Zaterdag 27/02/2021

InterviewBregje Hofstede

Hoe schrijfster Bregje Hofstede werd verlost van haar slapeloosheid: ‘Je moet je léven veranderen’

Bregje Hofstede: ‘Je wordt bang van jezelf. Ik durfde lang niet autorijden, uit schrik dat ik tijdens een microslaapje tegen een boom of een voetganger zou knallen.’ Beeld Melissa Giardina
Bregje Hofstede: ‘Je wordt bang van jezelf. Ik durfde lang niet autorijden, uit schrik dat ik tijdens een microslaapje tegen een boom of een voetganger zou knallen.’Beeld Melissa Giardina

Tien jaar lang leed de Nederlandse schrijfster en DM Magazine-columniste Bregje Hofstede (32) aan slapeloosheid. Een verhuis naar de Bourgogne voerde haar weer naar dromenland. Over die queeste schreef ze Slaap vatten: ‘Morrelen aan je lifestyle is niet genoeg. Je moet je léven veranderen.’

Frankrijk slaapt onder een deken van smeltende sneeuw. Eens voorbij de Belgische grens snijdt de weidsheid onze adem af; onze stadsogen moeten wennen aan de horizon, aan het glooiend landschap, aan de afwezigheid van de mens vooral. Kilometers lang valt er niets te zien, is er geen huis te bespeuren, en juist daarom ontdekken onze ogen nieuwe ankerpunten. Roofvogels die statig op een ­afrastering poseren. Een dappere boom, te midden van een kale akker. Een eenzaam vliegtuig aan de grijze hemel. Verder niets. Frankrijk is te groot voor zichzelf.

Een pitstop dringt zich op. De aanwaaiende sneeuwvlokken en de zwiepende ruitenwissers werken hypnotiserend; alsof je naar ruis kijkt, alsof er een pendel voor je pupillen slingert. Aan een tankstation roken we een sigaret in de motregen en daarna neemt Melissa, fotografe van dienst en fulltime geliefde van ondergetekende, het stuurwiel over. “Ik ga mijn ogen laten rusten, eventjes maar, roep maar als ik weer moet rijden”, vertrouw ik haar toe en zink weg in een sluimer. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat ik niet slaap: ik hoor de hagel op het dak kletteren, ik voel ons ­vertragen in bochten, ik hoor het gekwebbel op de Franse radio, ik registreer alle diepzinnige gedachten, zo eigen aan een schrijver.

Wanneer ik opgefrist opveer, blijken er twee uren verdwenen te zijn en bevinden we ons tweehonderd kilometer dichter bij ons doel: het huis van Bregje Hofstede, diep ­verscholen in de Bourgogne. Minstens acht uur rijden, maar dat was een bewuste keuze, zal de Nederlandse auteur ons straks vertellen: “We wilden op een dagreis van Nederland wonen. Ver genoeg om te weerstaan aan de verlokking om snel de wagen in te springen, maar dicht genoeg om familiebezoek en optredens haalbaar te houden, alhoewel er van dat laatste weinig in huis is gekomen het afgelopen jaar.”

BIO

geboren in 1988 in het Nederlandse Ede

is journalist, schrijver en columnist

is correspondent ‘Nieuw Feminisme’ bij het online journalistiek platform De Correspondent

debuteert in 2014 als schrijver met het bejubelde De hemel boven Parijs

brengt in 2016 een essaybundel uit over haar burn-out

publiceert in 2018 de roman Drift (shortlist Libris Literatuur Prijs)

schrijft afwisselend met Lize Spit tweewekelijks een column in De Morgen Magazine

De jonge Nederlandse schrijfster zal mijn verbazing over mijn waakslaap beamen: “Mensen denken nogal binair over slapen: je bent wakker of in dromenland. Slaap verspreidt zich echter over een breed spectrum; er zijn heel wat verschillende vormen en niet bij elk type verlies je je bewustzijn. Zelfs tijdens mijn langste nachten waarin de slapeloosheid zich als een woestijn voor me uitstrekte, en ik elke minuut van de wekkerradio meende te zien, moet ik af en toe ingedommeld zijn, zonder dat ik ooit de diepe, helende slaap bereikte. Ik bleef altijd net onder de ­oppervlakte zweven, klaar om bij de minste prikkel de ogen open te sperren. Maar een buitenstaander zal beweren dat ik zeker sliep.”

