Dinsdag 17/09/2019

Portret Iggy Pop

Iggy Pop, de punkrocker die het eeuwige leven lijkt te hebben

Beeld Gijs Kast

Met Free brengt Iggy Pop, de stamvader van de punk, zijn achttiende soloplaat uit. Dat is opmerkelijk voor iemand die elke bestaande drug in excessieve hoeveelheden in zijn lijf propte en overgoot met sloten alcohol. Zijn geheim? Humor. En zijn eeuwige rebellie.

Wie uppercuts verwacht zoals ‘I Wanna Be Your Dog’ of ‘No Fun’, is bij deze gewaarschuwd: het nieuwe album van Iggy Pop noopte de recensent van The Guardian tot de bittere vaststelling dat een van de grootste frontmannen van de rock, nog altijd maar 72, overkomt als een gastzanger op zijn eigen plaat. “Niets kan voorbereiden op Free, waarop Pop samenwerkt met jazztrompettist Leron Thomas en shoegaze­gitarist Noveller en hij gedichten leest van Lou Reed en Dylan Thomas, overgoten met new­age­pianogeluiden en ambient-achtige synths. Zijn bijdrage tot de titeltrack beperkt zich tot twee keer ‘I wanna be free’ zeggen.” Score: een zielige twee sterren op vijf.

Maar zijn concerten, zo moest dezelfde krant in april vaststellen in Sydney, blijven pure en onversneden rauwe kracht. Met ‘Lust for Life’ als derde nummer in de set, gevolgd door ‘The Passenger’, en daarna nog een twintigtal fantastische nummers die nooit een hit zijn geweest, bracht The Ig het Opera House tot een kookpunt. Wacht even, geen hits? ‘Lust for Life’ was dat natuurlijk wel, maar pas nadat regisseur Danny Boyle de intro van het onsterfelijke nummer gebruikte voor Trainspotting, en dat was in 1996, 19 jaar na de oorspronkelijke release. Behalve ‘Candy’, een duet met Kate Pierson van The B-52’s, kwam geen enkel ander nummer ooit in de buurt van die status.

Iggy Pop op Werchter 2016. ‘Ik heb me altijd afgevraagd of ik, als ik zou stoppen met muziek, plots thee ga drinken, of mijn tanden begin te poetsen.’ Beeld Alex Vanhee

Overigens: hoe bestaat het dat ‘Lust for Life’, door David Bowie gecomponeerd op een ukelele, nooit een instant­succes is geweest in 1977, het jaar dat de punk doorbrak? Het antwoord ligt bij de dood van Elvis Presley. Iggy’s toenmalige platenlabel RCA zette alle middelen in op de heruitgave van de back catalogue van The King, in plaats van op de promo van wat het grootste succes geweest had kunnen zijn van de stamvader van de punk.

Met een tanend succes had het zeker niets te maken. Het was in de jaren 70 dat Iggy Pop berucht werd omwille van zijn subversieve optredens. Een concert met zijn pro-punkband The Stooges ontaardde behalve in bloedvergieten ook in een triomfantelijke viering van één of meerdere perversies. Iggy was brutaal en uitdagend op het podium – hij blafte, trok zijn kleren uit en kerfde met glasscherven in zijn borst. In 1974 banjerde hij door het publiek in San Francisco toen een fan zijn onderbroek naar beneden trok en hem begon te pijpen. In 1970 smeerde hij zich in met pindakaas voor hij zich in het publiek smeet in Cincinnati.

Sindsdien is optreden met een ontbloot torso zijn handelsmerk geworden. En seks, veel seks.

Infernaal

Iggy Pop werd geboren als James Osterberg Junior. Hij groeide op in een trailerpark in Ypsilanti, een voorstad van Detroit. Zijn vader was leraar Engels, zijn moeder werkte in een auto-onderdelenfabriek. In het vijfde leerjaar begon hij te drummen, zijn eerste bandje richtte Iggy op toen hij op de middelbare school zat: The Iguanas, een covergroep die nummers speelde van The Beatles, The Rolling Stones en The Kinks.

Aan de University of Michigan begon Iggy te experimenteren met drugs die hem verschaft werden door het bluesgroepje waarin hij speelde, The Prime Movers. Zijn bijnaam kreeg hij toen hij in een platenzaak werkte waar de baas hem elke keer als hij Iggy zag ‘Iguana alert!’ riep. ‘Iguana’ werd ‘Ig’, zelf maakte hij er ‘Iggy’ van. ‘Pop’ komt van een achternaam van een vriend. In 1966 verhuisde Iggy naar Chicago, maar toen hij besefte dat hij nooit de drummer zou worden van Howlin’ Wolf, stond hij snel ­terug in het universiteitsstadje Ann Arbor.

Terwijl zijn jaargenoten naar Vietnam gestuurd werden, kon Iggy een uitloting in het leger vermijden door zich tijdens zijn medisch onderzoek als een gestoorde te gedragen. “Gewoon wat creatief acteren”, klonk het schouderophalend. Hij nam zijn intrek in een huis op de campus met een paar vrienden met wie hij een band oprichtte die zich The Psychedelic Stooges noemden. De lsd die ze in industriële hoeveelheden tot zich namen, werd hen deze keer aangebracht door hun manager, die er aan de universiteit medische experimenten mee uitvoerde.

Hun eerste concert gaven The Stooges in 1968. Luidens een artikel in The New Yorker scheerde Iggy Pop voor die gelegenheid speciaal zijn wenkbrauwen en verfde hij zijn gezicht wit. Hij droeg golfschoenen, een rubberen zwemmuts die hij had versierd met aluminiumfolie en een japon uit de jaren achttienhonderd. Nummers interesseerden The Stooges niet: het geluid dat ze die avond voortbrachten, bestond uit een snerpende, krankzinnige drone die ze produceerden met een blender, een stofzuiger, olievaten en een hamer. De geluidsversterking werd opgedreven tot een infernaal niveau. Een jaar later bracht de band zijn eerste album uit: The Stooges.

Die eerste jaren waren ronduit gevaarlijk. Iggy stagedivede ooit een leeg publiek in, waarbij hij zijn voorste tanden brak. Doorgaans was hij van de wereld door heroïne. Geweld was voor hem een ritueel – vooral het geweld op zijn eigen lichaam, dat hij beschouwde als een soort theatraal exorcisme. Het leek allemaal instinctmatig te gebeuren, maar tegelijk, zo gaf hij later toe, was het bedacht, onderdeel van een performance.

De meeste van Iggy’s bandleden waren even stoned en knettergek als hij. Kim Gordon van Sonic Youth omschreef de muziek van The Stooges ooit als “donker, sexy, gevaarlijk en radicaal”, maar de meeste recensenten vonden er destijds geen bal aan. Wat hen betrof, waren het vier idioten die zichzelf in de vernieling speelden. Zelfs Rolling Stone, toch niet vies van enige tegencultuur, schreef: “Hun muziek is luid, saai, smakeloos, fantasieloos en kinderachtig”. The Stooges pasten in geen enkel vakje: ze waren hippies noch pacifisten en hadden niets gemeen met de artiesten die in 1969 op Woodstock speelden. Iggy’s teksten bevatten nul poëzie, zijn stem was vlak en nasaal. No fun.

Na de plaat The Stooges volgden Fun House in 1970 en Raw Power in 1973. Daarna volgde de onvermijdelijke split: drugs, agendaproblemen, teleurstellende verkoopcijfers. Iggy was kapot.

“Drugs maken je dikker en zwakker. Ze doen je ego verwateren”, zei hij in The New Yorker. In 1974 probeerde hij af te kicken. “De volgende jaren gebruikte ik niet, behalve de normale hoeveelheden coke die iedereen toen snoof.” Toch zijn het zijn verslavingen – heroïne, cocaïne, pillen, psychedelica, drank – die hem toelieten vreemd en flamboyant te zijn op het podium. “Ik liet nog humor toe, terwijl veel mensen daar niet meer voor openstonden.” Het was Iggy’s manier om te rebelleren tegen het sérieux dat iedereen zich aanmat in de muziek, en zeker in de blues.

In 1976 vroeg David Bowie aan Iggy of hij het funky nummer ‘Sister Midnight’ wilde opnemen. Een paar maanden later reisden Iggy en Bowie naar Château d’Hérouville nabij Parijs, waar ze The Idiot opnamen, Iggy’s solodebuut. Daarna verhuisden ze naar een appartement in West-Berlijn – het begin van een vruchtbare en vooral drugsvrije periode voor beide artiesten. Bowie bracht het album Low uit in 1977, Iggy Lust for Life in datzelfde jaar, mee geproducet door Bowie.

Primitieve geluiden

“Ik heb een extreem leven geleid, het verbaast me elke dag dat ik er nog ben”, zei Iggy deze week in Humo. Tegenwoordig woont hij in een villa in Florida met zijn vrouw, een voormalige stewardess. Hij is de laatste van de grote drie: Bowie, Lou Reed en Iggy. Er bestaat een foto van hen drie op een feestje in het Dorchester Hotel in Londen in 1972. Iggy staat in het midden, met een T-shirt van T-Rex aan en een pakje sigaretten tussen zijn tanden. “Ik was binnengevallen op dat feestje”, zei hij in The New Yorker. “Dat was zo uncool dat ik maar wat stond te grijnzen. Langs mij stonden twee pilaren van de alternatieve muziek, in het midden een beverige nieuwkomer.”

Bowie overleed in 2016 aan kanker, Lou Reed is na een leverziekte wijlen sinds 2013 en ook alle Stooges zijn intussen dood. “Dan begin je na te denken: oké, wat zijn mijn vooruitzichten? En hoe zou ik me voelen als ik morgen moest sterven, terugkijkend op wat ik vandaag met mijn leven doe? Het ding is: ik wil de tachtig halen. Ik heb me altijd afgevraagd of ik, als ik zou stoppen met muziek, plots thee of koffie ga drinken, of mijn tanden begin te poetsen. Of zou ik een depressieve alcoholicus worden?” Maar zijn wilde haren zijn nog intact, verzekert Iggy. “Kom me niet zeggen dat ik mijn shirt niet meer kan uittrekken en primitieve geluiden mag maken.”

Hij is tenslotte just a modern guy, zoals hij zingt in ‘Lust for Life’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234