Maandag 17/06/2019

Concertrecensie

Ignatz, Rudy Trouvé en Marc Ribot in de AB: De gitaar, een liefdesverhaal

Rudy Trouvé. Beeld Alex Vanhee

Drie mannen, drie gitaren, drie keer anders, maar één ding hadden ze wél gemeen: Ignatz, Rudy Trouvé en Marc Ribot volgden in Brussel radicaal hun eigen weg, met hun instrument als enige gezel.

Het pad dat Brusselaar Bram Devens, alias Ignatz (**), in de AB had uitgestippeld, voerde regelrecht de Appalachen in, zo'n honderd jaar geleden. Een berooide boerenkinkel sloeg er zijn kaduke gitaar aan, om in de muziek troost te zoeken voor zijn armetierige bestaan. Ignatz is ook tekenaar, en dat hoorde je aan zijn songs: vaak waren het schetsen, omtrekkende bewegingen die zo verwezen naar de legendarische folksongs die musicologen Alan Lomax en Harry Smith midden vorige eeuw opnamen in het binnenland van de VS.

Andere keren borstelde Devens de contouren van de blues, met Robert Johnson-achtige spookakkoorden. Krakkemikkig maar doorleefd, dat is Devens' handelsmerk, maar toen zijn effectpedaaltjes dienst weigerden, werd de bij hem altijd al fragiele grens tussen breekbaar en kapot even erg wankel. Nu ja, de essentie van dit soort outsidermuziek is natuurlijk dat het wel eens mag haperen en stokken, en in Ignatz' beste momenten was de AB een front porch, ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw in Nowheresville, USA. Je draaide er aan de knoppen van een antieke radio en tussen het geruis en gepiep door hoorde je magische folksongs.

Ignatz. Beeld Silke Sarens

Rudy Trouvé (***) bleef dichter bij huis: zijn concert verliep volgens het charmant-grillige patroon dat hij al volgt sinds de wereld hem in de jaren negentig leerde kennen als lid van de Antwerpse scene. Trouvé, net als Ignatz ook grafisch kunstenaar, toonde in een dik halfuur een staalkaart van zijn kunnen: filmpjes op basis van zijn schilderijen, experimentele geluidscollages (met gitaar, stem, loopstation én melodica), persiflages van soundtracks (softporno in 'Woman #3, sciencefiction in 'Drone in C') en grappige onnozelheden als 'When I Feel Low', een video waarin Trouvé zichzelf in het gezicht sloeg en "dance, monkey, dance" brulde. 'Mute Fish' (een vroege song van Kiss My Jazz, een van Trouvés talloze bands - zou hij het zélf nog bijhouden?) leek in de AB zelfs op een embryonale versie van dEUS' 'Hotellounge'.

Beeld Alex Vanhee

Moeilijk overigens om te zeggen wat we nu het leukst vinden aan Trouvé op een podium. Zijn hilarische podiumgedrag (tijdens het stemmen van zijn gitaar schreeuwde hij de toonaarden voor zich uit)? Zijn odes aan naakte vrouwen? Zijn Boris Jeltsin-achtige motoriek waarbij hij als een dansende beer tussen zijn instrumenten door banjert? Neem toch maar zijn kleine, mijmerende gitaarliedjes vol kleine observaties, die niettemin groots zijn in hun eenvoud, zoals 'Time'.

"A Love Affair", zo omschreef Trouvé in slotsong 'Electric Guitar' de relatie met zijn instrument. Het zou zomaar over Marc Ribot (***) kunnen gaan: de "discrete legende" van de experimentele jazzscene hing het hele concert lang over zijn akoestische gitaar alsof hij een dierbare omhelsde. Al moest die gezel wel tegen een stootje kunnen. De klanken die Ribot uit zijn instrument perste, waren lang niet altijd lieflijk. Zo bewerkte hij zijn gitaar met een ballon, klopte erop en wriemelde met de snaaruiteinden aan zijn stemsleutels.

Moeilijkdoenerij? Een beetje, maar Ribot is dan ook nooit geïnteresseerd geweest in makkelijke oplossingen, en ook in de AB zette hij de muziek helemaal in haar blootje, rukte de afgedane kledingstukken daarna nog eens uiteen, om ze dan in een nieuwe vorm weer aaneen te breien. Kregen zo'n radicale behandeling over zich heen: een paar standards, jazzstukken van John Coltrane en Albert Ayler, een gitaarstudie uit The Book of Heads van John Zorn, Haïtiaanse muziek van Frantz Casseus (ooit Ribots leermeester) en een brok blues.

Beeld Alex Vanhee

Toch was dit concert meer dan een avondje breinbreken voor avant-gardisten. Zoals Ribot in zijn discografie moeiteloos heen en weer schakelt tussen de pop- en rockwereld (Tom Waits, Elvis Costello, Norah Jones,...) en de experimentele voorhoede (John Zorn, zijn eigen soloplaten en zijn groepen als Ceramic Dog), zo konden ook zijn songs in Brussel plots omslaan van knarsend lawaai in vloeiende en verstilde lyriek. Vooral de Casseus-compositie was een evenwichtsoefening tussen respect voor het origineel en wilde interpretatie. In het bisnummer - een duizelingwekkende aaneenschakeling van delicate fingerpicking, grove riffs en gestreelde snaren - passeerde zelfs een stukje 'Miss You' van The Rolling Stones.

Marc Ribot. Beeld Alex Vanhee

Fantastisch om te zien ook hoe Ribot zich al spelend plots kon focussen op een detail, daar helemaal in opging en het tot op de bodem verkende - het resultaat was nu eens prikkelende jazz, dan weer blues op de vierkante millimeter. Klinkt nog altijd zwaar op de hand? Ribot was ook niet vies van een streepje humor: met een vinger in zijn mond maakte hij tussen alle virtuoze capriolen door plots ploppende geluiden, en aan het begin én het eind van zijn set streek hij met een natte vinger over de snaren. Met een uitgestreken gezicht, alsof het zo hoorde.

Kortom: een soms moeilijk, maar altijd fascinerend concert van een man die maar één weg kent: de zijne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden