Donderdag 19/09/2019

Televisie

Iedereen wil onze bieren, chocolade en tv-reeksen

In de nieuwe psychologische thriller 'Tabula rasa' is Mie D'Haeze (Veerle Baetens), een jonge vrouw die kampt met geheugenverlies, de enige sleutel in een mysterieuze verdwijningszaak. Beeld © VRT 2017

Vergeet de Vlaamse film, hier is de Vlaamse tv-reeks. Meer dan ooit tevoren kijken ze in het buitenland naar wat hier voor televisie gemaakt wordt en pompen Netflix en grote zenders al van bij het prille begin geld in Vlaamse fictieseries. Maar kan Vlaanderen echt het nieuwe Scandinavië worden?

Maandenlang zoemt het al rond in medialand: Tabula rasa, dat is iets bijzonders. De nieuwe reeks, die eind oktober in première gaat op Eén, gooide al hoge ogen op verschillende buitenlandse tv-festivals en volgende week wordt ook in Cannes de rode loper uitgerold voor Veerle Baetens en co.

Het enthousiasme was er al van het prille begin, nog voor er een minuut gedraaid was: de plot rond een vrouw met geheugenverlies die als enige een verdwijningszaak kan oplossen, wekte al snel de interesse van het buitenland. In die mate zelfs dat het grote ZDF, de Duitse openbare omroep, de reeks mee produceert. En dat was de bedoeling, zegt executive producer Helen Perquy. “Tabula rasa is een gelaagde en creatieve reeks. Als je dat visueel goed wilt doen, heb je extra geld nodig.”

Tabula rasa was niet de enige reeks waarop de Duitsers hun oog lieten vallen. Ook Undercover, de nieuwe reeks van De Mensen met Tom Waes in de hoofdrol, wordt mee geproduceerd door ZDF, met daarnaast nog Frans geld en dollars van Netflix. “Die zullen daar een heel goede zaak mee doen”, is executive producer Jan Theys nu al overtuigd.

“We zijn op een moment gekomen dat het structureel begint te worden”, zegt regisseur Hans Herbots die vorig najaar twee afleveringen van de Britse reeks Riviera draaide. “Je ziet dat buitenlandse zenders en streamingdiensten al op voorhand mee in de financiering stappen. Dat is een teken dat de markt hier volwassen wordt.”

On-Vlaamse ambitie

Zowel Tabula rasa als Undercover geeft blijk van een bijna on-Vlaamse ambitie door zich niet te laten beperken door grenzen en lokale budgetten. De voorbije decennia werden er ook al veel reeksen verkocht – van Matroesjka’s over Vermist en Salamander tot Cordon en Callboys – maar internationaal gaan was nooit hét doel zoals dat nu het geval is. Een verkoop aan het buitenland gebeurde eerder en stoemelings.

“Met Salamander is het veranderd”, zegt Jan Theys. “We hebben toen na de montage een internationale trailer gemaakt en vrij snel een deal gesloten met sales-agent Beta en vervolgens met onder meer BBC4 en Netflix. Dat was op het moment dat de Scandinavische reeksen furore maakten met The Killing en The Bridge. De Scandinaven hebben ons geholpen de ogen te openen.”

“Ons plan was drie jaar geleden al om meteen internationaal te denken”, zegt Kato Maes van Panenka, het productiehuis dat ze met Tom Lenaerts oprichtte en dat nu Over water maakt, de nieuwe reeks van Lenaerts en Paul Baeten Gronda. “Bij het concept hebben we daar rekening mee gehouden. Het thema over een aan lager wal geraakte tv-ster is universeel, je hebt de setting in de haven,… Ook de manier waarop we het maken heeft een internationale look and feel.” En met succes: Over water heeft ook al een distributiedeal met ZDF.

Filip Peeters in 'Salamander', een politiereeks die verkocht is aan buitenlandse zenders als BBC 4 en zelfs een Amerikaanse remake krijgt. Beeld VRT

In de slipstream van Salamander volgden de voorbije jaren nog enkele successen zoals Clan en recent nog Beau séjour, dat het goed deed op Netflix. “De reeksen vertellen sneller, zijn gelaagder, ogen steeds beter en worden op een internationale leest gemonteerd”, zegt Helen Perquy. “Dat heeft er allemaal mee voor gezorgd dat België stilaan een merk is. Iedereen kijkt goed naar wat hier gebeurt. Ik was recent nog bij de EBU (de vereniging van Europese openbare omroepen, JDB) en alle internationale fictieverantwoordelijken waren geïnteresseerd in ‘the Belgian brand’. Je mag niet vergeten dat ook de RTBF enkele goed verkochte gesmaakte reeksen gemaakt heeft zoals La trêve en Ennemi public.”

Allure

Overdreven? Nee. Deze week nodigde Flanders Image, de promotieafdeling van het Vlaams Audiovisueel Fonds, 75 internationale film- en tv-professionals uit in Gent om de Vlaamse audiovisuele sector beter te leren kennen. Op het programma van CONNeXT stond voor het eerst ook een tv-luik met de presentatie van reeksen als Tabula rasa, Salamander, De dag, Over  water, Gevoel voor tumor en Spitsbroers 2.

Of dit effect heeft is nog te vroeg om te zeggen, geeft Christian De Schutter van Flanders Image aan. “Maar we hebben zo wel een aantal producties op de radar van sales agents en distributeurs kunnen zetten.”

“Ik mag dat misschien niet zeggen, want het zijn concurrenten, maar ik heb hier series van internationale allure gezien”, zegt Marike Muselaers, de Nederlandse CEO van Lumière. Muselaers was verantwoordelijk voor de aankoop van de Scandinavische reeksen die Lumière verdeelt en kan dus vergelijken. Heeft Vlaanderen echt de potentie om het nieuwe Scandinavië te worden?

Witse

“Je hebt hier een gezond klimaat met veel soft money: er is de taxshelter, de fondsen, het coproductieklimaat,… Jullie Belgen kunnen ook goed verhalen brengen, beter dan wij in Nederland, en jullie maken met weinig geld reeksen met een hoge productiewaarde. Dat is knap, want de Scandinavische budgetten liggen een pak hoger. Daar betalen ze makkelijk een miljoen euro per aflevering.”

Bovendien is het Scandinavische succesverhaal er niet zomaar gekomen, geeft Muselaers aan. “Scandinavië was tien jaar geleden ook een lokaal territorium waar series als Witse werden gedraaid. Op een bepaald moment is beslist om de budgetten te verdriedubbelen en de focus te leggen op het schrijven. De scenaristen bleven doorwerken tot het script echt klaar is, in plaats van meteen in productie te gaan. En dan moet je een beetje geluk hebben, want bij een hype heb je dat altijd nodig.”

'Beau séjour', een tiendelige dramareeks over een vermoord meisje dat haar eigen moordzaak moet oplossen, bleek een succes op Netflix. Beeld VRT

Muselaers raakt meteen ook twee knelpunten aan: geld en scenario’s. Dat er hier voldoende talent is, daar twijfelt geen mens aan. De voorbije jaren konden tientallen Vlaamse regisseurs, cameramannen, acteurs en monteurs in het buitenland aan de slag om films en tv-reeksen te helpen maken. Maar hoe zit het met de budgetten en de scenario’s?

Experimenteren

De kritiek op Vlaamse reeksen is dat ze al te vaak onder de Vlaamse kerktoren blijven hangen. Men speelde te lang op veilig, meent ook Tim Mielants, de regisseur die hier onder andere Cordon draaide en nu in de Verenigde Staten miljoenenreeksen als The Horror en The Alienist maakt. “Een reeks als Tabula rasa kan je daarom alleen maar bejubelen. Men stapt af van het conventionele. Ook internationaal zie je dat er veel meer geëxperimenteerd wordt.”

De enkele uitschieters bewijzen dat het kan, maar het is nog niet voldoende. De spoeling is te dun om jaarlijks een handvol goede scripts af te leveren. “Het tekort aan ervaren, creatieve scenaristen blijft een zwakte”, zegt Helen Perquy. “Met een goed scenario maak je nochtans het verschil. In opleiding en training van scenaristen investeren, zou de hele sector een bijkomende boost geven.”

Al is er wel beterschap, merkt Hans Herbots op. “De uitgangspunten zijn nu al vaak gedurfder, meer absurd ook. Tabula Rasa bijvoorbeeld, maar Clan was ook al zo. Nu hebben we een paar scenaristen die op hoog niveau schrijven. Alleen moet het gemiddelde niveau verder omhoog.”

