Woensdag 24/04/2019

Boeken

Hoe stomende seks en biseksueel verlangen toch grensverleggend kunnen zijn

Beeld maisie cousins

Hoewel De meisjeskleedkamer bezwaarlijk subversief kan worden genoemd, zet de Canadese Karen Connelly er toch een paar heilige huisjes mee op de helling. Door het vrouwelijk libido centraal te plaatsen, vraagt ze in de eerste plaats hoe seksueel bevrijd we eigenlijk zijn.

Vrouwen moeten ondanks de ­seksuele bevrijding nog steeds leren om hun eigen genot in handen te nemen in plaats van zich ervoor te schamen. Dat schreef  Maartje Laterveer al in haar recent verschenen boek Vrouwen & seks. Van moederliefde tot seksrobot. In negen essays legde de Nederlandse journaliste een aantal heikele kwesties bloot, zaken die vrouwen beperken in hun seksuele ontwikkeling. Hoe moeders hun dochters niet als handelings­bekwame individuen willen zien, maar hen wel verantwoordelijk stellen voor hun lichamelijke integriteit, bijvoorbeeld. Dat een vrouw met een onverzadigbare seksuele ­appetijt nog al te gemakkelijk als slet wordt weggezet.

En houden vrouwen nu wel of niet van porno? De Amerikaanse jaren 70-feministe Andrea Dworkin wordt genoemd: Dworkin was niet alleen een rabiate tegenstander van de pornoindustrie, maar had ook kritiek op heteroseks die volgens haar alleen maar om het aanbidden van de fallus draait en weinig ruimte laat voor de seksuele beleving van vrouwen.

En laten we de kwestie van de aantikkende jaren niet ­vergeten. Dat in vuur en vlam staan niet het alleenrecht is van jonge vrouwen: het kan niet genoeg ­herhaald worden.

Het moet in de lucht hangen, want wat Laterveer bespreekt, is ­letterlijk de thematiek van De ­meisjeskleedkamer, de erotische roman van de Canadese schrijfster Karen Connelly.

Het verhaal begint evenwel ­verraderlijk huiselijk. De 42-jarige Eliza heeft wat men noemt ‘alles om gelukkig te zijn’: een succesvolle bloemenzaak, een man die haar adoreert, twee gezonde kinderen, een oud victoriaanse woning die ze met zorg restaureert. Maar ze leidt ook een dichtgeslibd leven waarin de dagen – métro, boulot, dodo - ­weinig spannends brengen. Tot ze in het kleedhokje van het zwembad de ranke studente Shaz ontmoet. Het slapende beest spitst de oren; de dierlijke vrouw die Eliza ooit was, ontwaakt.

Sublieme seksscènes

In eerste instantie verzet ze zich nog tegen de aantrekkingskracht, wil ze haar lustgevoelens kanaliseren naar haar man. Maar Andrew kan haar niet geven waar ze zo hevig naar verlangt: zichzelf verliezen, binnenstebuiten gekeerd worden, lichaam zijn. Niet alleen is haar echtgenoot minder lijfelijk dan zij is, hij vindt haar seksfantasieën niet passen bij zijn vaderlijke rol en is best tevreden met een gemiddelde van zes ­vrijpartijen per jaar.

Als de seksueel uitgehongerde Eliza Shaz opnieuw gadeslaat in de douches, volgt ze haar impuls en stapt ze op de jonge vrouw af. Die reageert verbazingwekkend behendig: zonder ook maar één kus uit te wisselen, brengt ze Eliza met de hand tot de rand van een orgasme, en verdwijnt. Uiteraard groeit er iets tussen de twee, zullen hun monden en lijven elkaar verschillende keren vinden. Maar ook hun levens gaan aan het tollen, en het is maar de vraag of de brokken nog te lijmen zullen zijn. Want wat Eliza niet weet, is dat Shaz een dure escortgirl is.

Voor het verhaal is de technische voorsprong die Shaz heeft handig: het maakt haar berekende pittigheid geloofwaardig. Want laten we het maar meteen verklappen: de seksscènes in De meisjeskleedkamer verdienen minstens vier eloquente sterren.

Er valt daarentegen best wat kritiek te geven op de soms haperende Nederlandse vertaling van de roman. ‘Ze hesen hun massale ­rugzakken op hun schouders’: wat is een massale rugzak? Of: ‘De beschikbare mannen zijn snel overwonnen’: zou het kunnen dat daar veroverd wordt bedoeld?

Maar los van die kleine irritaties doet de roman de blurb op zijn Engelstalige cover alle eer aan: ‘A juicy peach of a novel’ staat er. Dat klopt. Connelly schrijft duizelingwekkende erotiek. In sommige scènes lijkt elk voorzetsel suggestief, al wordt zelfs het expliciete nooit plat. Het grootste deel van de roman gaat over het voorspel, waarmee we niet de vijf minuten voor de seks zelf bedoelen, maar de psychologische opbouw, de erotische spanning, de fysieke reacties op suggestie en fantasie. Wie zei ook weer dat vrouwen niet over seks kunnen schrijven? Zonder te vervallen in clichématige verzuchtingen pende Connelly het vrouwelijke verlangen neer.

Maar en passent deed ze nog zoveel meer. Hoewel De meisjeskleedkamer er alle schijn van heeft een lustopwekkende pageturner te zijn, werd het geen literair equivalent van een bouquetroman ‘maar dan met lesbische seks’. Daarvoor maakte Connelly een paar inhoudelijk radicale keuzes die het de lezer hier en daar wat moeilijker maken. De seks mag dan stomend en biseksueel zijn, het grensverleggende van deze roman schuilt elders.

Niet alleen slachtoffer

Connelly bedient zich van allerlei taboe-onderwerpen: maatschappelijke, maar ook literaire. Te beginnen met een uitgebreid verslag van Eliza’s gedachten over haar huiselijke beslommeringen en de zorg voor de kinderen. Niet bepaald opwindend? Misschien, maar wel realistisch, en net daarin schuilt de radicaliteit. Is het innerlijke leven van een vrouw, een moeder dan niet interessant? Waarom gaat men ervan uit dat het persoonlijke geluk van vrouwen met kinderen erin bestaat zich als een religieuze aan haar enige roeping te wijden? Waarom zouden we ons niet interesseren voor haar soms ambivalente gevoelens? En vooral: waarom zouden die zorg voor het traditionele huiselijke geluk en dat dierlijke verlangen om te worden verslonden niet in één en dezelfde persoon ­kunnen leven?

Dat ze tijdens het helpen met het huiswerk van de kinderen soms met spijt denkt aan dat andere niet geleefde leven, dat ze liegt met de professionaliteit van een spion om haar affaire te verbergen en daarbij bijna bezwijkt onder de schuldgevoelens, maakt van Eliza geen gemakkelijk, maar wel een levensecht personage. Connelly zet een vrouw neer zoals vrouwen zijn: complexe, menselijke paradoxen met een rijk innerlijk leven. Dat is soms irritant, want het belemmert het escapisme waar de lezer allicht op anticipeert, maar tegelijk is het een verademing.

Dat vrouwen misschien wel seksueel bevrijd zijn maar nog steeds niet de baas over hun eigen lichaam, is een feministische stelling die ­overigens niet werd bedacht door Maartje Laterveer. Volgens de Afro-Amerikaanse schrijfster en feministisch activiste Audre Lorde geeft erotiek die het patriarchale fallische scenario overstijgt, vrouwen levenskracht. Dat erotiek niet alleen een hedonistische praktijk is, maar ook een transformerende, is een van de emancipatorische rode draden die door De meisjeskleedkamer lopen. In de traditie van Lorde beleven de minnaressen erotische sensaties die Eliza niet ervaart bij een man. Eliza en Shaz zitten zelf aan het stuur van hun seksuele verlangen en schamen zich daar niet voor.

Ook wordt Shaz als sekswerker op geen enkel moment als een ­stereotiepe hoer voorgesteld. Integendeel. Ook haar verhaal heeft diepte, en weer houdt de schrijfster halt bij een moeilijk kruispunt. Het is niet ongebruikelijk dat sekswerk een manier is om met seksueel trauma om te gaan. Daarmee zet Connelly Shaz nadrukkelijk niet in het Andrea Dworkin-kamp, dat uitgaat van het slachtofferschap van de prostituee. Shaz mag dan misschien een slachtoffer zijn, ze is ook een vrouw die autonoom over haar lichaam beslist.

Mythe op z’n kop

De activistische thema’s in De meisjeskleedkamer komen niet echt als een verrassing voor wie vertrouwd is met het werk van Karen Connelly. Ze heeft zowel in Azië als in Griekenland gewoond, en schrijft naast proza onder meer reisverhalen en poëzie. In 2005 publiceerde ze het gelauwerde Het lied van de kooi (The lizard cage), een lijvige politieke roman over de dictatuur in Birma.

Eigenlijk werkte de schrijfster aan een nieuwe politieke roman, maar raakte ze gedeprimeerd over het onrecht waar ze over schreef. Ze schoof het manuscript aan de kant, en besloot te schrijven over wat haar wél een goed gevoel gaf. Voor ze het wist, stond de eerste zinderende douchescène op papier. Dat het ­verhaal zich uiteindelijk ontvouwt in een ander soort van activisme, ligt aan de aard van het beestje.

Connelly zet de mythe van vrouwelijke en mannelijke libido op z’n kop, en laat thema’s als seksueel misbruik, overspel en polyamorie als vanzelfsprekend en pretentieloos in de verhaallijnen landen. Niet alleen getuigt dat van een lucide inzicht in de erotische intelligentie van de mens, maar ook van een vast geloof in de elasticiteit van zijn ­verbeelding.

Al heeft ze zich daar achteraf gezien toch wat in vergist. Connelly haalt redelijk wat heilige huisjes onderuit. Dat maakt het boek interessant, maar het is meteen ook een valkuil. Je kunt De meisjeskleedkamer bezwaarlijk subversief noemen – het is geen De Sade – maar blijkbaar ervoer het grote publiek het toch als te controversieel. Het ruimdenkende Canada bleek nog niet klaar voor deze hybride van erotiek en politieke correctheid.

De vraag is dus maar wat de gemiddelde Vlaming ervan vindt.

Karen Connelly, De meisjeskleedkamer, Querido, 328 p., 19,99 euro, 
*** 3 sterren

Maartje Laterveer, Vrouwen & seks. Van moederliefde tot seksrobot, Lebowski, 240 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.