Zondag 25/08/2019

Reportage

Hoezo, lelijkste stad van België? In Charleroi floreert de creativiteit

Charleroi, België. Beeld Jonas Lampens

Charleroi heeft al veel titels gekregen: de lelijkste stad van België, bijvoorbeeld. Maar de oude industriestad wordt hier en daar ook het nieuwe Berlijn genoemd. Wij gingen op zoek naar de snel opkomende kunstscene die achter de verlaten fabrieksgebouwen schuilgaat. 

"Het is allemaal begonnen met een grote leugen", lacht Nicolas Buissart als we met hem in de auto door het centrum van Charleroi rijden. "We hebben Charleroi uitgeroepen tot het nieuwe Berlijn of het nieuwe Sint-Gillis en in ons huidige tijdperk van sociale media gaan zulke verhalen snel rond. Dat is het voordeel aan ons digitaal tijdperk, natuurlijk. Met sociale media kun je je communicatie zelf doen."

Buissart was een van de eersten om de lelijkheid van Charleroi toeristisch uit te buiten. Hij leidt buitenlanders rond op een urban safari, waarbij hij bezoekers laat kennismaken met de plaats waar de moeder van Magritte zelfmoord heeft gepleegd, de meest deprimerende straat van België en zelfs het huis van Marc Dutroux. 

Zijn manier van aanpakken heeft hem al de aandacht opgeleverd van verschillende media, waaronder de Britse krant The Guardian en het Frans-Duitse ARTE, dat bij hem op bezoek kwam toen Caterpillar aankondigde dat het zijn fabriek in Gosselies zou sluiten. 

Die media-aandacht heeft hem en zijn urban safari-project alvast geen windeieren gelegd. "Tu vois, ik ben eigenlijk een kunstenaar van tweede divisie", zegt hij. "Dit is een van mijn manieren om creatief te zijn. Ik ontvang zo'n twee à drie groepen per week, meestal Vlamingen en Walen, maar ook Fransen en Duitsers. Ik laat hen de lelijke kanten van de stad zien, maar ook de verschillende initiatieven die de stad nieuw leven inblazen."

Videomappen

Langs het Gare du Sud, dat Vlamingen vooral kennen als de tussenstop op weg naar de luchthaven, brengt Buissart ons bij het kantoor van Dirty Monitor, een collectief van videomappers. Over de hele wereld hebben zij 's nachts al animaties op gebouwen geprojecteerd: bloemetjes op de Burj Khalifa, terwijl de inwoners van Dubai aftelden naar het nieuwe jaar, een klok op de Sint-Pieterskerk tijdens het Gentse Lichtfestival. 

"We werken hier met een tien tot vijftien mensen en een aantal freelancers", zegt Antoine Menalda, projectmanager van Dirty Monitor. "Deze stad zien we ook een beetje als ons laboratorium. We doen hier af en toe een gratis klus voor projecten van mensen die we kennen. Zo hebben we ook al video's geprojecteerd tijdens optredens in de Rockerill en voor de opening van Quai 10." Twee bestemmingen die ook nog op ons lijstje staan – later meer.

Terug naar huis

Voor ons staan jonge creatives van eind de twintig, begin dertig. Waarom zijn zij in de stad gebleven, die geboekstaafd staat als een van de meest troosteloze van heel België? "Wij zijn hier nooit echt weggeweest, maar het is zo dat veel jongeren, die in Brussel gestudeerd hebben, terug naar Charleroi komen. Vroeger gingen de Carolo's die gestudeerd hadden in Brussel wonen. Maar nu de prijzen daar zo hard gestegen zijn, komen er meer en meer terug naar Charleroi." 

Dat de eersten onder hen kunstenaars waren, heeft dan weer een levende kunstscene in gang gezet, die ook gevestigde kunstenaars aantrekt. Een goed voorbeeld daarvan is Melanie de Blasio, de jazzartieste, zegt Menalda. "Zij is geboren in Charleroi, maar is later naar Brussel verhuisd. Nu komt ze terug naar Charleroi en gaat ze in het oude Italiaanse consulaat wonen."

'De premier'

Wanneer we weer in de auto stappen, wijst de fotograaf omhoog. Langs de ring, gehuld in veelkleurige stellingen, omdat het asfalt rot is, hangt een reclamebord van IKEA: "Vive la jungle." Wie Charleroi zegt, denkt natuurlijk aan verlaten en vervallen industriegebouwen. Terwijl Buissart, onze gids, ons verder leidt door het oosten van de stad, dat eruitziet als een industrieel niemandsland, vertelt hij dat de stad een grote speeltuin geworden is voor fotografen en filmmakers. Want ook Erik Van Looy heeft Buissart al rondgeleid in Charleroi. Meer nog, een deel van zijn film De premier is hier opgenomen. "Charleroi is door de fictieve terroristen uitgekozen om de Belgische premier gevangen te houden", zegt Buissart met een glimlach. "Nu wil iedereen weten waar die koeltoren van de terroristen staat. Hier dus." 

Voor hij ons afzet aan onze volgende stop en verlaat, wijst Buissart aan onze rechterkant wat graffiti aan. Op het eerste gezicht lijkt het op wat gekrabbel van zogezegde graffitikunstenaars. Maar als we iets beter kijken, zien we een gezicht van een bekende man. Het schilderwerk blijkt een portret van Matthias Schoenaerts.  

Le Rockerill is een oude fabriek waar nu vooral rave en electro party's plaatsvinden. Beeld Jonas Lampens

Le Rockerill

Links daarvan staat Le Rockerill, een concertgebouw annex tentoonstellingsruimte annex hippe feestzaal. "Dit was ooit een van de oudste fabrieken in België", zegt de eigenaar van het complex, een raspunker met zwarte sweater die zichzelf Mika Hell noemt. "In 1832 zijn Ferdinand Puissant d'Agimont en de Engelse industrieel Thomas Bonehill hier een metaalfabriek begonnen, die ze de naam La Providence hebben gegeven. De fabriek is platgebombardeerd in de Eerste Wereldoorlog, heropgebouwd in de jaren 20 en failliet gegaan in de jaren 80. Alles wat je rond ons ziet, is ongeveer honderd jaar oud."

De geschiedenis van de stad valt op die manier perfect samen met de geschiedenis van het gebouw. Tegelijk met de industriële neergang van de stad, nam het inwonersaantal af. Op het dieptepunt, in 2000, telde Charleroi 200.800 inwoners, 7.000 minder dan in 1900. Maar sinds 2000 gaat het iets beter en de werkloosheid is volgens recente cijfers gedaald naar 13 procent, dat is ongeveer 10 procent minder dan tien jaar geleden. 

In de ontvangsthal van Le Rockerill staan een aantal kunstwerken en een controlepaneel van een elektriciteitscentrale. Zo een waar Homer Simpson aan zit, in sector 7G van de kerncentrale in Springfield. "We hebben die uit een fabrieksgbouw gerecupereerd", zegt de eigenaar. "Hier kunnen dj's zich misschien nog installeren, als ze willen."

De kleine concertzaal, waar slechts een paar honderd mensen binnen kunnen, is een favoriet geworden van grote dj's. Vorige zaterdag stond Dr. Lektoluv hier nog, maar de Berlijnse dj Len Faki en het Franse dancewonder Laurent Garnier zijn ook al komen draaien.  

Of het volgens meneer Hell klopt dat Charleroi het nieuwe Berlijn wordt? "Kan me gestolen worden", zegt hij. "Ik wil gewoon dat muziekliefhebbers hierheen komen voor goede optredens, mensen met couilles. Je kunt Charleroi onmogelijk vergelijken met Berlijn, omdat wij hier niet de grote kunstenaars hebben, die Berlijn in de jaren 70 en 80 had. David Bowie is bijvoorbeeld nooit in Charleroi komen spelen, maar er is zeker wel een nieuw soort engagement in de stad. Charleroi is vandaag gewoon het nieuwe Charleroi. Voilà."

Eden

Volg je de redenering van de eigenaar van Le Rockerill, dan lijkt het dat de culturele ondernemers instaan voor de renaissance van de oude industriestad, meer nog dan de kunstenaars. Fabrice Laurent, de directeur van cultureel centrum Eden, is dezelfde mening toegedaan. "Heel veel kunstenaars ga je hier niet vinden", zegt hij. "Maar wel veel initiatieven van jonge creatievelingen om de stad te doen herleven."

Eden, waarvan Laurent al vijf jaar aan het hoofd staat, is geen typisch cultureel centrum, al is het dat ook. Aan de ene kant biedt Eden optredens aan van bands als Zita Swoon of rapper Roméo Elvis, maar daarnaast houdt het centrum ook een jeugdwerking in stand om kunst naar de Carolo's te brengen. Eden organiseert zo open mics, waar jonge dichters hun slam poetry ten berde brengen, maar evengoed onderhoudt het ateliers in de stad, waar jongeren kunnen leren dansen of circustechnieken oefenen. En voor ouderen zijn er naaiateliers. 

"De
Carolo's hebben de laatste jaren hun fierté teruggevonden", zegt Laurent. "Sinds Paul Magnette vijf jaar geleden burgemeester geworden is van onze stad, is er ook vanuit het beleid een nieuwe wind gaan waaien." 

Getuigen van die fierheid zijn de T-shirts, die Eden verkoopt in de inkomhal. Daarop opschriften als Back to CharlouzeTouche pas à mon terril en 6001 is the new 1060 (postcodetaal voor Charleroi is het nieuwe Sint-Gillis, de bekende Brusselse hipstergemeente). 

Fabrice Laurent, directeur van cultureel centrum Eden. Beeld Jonas Lampens

Postkaarten

De ontwerper van dat laatste T-shirt is Nicolas Belayew, een webdesigner en graficus die in Sint-Gillis woonde en in 2013 de sprong waagde naar Charleroi. "Voor jonge creatives is het financieel niet altijd makkelijk om in Brussel te leven", zegt hij. "Daarom zijn we met een aantal overgekomen naar Charleroi, waar we niet alleen goedkoper kunnen wonen, maar ook makkelijker werkruimten vinden."

Behalve het T-shirt is Belayew samen met zijn collega-kunstenaars met een reeks events begonnen, die dezelfde slogan uitdragen. "We hebben festivals georganiseerd en kleine markten waar kunstenaars hun waren aan de man kunnen brengen. We zijn nu ook bezig met le carolo postale, een project met iconische postkaarten van Charleroi. Maar we hebben dit nooit als een campagne gezien om de stad weer op de kaart te zetten. We zijn er mee begonnen omdat we er simpelweg zin in hadden."

Quai 10

Een ander platform van socio-culturele ondernemers is Quai 10, dat films, games en art numérique wil samenbrengen. Wat is dat laatste in godsnaam, vraagt u zich al af? Kort gezegd: computerkunst. "Labau, een bureau van Brusselse designers heeft op het dak een lichtinstallatie gemaakt", vertelt Lucile Loewer ons in de kelder van het gebouw waar ook Dirty Project zit. "Door een computercode verschijnt er elke dag een ander achtletterwoord op die installatie. Natuurlijk zorgt dat soms wel voor verrassingen. Zo stond er op de openingsdag 'maffioso' op en dachten sommigen dat het een verwijzing was naar de politiek, maar het was eigenlijk puur toeval."

Wat Quai 10 echt speciaal maakt, is de zaal met computerspelletjes. Bezoekers worden er begeleid door animatoren die voor hen het meest geschikte spelletje uitkiezen. "De games zijn gemaakt door onafhankelijke studio's", zegt Loewer. "Het zijn steeds games met een pedagogische inslag. We willen bijvoorbeeld dat kinderen gaan nadenken over politiek, of we leggen hen filosofische vraagstukken voor. We hebben ook een spelletje, waarbij je gewoon op één knop moet drukken. Dat is dan voor oudere gamers, die nog niet goed weten hoe de controllers van een game werken."

Quai 10, dat pas in november is geopend en pas sinds januari over de gamingzaal beschikt, is een van de meest recente initiatieven in Charleroi. Dat er een nieuwe dynamiek heerst in de stad, erkent Loewer ook. "We hebben de cercle vicieux omgebogen tot een cercle ambitieux." 

Le Vecteur

Le Vecteur, een paar straten van Quai 10, is nog zo'n multidisciplinair artistiek project. We lopen eerst even binnen in de kunstgalerij, naast het concertgebouw, waar Gareth Cadwalder (uit het Verenigd Koninkrijk), Dorisch Lasch (uit Zweden) en Emma van der Put (uit Nederland) momenteel een expo houden gebaseerd op de roman Nightwood van de Amerikaanse schrijfster Djuna Barnes. Boven de concertzaal, aan de overkant van de straat, is er een kleine bibliotheek ingericht, die zich vooral toespitst op romans, graphic novels en kunstboeken. 

"Literatuur zit sinds het begin in het DNA van onze organisatie", zegt Rémy Venant, die instaat voor de booking van de artiesten. "Behalve als kunstencentrum, zijn we ook belangrijk omdat we hier artists in residence hebben. "Jaarlijks ontvangen we vijf muzikanten of bands en drie tot vier beeldende kunstenaars. Ze krijgen hier alle vrijheid, wat essentieel is om aan nieuwe projecten te werken." 

Omdat ze door de medewerkers uitgekozen zijn, genieten de kunstenaars alle vertrouwen, dat is zowat het adagium bij Le Vecteur. Een resident, het Wild Classical Music Ensemble, een formatie van wie vijf muzikanten een verstandelijke beperking hebben, heeft er net nog het podium gedeeld met Jambinai, een band uit Korea. 

Of ze door de vele internationale samenwerkingen al een aanzienlijke reputatie verworven hebben? "We hebben best wel al wat status bereikt", zegt Corinne Clarysse, een jonge medewerker die vanuit Brussel naar Charleroi is verhuisd. "In Brussel denken ze daarom dat Le Vecteur een gigantisch gebouw is, maar bij concerten is onze zaal eigenlijk maar groot genoeg voor 140 mensen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden