Donderdag 24/10/2019

Boeken

Hoeveel kans maken Lize Spit en Jeroen Olyslaegers op de Libris- en Fintro-literatuurprijzen?

Lize Spit en Jeroen Olyslaeghers. Beeld stefaan temmerman - jonas lampens

Hoogspanning in boekenland. In één week tijd worden twee van de grootste literaire prijzen uitgedeeld. Komende maandag is de Libris aan de beurt, op 14 mei wordt de winnaar van de Fintro Literatuurprijs bekendgemaakt. Lize Spit en Jeroen Olyslaegers zijn als enige twee Vlamingen voor beide in de running. Maken ze kans? En hebben die prijzen eigenlijk nog veel impact?

Bijna 200 literaire prijzen dwarrelen elk jaar neer over de schrijvershoofden van de Lage Landen. Een aanzienlijk aantal voor een relatief klein taalgebied. Toch is het peanuts tegenover Frankrijk, waar men in 2016 liefst 2.000 literaire prijzen rondstrooide. Stilaan moet je een echte kluns zijn om tijdens je lange auteursleven een onderscheiding mis te lopen.

Wie de boekenwereld slechts met een lui oog volgt, vindt het ongetwijfeld een behoorlijk verwarrend ritueel, al dat genomineer en prijzenmanna. Auteurs pronken er driftig mee op hun Facebook-pagina, kopen er verse schrijftijd voor en tooien er hun boekenachterflappen mee op. Uitgeverijen vinden prijzen of shortlists ideale promotiemunitie.

Maar welke literaire medailles doen er nog echt toe? Gelukkig is er de veilige hiërarchie van het geld. Zowel de ECI Literatuurprijs (50.000 euro), de Libris Literatuur­prijs (50.000 euro) als de Fintro Literatuurprijs (25.000 euro) zijn begeerd en blijven hoog in de pikorde, slechts overtroffen of (ongeveer) geëvenaard door de P.C. Hooftprijs (60.000 euro) en de Prijs der Nederlandse Letteren (40.000 euro). Maar dat zijn wel oeuvreprijzen, zonder nominaties, die gewoon ‘als een sierduif op je vensterbank neerdalen’, zoals Jeroen Brouwers het ooit formuleerde.

Naamsveranderingen onder druk van broodnodige sponsors knabbelden de voorbije jaren aan het prestige van de prijzen. De voormalige Gouden Boekenuil gaat sinds 2016 door het leven als Fintro Litera­tuur­prijs. De AKO Literatuurprijs verpopte tot ECI Literatuurprijs, ook al vanwege een nieuwe geldschieter. Telkens vergde het herlanceren van een brand veel tijd en moeite. Enkel de Libris blijft pontificaal hoog op zijn troon zitten, als Nederlands equivalent van de Britse Booker Prize voor de jaarlijkse beste roman.

Maar ook de impact van de Libris of Fintro op de boekenmarkt is gedaald. “Vroeger werden boeken die een literaire prijs kregen meteen bestsellers, zelfs met een onbekende winnaar. Die invloed lijkt minder te worden”, vertelde de Nederlandse hoogleraar letterkunde Erica van Boven onlangs in NRC, nadat de krant de bestsellerlijsten van de voorbij decennia liet uitpluizen.

Sowieso zitten fictieboeken in zwaarder weer en doen non-fictieboeken het beter. En daar komt De wereld draait door om de hoek ­piepen. Tot Boek van de Maand te worden uitgeroepen bij Matthijs van Nieuwkerk heeft stilaan hetzelfde effect als een literaire prijs van envergure winnen. Het zijn niet langer meer de literaire kenners (ook in jury’s worden ze steeds meer op een zijspoor gezet), maar de boekhandelaars, mensen met een commercieel belang dus, die er de lakens uitdelen.

Vlaamse dubbelslag

In ieder geval bewandelden de jury’s van zowel de Libris als de Fintro dit jaar niet meteen the easy way. Op hun wispelturig ogende shortlists verzamelden ze nogal wat outsiders en regelrechte surprises.

Wie een glimp werpt op de afvallers bij beide prijzen, merkt dat de grote namen harde noten mochten kraken. Onder meer Stefan Hertmans (met de historische roman De bekeerlinge), Herman Koch (De greppel), Christiaan Weijts (Het valse seizoen), Ilja Leonard Pfeijffer (Brieven uit Genua) en vooral A.F.Th. Van der Heijden (met het fenomenale, 1.280 pagina’s tellende Kwaadschiks, uit de cyclus 'De tandeloze tijd') kregen verrassend nul op het rekest.

Een ongewoon Vlaams duo – onderdak bij concurrerende uitgevers Das Mag en De Bezige Bij – sloeg een dubbelslag. In schril contrast met vorig jaar, toen geen enkele Vlaamse auteur de play-offs van de grote prijzen haalde.

Lize Spit – jonge telg uit de stal van Das Magazin – breit met haar nominatie voor zowel Libris als Fintro een vervolg aan de successtory van haar debuut Het smelt. De beklemmende roman over Eva die met een blok ijs in de kofferbak terugreist naar haar geboortedorp Bovenmeer, werd overladen met juichende recensies. Spit streek onder meer ook al de Boekhandelsprijs en de Bronzen Uil op en Het smelt werd uitgeroepen tot NRC-boek van het Jaar, goed voor meer dan 160.000 verkochte exemplaren. De Libris-jury merkt op dat ‘dit ijzersterke boek’ ‘meedogenloos is in de onthulling dat kinderen wreed kunnen zijn in hun egocentrisme, en veel te toegeeflijk in hun drang om ergens bij te horen’. Ze maakt ook deze curieuze opmerking: ‘Het smelt is geen climate fiction. Wel getuigt deze onconventionele streekroman van een sterk ecologisch bewustzijn.’

Bewijs je Lize Spit een dienst door haar als aanstormend groot talent de Libris of Fintro in de schoot te werpen? Financieel ongetwijfeld wel. Maar qua opgeschroefd verwachtingspatroon wellicht niet, nu haar tweede boek zachtjes rijpt. Spits debuut veroorzaakte terecht een schokgolfje, maar Het smelt had gebalder gemogen. Eindredactio­neel viel er nog wel aan te sleutelen. Toch zullen weinigen – op kritische kwelduivel Christophe Van Gerrewey na – haar de prijs misgunnen. De statistiek heeft Spit tegen zich. Debutanten schrijven zelden Libris of Fintro op hun naam, met als uitzonderingen Joost de Vries en Robert Vuijsje.

Lize Spit. Beeld Karoly Effenberger

Jeroen Olyslaegers beleefde de voorbije maanden zijn moment de gloire met Wil, onstuimig sluitstuk van een aanvankelijk nogal overladen driedelige cyclus ‘over onze ontspoorde tijd’. Wil is een pageturner over het oorlogsimbroglio in Antwer-pen, aan de hand van een wankelmoedige politieman die op cruciale momenten tijdens de jodenrazzia’s de blik afwendt en zijn hachje redt.

‘Olyslaegers maakte van zijn hoofdfiguur een overtuigende anti-held, die weliswaar zwelgt in zelfmedelijden en alles probeert goed te praten, maar die toch steeds ongenadig met zichzelf in debat gaat’, aldus de Libris-jury. ‘Geschreven in een voortjagende, dwingende en groteske, maar altijd aangrijpende stijl, die de existentiële nood van de verteller voortreffelijk weergeeft.’

Olyslaegers leverde zijn pièce de résistance af en liet de romancier eindelijk triomferen over de activist. Kan de combinatie van een auteur die zijn uitgesproken maatschappelijk engagement bijna dagelijks via sociale media uitvent plus een boek dat subtiel knipoogt naar het heden, hem een bonus verstrekken bij jury’s die almaar meer de neus ophalen voor l’art pour l’art? Het staat er niet voor niets in het juryrapport: ‘Er is een taak weggelegd voor de literatuur, als drager van de verbeeldingskracht van een samenleving’.

Relletje

Toch blijft de grootste Libris-favoriet ongetwijfeld Arnon Grunberg, habitué van shortlists en bekroningen, en in 2007 voor Tirza al met de Libris begiftigd. Zijn langverwachte ‘moeder-zoonroman’ Moedervlekken toon­de veelschrijver Grunberg opnieuw in optima forma: wrang, komisch, absurdistisch en cynisch, vol ongemakkelijk stemmende scènes zonder een fractie troost. Al vinden sommigen dat hij te vaak uit hetzelfde vaatje begint te tappen. En werd Grunberg ook bij de ECI niet onverwacht de loef afgestoken door Martin Michael Driessen? In ieder geval is de Libris dol op winnaars met prestige. Dan is Grunberg een valabale keuze.

Arnon Grunberg. Beeld EPA

Temeer omdat de rest van de Libris-shortlist bleker oogt. Marja Pruis boekstaaft in haar hoogst ­wisselend onthaalde roman Zachte riten, pendelend tussen fictie en non-fictie, de mijmeringen en observaties van een Amsterdamse poëziedocente die opgezadeld wordt met een ethische spagaat. Pruis raakte bovendien nog in een relletje verzeild omdat ze haar nominatie te danken zou hebben aan jurylid Kees ’t Hart, haar collega bij De Groene Amsterdammer. Pruis’ kansen lijken klein.

Dat ligt anders bij Alfred Birney met De tolk van Java. Birney kreeg her en der geëxalteerde kritieken. ‘In een woedende eruptie balt een zoon het gewelddadige leven van zijn gehate vader in Nederlands-Indië samen, van de wreedheden tijdens de Japanse bezetting tot de politionele acties die volgden na de bevrijding’, aldus de Volkskrant. Birney – onlangs bekroond met de Henriëtte Roland Holstprijs én een belangrijk vertegenwoordiger van de Nederlandse postkoloniale literatuur – brak zijn hele leven een lans voor de multiculturele samenleving. Zijn bekroning zou een statement betekenen.

Ook Walter van den Berg schreef met Schuld een felle, bitsige roman. Sinds zijn overstap naar de jonge honden van Das Mag mag Van den Berg op veel airplay rekenen. Hij zet in Schuld het decor van zijn jeugd – de groezelige rand van Amsterdam – nog een keer in de schijnwerpers, vol ritselende personages en in een uitgebeende taal. Toch mist de roman net dat tikkeltje verrassing om een grote literatuurprijs te verantwoorden. Niet iedereen zal overstag gaan voor zijn woordenminimalisme, koel als een vriesvak.

Drie Fintro-kanshebbers

Bij de Fintro Literatuurprijs – met zijn vijf genomineerden – stuiten Lize Spit en Olyslaegers op ECI Literatuur-prijs-winnaar 2016 Martin Michael Driessen en zijn verhalen­drieluik Rivieren. Water drijft de handeling voort op een redeloze, grillige manier die de levens van de hoofdpersonages ernstig stuurt of pijnlijk toetakelt. Voeg daarbij Driessens bijzonder rijke taal, de nergens lukraak gekozen symboliek én de subtiel tragikomische toetsen en je hebt een boek dat je langzaam volledig inpalmt.

Naast Driessen toverde de Fintro-jury twee verrassingen uit zijn hoed. Richard Hemkers tweede roman Hoogmoed kan imponeren door een plechtstatig, archaïsch taalgebruik, maar overtuigt niet door het voortploegende verhaal van een man die zich in de Belgische Ardennen terugtrekt om aan een biografie van een Italiaanse filosoof te werken.

Donald Niedekkers Oksana had nooit deze shortlist mogen halen. Dit boek over een Tsjernobyl-kind dat droomt van een ballerinacarrière maar in het Westen in de handen van mensenhandelaars valt, is fragmentarisch en middelmatig, volgens de jury uiteraard ‘een stilistisch pareltje met een zeer urgent verhaal’.

Het leidt ertoe dat er slechts drie valabele Fintro-kandidaten overblijven: Spit, Olyslaegers en Driessen. Dat Driessen al eerder triomfeerde bij de ECI, kan in zijn nadeel spelen. Als Olyslaegers er niet in slaagt om bij de Libris Grunberg van de troon te stoten, lijkt de kans groot dat hij wél uitbundig de Fintro-cheque naar Antwerpen mag sjouwen. Niet gehinderd door bescheidenheid gaf hij menig schot voor de boeg op zijn Facebook-pagina: ‘Nu ik op de shortlist sta, wil ik hem ook winnen!’

SHORTLIST LIBRIS

Walter van den Berg, Schuld (Das Mag)

Alfred Birney, De tolk van Java (De Geus)

Marja Pruis, Zachte riten (Prometheus)

Arnon Grunberg, Moedervlekken (Lebowski)

Jeroen Olyslaegers, Wil (De Bezige Bij)

Uitreiking op maandag 8 mei,

22 uur 30, Amstel Hotel Amsterdam.

Vorige winnaar: Connie Palmen met Jij zegt het.

SHORTLIST FINTRO

Martin Michael Driessen, Rivieren (Van Oorschot)

Richard Hemker, Hoogmoed (Van Oorschot)

Donald Niedekker, Oksana (Koppernik)

Jeroen Olyslaegers, Wil (De Bezige Bij)

Lize SpitHet smelt (Das Mag)

Uitreiking op zondag 14 mei, 16 uur, NT Gent.

Vorige winnaar: Hagar Peeters met Malva.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234