ik dat kroontje te danken, daar ben ik nog altijd van overtuigd.”

Je had nooit van het podium gedroomd?

“In één of ander opstel had ik weleens geschreven dat ik later wilde acteren, maar aan presenteren had ik nooit gedacht. Toen ze me bij Miss Belgian Beauty vroegen of ik iets voor televisie wilde doen, antwoordde ik: (haalt de schouders op) ‘Waarom niet?’ Mijn nieuwsgierigheid was grenzeloos: ik wilde alles een keertje proberen. Maar een plan zat er niet achter. En zo heb ik de rest van mijn carrière ook aangepakt. Vroegen ze me of ik een screentest wilde doen als omroepster, dan zei ik ja. Of ik Mijn restaurant! wilde presenteren? Ook ja. Ik vind het leuk om als een yes woman door het leven te stappen.”

De ballen van Jamie

Is Goed plan!, je boek dat nu uitkomt, er ook zo gekomen?

“Ja, helemaal! Eigenlijk heb ik dat aan mijn dochter te danken: ik had de Facebook-trein al gemist, maar toen Instagram plots opkwam, vond ze dat ik daar niet kon achterblijven. Ik wist niet wat ik daar in godsnaam moest opzetten: ik bén geen selfie queen. ‘Neem dan foto’s van je lekkere eten’, zei ze. Maar het zou toch niemand interesseren wat er op mijn bord ligt? Tot mijn verbazing bleek ik me te vergissen. Die foto’s zijn nu uitgegroeid tot een kookboek, gelardeerd met mijn persoonlijke verhalen.

Beeld Johan Jacobs

“Nochtans was ik tot voor een paar jaar een totale ramp in de keuken. Koken lag me wel, maar ik kreeg de boel niet georganiseerd. Ik voelde al stress als mijn oudste zoon, die even graag eet als ik, ’s ochtends vroeg: ‘Wat eten we vandaag?’ Meestal verviel ik dan in de klassiekers, de kost die ik van mijn mama heb geleerd.”

Stoofvlees met frietjes?

“Dat zet ik nog altijd vaak op het menu: het is mijn lievelingsgerecht. Intussen heb ik mijn invloeden wel serieus uitgebreid. Ook in de keuken sta ik voor alles open. Ik eet álles graag.

“De liefde voor eten is me met de paplepel ingegeven: mijn mama kookte lekker en graag. Mijn opa had een moestuin en als kind deed ik niks liever dan een wortel uit de grond trekken, afspoelen onder de pomp en dan knabbelen. Toen mijn papa ook met een moestuin begon, kreeg ik mijn eigen lapje grond. Als ik van school kwam, kon ik niet snel genoeg naar mijn hofke. Ik was zo fier als een gieter als ik met een vers geplukt bosje kervel naar mijn mama kon: ‘Kun jij hier soep van maken?’ Wonderbaarlijk vond ik dat, maar de pret van koken heb ik pas ontdekt toen ik me beter moest gaan organiseren in de keuken.”

Was de combinatie job en gezin je boven het hoofd gegroeid?

“Van 16 tot 19 uur presenteer ik het avondblok op Joe. In het begin begon ik nog te koken als ik thuiskwam, maar dat vond mijn man géén goed plan. (lacht) Op aanraden van Laurens (Verbeke, oprichter van het productiehuis Liefhebbers, red.) heb ik vooruit leren plannen voor de week die komt, en tot mijn verbazing vond ik er niet alleen plezier in, maar ook rust. Ik hou rekening met ieders agenda als ik mijn weekmenu opstel en dat is een heel gepuzzel – ik zit met twee generaties onder één dak. Maar als de kinderen zien dat Jamie's balls die avond op het menu staan – dankjewel, trouwens, Jamie Oliver, je hebt echt héérlijke ballen – dan verplaatsen ze soms speciaal hun afspraak met vrienden.”

Betreft het hier zelfgeplukte ballen?

(lacht) “Nee, al kan ik iedereen aanraden om net zoals wij lid te worden van een zelfplukboerderij. Als ik in de zomer een stressy dag heb gehad of onderweg naar huis in de file heb gestaan, dan rij ik soms rechtstreeks door naar het veld, gewoon om nog wat frambozen te plukken en te genieten van de avondzon. Dan kom ik helemaal zen thuis. Een halfuur op het veld is efficiënter dan twee uur yoga. Het is ook volledig gebaseerd op vertrouwen: elke week stuurt de boer ons een mailtje met wat we die week mogen oogsten, maar niemand zal controleren of je geen bloemkool te veel hebt geplukt. Ik word daar oprecht gelukkig van.”

Beau, je oudste zoon van 24, is straks te zien in het nieuwe programma van Karine Claassen, Bloed, zweet & luxeproblemen. Samen met andere BV-kinderen reisde hij naar de plek waar onze luxegoederen worden gemaakt: Ghana en Sri Lanka.