Dat moet mogelijk zijn, meent Jan Theys. “Laat jonge scenaristen meegroeien met meer ervaren schrijvers, zet ze in writers' rooms waar ze kunnen bijleren,… En er moet natuurlijk ook een doorlopende industrie gecreëerd worden zodat de talenten ervaring kunnen blijven opdoen.”

Ondergefinancierd

En wat dan met het geld, de tweede cruciale factor? De omroepen beknibbelden de voorbije jaren op fictie onder druk van besparingen en uitgesteld kijken. Telenet en Proximus konden dat deels compenseren, omdat zij nu moeten investeren in fictie. Daarnaast is er het Mediafonds, waarvoor minister van Media Sven Gatz (Open Vld) vanaf volgend jaar 2miljoen euro extra reserveert. Het Mediafonds zal dan 7 miljoen euro kunnen verdelen. Het plan is om ook extra steun te geven aan scenario’s en voor reeksen met internationale ambities.

“Al blijft het Mediafonds chronisch ondergefinancierd”, zegt Jan Theys van De Mensen. “Eigenlijk zou daar 15 miljoen euro in moeten zitten. Met minder krijg je Vlaamse kwaliteitsfictie niet structureel gefinancierd.” Extra middelen zouden bovendien kunnen helpen om de Vlaamse regisseurs die nu in het buitenland draaien – en die lonen gewoon zijn – terug naar hier te halen.

Maar om nu te hopen op budgetten die zich kunnen meten met het buitenland? Eigenlijk hoeft dat niet, meent Hans Herbots, wiens Als de dijken breken pas nog verkocht is aan het Amerikaanse AMC Networks. “Een beetje meer zou helpen om comfortabeler te werken en meer aandacht te geven aan de ontwikkeling van een reeks. Maar toch heb ik niet het gevoel dat hogere budgetten doorslaggevend zijn om van Vlaamse reeksen een internationaal succes te maken. Riviera heb ik gedraaid met een budget van 5 miljoen euro per aflevering. Maar in het buitenland gaat er soms veel geld verloren omdat ze alle opties lang open laten liggen. Hier is alles op voorhand meer doordacht.”

Extra geld zou volgens Theys wel de normaalste zaak van de wereld moeten zijn: veel meer dan rond film draait het nu wereldwijd rond tv-reeksen. Kijk naar de budgetten van grote reeksen, kijk naar de vele sterren die voor televisie werken. “Voor de toekomst van onze audiovisuele sector liggen meer kansen in tv dan in film”, zegt Theys. “Daar kunnen we economisch meer gewicht in de schaal leggen en zal onze cultuur meer aandacht krijgen. Alleen volgen een aantal instellingen nog niet.”

Zaligmakend

De coproducties met buitenlandse zenders en platformen als Netflix zijn dan een oplossing om extra geld te hebben. Al moet je ook daar opletten en steeds voor het juiste model van samenwerking kiezen, merkt Helen Perquy op. “In de grote strijd om content die er nu is, blijven voldoende partijen investeren. Iedereen wil de nieuwe grote binge-kraker hebben. We moeten echter zorgen dat onze Europese identiteit blijft behouden. Vlaamse en Europese subsidies moeten geen fonds voor de Amerikaanse markt worden.”

Ruth Becquart vertolkt Birgit 'Bibi' Goethals in 'Clan', een serie die internationaal gelauwerd wordt om haar gedurfde en absurde scenario. Beeld Clan

Bovendien moet je als Vlaamse maker ook zorgen dat je je zeggenschap niet verliest. “Maar dat zal een leercurve zijn”, zegt Christian De Schutter. “Hoe zorg je dat je zelf de creatieve beslissingen kunt blijven nemen, dat men niet over je heen loopt? In Scandinavië zal dat net hetzelfde geweest zijn.”

Het evenwicht moet in ieder geval bewaard blijven, zegt Jan Theys. “We mogen niet in de val trappen om nog meer op buitenlands geld te rekenen. Daarom mogen de bijdrages van de Belgische zenders niet verder omlaag. Als dat gebeurt, verliezen we onze dominante positie en zullen de buitenlandse zenders veel meer hun stempel willen drukken op de reeks.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234