Donderdag 17/10/2019

interview

Holly Mae Brood, dochter van en ‘Love Island’-presentatrice: ‘Ik ga voorzichtiger om met drugs, omdat ik heb gezien hoe het níét moet’

‘Tinder is niks voor mij: ik ben traditioneel en geloof alleen in ware liefde.’ Beeld Geert Van de Velde

Sinds kort elke dag te zien op VIER: Holly Mae Brood, danseres, actrice, presentatrice en dochter van Herman Brood zaliger. Samen met Viktor Verhulst leidt ze Love Island in goede banen, de realityreeks waarin tien singles elkaar zes weken lang besnuffelen in een villa op Gran Canaria, op zoek naar ware liefde. ‘Roem is bijzaak voor mij. Door mijn vader ben ik ermee opgegroeid.’

Love Island is razend populair in Groot-Brittannië: vorig jaar schreven zich meer Britten in voor het programma dan voor een universitaire opleiding aan Oxford en Cambridge samen: 85.000 versus 36.000.

“Waanzinnig, hè? In Groot-Brittannië is het inderdaad een hype. Misschien omdat het lang geleden is dat deze vorm van reality op tv is geweest? Voor onze Vlaams-Nederlandse versie hebben zich 7.000 kandidaten ingeschreven.”

Uit een artikel van The Financial Times bleek ook dat een deelname aan Love Island financieel méér opbrengt dan een universitair diploma, dankzij de roem en bijhorende schnabbels voor de deelnemers.

“Tegenwoordig heeft beroemdheid soms meer te maken met je aantal online volgers dan met je talent. Dat vind ik stom: zo’n soort beroemdheid moet je helemaal niet willen. In Groot-Brittannië zijn de deelnemers haast rocksterren. Ik hoop dat onze kandidaten andere beweegredenen hebben, maar je weet ’t nooit.”

Je bent een bekende actrice in Nederland, Holly. Hoe ga jij om met de roem?

“Door mijn vader wist ik al vroeg wat bekend zijn inhield: ik ben ermee opgegroeid. Maar beroemdheid is voor mij bijzaak, het hoort er nu eenmaal bij. Af en toe vind ik het irritant en heb ik helemaal geen zin om vrolijk te zijn, maar er zijn ook leuke kanten.

“Ik denk dat realitysterren een andere druk ervaren dan ik. Zij zoeken de bekendheid zelf op. Ze gaan overal dj’en, willen op elk feest aanwezig zijn en zoveel mogelijk gezien worden. Instagram is een lijp platform: je wordt er erg onzeker van, omdat alles alleen maar mooi moet zijn. Het draait alleen nog om perfectie, en dat kan mensen een beetje gek maken. Na zes weken Love Island schieten ze omhoog en verandert hun hele leven: ze hebben totaal geen idee meer wie ze zijn. Als je daar niet rustig mee kunt omgaan, raak je jezelf kwijt.”

Heb jij last van negatieve reacties op Instagram?

“Dat valt heel goed mee. Ik check mijn Instagram-feed, maar ik heb geen Twitter. Bewust, omdat ik er negatieve dingen over hoor. Nu, als je gewoon een beetje nuchter blijft en aardig en toegankelijk bent, dan hebben de mensen ook niet veel te klagen.”

Tegenwoordig kijken meisjes op naar realitysterren als Kim Kardashian. Van wie was jij vroeger fan?

“Ik ben nooit geobsedeerd geweest door iemand, maar ik danste enkel op Britney Spears. Ik heb haar toen helaas nooit live aan het werk gezien. En nu wil je dat niet meer (lacht). Ach, de schat, die is het ook een beetje kwijt, volgens mij.”

Kijk je zelf graag naar datingshows?

Tempation Island is wel lekker om naar te kijken: het is een guilty pleasure. En ik heb vorig jaar ook een tijd Love Island gevolgd. Heerlijk! Ik leef altijd heel erg mee met zulke programma’s: ik heb dan een favoriete kandidaat voor wie ik hoop dat het goedkomt. Het is bijna alsof je een film aan het volgen bent.”

Op de VIER-site werden kandidaat-deelnemers geronseld met de vraag: ‘Heb je het gehad met Tinder?’ Heb jíj al gebruikgemaakt van die datingapp?

“Nee, ik had net op het goede moment een relatie (lacht). In dat opzicht is Love Island handiger: waar je bij Tinder singles op foto’s ziet, staan ze hier meteen in levenden lijve voor je neus.

“Weet je, ik geloof alleen maar in pure, ware liefde: daarin ben ik heel traditioneel en zoetsappig. Ik heb dus zelf niets aan Tinder, maar ik vind het wel enorm leuk om voor mijn vrienden te swipen. Dan kan ik er úren mee bezig zijn (lacht). Heel verslavend, maar voor mezelf: nee.”

Je copresentator Viktor Verhulst zei eerder in Humo dat hij niet gelooft in de ware liefde: ‘De scheiding van mijn ouders heeft m’n kijk op de liefde bepaald. Ik weet niet of mensen echt gelukkig kunnen worden van één liefde. Na een tijdje ebt de passie weg en neemt de routine het over. Ik geloof wel in de liefde, maar niet in de eeuwige liefde.’

“Hallo, statement! Ik geloof wel in de eeuwige liefde, maar ik denk ook dat het een afspraak is die je met elkaar aangaat. Mensen kappen er tegenwoordig snel mee als het ‘even niet zo goed gaat’. Nochtans is het logisch dat een relatie niet de hele tijd op wieltjes loopt, want je doorloopt verschillende levensfases die lang niet altijd synchroon lopen met die van je partner. Mensen geven het te snel op, terwijl je er net aan moet blíjven werken om het spannend, leuk en spontaan te houden.

“Bindingsangst heerst en vrijheid is tegenwoordig een groot goed: misschien zijn er daarom nog zoveel singles? Tegelijk hebben 7.000 mensen zich ingeschreven voor Love Island, dus die zijn wél op zoek naar de liefde. Hoe het dan komt dat ze de ware nog niet gevonden hebben? Tja, mocht ik nog single zijn, dan zou ik ook niet weten waar ik ’m nog moet vinden: als je niet vaak naar de kroeg gaat, is het moeilijk om iemand tegen te komen.”

Over haar vader, Herman Brood: ‘Hij was een ontzettend lieve vader. Helemaal niet zo'n gek zoals mensen misschien denken. Hij was een warme familiemens.’ Beeld belgaimage

Waar heb jij je vriend Soy Kroon leren kennen?

“Op de set van Goede tijden, slechte tijden (Nederlandse soap, red.). We waren eerst heel goede vrienden, tot we na een drietal maanden beseften: ‘Het is wel héél gezellig.’ We zeggen altijd over onze relatie: ‘Eén keer blijven slapen, nooit meer weggegaan.’ (lacht) We zijn ondertussen al meer dan drie jaar samen.”

En jullie zijn allebei nog maar 24: het is dus meteen serieus?

“Soms denk ik: ‘Had ik ’m niet vier jaar later moeten tegenkomen, zodat ik eerst nog wat kon flierefluiten?’ Maar ja: als je ’m dan toch tegen het lijf loopt, moet je ’m ook niet weggooien. Dat zou zonde zijn.”

Jullie hebben vorig jaar samen het programma Dance Dance Dance gewonnen, waarin bekende Nederlanders videoclips nadansen.

“Dat was echt te gek!”

Ik zag een filmpje waarin je vertelde dat je Soys blaren afknipte.

(duikt weg)

Is liefde: elkaars blaren afknippen?

(lacht) “Ja! We hebben weinig gêne bij elkaar. Maar als ik je dat nu zo hoor zeggen, vind ik het zelf ook maar raar, hoor.

“Soy kent Viktor trouwens ook, want hij heeft meegewerkt aan de Studio 100-producties Flin en Flo en Galaxy Park. Hij stelde me gerust: ‘Het wordt leuk met hem!’ En inderdaad: het klikte meteen heel goed met Viktor. Hij is erg droog: ik moet erg om ’m lachen. Momenteel worden we begeleid door coaches, want we hebben allebei nog nooit zo’n grote show gepresenteerd. Spannend!”

Volgens je moeder, Xandra Jansen, had je op 6-jarige leeftijd al beslist: ‘Ik wil dansen.’

(knikt) “Ik was een echte stuiterbal vroeger. Ik was continu aan het zingen en stond Britney Spears thuis na te dansen tussen de schuifdeuren. Mijn moeder dacht: dat kind moet haar energie kwijt, en heeft me toen ingeschreven in de dansschool. Eerst nog in zo’n schattig roos tutuutje, maar ik bleek talent te hebben en kwam pardoes in een streng regime terecht: zwart pakje met witte tailleband, witte panty’s, strakke knot, en gáán. Helemaal anders dan de roze gezelligheid van daarvoor. Ik heb van m’n 6de tot m’n 17de alleen maar getraind op de dansacademie. Dat was mijn leven: ik was daar elke dag van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Alles moest wijken: geen verjaardags- of Sinterklaasfeestjes voor mij. Ik was enorm gedisciplineerd.”

Heb je het gevoel dat je daardoor veel van je jeugd hebt gemist?

“Ik was sowieso heel laat met vriendjes en zo. Ik ging minder uit dan de doorsnee tiener, maar ik heb het later ook wel ingehaald. Het voelde niet als een opgave, want dansen was mijn passie. Nu, de puberteit was wél moeilijk, want dan begint je lichaam te veranderen: plots heb je geen zin meer om enkel nog te dansen en begin je daartegen te vechten.

“Ik heb er onwijs veel van geleerd: je wordt bijna opgevoed op zo’n dansacademie. Alles wat je doet, wordt in de gaten gehouden. De discipline is erin gedrild. Maar nu ben ik wel uitgedanst. Aan het einde van m’n opleiding kón ik niet meer: ik werd bijna ziek als ik naar de les moest. Daardoor heb ik een hekel gekregen aan sport en had ik tot Dance Dance Dance nooit meer gedanst: ‘Ik wil nooit meer bewegen!’ (lacht) Maar het zal altijd een groot deel van m’n leven blijven. Ik merk dat het nog steeds in m’n lichaam zit, al dans ik alleen nog wanneer ik uitga.

“Na school dacht ik: ‘En nu?’ Ik wilde geen achtergronddanseres worden en had al in alle grote stadions van Nederland opgetreden. Ik ben dan maar beginnen te acteren, wat me erg beviel. Het werd een nieuw doel.”

Beeld Geert van de velde

Ondertussen heb je al in verschillende films en tv-series gespeeld. Sta je er soms versteld van dat het jou allemaal lukt?

“Nou, ik heb niet het gevoel dat ik het allemaal kán. Ik ben nog maar 24: af en toe komen er plots dingen op m’n pad waarvan ik denk: ‘Ja, laten we dat proberen!’ Ik hoef nu nog niet te beslissen wat ik het leukste vind of waar ik het beste in ben. Het is wel bijzonder dat ik de kans krijg om het allemaal eens te proberen, en tot nu toe bevalt het me allemaal.”

Lig je als 24-jarige wakker van grote wereldproblemen?

“Een paar dagen geleden zei ik nog: ‘Ik weet niet of je in deze wereld eigenlijk nog kinderen moet krijgen.’ Ik hoop dat onze aarde zoals we die kennen er over 20 jaar nog is. Mensen nemen de klimaatopwarming volgens mij niet serieus. Dat irriteert me wel, ja.

“Ik probeer zo bewust mogelijk te leven. Wanneer ik boodschappen doe, neem ik altijd mijn eigen stoffen tas mee. Ik snap niet waarom je voor elk stuk fruit een apart plastic zakje nodig hebt: uiteindelijk smijt je dat zakje toch maar weg. Als iedereen gewoon een klein beetje zijn best zou doen… Het is allemaal zo lomp. Ik was laatst in Amerika en toen dacht ik: jullie verpesten het wel het meeste van iedereen. Als je daar een pak rijstwafels koopt, moet je eerst zes lagen plastic door voor je eindelijk een rijstwafel in je handen hebt.”

Leguaan als huisdier

Wie in Vlaanderen je achternaam hoort, denkt meteen aan je vader, de betreurde schilder-muzikant Herman Brood. Ben je in Nederland voor het publieke oog opgegroeid?

“Een beetje. Onze moeder heeft de pers altijd op afstand gehouden, maar het was wel een dingetje in Nederland. Ik moest mezelf daardoor ook extra bewijzen: ik heb bijna moeten schreeuwen dat ik jarenlang een dansopleiding heb gevolgd en dus echt iets kón. En toen ik op tv begon te komen, moest ik me daar haast voor verantwoorden.”

Ik las een interview waarvoor de journalist jullie was komen bezoeken op familievakantie in Bonaire. Jij was toen 5, en je vader liep rond met een leguaan op zijn hoofd, die hij Dino noemde. Jij zei toen tegen de journalist: ‘Papa heeft een krokodil op zijn hoofd!’

“O, ik weet dat nog heel goed, het was doodeng! Hoe hij eraan kwam? Papa was aan het zwemmen en dat beest, enorm groot en knalgroen, sprong ineens in het water. Mijn vader beschouwde het meteen als een huisdier: hij ging ermee zwemmen en het sliep in ons bad, want hij was bang dat hij ’m zou kwijtraken als hij ’m zou laten rondlopen. Dat beest was hartstikke gevaarlijk: mijn vader zat de hele vakantie onder de schrammen, want hij wilde het de hele tijd vastpakken. We hebben daar veel foto’s van. Op één ervan zie je duidelijk aan m’n gezicht: ‘Ik wil dit niet!’ (lacht)”

‘Het klikte meteen heel goed. Hij is erg droog: ik moet erg om 'm lachen’, over copresentator Viktor Verhulst. Beeld RV

Je was pas 6 toen je vader van het dak van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong. Heb je nog veel herinneringen aan de periode vóór zijn dood?

“Ja. Ik denk dat je jezelf onbewust verplicht om dingen te blijven onthouden. Ook toen hij nog leefde: ‘Dit moet ik koesteren, want het zal wellicht niet nog eens gebeuren.’ Maar ik weet ook veel dankzij verhalen, video’s en foto’s. Ik besefte wel pas na zijn dood hoe bekend en beroemd hij was. Daarvóór was hij vooral een leuke papa: we deden alleen maar gezellige dingen. Hij was niet erg streng.

Nood aan een gesprek?

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de site zelfmoord1813.be

“Na zijn dood werden er lelijke dingen tegen me gezegd. Als ik tijdens de gymles van een bankje sprong, was het van: ‘O, je lijkt je vader wel.’ Ik werd ook met takken geslagen. Echt heel erg. Toch heb ik mezelf nooit een gepest kind gevoeld, omdat ik ertegen vocht – niet fysiek, voor alle duidelijkheid. Ik danste toen al en deed af en toe dingetjes voor de televisie: misschien kwam dat gepest wel voort uit jaloezie? Al vind ik het arrogant klinken om te zeggen dat mensen misschien jaloers op me waren. Ik was ook nieuw op die school. Ik zat op een heel leuke school in Amsterdam, maar toen we verhuisden, moest ik naar de school in de straat van ons nieuwe huis. Het was pure horror. Ik ben daar twee jaar gebleven, tot ik naar het middelbaar ging. Op de middelbare school gebeurden zulke dingen gelukkig niet meer.”

Hoe heb jij die bewuste 11 juli in 2001 beleefd, de dag waarop hij stierf?

“Het gekke is dat we toen met het gezin naar het circus gingen. Onderweg reden we langs het Hilton, waar een traumahelikopter stond. Ik schreeuwde: ‘Mama, er staan overal agenten en ambulances!’ Het was dus toen al gebeurd. M’n moeder zei: ‘We hebben haast, kom, we moeten voort!’ Toen we in het circus zaten, kwam de politie aanbellen bij m’n zus, die thuis aan het oefenen was voor een playbackshow. Zij heeft de deur opengedaan. Tijdens de pauze in het circus zag m’n moeder dat ze zestig gemiste oproepen had: ze wist meteen wat er gebeurd was. De politie heeft ons toen met doeken over het hoofd in ons eigen huis naar binnen geleid, omdat er zoveel volk voor de deur stond. Ze hebben zelfs de ramen moeten afplakken met vuilniszakken.”

Je moeder heeft begrip voor zijn zelfdoding: na jarenlang gebruik van harddrugs en de lichamelijke aftakeling had hij geen plezier meer in het leven. Hij was compleet afhankelijk van haar en wilde niet in het ziekenhuis sterven.

“Hij was al opgegeven door de dokters. Het einde zat eraan te komen. Zoals hij zelf zei: ‘Ik wil er liever een uitroepteken achter zetten in plaats van een punt.’ Niet dat ik zelfmoord verdedig, maar ik had het veel erger gevonden als hij onder een bus was beland. De aanloop naar z’n dood, die aftakeling, was natuurlijk erg triest en pijnlijk. Maar ik vind het ook een moedige keuze. Het is niet iets wat je zomaar in een fractie van een seconde beslist. Voor zover je iets over zelfmoord kunt vinden, vind ik het dus wel oké.

“Ik ben heel close met mijn moeder en zus. Mijn moeder is er goed mee omgegaan: ze is er meteen heel open over geweest. De dag zelf zijn wij nog op het dak van het Hilton geklommen: mijn moeder wilde dat we die plek zouden zien. Ook moedig van haar.”

'Van m'n 6de tot m'n 17de heb ik alleen maar getraind op de dansacademie. Nooit ging ik naar een verjaardags- of Sinterklaasfeestje. Maar ik heb er veel van geleerd.’ Beeld Geert van de velde

Je zus Lola zei op haar 18de dat ze nog nooit drugs had gebruikt: ‘Misschien omdat ik weet waartoe het kan leiden.’

“Nou, dat heeft ze later wel ingehaald, hoor (lacht). Mensen denken vaak dat wij gevoeliger zijn voor verslavingen, terwijl wij juist slimmer met drugs omgaan, omdat we gezien hebben hoe het níét moet. Zelf heb ik ook weleens iets geprobeerd. Eén keer heeft er iemand iets in mijn drankje gedaan. Heel naar. Ik was daar zo ziek van dat ik dacht: dit wil ik niet.”

Je vader was multigetalenteerd: hij schilderde, maakte muziek en schreef poëzie. Heb je nog tastbare dingen van hem?

“Ik heb thuis enkele schilderijen, waaronder een schilderij dat ik samen met hem heb gemaakt. Volgens mijn moeder mag ik dat niet zeggen: ‘Straks komen ze nog inbreken!’ (lacht) Mijn geboortekaartje is ook van zijn hand.

“Zijn pentekeningen vind ik het mooist: die dunne lijntjes en kleine tekeningetjes! Wat zijn gedichten betreft: af en toe heb ik geen idéé waarover ze gaan, hoor. En qua muziek raak ik het nummer ‘Never Be Clever’ maar niet beu gehoord. Maar verder was het gewoon mijn pa: ik was geen fan van ’m. Sommige mensen vertellen mijn moeder dingen over hem waar ze zelf geen weet van had (lacht).

“Mijn vader was ontzettend lief. Alleen maar lief. Helemaal niet zo’n gek zoals mensen misschien denken. Hij was een warme familiemens. Hij wilde alleen maar spelletjes spelen en met kerst aan de feestdis zitten, dat soort dingen. Hij had een gebruiksaanwijzing, maar verder was het een ontzettend bijzondere mens. Hij praatte in poëtische taal: hoeveel mensen doen dat?”

Je vader zei over Amsterdam: ‘De stad waar alles kan en niets gebeurt.’ Kun jij je daar in vinden, als Amsterdamse?

“Nee, er mag níéts meer in Amsterdam. Er zijn veel regeltjes over wat niet meer mag op caféterrassen. Er mag ook geen muziek meer gedraaid worden op boten langs de kade of op de kade zelf tijdens de Gay Pride. Dan denk ik: joh!”

Hij zei ook: ‘Ik heb er een hekel aan dat het grootste compliment dat je in Nederland kunt krijgen, is: ‘Hij is een gewone jongen gebleven.’ Terwijl je er alles aan doet om een speciale jongen te zijn.’

“Hij was erg met zijn imago bezig: ‘Hoe wil ik dat mensen me zien?’ Ik vind het wel grappig, want ik ben daar veel minder mee bezig. Als ik plots wakker word en merk dat mensen me niet meer leuk vinden, dan ga ik wel iets anders doen. Ik ga lekker normaal blijven.”

Kun jij nog in Amsterdam rondlopen zonder aangeklampt te worden?

“In Amsterdam wel: daar wonen zoveel BN’ers dat iedereen er heel relaxed mee omgaat. Maar zodra ik Amsterdam verlaat, is het wel anders, ja. Het zou arrogant zijn om dat vervelend te vinden, want het is door die mensen dat ik kan doen wat ik leuk vind. Dat iemand die je niet kent enthousiast is om je te zien, dat is toch lief? Ik ben dus vooral dankbaar: het is een teken dat het goed gaat met mijn carrière.”

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website zelfmoord1813.be.

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234