Bregje Hofstede kent de slaap door en door. Of toch de afwezigheid van de slaap. Tien jaar lang leed ze aan insomnia, tien jaar lang was de nacht haar liefste vijand, tien jaar lang was haar lichaam een kooi waarin haar geest vigilant als een panter heen en weer ijsbeerde. Die doorwaakte uren distilleerde ze in het boek Slaap vatten. Daarin onderzoekt ze het mysterie van de slaap, gaat ze te rade bij wetenschappers en psychologen, en biedt ze collega-nachtbrakers hoop; haar persoonlijke getuigenis kan misschien een leidraad zijn om hen ook richting het zalige zwart te loodsen.

Wifi voor een boor

Rond de Rue du Chateau geeft de navigatie er de brui aan. Het pijltje stuurt ons eerst een onverharde dreef in, dan weer richting de kapel, en dan opnieuw langs dat huis waar een buurvrouw ons argwanend vanachter een raam ­aanstaart – in een dorp blijft niets ongezien. Gelukkig, voor de rieken en fakkels verzameld worden, spotten we een Nederlandse nummerplaat en voor we het goed en wel beseffen, staan we binnen bij Bregje Hofstede en haar partner Toine Donk. Alle aandacht wordt echter opgeëist door Kepler, de jonge bordercollie die ons enthousiast bespringt en blij tussen onze kuiten slalomt. Toine maant hem aan tot rust, maar het dier weet met zijn energie geen blijf.

“Iedereen had ons afgeraden om een bordercollie als ­eerste hond te nemen en het domste wat je kunt doen is naar zo’n nest puppy’s gaan kijken. Probeer daar maar eens aan te weerstaan. En neen, je krijgt er geen gratis kudde schapen bij, maar je maakt wel snel nieuwe vrienden. Onlangs was-ie zoek, bleek dat hij een wandelaar was gevolgd. Via de dorpstamtam is hij terug thuis geraakt. Sindsdien is Kepler een vast gespreksonderwerp bij de ­bakker.”

We verzamelen ons met wijn rond de houtkachel in de woonkamer en daar ligt de echte ster van het gezin te kirren in haar kribbe. Natuurlijk is elke baby mooi, maar hun ­dochter is een echte hartendief. Goedlachs, guitig, en verre van mensenschuw – elke schoot is een haven, elke pink een anker om haar knuistje rond te krullen.

Zichtbaar trots bejubelt Toine zijn dochter: “In het dorp wordt ze als een godsgeschenk behandeld. Omdat Bregje thuis is bevallen, is onze dochter het eerste kind in 51 jaar dat in de gemeente geboren is. Wonderlijk, vinden de dorpelingen dat, en elke boreling biedt hoop: de dorpsschool kan straks op een nieuwe inschrijving rekenen en de gemiddelde leeftijd daalt, wat symbolisch weer even de vergrijzing tegengaat. Het betekent ook werk voor de lokale bevolking. Ze gaat naar de crèche en nu we een kind hebben, moesten we ook de zolder isoleren. In het begin legden we haar te slapen in een skipak, omringd door warmwaterkruiken en extra dekens. Aannemers zijn hier dungezaaid en drukbezet dus moet je het zelf beredderen, met de hulp van wat lokale bouwvakkers. Nooit gedacht dat ik nog met glaswol in de weer zou zijn maar zodra het klussen voorbij is, voel je toch een zekere trots.’

In 2015 richtte Toine samen met Daniël van der Meer uitgeverij Das Mag op. De twee hemelbestormers bliezen met ludieke acties en legendarische schrijversfeestjes nieuw leven in de slaperige uitgeverswereld. Tegenwoordig volgt Toine zijn onderneming van een afstand. “Zodra de ­uitgeverij op de rails stond, was mijn rol als aanjager minder belangrijk, ook omdat ik met gerust hart op de kunde van Daniël en adjunct-uitgever Marscha Holman kan ­vertrouwen. Daarnaast begon het stadsleven op me te wegen, een gevoel dat ik met Bregje deelde. De drukte, de vele afspraken, de talloze koffiedates, de verplichte feestjes, de overdaad aan prikkels – hoe fijn ook, het hoefde voor mij niet meer.”

null Beeld Melissa Giardina
Beeld Melissa Giardina

Als geliefde, maar ook als notoir slapeloze, speelt Toine een naamloze bijrol in Slaap vatten. Twee stadspanters die naar het Franse platteland trekken, het vergt enig aanpassingswerk, maar in haar boek beklemtoont Bregje hoe ­heilzaam de natuur kan zijn, en hoe makkelijk je met ­minder leert leven: “Het lijkt een banaal voorbeeld, maar mijn garderobe is drastisch ingeperkt. Mijn Nederlandse kast hing vol jurken en mooie kokerrokjes, hier draag ik vaak dezelfde outfit. Eigenlijk is alles hier van bewuste waarde, zelfs het water uit de kraan. Het hele dorp is ­afhankelijk van één natuurlijke bron, met één reservoir. Op is op. Dus besproeien we de jonge slaplantjes met het ­afwaswater, en betekent geen regen ook geen bad. En het is niet zo dat de stad één betonblok is. Ook op een balkon, een plat dak, of zelfs een vensterbank kun je verrassend veel kruiden, slasoorten, of groente laten groeien.

“De ‘ruileconomie’ is hier niet iets hips, maar hoe het altijd al gaat. Toine en ik zijn ook deel van de continue uitwisseling van spullen: ons wifi-wachtwoord voor jouw boor, een taart als dank voor de hulp bij het graven van de vijver, en als ik jouw kettingzaag mag lenen, krijg jij een deel van het hout. Dat gesjacher lijkt onhandig, maar je gaat wel levensechte verbintenissen aan. Al met al is het hier veel makkelijker te zijn waar ik ben, en me niet te laten ­opslorpen door de digitale vortex. Dat maakt me rustig en komt mijn slaap ten goede.”

Terwijl Bregje met haar dochter op de arm de warme kamer uit sluipt, treedt Toine haar bij: “Ja, het is even wennen aan de dorpsmentaliteit. Iedereen weet alles over iedereen. Onlangs stond ik bij de bakker en die wist me te vertellen dat mijn doktersafspraak van de dag erna niet kon doorgaan wegens ziekte – de arts had mijn telefoonnummer niet, dus vertrouwde hij op de bakker om het bericht bij mij te krijgen. Dat zou in Amsterdam als een grove schending van je privacy beschouwd worden, hier is het doodnormaal. Waarschijnlijk zullen we altijd nieuwelingen blijven, maar de strekelingen zijn blij met de vele Nederlanders die hier neerstrijken om B&B’s en restaurantjes te beginnen. Het geeft een economische boost die mogelijke spookdorpjes behoedt van de totale leegloop.”

Internetverhalen

Ondertussen is Bregje terug van de buurvrouw waar ze haar dochter te rusten heeft gelegd. Terwijl Toine in de keuken aan Melissa de wonderen van kombucha en huisgepekelde watermeloenschillen uit de doeken doet, nestelt Bregje zich in de sofa waar ze met een fluwelen stem vertelt over de vloek van de slapeloosheid, een demon die haar sinds haar twintigste elke nacht kwelt. “Slapeloosheid begint niet van de ene op de andere dag. Ik herinner me dat ik in die ­periode in Utrecht vlak bij de Dom woonde en elk kwartier een klokslag hoorde. Mijn leven liep toen niet lekker. De financiële crisis sloeg toe, ik was net afgestudeerd, als ­kunsthistorica nota bene, werk was schaars en mijn relatie kende strubbelingen. Van de stress kwam ik in een burn-out terecht, waarover ik mijn eerste essayboek De herontdekking van het lichaam schreef en zodra ik werd gediagnostiseerd met chronische slapeloosheid, begreep ik dat slaap altijd een zwakke plek zou blijven.

“Slapeloosheid kan zichzelf makkelijk in gang houden; plots wordt de nacht beladen – ‘Zal het vanavond wel lukken?’ – en het is aartsmoeilijk om die vicieuze cirkel te doorbreken. Een helse cirkel want een slaapstoornis heeft een immense impact; je bent de hele dag hondsmoe, ­prikkelbaar en somber, en je wordt bang van jezelf. Zo durfde ik lang niet autorijden, uit schrik dat ik tijdens een microslaapje tegen een boom of een voetganger zou knallen. Dus ga je naar de dokter om medicatie en speur je wanhopig het internet af naar alle mogelijke slaaptips die je rigoureus gaat toepassen, op het obsessieve af.

“Tegelijk herkende ik me niet in al die internetverhalen. Slapeloosheid zou moeten leiden tot zware lichamelijke klachten, mentale haperingen als geheugenverlies en ­concentratieproblemen maar bij mij lag het anders: ik functioneerde perfect, net zoals de meeste chronisch slapelozen. Dat is het verneukeratieve eraan. Je gaat je zelfs wat hechten aan je slapeloosheid omdat je tijdens die doorwaakte uren kunt werken en schrijven. Je geest is heel gespannen en gefocust, en je bedenkt magische zinnen en scènes die je anders zouden ontglippen. Dus sus je jezelf: ach, ik presteer nog, ik moet mijn probleem gewoon aanvaarden.

“Anderzijds besef je dat je een emotioneel wrak bent. Vooral de totale zinloosheid beukte op me in. Je bent de hele dag aan het rennen om alles op tijd af te krijgen, je zou erbij moeten neervallen, maar eens in bed lig je alleen maar naar het plafond te staren terwijl de tijd ongenadig doorloopt. Je speelt niet, je werkt niet, je maakt geen plezier, je ligt daar maar te wachten, hopend op slaap die niet komt. En dan hoor je de eerste tram en gloort het ochtendlicht door de dikke gordijnen en je voelt je zo ellendig, en bovendien mislukt, want het lukt andere mensen en dieren wel om te slapen – zelfs een dolfijn die moet blijven zwemmen omdat-ie anders verdrinkt slaagt erin om te slapen door afwisselend een hersenhelft in neutraal te zetten. Wel, als je daar ligt te piekeren, kun je niet anders dan gefrustreerd denken: wat een krakkemikkig dier ben ik toch!”

Verslavend

Slaap is een raadsel. In haar boek gaat Bregje Hofstede te rade bij neurowetenschapper Eus van Someren in de hoop dat hij het enigma kan ontcijferen. Maar ze komt van een kale reis terug. “We weten bitter weinig over de slaap. Van Someren, die overigens zelf een tijdje aan slapeloosheid leed, schat dat we maar 0,1 procent van onze breinactiviteit kunnen ontraadselen via scans. Best ontgoochelend, en ook over het heilzame effect van slaapmiddelen was hij heel sceptisch: slaapmiddelen kunnen domweg geen natuurlijke slaap opwekken, je zou het eerder een antiwaakmiddel ­moeten noemen. Toch worden ze massaal voorgeschreven en geslikt. België spant echt de kroon: jaarlijks gaan er 460 miljoen doses over de toonbank. Absurd voor een verslavend ‘medicijn’ dat hoogstens een kunstslaap opwekt – om over de schadelijke neveneffecten nog maar te zwijgen.”

‘Dat is het verneukeratieve eraan. Je gaat je zelfs wat  hechten aan je slapeloosheid. Je geest is heel gefocust, en je bedenkt magische zinnen en scènes.’ Beeld Melissa Giardina
‘Dat is het verneukeratieve eraan. Je gaat je zelfs wat hechten aan je slapeloosheid. Je geest is heel gefocust, en je bedenkt magische zinnen en scènes.’Beeld Melissa Giardina

Na een calvarietocht langs artsen komt Bregje bij een therapeute terecht die haar slaapstoornis aan een angststoornis koppelt en voorstelt om vooral het laatste probleem aan te pakken. “De bedoeling was om de nacht te ontladen van negatieve emoties en met de diagnose van angststoornis kun je breder gaan werken. Via haar ben ik mijn leven in vraag gaan stellen: kan ik de stress in mijn leven verminderen?

“Je leest en hoort héél veel over de fysieke oorzaken van slapeloosheid – denk aan melatonine en blauw licht. Maar dat is slechts een heel klein deel van het verhaal. Er zijn daarnaast psychologische factoren, zoals de angst voor het wakker liggen; en de context speelt mee. Bijvoorbeeld je financiële situatie, de tijdsdruk die je ervaart, en of je ­eenzaam bent: zulke thema’s hebben een grote invloed op je slaap. Toch blijft men maar hameren op ‘lifestyle’. Voor chronische slaapproblemen is morrelen aan je lifestyle ­echter niet genoeg. Je moet je léven veranderen.

“In mijn geval was een van de stressfactoren financieel van aard. Elke maand werkte ik me te pletter om een Amsterdamse huur op te hoesten en omdat ik meer vrijheid wilde, heb ik die woning opgezegd en ben ik een klein jaar gaan zwerven. Soms sliep ik in een tent op een camping, of ik paste op huizen van vakantiegangers of ik ging in Catalonië bij een vriend in een bergdorpje logeren. In Slaap vatten nodig ik de lezer uit om dezelfde oefening te maken: als ik niet méér kan verdienen, kan ik dan misschien mijn vaste kosten omlaaghalen? Moet ik wel per se in de stad wonen terwijl de huren op het platteland veel lager zijn? Hoeveel tijd – toch het meest waardevolle in een beperkt mensenleven – wil ik spenderen aan het verzamelen van materiële welvaart?”

Half opgevreten quiche

“Jij noemt mijn dakloze periode dapper, maar welke uitweg had ik nog? Blijkbaar hielp een vaste stek niet om mijn slapeloosheid te genezen, integendeel, ik zat in een tredmolen van schrijfklussen die me van mijn echte schrijfwerk hielden. Natuurlijk bevond ik me toen in de luxueuze positie dat ik als schrijver overal kon werken, dat ligt nu met een baby toch anders, maar de keuze om hier te komen wonen is voortgevloeid uit het doorbreken van die geldketenen. Dit huis is spotgoedkoop naar Nederlandse normen, dus ­kunnen we ons concentreren op wat echt belangrijk is: schrijven en ons meisje opvoeden, zonder dat ik elke maand die dwangsom van een woninglast moet bijeenharken. Daarnaast blijkt uit onderzoek ook dat je beter slaapt in de buurt van de natuur en dat heb je hier in...”

Midden in een zin komt Toine paniekerig binnen. In zijn handen een half opgevreten quiche die ooit bedoeld was als avondeten en hoewel we Toine kortstondig als hoofdverdachte beschouwen, steekt de ware dader zijn snuit tussen de deur met tussen zijn snorharen brokjes ei als bewijslast. Kepler mag even in zijn kennel nadenken over zijn misdaad en terwijl Bregje een soep tevoorschijn tovert, vertelt ze verder over hoe bevrijdend haar nieuwe leven in de Bourgogne aanvoelt. “Ik begrijp dat niet iedereen zomaar zijn leven kan omgooien, dus ik kan mezelf niet als perfect voorbeeld ­lanceren, maar ik probeer wel bouwstenen aan te reiken. Ongetwijfeld zal de coronacrisis bij velen al dergelijk inzicht opgewekt hebben. Plots bleek telewerk wel mogelijk en blijkbaar hoeven we niet elke dag in de file te staan om op kantoor te zitten. Dat is niet voor iedereen mogelijk – een bakker kan geen brood op afstand bakken – maar misschien loont het de moeite om eens diep na te denken over werk en leven, en wáár je eigenlijk van wakker ligt.”

Tot slot wil ik weten of het prille moederschap een impact op haar schrijverschap heeft, maar die vraag kaatst ze netjes terug: “Zou je die vraag ook aan een jonge vader stellen? Ik begrijp het natuurlijk: een slapeloze en een pasgeboren baby die je om de zoveel uur wakker huilt omdat ze honger heeft, dat lijkt de perfecte storm. Maar er is een groot verschil tussen zinloos wakker liggen en moeten opstaan met een heel goede reden, namelijk je kind voeden. Vergelijk het met de eerste dag van de vakantie: als je om vier uur op moet om je vlucht te halen, zul je met een goed humeur uit bed springen.

“Of mijn dochter een thema zal worden in mijn toekomstige boeken? Dat valt nog af te wachten, maar ongetwijfeld zal dat binnensluipen, zoals elke grote levensverandering. Ze maakt de wereld alvast minder vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld door de kleine stapjes waarmee ze mensen­dingen leert: wekenlang oefent ze op rechtop zitten en ­spinazie eten, en toont uit hoeveel vaardigheden de ­simpelste handeling is opgebouwd. En ik verwonder me over de enorme drang tot leven die er in zo’n kindje zit. Álles gebeurt met overgave.”

Tijdens het diner word ik overvallen door de sprookjesachtigheid van de hele setting. Dit jonge gezin, dit prille geluk, te midden van een bos, omringd door hulpvaardige dorpsgenoten, beschermd door een huis waar zoveel generaties voor hen een leven opbouwden. Een sprookje met een happy ending want nu slaapt Bregje wel goed. “Stiekem hoopten we natuurlijk dat onze verhuis een eind zou maken aan de lange nachten, maar we durfden er niet op te ­rekenen. Maar wonder boven wonder sliep ik hier de eerste nacht meteen acht uur door. En de volgende nacht ook, en de nacht daarop opnieuw.

“Toen ik onlangs aan de lokale boswachter omstandig uitlegde waar mijn boek over ging en mijn hele reis door de nacht uitlegde, antwoordde hij laconiek: ‘Dus om te slapen moet je gelukkig zijn?’ Dat vat het wel mooi samen.”

Bregje Hofstede, Slaap vatten, verschijnt dinsdag 9 februari, bij Das Mag.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234