Dinsdag 18/02/2020

Mockingbird

Iedereen wil eigen Stoner: uitgeverijen graven naar schatten op zolder

Pulitzerwinnares Harper Lee.Beeld PHOTO_NEWS

Een halve eeuw lang schuwde de Amerikaanse schrijfster en Pulitzerwinnares Harper Lee alle media-aandacht. Binnenkort, op haar 88ste, verschijnt het vergeten vervolg op 'To Kill a Mockingbird'. Want wat stof heeft vergaard, is sexy, vinden uitgevers. Critici spreken dan weer van misbruik van een oud vrouwtje.

Ze zit aan een rolstoel gekluisterd, is blind, bijna doof en heeft kraters in haar geheugen. Als het zo doorgaat is Harper Lee straks vergeten wat voor schrijfster ze ooit is geweest. Al heeft ze dat nooit willen weten. Pulitzer of niet, na het doorslaand succes van haar debuut- en enige roman 'To Kill a Mockingbird' koos ze altijd voor de schaduw, niet de spotlights.

"Hell no", riep ze uit als uitgeverijen weer maar eens aandrongen op nieuw werk, of journalisten op een spraakmakend interview. Sinds 1964, vier jaar na de publicatie van haar boek, schitterde ze vooral in stilte. Ook al gingen ondertussen al meer dan veertig miljoen exemplaren van haar boek over de toonbank. Ook al rijfde de verfilming ervan een Oscar binnen, en is de roman in veel Amerikaanse scholen tot op vandaag verplichte kost.

Het tragikomische verhaal over de rassenstrijd in de VS sloeg destijds in als een bom. Het belandde in een mum van tijd in de bovenste schuif, bij de belangrijkste klassiekers van Amerikaanse hand. Het verhaal, vertaald als 'Spaar de spotvogel', bekijkt de jaren dertig door de ogen van het tienjarige meisje Scout. Haar vader, een blanke advocaat, durft het aan om een zwarte man te verdedigen die onterecht wordt beticht van verkrachting. Voor de blanke 'advocaat des duivels' betekende dat zo veel als sociale zelfmoord.

Harper Lee, Nelle voor de intimi, moest niet ver kijken. De mosterd voor 'To Kill a Mockingbird', haalde ze uit haar eigen leven. In 1919 verdedigde haar vader, Amasa Coleman Lee, twee zwarte mannen die beschuldigd waren van roofmoord. De jury ging niet mee in zijn verhaal en het tweetal werd op klaarlichte dag opgeknoopt. Keer op keer zou vader Amasa het voor de outcasts opnemen: voor de armen, de zwakzinnigen, de zwarten... 'Nigger lover', zo verweten klasgenoten Harper Lee. Het meisje schopte terug, tegen de schenen en tegen de heilige huisjes. Het leverde haar veel misprijzen op en het etiket 'sociaal onaangepast'.

Thuis, als jongste van vier kinderen, vond ze een zielsverwant in haar zonderlinge buurjongetje Truman Streckfus Persons, later beter bekend als Truman Capote. Samen vluchtten ze in hun favoriete wereld: die van de fantasie. Ze lazen samen en tikten verhalen uit op hun Norwoodtypmachine. "Niemand trok zich wat van ons aan. We hadden geen geld, geen speelgoed. We leefden in onze verbeelding", zo vertelde Harper Lee daar ooit over.

In Capote vond ze inspiratie voor een van de personages in haar Mockingbird, de jongen Dill. Nadat ze zich uit het publieke leven had teruggetrokken, begeleidde ze hem bij zijn onderzoek voor 'In Cold Blood', een waargebeurd verhaal over een meervoudige moord. Maar terwijl Capote teerde op het succes en de aandacht, kon Lee er niet hard genoeg voor vluchten.

Dat ze de Jane Austen van Alabama wilde worden, zo liet ze ooit nog optekenen. Maar in werkelijkheid trok ze naar New York, om er stilletjes op te gaan in de massa. In 2006 schreef ze nog een brief in de zomereditie van O, het magazine van de Amerikaanse tv-coryfee Oprah Winfrey. "In deze weelderige maatschappij, waarin mensen laptops, gsm's, iPods en geesten als lege kamers hebben, sleep ik me nog altijd voort met boeken."

Tristesse van het vervolg

Maar het lezen, luisteren en observeren zou moeilijker worden. Een jaar na de brief slaat het noodlot toe. Een beroerte legt haar linkerarm lam en doet haar zicht voor 95 procent verdwijnen. Als ook haar geheugen begint te lekken, moet ze haar flat op Upper East Side noodgedwongen verkopen en verhuist ze naar een rusthuis in Monroeville, in de staat Alabama. Terug naar waar het allemaal begon.

Dat een mediaschuwe wezel als Lee op haar 88ste alsnog een tweede boek uitbrengt, is opmerkelijk. Dat ze die beslissing uitgerekend nu neemt, nu ze zienderogen aftakelt, is des te opvallender. Zeker als je weet dat ze de roman nog voor Mockingbird schreef en het verloren gewaande manuscript jaren stof heeft vergaard.

Niet iedereen staat dan ook te springen om het boek. The Atlantic, een Amerikaans literair- cultureel tijdschrift, ruikt onraad en spreekt van de "sadness of a sequel", de tristesse van het vervolg. Waarbij het tragische dan vooral doelt op Harper Lee, niet op de inhoud van haar boek. Het dametje wordt op hoge leeftijd misbruikt als 'merk', klinkt het. Alsof ze al dood is, en het hier over een postume publicatie gaat.

In de entourage van Harper Lee luidt het dat een vriendin het manuscript op zolder vond, dat Lee zelf niet meer wist dat ze het nog liggen had. "Na lang nadenken en aarzelen heb ik het dan door een aantal vertrouwelingen laten lezen", zo doorbreekt ze nu ineens de stilte. "Het was fijn om te horen dat zij het geschikt vonden voor publicatie. Verrassend dat het na al die jaren binnenkort toch verschijnt."

'Go Set a Watchman', dat zich twintig jaar later afspeelt dan Mockingbird, verschijnt in juli. Jonathan Burnham, uitgever bij HarperCollins, kan zijn geluk niet op. "Tot voor kort wisten we niet eens dat dit verhaal bestond", juicht hij. "Deze ontdekking is een buitengewoon cadeau."

Harper Lee met voormalig president George W. Bush, net voor de overhandiging van de Presidential Medal of Freedom.Beeld REUTERS

"Ouder is echter"

Maar is het een cadeau dat Harper Lee ooit wilde afgeven? Dat is nog maar de vraag, stellen criticasters. Zij verwijzen naar zus Alice Lee, die Harper levenslang als een leeuwin heeft afgeschermd voor de ongewenste aandacht van uitgevers en journalisten. Dat de publicatiedeal net nu rond is, 2,5 maanden na het overlijden van Alice, lijkt wat té toevallig.

Komt daarbij dat de schrijfster sinds haar beroerte amper weet onder welke contracten ze haar krabbel zet. Dat liet Harpers nieuwe advocate, Tonja Carter, zich al ontvallen. "Ze heeft de gewoonte om alles te tekenen wat je haar voorlegt, soms na overleg met Carter", zo signaleerde de Amerikaanse blog Gawker vorige zomer.

Is uitgeverij HarperCollins oprecht blij met het stoffige manuscript of wil ze vooral munt slaan uit een oud boek van een dementerend vrouwtje? Feit is dat hoe langer hoe meer uitgeverijen herontdekte boeken opduikelen en zolderkamers afschuimen op zoek naar vergeten materiaal. Want stoffig is sexy, zo lijkt het.

Denk maar aan de nieuwe novelle van Simone de Beauvoir, 'Misverstand in Moskou'. "Herontdekt meesterwerk", zo klonk de teaser van uitgeverij De Geus. Maar dekt die vlag de lading wel, zo vragen recensenten zich af, wetende dat De Beauvoir de tekst niet publicatiewaardig vond.

Een heel ander voorbeeld is 'Stoner' van John Williams. Na een herdruk door The New York Review of Books werd de vergeten parel massaal herontdekt en geprezen. De goudzoekers van Lebowski Publishers zorgden voor een Nederlandse vertaling, een geheimtip in de betere boekhandel.

"Sindsdien wil elke uitgeverij zijn eigen Stoner", stelt Jeroen Vullings, literair criticus bij Vrij Nederland. "Alle uitgevers weten nu: we moeten blijven graven naar schatten, niet alleen in onze kleine vijver, maar in de grote oceaan van de klassiekers."

Betalen uitgevers 'krankzinnige bedragen' voor de allernieuwste, buitenlandse literatuur, dan zijn de klassiekers in vele gevallen rechtenvrij en dus veel goedkoper. Met boeken die jarenlang in een vergeethoek lagen, is dat niet anders. Het scherpt de interesse alleen maar aan. Getuige 'Rummelplatz' van Werner Bräunig. Verboden in de DDR belandde het manuscript op zolder, waar Bräunigs zoon het ontdekte. Eenmaal een succes in Duitsland, kreeg het ook een Nederlandse vertaling.

"Een boek ontdekken op een zolder: het klinkt natuurlijk geweldig", gaat Vullings verder. "Uitgevers weten dat het boekenvak het moeilijk heeft, dat ze omzet moeten halen. Dan zijn die mooie praatjes errond de noodzakelijke blablabla. Tegenwoordig moet alles een verhaal hebben, dus kleden ze het boek mooi en romantisch in. Hoe pathetisch ook, het werkt: lezers vallen ervoor. Vergelijk het met volwassen mannen die gigantisch veel centen neertellen voor strips uit hun jeugd. Maar ook al is het een marketingtruc, lezers varen er vaak wel bij. Je ontdekt parels die je anders nooit op eigen houtje had gevonden. Elk beetje literatuurminnaar mag daar blij om zijn."

De trend van het (her)ontdekte boek heeft ook veel te maken met onze roep om echtheid, meent DM Boeken-recensent Fleur Speet. "Tegenwoordig is er zoveel manipuleerbaar, zoveel onecht. Wat ouder is, lijkt dan echter, bestaander. In een essaybundel schreef Katie Roiphe over onze hang naar jaren vijftig-televisie. De oude moraal blijkt weer heel aantrekkelijk te zijn. Die geeft houvast in deze chaotische tijden, waarin we allemaal zoekende lijken. Maar bovenal willen lezers graag een geheimtip. En een gevonden manuscript ís een geheim. Wat is er spannender dan dat?"

Hoe spannend de tweede roman van Harper Lee wordt, is nog afwachten. Uiteindelijk stuurde haar uitgever haar er destijds weer mee naar huis, om het te herwerken tot Mockingbird. Bovendien wist ze zelf niets meer van het manuscript af. "Maar ik ben verwonderd en nederig dat het nu na al die tijd nog verschijnt", stelt ze. En zo belandt een schuw vrouwtje toch weer waar ze nooit wilde staan: in de schijnwerpers.

Beeld PHOTO_NEWS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234