Maandag 16/09/2019

Documentaire

Hoe Peter Jackson beelden van WOI zo fris en zuiver kon maken

In ‘They Shall Not Grow Old’ is uitsluitend gerestaureerd archiefmateriaal te zien. Beeld AP

Wanneer de maker van The Lord of the Rings originele WO I-beelden onder handen neemt, gebeurt er iets magisch, en diepmenselijks.

Als regisseur van doorwrochte fantasyvertellingen als de Lord of the Rings-trilogie verwierf Peter Jackson wereldfaam met zijn aandacht voor detail. Dezelfde nauwgezetheid legde hij aan de dag bij het maken van de documentaire They Shall Not Grow Old. Jackson past er een nieuwe technologie toe op beelden van de Eerste Wereldoorlog, zodat het aanvoelt alsof je er zelf bij bent. Je ziet echte gezichten en hoort echte stemmen, die in hun eigen woorden hun verhaal vertellen.

De documentaire belicht de ervaringen van Britse soldaten op basis van beeldmateriaal uit het archief van het Imperial War Museum in Londen. Jackson en zijn team hebben het materiaal digitaal gerestaureerd, en de beelden ingekleurd en omgezet in 3D. Er is geen verteller, er zijn geen pancartes. In de plaats daarvan doen oorlogsveteranen hun verhaal, waarvoor de filmmaker gebruikmaakte van honderden uren interviewmateriaal dat de BBC in de jaren 60 en 70 bij elkaar sprokkelde. Het resultaat is een visueel ronduit verbluffende transformatie.

“We kregen het zo zuiver dat de soldaten in de film echt tot leven kwamen”, zegt Jackson over het restauratieproces. “Hun menselijkheid overvalt je. Dit beeldmateriaal lag er al honderd jaar. Deze mannen lagen begraven; de schade aan de films was enorm. Maar als je dat restaureert, dan komt dat vooral het menselijke aspect ten goede.”

Peter Jackson Beeld Chris Pizzello/Invision/AP

De film kwam tot stand via een partnerschap tussen het Imperial War Museum en 14-18 Now, een cultureel programma dat kunstenaars opdrachten gaf om werk te creëren voor de honderdste verjaardag van de Grote Oorlog (1914-1918). Ze vroegen Jackson of hij geïnteresseerd was om een film voor het project te maken.

“We kwamen erachter dat Peter Jackson een grote passie voor WO I heeft en er bijzonder veel over weet”, zegt Jenny Waldman, directeur van 14-18 Now. Jacksons vader was voor de oorlog al professioneel soldaat in het Britse leger en werd de hele oorlog lang ingezet.

Jackson kreeg de vrijheid om zijn zin te doen, maar had wel twee eisen: hij wilde uitsluitend gebruikmaken van het filmmateriaal uit het archief, en wilde dat op een originele manier doen. De regisseur kreeg 100 uur beeldmateriaal, van sterk variërende kwaliteit. “Soms was het een kopie van een kopie van een kopie”, zegt hij.

Veel van het materiaal, van soldaten in opleiding en daarna in de loopgraven, kwam van propagandabulletins die in de bioscoop tussen films in vertoond werden. “Het is best een interessante gedachte dat deze beelden misschien gedraaid werden tussen een tekenfilmpje en een Charlie Chaplin-sketch, begeleid door orgelmuziek”, zegt WO I-expert Jean Cannon. “Soms bereikt oorlog het niveau van entertainment.” The Battle of the Somme, de eerste lange documentaire over het leven aan het front, kwam in 1916 in volle oorlog uit en lokte 20 miljoen kijkers naar de bioscoop.

Jackson besloot geen selectie te maken uit de archiefbeelden en daarmee aan de slag te gaan, maar de integrale 100 uur eerst te restaureren. Hij werkte voor dat titanenwerk drie jaar lang samen met de Nieuw-Zeelandse firma Park Road Post Production. Krassen, stof en vlekken die het materiaal in de loop van decennia had verzameld werden verwijderd. Het opgekuiste materiaal ging terug naar het Imperial War Museum.

Er waren nog andere technische aanpassingen. Het doel van Jackson was het publiek nog intiemer te verbinden met de soldaten dan The Battle of the Somme had gedaan. De beelden waren nogal springerig omdat ze gemaakt werden met in de hand vastgehouden camera’s. Ze bevatten ook minder frames dan een hedendaags publiek gewend is. Jackson en zijn team gaven de beelden een nieuwe timing, dreven de frame-snelheid op, voegden digitaal extra frames toe en creëerden zo een veel natuurlijker beweging.

Beeld AP

Jackson trok vervolgens naar het bedrijf Stereo D om de beelden in te kleuren. Ze kregen daarvoor hulp van een historicus, die hen kon wijzen op belangrijke militaire details, tot de kleuren van de knopen op de uniformen toe. Jackson en zijn team bezochten ook de locaties in de beelden om een idee te hebben van het juiste kleurenpalet.

De film begint in zwart-wit met beelden van de soldaten in opleiding, en bouwt op naar het moment waarop ze naar het westelijk front trekken. Daar schakelt de film over op prachtige kleurbeelden. Was het Jackson te doen om een dramatisch Wizard of Oz-effect? Niet echt. “Het had te maken met het budget”, zegt hij. Aanvankelijk zou de documentaire maar een half uur duren. “We hadden een budget om 30 tot 40 minuten film in te kleuren.” Maar naarmate hij en zijn medewerkers naar de interviews luisterden, stelden ze vast dat wat de veteranen over de opleiding zeiden cruciale context aanleverde. Ze wilden ook niet dat de film “meteen de loopgraven in zou duiken”. Maar het budget was niet rekbaar. Ze besloten het gerestaureerde zwart-witmateriaal aan weerszijden van de dramatische gekleurde beelden te plaatsen.

Stereo D converteerde de film ook in 3D om de nabijheid van het slagveld tastbaarder te maken. Park Road tilde de ervaring op een nog hoger niveau door geluidseffecten toe te voegen die de vergelijking met Lord of the Rings kunnen doorstaan. Toch zijn de explosies, geweerschoten en tankmotoren lang niet zo verrassend als de momenten waarop de soldaten spreken.

“We kregen de hulp van forensische liplezers. Ik had geen idee dat zoiets bestaat”, zegt Jackson. Die experts, die de politie bijvoorbeeld helpen om te bepalen wat mensen op opnamen van beveiligingscamera’s zeggen, bekeken het archiefmateriaal om zo nauwkeurig mogelijk te achterhalen wat de soldaten zeiden.

Beeld AP

Stemacteurs spraken de stemmen in. Maar omdat de soldaten uit heel Groot-Brittannië kwamen, keken Jackson en zijn team erop toe dat de acteurs van de juiste plekken afkomstig waren en met het juiste accent praatten. Militaire historici brachten ook ideeën aan over mogelijke commando’s van officieren die niet in beeld zijn. Ook die informatie haalde de film.

Al die elementen, en beeldmateriaal dat moeiteloos tien verschillende oorlogsverhalen had kunnen vertellen, ten spijt probeerde Jackson één focus te houden. “Ik wilde niet van alles wat doen”, zegt hij. “Ik wilde me concentreren op één onderwerp en dat terdege doen: de ervaring van de gemiddelde infanterist aan het westelijke front.”

They Shall Not Grow Old wordt vertoond op het filmfestival van Rotterdam, dat plaatsvindt van 23/1 tot 3/2. iffr.com

©The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234