“Ze logeerden bij lokale gezinnen en deden hetzelfde werk als de jongeren. Het was zwaar, fysiek én mentaal. Beau is zich nu nóg bewuster van de luxe waarin we elke dag baden. En van de armtierige omstandigheden waarin de mensen leven die voor onze luxe zorgen. Het was een eyeopener voor alle deelnemers, en hopelijk ook voor alle kijkers.”

Had jij op je 24ste zo'n zware reis ondernomen?

“Ik had zoals altijd ja gezegd, denk ik. Beau heeft dat ook, al zou hij het niet nog eens doen, net zoals die missverkiezing voor mij een eenmalig ding was. Had ik niet gewonnen, dan was ik niet voor Miss Diamant gegaan. Cécile Müller vroeg me achteraf waarom ik ook niet met Miss België had meegedaan: ‘Bij mij had je ook gewonnen, hoor.’ (lacht) Maar nee, één keer was genoeg.”

Dus ook geen televisie meer?

“Dat is iets anders: op een goed voorstel zou ik altijd ja zeggen. Maar ik ga er niet zelf naar hengelen. Ik ben degene die op feestjes de mensen van de catering staat te feliciteren met de hapjes, in plaats van de CEO of de programmadirecteur te vleien. Netwerken is niet aan mij besteed.”

Zou het mythische De droomfabriek  nu meer dan een kwarteeuw oud – nog kunnen terugkomen?

“Het was een fantastisch programma, hè? Maar ik weet niet of het in deze tijd nog zou werken. Dan zou er toch een andere saus overheen moeten komen.

“Voor mij was het de gedroomde start: een liveprogramma op vrijdagavond mogen presenteren, naast Bart Peeters – hállo! Er zat ook een heerlijke vrolijkheid in dat programma: we maakten mensen gelukkig, en werden er op slag zelf ook gelukkig van. Er was niets fake aan.”

Rustig, eierstokjes

Heb je aanleg voor nostalgie?

“Neen. Ik ben fundamenteel níét nostalgisch. Ik kan wel met een zekere gloed terugdenken aan wie ik onderweg ben kwijtgeraakt – mijn grootouders, bijvoorbeeld – maar er is geen heimwee die me voortdurend vergezelt. Ik vond het leven vroeger goed, ik vind het nu goed, en ik ben er behoorlijk zeker van dat ik het later ook nog goed zal vinden. Ik blik niet vooruit of achteruit: het nu geeft me meer dan genoeg.”

Kost het je dan geen moeite om argeloos te blijven? Je bent 48: dan heb je je ongetwijfeld al eens geschramd aan het leven.

“Mijn lust for life, mijn zin om elke dag in het leven te bijten, is nog intact. Misschien heeft dat te maken met het feit dat ik al op mijn 16 met de ruwheid van dat leven ben geconfronteerd. Toen is een van mijn zussen gestorven in een ongeval. Op die ene, wrede dag ben ik tien jaar ouder geworden. Toen ik na een week weer naar school ging, vond ik moeilijk aansluiting met de mensen die een week eerder nog mijn beste vrienden waren. Dat lag aan mezelf en aan wat ik te verwerken kreeg. Die andere meisjes waren bezig met waar meisjes van 16 mee bezig horen te zijn: die verrukkelijke oppervlakkigheid, de kleine drama’s van jong zijn. Maar ik was dat kwijt, en dat was onomkeerbaar. Afgezet tegen de dood van mijn zus was alles klein en onbetekenend. Ik functioneerde nog wel, maar alles voelde leeg: ik werd opgeslokt door een groot zwart gat. 

Dat heeft een jaar aangesleept, tot ik het aandurfde om streng te zijn voor mezelf: ‘Zo kan het niet verder. Als mijn zus me nu kon zien, zou ze boos zijn.’ Ik besefte dat ik opnieuw moest leren om waarde te hechten aan de dingen. Het was perfect logisch dat in het licht van dat drama alles dof en zonder betekenis leek, maar op die manier was ik zélf aan het sterven. Ik nam me voor om het beste van mijn leven te maken, om twéé levens te leiden – ook eentje voor haar. Dat verklaart mijn gulzigheid, denk ik.

Beeld Johan Jacobs

“Mijn deelname aan Miss Belgian Beauty was in die zin een onbewust statement. Ik wou weer lachen, relativeren en een nieuwe start nemen. Liefst met af en toe een sprong in het onbekende, om de essentie van alles weer te voelen.

“In mijn geval was dat ook: snel een gezin vormen. Een vaste partner vinden met wie ik aan kinderen kon beginnen. Gedragen door de wind rondfladderen, dat kon ik niet meer. Als twintiger geloof je dat er tijd is, dat het hele leven zich voor je uitstrekt. Maar ik had net het gevoel dat er géén tijd was – dat alles zo weer over kon zijn.”

En dus werd je op je 23ste moeder.

“Mama worden was het grote, heldere doel in mijn leven. Het is het enige dat ik écht heb nagejaagd, waar ik écht ambitieus in was: een gezin stichten, en een warme moeder zijn. Het was een oerinstinct dat opspeelde.

“Toen ik zwanger was van Beau, belandde ik eens in een gesprek over de zin van het leven. Wat kon die toch zijn, vroeg een vrouw zich af – wás die er wel? Ik keek haar aan, en wees naar mijn buik. Zij kon dat toen niet bevatten, maar dat is toch de kern, de essentie: je loopt hier eventjes rond, je geeft het leven door, en daarna kun je weer geruisloos verdwijnen.”

Begrijp je mensen die geen kinderen willen?

“Daar heb ik uiteraard respect voor, en ik probeer me ook in hen te verplaatsen. Maar we zitten niet in dezelfde denkwereld: wie bewust kinderloos blijft, staaft dat doorgaans met argumenten. Maar mijn diepe kinderwens heeft niets met rationaliteit te maken, met iets dat ik kan onderbouwen, wel met instinct. Voor mij – en ik benadruk: voor mij, het is niet iets dat ik anderen wil aanpraten – is geen kinderen krijgen iets tegennatuurlijk. Die drang om moeder te worden zit in de familie. Ik zie het ook al bij mijn eigen dochter. Soms spreek ik Dora vermanend toe: ‘Rustig, eierstokjes, rustig!’”

Je oudste twee kinderen, Beau en Dora – uit je huwelijk met Gust De Coster – zijn twintigers. Je jongste, Leon, is 8.

“Vroeger was ik de jongste mama aan de schoolpoort, nu ben ik bij de oudste – ik heb van twee werelden mogen snoepen. (lacht) Maar ik denk niet dat ik een ándere mama ben voor Leon dan voor Beau en Dora. Ik vond het ook fijn dat de oudste twee het zo bewust en intens konden meemaken. Dat ze mee zwanger waren, haast. Ik pakte hen ook mee naar de gynaecoloog.”

(Kijkt verschrikt)

“Alleen wanneer er een echografie werd genomen, hè. Wees gerust: ze hebben niet moeten toekijken terwijl hun moeder met de benen opengesperd in de beugels hing.” (lacht)

Voelt de liefde ook als zo’n dwingende noodzaak in je leven?

“Absoluut: alles met iemand kunnen delen is voor mij een primaire behoefte. Ken je Into the Wild, de film van Sean Penn waarin een man zich van de wereld afkeert en in de eenzaamheid in de wildernis gaat leven? Hij laat een briefje achter waarop hij toegeeft dat het de verkeerde keuze was: hij schrijft dat het leven geen zin heeft als je het niet kunt delen. Dat is zo wáár.

“Ik ben altijd in het diepe gesprongen. Zo doe ik het ook in de liefde. Geloven dat het voor eeuwig en drie dagen zal zijn.”

Toch is het niet gelukt in je eerste huwelijk, met Gust.

“Ik heb het kunnen plaatsen, het schrijnt niet meer, maar ik ben het altijd als een mislukking blijven aanvoelen. Ik ben de jongste van een groot gezin: die familie was mijn kern. En ik wilde dat ook doen, zo’n nest creëren, een haven waar mijn kinderen altijd kunnen aanmeren, en waarvan ze weten dat het er warm, veilig en comfortabel is.

“Gaat het mis met het nest, dan ben ik uit balans, en doet al de rest, zoals mijn carrière, er ook niet meer toe. Dat was het geval na de scheiding: ik heb toen even de bodem gezien. De liefde bleek een illusie, of toch alleszins iets dat niet tegen de tijd bestand bleek. Ik vond het erg dat mijn kinderen voortaan zo’n ‘elke week je koffertje maken’-leven zouden hebben. Nu goed: het was een gegeven situatie, zoals de dood van mijn zus een gegeven situatie was. We moesten er samen door.

“Die eerste week zonder kinderen was een slecht geschreven griezelverhaal. Plots was er een leegte die ik voorheen nooit had gekend. Ik heb mezelf moeten herprogrammeren. Ik ging dichter bij mijn familie wonen, probeerde meer sociaal contact te hebben, en zocht wat hobby’s – ik ben toen bijvoorbeeld beginnen te schilderen.

“Ik moet kunnen zorgen voor een ander – dat is waar ik gelukkig van word. En plots hoefde ik de helft van de tijd niet meer te zorgen, behalve voor mezelf.”

Dienstbaarheid is wat je definieert?

“Ja, ik geef graag en word gelukkig van andere mensen gelukkig te maken. Dat is geen gebrek aan emancipatie, hoor. Ik zal niet op het einde van mijn leven moeten vaststellen dat ik te weinig voor mezelf heb geleefd. Het is wie ik écht ben: iemand die zorg draagt. Nu ik er zo over nadenk: ik bén De droomfabriek, verdorie.”

De slimste mens ter wereld, VIER, maandag tot donderdag, circa 21.40 uur 

Goed plan!, Rani De Coninck, Lannoo


© Humo

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden