Woensdag 08/07/2020

LiteratuurWandelboeken

Hoogdagen voor de lezende wandelaar: deze lijst zet je op weg

Beeld ©Elliott Erwitt / Magnum Photos

Wandelen beleeft al een poos een wonderlijke revival, maar sinds corona lijkt het hek helemaal van de dam. Ook de boekenwereld speelt fervent in op onze toe­nemende tweebenige verplaatsingslust. Een kleine flaneertocht door de wandel­literatuur.

‘Zullen we wandelen?’, bliept het zoveelste appje binnen. De vraag klinkt ook u welbekend in de oren. Net als ik wordt u tegenwoordig overstelpt door aanzoeken voor avondlijke wandeldates. Vrienden en vriendinnen die tot voor kort niets liever deden dan eindeloos ankeren op terras, café of restaurant tonen nu een onvermoed facet van hun persoonlijkheid. Ze ontpoppen zich tot fervente stappers, terwijl ze de kunst van de conversatie in openlucht polijsten. Schoorvoetend wandel ik hen tegemoet voor een passeggiata, zoals een ommetje zo mooi klinkt in het Italiaans. Na een uurtje stappen ben ik blij dat we neerstrijken op een bank. “Wat stap jij traag!”, krijg ik weleens te horen.

Ik beken het maar meteen: ik ben geen volhardend wandelaar. Ik behoor eerder tot de categorie van de schuifelaar en de slenteraar. Ik ben te snel afgeleid door wat – letterlijk – mijn pad kruist: een etalage, een gevel, een deurpost, een verlaten voorwerp in de berm, een instructiebord, een papiersnipper in de goot. Prikkelgevoelig als ik ben, blijf ik haast automatisch mijn omgeving registreren. Dat schiet niet zo op. Bovendien ben ik hoofdzakelijk een stadsmus. In desolaat natuurschoon voel ik me al snel verweesd en verlang ik weer naar de immer fascinerende rituelen van de grootstad.

Beeld RV

Maalstroom

Ja, laat ik mezelf maar chic en pretentieus de mantel van flaneur omgorden. De filosoof Walter Benjamin omschreef zo’n specimen tastend als ‘een figuur die zich scherp bewust was van de drukte van het moderne leven, een amateur-detective en onderzoeker van de stad’. Dat bevalt me. Want toch is strolling een van mijn lievelingsbezigheden.

Verbaast het dat ik Teju Coles non-fictieboek Open stad (2011) omarmde, waarin de voormalige aspirant-arts zich tot een metropolen­seismograaf ontpopte? Of de romans van Patrick Modiano, met die aarzelende personages die zich telkens weer als in een perpetuum mobile overleveren aan de maalstroom van een anoniem, verdroomd Parijs? Ik voel me gesterkt door Shane O’Mara, de Ierse neuroloog die in zijn recente Te voet een pleidooi houdt voor stadswandelen. ‘Stap stevig voort over de trottoirs, laat de wind in je gezicht waaien, laat het daglicht of de straatverlichting in je ogen dansen, voel de regen op je gezicht, de grond onder je voeten, hoor de geluiden, het praten.’

Het is de paradox die ik koester: in een stad lijkt het zinvoller dan op het platteland om doelloos te verdwalen. “Verdwalen moet een reële optie zijn”, vindt ook de Nederlandse cultuurfilosoof Ton Lemaire, die ons in Met lichte tred het liefst zonder gps of smartphone op pad ziet gaan.

Wanderlust

Denk evenwel niet dat ik de mentale geneugten en fysieke troefkaarten van het wandelen in de wind sla. Hippocrates wist het tenslotte al: ‘Wandelen is het beste medicijn.’ En: ‘Om te vertragen is er nooit iets beters verzonnen dan wandelen. Om te wandelen heb je alleen maar twee benen nodig. De rest is onzin’, predikt de Fransman Frederic Gros in Wandelen, een filosofische gids (2009). 

Gros’ cultklassieker is maar een van die massa’s boeken die de geagiteerde mens op het rempedaal laat drukken. De lezende wandelaar wordt tegenwoordig uitermate verwend – van Robert Macfarlanes herontdekking van de oude wegen tot avonturier Sylvain Tesson. En ook de boekhandelaren registreren een sterk verhoogde belangstelling voor het genre. Met als illuster ijkpunt Rebecca Solnit en haar uitvoerig gestoffeerde Wanderlust (2001, eind vorig jaar eindelijk in het Nederlands verschenen). ‘Wandelen is meanderen’, stelt ze, maar ‘idealiter ook een staat waarin geest, lichaam en wereld zich op één lijn bevinden, alsof ze drie personages zijn die eindelijk met elkaar in gesprek gaan, drie noten die ineens een akkoord vormen’.

Beeld RV

Al stappend mediteren

Ik mag ze gulzig lezen, die voetprofeten. Noem het mijn geestelijke warm-up voor ik de benen strek: ik lees, dus ik beweeg. Alleen: uit die luie zetel komen met dat behaaglijk goed geschreven stapboek, dat is andere koek. Maar Shane O’Mara vuurt genoeg argumenten af om het wél te doen. Al wandelend beleef je een soort time-out uit je eigen leven en los je netelige kwesties op, vindt hij: ‘Lopen brengt (…) geweldige probleemoplossende vermogens in je naar boven. Je creatieve prikkels worden gestimuleerd door het lopen en helpen je bij het overwinnen van alledaagse problemen waarmee je in je leven wordt geconfronteerd.’ Bauwt O’Mara hier een scheepslading aan filosofen, van Henry David Thoreau tot Immanuel Kant, na die het wandelen als broodnodige zuurstofkuur beschouwden? Eigenlijk wel.

‘Mijn gedachten slapen als ik ze op een stoel zet. Mijn geest functioneert niet als mijn benen hem niet in beweging zetten’, noteert bijvoorbeeld Montaigne in zijn Essays. En Jean-Jacques Rousseau, die ons het prachtige Les Rêveries du promeneur solitaire naliet, schrijft in zijn Bekentenissen: ‘Ik kan alleen mediteren wanneer ik loop. Hou ik daarmee op, dan hou ik op met denken, mijn geest werkt alleen samen met mijn benen.’ Friedrich Nietzsche, de filosoof met de hamer, stelde het nog feller: ‘Zo weinig mogelijk zitten; geen enkele gedachte geloof schenken die niet in de vrije lucht geboren is en bij vrije beweging.’

Beeld RV

‘Windsnelle zolen’

Ook de wereldliteratuur is onmetelijk rijk aan stappende schrijvers, al liep het vaak wel tragisch met hen af: W.G. Sebald, Bruce Chatwin, Robert Walser, Virginia Woolf (die sommige van haar boeken in een wandelroes bedacht) of eeuwige zwerver Arthur Rimbaud, die door Verlaine niet voor niets de ‘man op windsnelle zolen’ werd genoemd. Of kijk naar Charles Baudelaire die zijn gedichten sleep en vervolmaakte, rondbenend in Parijs, ‘dat immense reservoir van elektriciteit’.

Laat al dat verlokkelijke leesvoer ons toch maar niet afleiden van de essentie. Wallace Stevens trekt ons aan de mouw in On the Surface of Things: ‘In mijn kamer gaat de wereld mijn verstandelijke vermogens te boven/ Maar wanneer ik wandel zie ik dat hij bestaat uit drie of vier heuvels en een wolk.’    

Verse sporen in de wandelliteratuur

• Als het van de Ierse neuro­weten­schapper Shane O’Mara afhangt, leggen we dagelijks geen 10.000 maar 14.000 stappen af. Stappen is ‘een medicijn zonder bijwerkingen’, ordonneert hij in Te voet. O’Mara doet dat bij voorkeur in de stad, die helaas wel dringend nood heeft aan beter uitgeruste staproutes.

Shane O’Mara, Te voet. Hoe twee benen de mens verder brengen, De Bezige Bij, 236 p., 21,99 euro.

• Vrolijker van inslag dan de iets belerender O’Mara is de Noorse stand-upcomedian Are Kalvø. Hij vroeg zich af waarom zijn makkers, met wie hij vroeger in de kroeg rondhing, opeens zulke natuurmensen zijn ge­wor­den. ‘Personen voor wie alleen de beste out­door­uit­rusting goed genoeg is, aan­geschaft in de duurste speciaalzaken.’ Hij besloot ze achterna te stappen én houdt zijn wandelende landgenoten een grappige spiegel voor.

Are Kalvø, De outdoorwaanzin, Balans, 288 p., 21,99 euro.

• In het aanstekelijke Buitenpost ondergaat de Britse reisschrijver Dan Richards de aantrekkings­kracht van leegte en desolaatheid en trekt hij naar de woeste IJslandse natuur, spook­steden in Spits­bergen of Japanse shinto-­heilig­dommen.

Dan Richards, Buitenpost, Atlas/Contact, 332, p. 24,99 euro.

• Vervolg op het succes­volle debuut Het zout­pad. Sinds Raynor Winn en haar terminaal gediagnosticeerde man Moth hun woning kwijtraakten en slechts met rugzak en tentje de bijna duizend kilometer van het Zout­pad aflegden, voelen de kliffen, de lucht en de rotsachtige bodem aan als een veilige thuis.

Raynor Winn, De wilde stilte, Balans, 280 p., 22,99 euro.

• Veelbelovend oogt de zojuist door uit­geverij Van Oorschot gelanceerde wandelreeks ‘Terloops’. Bregje Hofstede bijt de spits af en beoefent het bergwandelen, op zoek naar flarden van haar jeugd. Ze beklimt de Sass Songher in de Dolomieten en roept in het fijnzinnige Bergje vragen op over eenzaamheid, symbiose en over ‘klein geluk en groots leven’. In dezelfde reeks maakt NRC-redactrice Marjoleine de Vos tochtjes van­uit haar huis in het Noord-­Groningse Zeerijp en knoopt ze in Je keek te ver allerlei filosofische bedenkingen aan elkaar. ‘Het is alsof je, buiten lopend, je leven weer terug krijgt.’

Bregje Hofstede, Bergje, Van Oorschot, 80 p., 12,50 euro.

Marjoleine de Vos, Je keek te ver, Van Oorschot, 72 p., 12,50 euro.

• Therapeutisch wandelen met een Bekende Neder­lander? Dat kan. Twan Huys, presentator van Buitenhof, moest vernietigende kritieken incasseren voor zijn talks­how RTL Late Night, dat algauw werd stop­gezet. Van de weeromstuit ging hij als een bezetene stappen om van de klap te bekomen. In het met foto’s en kaartjes geïllustreer­de Wandellust trekt Huys in reportagevorm door de mooiste Nederlandse wandel­gebieden. Diepgaander is Caspar loopt van journalist Caspar Janssen, die een voettocht door het Neder­landse landschap ondernam, om de veranderingen ‘onder de invloed van het almaar harder draaiende vliegwiel van de vooruitgang te traceren’.

Twan Huys, Wandellust, Prometheus, 19,99 euro.

Caspar Janssen, Caspar loopt, Atlas/Contact, 340 p., 22,99 euro. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234